Fez — waar het heden en het verleden elkaar ontmoeten
Door Ontwaakt!-correspondent in Marokko
IN HEEL Marokko zijn tegenstellingen in de levenswijze van de bevolking te zien. Deze tegenstelling valt echter vooral op in de stad Fez, een oud centrum van islamitische cultuur. Fez ligt in Noord-Afrika, bijna honderd zestig kilometer van de Atlantische Oceaan af en ongeveer honderd veertig kilometer ten zuiden van de Middellandse Zee en is eeuwenlang de tweesprong voor talrijke beschavingen geweest. Het heeft thans meer dan 200.000 inwoners.
Als wij langs de straatweg Fez binnenkomen, komen wij eerst in wat de ’nieuwe stad’ wordt genoemd. Dit gedeelte werd voornamelijk door de Fransen gebouwd ten tijde dat Marokko — tussen 1912 en 1956 — een Frans protectoraat was. Met zijn caféterrassen, winkels en mensen die de laatste Parijse mode dragen lijkt het op een Europese stad. De Arabieren die hier wonen zijn ook heel erg verwesterd. Men zou gemakkelijk kunnen vergeten dat maar nauwelijks anderhalve kilometer verder het oude Fez ligt, dat een opvallende tegenstelling vormt met wat wij hier zien.
De oude stad
De oude stad Fez werd kort na 800 G.T. gesticht door Moulai Idris I, die een nakomeling was van Ali, de schoonzoon van Mohammed. Fez is vele eeuwen lang de hoofdstad van een onafhankelijk koninkrijk gebleven en is door velen lange tijd als het centrum van het intellectuele en religieuze leven van Noord-Afrika beschouwd.
Deze oude stad ligt aan de overzijde van een dal tegenover de ’nieuwe stad’ en ziet er heel aantrekkelijk uit. Men ziet een massa huizen met witte en grijze platte daken en hier en daar, als spelden op een speldenkussen, minaretten op de talrijke moskeeën.
Een grote berg, aan de voet waarvan met olijfbomen bedekte heuvels glooien, vormt de achtergrond van dit alles. Naar verluidt zijn deze bomen even oud als de stad. Vanwaar wij ons bevinden, is het duidelijk te zien dat de oude stad op een reeks heuvels is gebouwd. Dit betekent dat wij ons moeten voorbereiden op een klim, want de enige manier om de oude stad te bezoeken, is te voet. De wegen zijn vaak niet meer dan vergrote voetpaden en er zijn veel te veel mensen en dieren dan dat voertuigen elkaar kunnen passeren.
Uitstapje naar het verleden
Hier in de oude stad is een gids een grote hulp. Niet alleen kunnen wij er dan zeker van zijn dat wij de interessantste plaatsen zullen zien, maar hij zal ons er ook voor behoeden dat wij verdwalen. Fez gaat prat op het grootste medina ter wereld te zijn. Dit is de naam die het oude gedeelte van de stad heeft gekregen. (Medina is de stad in Arabië die in het leven van Mohammed, de stichter van de islamitische religie, belangrijk was.) Bij de aanblik van de doolhof van donkere stegen en straten zijn wij blij dat wij iemand bij ons hebben die de weg kent.
Het treft ons dat er geen auto’s of andere motorvoertuigen zijn, en hoewel Fez bijna altijd zon heeft, zijn de straten zo smal dat de bovenverdiepingen van de huizen bijna alle licht ontnemen.
Wij merken op dat de meeste mensen hier zich aan de traditionele kleding houden — een hele tegenstelling met de manier van kleden in de ’nieuwe stad’. De mannen dragen een ’dejellabah’, een lang gewaad tot op hun voeten, vaak van een capuchon voorzien. Sommige mannen dragen ook de traditionele fez, een hoge, rode kap zonder rand die voor het eerst hier in Marokko, in Fez, werd gemaakt, doch die praktisch overal ter wereld bekend is.
De vrouwen dragen eveneens lange gewaden en in overeenstemming met hun moslemreligie is hun gelaat gesluierd, met alleen hun ogen zichtbaar. Vrijwel iedereen draagt ’babouches’ aan zijn voeten. Dit zijn leren muilen zonder hielstuk.
Fez heeft naar verluidt meer dan honderd moskeeën, waarvan enkele meer dan duizend jaar oud zijn. Onze gids brengt ons naar de moskee Karawyn (Karoebin), de grootste in Afrika. Er kunnen 22.000 personen tegelijk in. Als niet-moslems mogen wij er niet binnengaan, doch door een van de grote deuren kunnen wij een blik op het interieur werpen.
De vloer van deze beroemde moskee is met bamboematjes bedekt waar de moslems op knielen als zij met hun gezicht in de richting van de stad Mekka tot Allah bidden. De muren zijn versierd met prachtige mozaïeken, en aan het plafond met het fijne beeldhouwwerk hangen ijzeren lantaarns. Alle schoenen en muilen worden buiten op de trappen van de moskee gelaten. Het is verbazingwekkend dat de moskeegangers hun eigen schoeisel kunnen herkennen als zij weer buiten komen.
Winkelwijk
Vervolgens komen wij in een van de vele ’soeks’ of winkelwijken. Hier zijn werkelijk kleurrijke winkeltjes en stalletjes. Sommige zijn niet meer dan een nis in de muur. Het schijnt dat alle stalletjes die hetzelfde artikel verkopen op een kluitje bij elkaar staan, waardoor de geuren met de aanblik overeenkomen. En wat een aanblik is het, stalletje aan stalletje hoog opgestapeld te zien met dadels, vijgen, olijven, rozijnen en allerlei kruiden!
Als wij de hoek om gaan, zien wij een eindeloze reeks stoffen en kleren van elke kleur. In weer een andere rij winkeltjes zien wij zijden stoffen en in nog weer een andere alle mogelijke sieraden. In één rij stalletjes zijn kaarsen van elke lengte en elke denkbare kleur. Deze worden gebruikt om de sterfdag van beroemde personages in de geschiedenis van Fez te herdenken. Bij zulke gelegenheden steken godsdienstige mensen kaarsen aan voor, naar zij geloven, de zielen van overledenen.
Hier en daar volgt een verhitte discussie in het Arabisch als iemand met een koopman onderhandelt in een poging de prijs omlaag te krijgen. Wij horen af en toe ook een bel klingelen. Dit is de bel van de waterman, die fleurig in het rood is gekleed en talloze glimmend gepoetste koperen bekertjes aan zijn borst heeft hangen. Hij verkoopt voor een paar franken drinkwater uit een geitevel dat over zijn schouder hangt.
Vanwege de smalle straten is er veel gedrang en wij moeten uitkijken waar wij lopen. Wij moeten ook oppassen voor de zwaarbeladen ezels met zakken graan en meel. De smalle straten raken vaak verstopt als twee of drie van deze ezels elkaar tegenkomen. Die op de ezel zit is altijd de man, terwijl zijn vrouw, dikwijls met enorme pakken op haar hoofd, er achteraan loopt.
De moslemvrouwen hier zijn beperkt in hun activiteiten. Zij eten niet samen met de heer des huizes. Men ziet ook nooit vrouwen zich met de handelszaken van de stad bemoeien. Als wij langs de openstaande deuren van de huizen lopen, zien wij daarentegen wel het vrouwvolk bezig met meel malen, deeg kneden of tarwe wannen.
Scholen, vroeger en nu
Onze gids neemt ons vervolgens mee naar een heel oud gebouw, een ’Medersa’ genoemd. Het is een oude vorm van kostschool die honderden jaren geleden door studenten vanuit de hele Arabische wereld werd gebruikt. Aan de vele universiteiten hier in Fez werd zelfs al lange tijd gestudeerd voordat men nog ooit van Oxford of Cambridge had gehoord. De zolderingen in dit gebouw zijn van prachtig houtsnijwerk voorzien.
Af en toe kunnen wij het spreekkoor van kinderstemmen horen, afkomstig uit wat er als winkels of woonhuizen uitziet. Dit zijn koranscholen voor heel jonge kinderen. Kinderen brengen onder toezicht van iemand die goed in de koran onderlegd is hun tijd door met het opzeggen van gedeelten van de leringen van Mohammed. Voor veel kinderen is dit het enige onderwijs dat zij ontvangen. Als wij naar binnen gluren, zien wij dat het donker en stampvol is en dat de kinderen een lei in de hand hebben.
Even pauze om te eten en daar gaan wij weer
Na de lange wandeling hebben wij honger. Wij stoppen dus om te proberen wat ’brochettes’ te krijgen; dat zijn blokjes vlees aan een vleespen. Ze worden in een paar minuten boven een houtskoolvuurtje gebraden. Bepaalde delen van het medina zijn vervuld van de scherpe geur van deze houtskoolvuurtjes en de braadlucht van het vlees, meestal hart of lever. Brochettes zijn heel goedkoop en men kan ze met komijn of andere kruiden bestrooien alvorens ze te eten. Als men dorst heeft, kan men een glas kruizemuntthee krijgen, de traditionele drank hier.
Als wij gerust hebben, brengt de gids ons bij handwerkslieden die druk bezig zijn met het graveren van zilverwerk, waarom Fez bekend staat. Vele van hun werkplaatsen zijn niet meer dan een vergroot gat in de muur, doch zij laten ons trots hun werk zien. Wij staan verbaasd over hun vaardigheid in het graveren van allerlei patronen in borden en schalen.
Een plaats die ons ook interesseert is de looierij. Zie de honderden schaapsvachten eens die aan de muren hangen! Schapen slacht men ter gelegenheid van belangrijke gebeurtenissen in de familie, zoals de besnijdenis, en ter gelegenheid van de speciale jaarlijkse feestdag ’I’ Aid Al Adha’. Dit feest gedenkt, zoals veel moslems geloven, Abrahams poging, niet Isaäk maar Ismaël te offeren (Gen. 22:1-14). Aangezien elk gezin op zijn minst één schaap ter gelegenheid van dit feest slacht, zijn er schaapsvachten in overvloed.
Onze gids is erop gebrand ons naar een van de bazaars te brengen waar tapijten, kleedjes en dekens worden verkocht. Sommige van deze bazaars zijn omgebouwde grote herenhuizen met prachtig gebeeldhouwde muren en plafonds. Er liggen tapijten van allerlei kleuren en afmetingen uitgestald die door Marokkaanse handwerkslieden met de hand zijn geweven. De eigenaar van de bazaar rolt het ene kleed na het andere uit in een poging ons tot kopen te verleiden, onderwijl voortdurend de deugden van elk artikel ophemelend. Sommige bazaars geven de koper kruizemuntthee te drinken terwijl hij de collectie bekijkt.
Wat heeft vooral indruk op ons gemaakt tijdens ons bezoek aan Fez? De tegenstelling tussen het leven in de oude stad, waar de mensen praktisch op dezelfde manier leven als eeuwen geleden, en het leven daar dichtbij in de ’nieuwe stad’, waar de levensstijl gelijk is aan die in andere delen van de westerse wereld.