„Wat jammer, wat jammer, gij grote stad”
VAN alle steden in de wereld die er aanspraak op maken groot te zijn, zouden die welke als godsdienstig heilig worden beschouwd, daar toch wel het meest toe gerechtigd schijnen te zijn. Maar de woorden „wat jammer, wat jammer” geven te kennen dat de in Openbaring 18:10 ’groot’ genoemde religieuze stad kennelijk de goddelijke goedkeuring mist, zoals wij later zullen zien.
Oversteekplaats naar de onsterfelijkheid?
De heilige hindoesteden in India worden tīrtha’s genoemd, wat „oversteekplaatsen” of „doorwaadbare plaatsen” betekent. Veel ervan, zoals Benares (ook Kasi of Varanasi genoemd), liggen aan de oever van een rivier. Ze worden echter niet gezien als letterlijke oversteekplaatsen maar veeleer als geestelijke doorwaadbare plaatsen die het mensen naar verluidt mogelijk maken de wateren van het leven veilig over te steken naar een beter leven aan de overzijde.
Een encyclopedie zegt: „Vārānasi is een van de oudste steden ter wereld die voortdurend bewoond zijn geweest . . ., de eerste Arische nederzetting in het dal van de Midden-Ganges.” Reeds in het tweede millennium v.G.T. was het een godsdienstig centrum. Hoewel het een hindoestad is, komt het ook voor in de annalen van het boeddhisme en de islam. In de zesde eeuw v.G.T., toen Benares de hoofdstad van het koninkrijk Kasi was, hield Boeddha vlak daarbij zijn eerste preek. De islam verscheen in 1194 op het toneel, toen moslims de stad in handen kregen.
Benares ligt in het noorden van India aan de rivier de Ganges en is een van de zeven zeer heilige hindoesteden die het land telt. Binnen zijn grenzen heeft elke hindoegod en elk van de andere grote tīrtha’s een symbolische plaats toegekend gekregen. The Encyclopedia of Religion noemt de stad dan ook „een microkosmos van India’s heilige geografie” en voegt eraan toe: „De concentratie van kracht als gevolg van het symbolisch samenbrengen van goden, tīrtha’s en geleerden in deze ene plaats heeft Benares tot India’s meest bejubelde bedevaartplaats gemaakt.”
Hindoes beschouwen Benares als een zeer gunstige plaats om te sterven. Het populaire gezegde Kāśyām maranam muktih betekent „Sterven in Kasi is bevrijding”. Volgens de traditie zal iedereen die er sterft door Shiva zelf onderricht worden, wat erop neerkomt „over de samsāra-stroom naar de ’verre kust’ der onsterfelijkheid” gedragen te worden.a
Net als rivieren overal elders zoekt de Ganges zich een weg langs welvarende steden en neemt al doende rioolwater en chemicaliën op. Ondertussen werpen vrome hindoes, zoals de godsdienstige overlevering dat voorschrijft, dagelijks naar schatting 10.000 lijken in de rivier. Terzelfder tijd dalen pelgrims, zich niet bewust van het onmiskenbare gevaar een ziekte op te lopen, de trappen langs de rivieroevers af om rituele baden te nemen. Is dit werkelijk het pad naar de onsterfelijkheid?
Hoe eeuwig is de „Eeuwige stad”?
Een andere rivier, mogelijk eens Albula geheten vanwege de witheid van haar water, stroomt door een religieuze stad in Europa, de „Eeuwige stad” der zeven heuvels. De rivier, die lang geleden haar witheid verloor, wordt nu de Tiber genoemd. En de stad is haar zeven heuvels al lang ontgroeid. Niettemin wordt „het erfdeel van het verleden dat in Rome nog bestaat”, aldus The New Encyclopædia Britannica, „door geen enkele stad in het Westen overtroffen”.
Tientallen monumenten en historische gebouwen getuigen van dit erfdeel. Dat ze er nog staan, is op zich een wonder, gezien de vele keren dat de stad is veroverd en geplunderd — aan het begin van de vierde eeuw v.G.T. door de Galliërs en in de loop van de Gewone Tijdrekening in 410 door de Visigoten, in 455 door de Vandalen, in 1084 door de Noormannen, in 1527 door keizerlijke huurtroepen, in 1798 door het leger van Napoleon en tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers en de Geallieerden.
Hoewel de oorspronkelijke ommuurde stad Rome slechts vier procent van de totale oppervlakte van de hedendaagse stad beslaat, is dat het Rome waar miljoenen toeristen heen stromen, want daar staan de meeste van de monumenten. Een andere toeristische trekpleister, begin 1993 ten minste, was de tentoonstelling „Sixtus V en Rome”. Sixtus, die van 1585 tot 1590 paus was, heeft zo’n blijvend stempel op het aanzien van Rome gedrukt, dat hij wel „de vader van de moderne stadsplanning” is genoemd. In The European werd uitgelegd waarom hij Rome reorganiseerde: „In de eerste plaats om een solide architecturale basis te verschaffen voor de nadrukkelijke bevestiging van de Vaticaanse macht tegenover de protestantse dreiging. . . . In de tweede plaats om de stad Rome, die in menig opzicht nog een provinciale marktplaats was, tot de waardige zetel van het Nieuwe Jeruzalem te maken.”
Vaticaanstad, een kleine enclave in Rome, beweert deze „zetel van het Nieuwe Jeruzalem” te zijn. In 1929 tekende de fascistische Italiaanse regering de verdragen van Lateranen en erkende daarmee de soevereiniteit van Vaticaanstad. Sindsdien heeft de paus die stad met absolute uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht geregeerd. Het Vaticaan heeft zijn eigen post- en telefoondienst en zijn eigen leger, waaronder de geüniformeerde Zwitserse Garde, verantwoordelijk voor het beschermen van de paus. Maar wat toeristen voornamelijk willen zien is de basiliek Sint-Pieter, eeuwenlang de grootste kerk in de christenheid. Die onderscheiding heeft ze in 1989 verloren bij de voltooiing van de basiliek in Yamoussoukro in Ivoorkust.
Volgens The New Encyclopædia Britannica was het „duizend jaar zo dat als je een ingezetene van Rome was, je de sleutels van de wereld had, je in veiligheid, tevredenheid en betrekkelijk comfort leefde”. Die tijd is voorbij! De politieke corruptie in Rome en de religieuze stilstand in Vaticaanstad vormen het bewijs dat de zogenoemde glorie van gisteren lang niet eeuwig is.
De heiligste plaats van de islam
Zo’n miljard moslims overal ter wereld beschouwen de stad Mekka als „de plaats van goddelijke, angelieke, profetische en veelbelovende menselijke activiteit sinds het oermoment der schepping”.b Volgens de islam is daar de schepping begonnen, bouwde Abraham daar het eerste huis van aanbidding en bracht hij daar zijn bijvrouw Hagar en hun zoon, Ismaël, heen.
Recenter, waarschijnlijk omstreeks 570 G.T., werd in Mekka (Saoedi-Arabië) de profeet Mohammed geboren. In het begin vond zijn leer weinig gehoor. Mekka was een oase op de karavaanhandelsroute tussen India en Europa en Mekka’s machtige kooplieden vreesden dat zijn religieuze hervormingen tot een economische neergang zouden kunnen leiden. Omdat de profeet er niet in slaagde daar vaste voet te krijgen, vertrok hij naar Jathrib, dat later omgedoopt werd tot el-Medina of Medina, een stad die ruim 300 kilometer naar het noordoosten lag. Maar in 630 G.T. keerde hij naar Mekka terug, nam het in en maakte het tot het geestelijke centrum van de islam.
Tegenwoordig is Mekka een welvarende en kosmopolitische stad, ook al mogen er alleen moslims wonen. In dhoe ʹl-hidjdja, de heilige bedevaartmaand, gaan er miljoenen heen om hun religieuze hadj-plicht te vervullen. In Mekka bezoeken pelgrims de Heilige Moskee, waar zij zevenmaal rond een klein heiligdom lopen dat zich bijna midden op de dakloze binnenplaats van de moskee bevindt.
Dat heiligdom is de Kaʹba, een kubusvormig bouwwerk dat normaal geheel bedekt is met een lang kleed van zwart brokaat en de heilige zwarte steen bevat. Deze steen, die naar moslims geloven ter vergeving van zonden aan Adam werd gegeven toen hij uit Eden werd verdreven, was toen naar verluidt wit. Volgens de islamitische overlevering is de oorspronkelijke Kaʹba tijdens de vloed van Noach vergaan, maar de zwarte steen bleef behouden en werd later door de engel Gabriël aan Abraham gegeven, waarna Abraham de Kaʹba herbouwde en de zwarte steen zijn juiste plaats teruggaf. In de richting van de Kaʹba — volgens de islam de heiligste plek op aarde — keren moslims zich vijfmaal per dag in gebed.
Vierentwintig poorten leiden naar de binnenplaats van de Heilige Moskee, maar de traditionele ingang voor pelgrims is de Poort van de Vrede, in de noordelijke hoek gelegen. Toch verloopt alles niet altijd vredig tijdens de hadj. In 1987 probeerden islamitische dissidenten de moskee in handen te krijgen. De orde werd snel hersteld, maar niet voordat er ruim 400 moslims waren gedood en er ongeveer 650 gewond waren geraakt. Zo’n duidelijk ontbreken van vrede bij het heiligste van alle islamitische heiligdommen is betreurenswaardig, maar moslims putten troost uit de islamitische leer, die zegt dat iedereen die sterft terwijl hij op bedevaart is, onmiddellijke toegang tot de hemel verwerft.
Bezitting van tweevoudige vrede?
Jeruzalem, door joden en belijdende christenen als de Heilige Stad beschouwd en door moslims als de op twee na heiligste plaats op aarde (na Mekka en Medina), betekent „Bezitting van tweevoudige vrede”. Het was vanaf 1070 v.G.T. de hoofdstad van het oude Israël, hoewel het ruim 900 jaar eerder al bestond onder de naam Salem (Genesis 14:18). Als bestuurscentrum van de natie was het strategisch gelegen, in een heuvelachtig gebied op een hoogte van ongeveer 750 meter boven de zeespiegel, waardoor het in die tijd een van de hoogstgelegen hoofdsteden ter wereld was.
In de vierde eeuw v.G.T. kwam Jeruzalem onder Grieks gezag te staan. Tegen de tweede eeuw v.G.T. nam de invloed van een zich uitbreidend Romeins Rijk steeds meer toe. De regering van Herodes de Grote was een periode van bloei voor Jeruzalem. Een gedeelte van de westelijke muur van het voorhof van de tempel die hij bouwde, staat kennelijk nog steeds overeind en wordt nu de Klaagmuur genoemd. Omdat de joden probeerden het Romeinse juk af te werpen, sloegen Romeinse legers in april van het jaar 70 G.T. het beleg voor Jeruzalem. Nog geen vijf maanden later lagen de stad en haar tempel in puin.
Volgens één schatting is Jeruzalem 37 maal veroverd. In veel gevallen leidde dit tot gedeeltelijke of totale verwoesting van de stad. Maar steeds weer verrees er een nieuw Jeruzalem boven op het oude. Zo gaf keizer Hadrianus omstreeks 130 G.T. opdracht tot de bouw van een nieuwe stad, die Aelia Capitolina werd genoemd. Bijna twee eeuwen lang mocht geen jood die stad betreden. In de eerste helft van de zevende eeuw G.T. namen de moslims de stad in en bouwden later op of bij het voormalige tempelterrein de Koepel van de Rots.
De hedendaagse staat Israël werd in 1948 gesticht en in 1949 werd Jeruzalem tussen Israël en Jordanië verdeeld. Maar in 1967, tijdens de Zesdaagse Oorlog, veroverden de Israëli’s de oostelijke helft. Sindsdien hebben zij de stad gemoderniseerd maar wel geprobeerd haar historische integriteit te behouden. In 1993 telde de stad meer dan een half miljoen inwoners.
Met drie grote wereldgodsdiensten die Jeruzalem allemaal als heilig beschouwen, lopen de godsdienstige spanningen soms hoog op. „Van alle conflicten tussen Joden en Arabieren is dat om Jeruzalem het ingewikkeldste en lastigste”, wordt in Time opgemerkt. Voorlopig is de tweevoudige vrede die de naam Jeruzalem belooft ver te zoeken.
„Uw steden zullen een verlaten ruïne worden”
De in Openbaring 18:10 genoemde stad is een symbool van alle godsdiensten die God mishagen. „Wat jammer, wat jammer, gij grote stad, Babylon, gij sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen!” Het is duidelijk dat dit betekent dat tegen Jehovah God gekante godsdiensten ten ondergang gedoemd zijn. Ondanks hun tempels, ceremoniën en godsdienstige attributen zullen de hedendaagse „grote” religieuze steden geen blijvende bescherming bieden op Gods oordeelsdag.
[Voetnoten]
a „Samsara” wordt door hindoes opgevat als de transmigratie van een eeuwige, onvergankelijke ziel.
b In Islam: Beliefs and Teachings, uitgegeven door The Muslim Educational Trust, wordt beweerd dat „het meest recente aantal moslims wereldwijd wel eens bijna 1100 miljoen zou kunnen zijn”.
[Illustratie op blz. 24]
De heilige moskee van Mekka en de Kaʹba
[Verantwoording]
Camerapix
[Illustratie op blz. 25]
De joodse Klaagmuur in Jeruzalem en de islamitische Koepel van de Rots (links)
[Verantwoording]
Garo Nalbandian