Uw appendix — Hoe waardevol?
„DE APPENDIX, vaak verwijderd, wellicht nu aan de beurt voor transplantaties.” Aldus luidt het opschrift van een rapport over een onderzoek dat aan de universiteit van Minneapolis in de Verenigde Staten heeft plaatsgevonden en dat werd gepubliceerd in The National Observer van 29 juli 1968. Het rapport ging verder met te zeggen: „Nog niet zo lang geleden verwijderden artsen de appendix terloops tijdens operaties die hoofdzakelijk om andere redenen werden verricht dan appendicitis [ten onrechte „blindedarmontsteking” genoemd]. Nu is er zelfs sprake van om in sommige mensen een appendix te transplanteren.”
Wat is de appendix eigenlijk? Wat is zijn functie? Waarom krijgen mensen appendicitis? Wat kan en moet eraan worden gedaan?
De appendix (latijn voor „aanhangsel”) is beschreven als een van de kleinste organen van de mens, dat hem echter de meeste last bezorgt. In medische kringen wordt hij de appendix „vermiformis” of het „wormvormig” aanhangsel genoemd, want het menselijk lichaam heeft nog andere appendices of aanhangsels.
Een van de kleinste organen? Ja, soms is het slechts acht millimeter in doorsnee en maar twee en een halve centimeter lang. De gemiddelde lengte is echter vijf tot tien centimeter, hoewel het soms tot drieëntwintig centimeter kan aangroeien. De meeste dieren hebben geen appendix. Wat de plaats betreft waar hij zich in het menselijk lichaam bevindt: de appendix is een uitstulping van het op een zak gelijkende begindeel van de dikke darm, de blindedarm of het coecum genoemd, bij de dunne darm. Zó klein, en toch bezorgt hij zoveel last! Er komen namelijk meer mensen in het ziekenhuis voor een „blindedarmoperatie” dan voor enige andere buikoperatie.
Doet hij geen dienst?
Welke dienst verricht de appendix? Wat vele medici erover hebben gezegd, doet denken aan wat zij eeuwenlang over de zwezerik of thymus hebben gezegd: een rudimentair orgaan. In de laatste tien jaar hebben zij echter ontdekt dat de thymusklier een onmisbare rol speelt in het opbouwen van de immuniteit tegen ziekte. En het schijnt dat er lange tijd evenzo kwaad is gesproken van de appendix. Hij is betiteld als een „afstervend orgaan” en medische werken noemen hem „een evolutieverschijnsel”, „een rudimentair orgaan” en „een orgaan dat geen dienst doet”, en zeggen dat hij „geen enkel nut heeft”.
Zo moet volgens een populair tijdschrift Dr. J. P. North, een bestuurslid van het Amerikaanse college van chirurgen, hebben gezegd: „Als preventieve maatregel is het een aanvaard medisch gebruik tijdens andere operaties de appendix weg te nemen, ook al is hij niet ontstoken.”
Evenals het geval is met opvattingen over de thymusklier, vindt er echter langzamerhand een verandering plaats. Zo begint de medische researchgroep van de universiteit van Minneapolis „te geloven dat de eens verachte appendix wellicht een waardevolle rol vervult in het bestrijden van ziekten”, vooral ziekten die een kwaadaardig karakter hebben, en dat de rol van de appendix vooral bij kinderen uiterst belangrijk is. Dr. J. B. Murphy merkt in de British Journal of Cancer van juni 1968 ook op dat de appendix, het adenoïd en de tonsillen bij de mens „ophopingen van lymfocyten zijn en men heeft ontdekt dat lymfweefsel bij muizen een uiterst belangrijke rol speelt in de resistentie tegen kwaadaardige tumoren”, en dat hetzelfde wel eens voor de mens zou kunnen gelden.
Zo bevatte ook de Journal of Chronic Diseases van oktober 1968 een bericht dat erop neerkwam dat bij een belangrijk groter aantal mensen met de ziekte van Hodgkin in het verleden de appendix was weggenomen dan bij mensen die deze ziekte niet hadden doch die over het algemeen in dezelfde omstandigheden verkeerden. En in de Medical Tribune van 6 en 7 augustus 1966 verklaarde Dr. J. R. McVay dat „de appendix wellicht op een ideale plaats zit om in aanraking te komen met virussen en om met grotere doeltreffendheid cellen te produceren dan het normale lymfoïde weefsel in de darmstreek dit kan. Als dit zo is, kunnen dergelijke doeltreffende, in de appendix gevormde cellen misschien hun weg naar het lymfoïde weefsel in andere delen van het lichaam vinden, zo ongeveer als soldaten die op een centraal punt een opleiding krijgen en dan naar verschillende voorposten worden uitgezonden waar zij zich gereedhouden voor de strijd tegen indringers”. (Men heeft tussen twee haakjes ontdekt dat ook de thymusklier een soortgelijke functie heeft.)
Dat deze theorie niet ongegrond is, blijkt uit hetgeen Dr. Sussdorf ontdekte toen hij kankerpatiënten bestraalde. Hij kwam tot de ontdekking dat het afschermen van de appendix een grotere bescherming tegen bestraling bood dan het afschermen van welk ander orgaan maar ook. Hij ontdekte ook dat hij door middel van radioactieve isotopen in staat was vast te stellen dat „lymfcellen in de afgeschermde appendix naar de door bestraling beschadigde milt migreren, dat orgaan weer bevolken en daar antistoffen fabriceren”. — Science News Letter van 30 juli 1960.
Zo kwam ook Dr. H. R. Bierman tot de ontdekking dat bij 84 percent van enkele honderden patiënten die aan verschillende kwaadaardige ziekten leden, te eniger tijd in het verleden de appendix was verwijderd en dat dit bij slechts 25 percent van degenen was gebeurd die deze ziekten niet hadden. Hij zei: „Door een zonderlinge samenloop van omstandigheden kregen de meeste patiënten in ons onderzoek na de ’routine’-verwijdering van een volkomen gezonde appendix kanker.” — Science Digest van juni 1966.
Waarom dringen enkele chirurgen, gezien deze feiten, nog steeds aan op routineverwijdering van de appendix? Eén reden kan zijn dat niet alle onderzoekingen in deze kwestie ondubbelzinnige resultaten hebben opgeleverd.
Wat andere functies van de appendix betreft, het schijnt dat er enige grond bestaat voor het standpunt dat zogenaamde „natuurartsen” innemen die beweren dat de appendix de dikke darm smeert en dat verwijdering ervan maakt dat het probleem van constipatie groter wordt. Dit schijnt te worden bevestigd door het feit dat een extract gemaakt van de appendix van varkens nuttig is gebleken bij het bestrijden van constipatie en andere darmstoornissen na verwijdering van de appendix. Dit is heel goed mogelijk, aangezien de appendix een dikke, gelige, scherpriekende vloeistof afscheidt die een slijmerig eiwit bevat.
Het probleem van de diagnostiek
Als de appendix ontstoken raakt, maakt hij dit feit meestal bekend door hevige pijnen rechts onder in de buik, gepaard met constipatie, of soms diarree. Soms gaat zo’n ontsteking gepaard met misselijkheid en braken. Ongeveer vier eeuwen geleden werd de toestand voor het eerst in medische literatuur beschreven en ongeveer twee eeuwen geleden werd de eerste appendectomie of operatieve verwijdering van de appendix verricht. Het huidige begrip en de moderne behandeling van appendicitis [„blindedarmontsteking”] gaat echter slechts ongeveer tachtig jaar terug. Het aantal gevallen van appendicitis is onverminderd, hoewel het aantal met dodelijke afloop zeer verminderd is. Toch sterven alleen al in de Verenigde Staten elk jaar zo’n 2000 personen ten gevolge van appendixperforaties en postoperatieve complicaties.
Het is inderdaad een probleem te weten of een patiënt een ontstoken appendix heeft of niet en hoe ernstig de ontsteking is. Wat appendicitis lijkt te zijn, zou evengoed een ontsteking in de bekkenstreek kunnen zijn, vooral in het geval van vrouwelijke patiënten. En het is begrijpelijkerwijs ook moeilijk een diagnose te stellen in het geval van zeer jonge of heel oude personen.
Een van de aanwijzingen van acute appendicitis is gewoonlijk een toename van witte bloedlichaampjes in het bloed. Het aantal witte bloedlichaampjes is meestal van 5 tot 10 duizend en als hun aantal omhoogschiet tot 12 à 20 duizend is dit een aanwijzing dat het lichaam zich wegens een ernstige infectie mobiliseert en dan kan een operatie dus noodzakelijk zijn. Soms kan de appendix echter ontstoken en de bloedtelling toch normaal zijn, zoals de bloedtelling andere keren hoog kan zijn terwijl de appendix toch normaal is. Het kan ook zijn dat de appendix niet op de normale plaats zit. Al deze factoren maken het moeilijk een diagnose te stellen.
Onnodige operaties
Begrijpelijkerwijs verschillen artsen van mening omtrent de noodzaak van een operatie. Zo waren er in één ziekenhuis twee doktersteams, waarvan het ene conservatief en het andere meer liberaal te werk ging. Het aantal gevallen met dodelijke afloop van beide groepen was hetzelfde, hoewel de conservatieve groep in slechts drie van de vijf gevallen opereerde, terwijl de andere groep in vier van de vijf gevallen opereerde. Gezien de aard van de mens echter, kan men zich gemakkelijk indenken dat sommige chirurgen in de verleiding kunnen komen onnodige operaties te verrichten. Zo verklaarde de West Virginia Medical Journal van november 1955: „Wij zijn ervan overtuigd dat het af en toe gerechtvaardigd kan zijn een normale appendix te verwijderen, doch wij kunnen het niet door de vingers zien als het percentage normale appendices die weggenomen worden wel 50 percent is, zoals dit bij enkele chirurgen gebruikelijk is.”
Omdat sommige chirurgen nogal snel geneigd zijn zonder voldoende aanwijzingen te opereren, moeten de ziekenhuizen in Amerika dan ook een „weefselcomité” hebben. Dit gaat de bevindingen van de patholoog na die geacht wordt alle chirurgisch verwijderd weefsel te onderzoeken om te zien of het wel of niet ziek was, ten einde de kwaliteit van het werk van de chirurg door te geven. Dit is een bijzonder afschrikwekkend middel tegen onnodige operaties gebleken. Er zijn echter gevallen bekend van pathologen die onder één hoedje spelen met chirurgen die altijd met het mes klaar staan, en die opgeven dat weefsels ziek zijn als dit in feite niet het geval is.
Van belang is hier een rapport over vier ziekenhuizen, dat is opgesteld door een directeur van het ziekenhuis van de Johns Hopkins-universiteit en verschenen is in Hospitals van 16 maart 1962. Het onthulde dat het ziekenhuis dat naar verhouding het hoogste aantal sterfgevallen had ook het ziekenhuis was dat het hoogste aantal onnodige appendectomieën had. En onnodige operaties werden naar verhouding meer verricht op eerste- en tweedeklas patiënten dan op derdeklas patiënten — degenen die niet zoveel kunnen betalen. Ook ondergingen vrouwen meer onnodige operaties dan mannen; en blanken ondergingen meer onnodige operaties dan negers.
Over een „blindedarmoperatie” die zeer waarschijnlijk wel noodzakelijk was, stond in de New York Times van 3 november 1968 een verslag. Er werd in verteld van een Russische arts aan boord van een onderzeeër, die de operatie op zichzelf verrichtte met behulp van een plaatselijke verdoving en twee matrozen. De onderzeeër dook onder terwijl de operatie werd verricht, ten einde er zeker van te zijn dat het schip volkomen stil lag. De operatie was een succes, berichtte Pravda.
De oorzaak
Wat de oorzaak van appendicitis betreft: hoewel sommigen beweren dat er geen specifieke oorzaak kan worden opgegeven, schijnen er toch op zijn minst een aantal factoren te zijn die ertoe bijdragen. Sommige artsen zijn van oordeel dat psychosomatische factoren, zoals opwinding, verdriet, enzovoort, acute appendicitis kunnen veroorzaken en anderen zijn van mening dat blootstelling aan kou de oorzaak kan zijn. Daar de appendix echter een onderdeel van het spijsverteringskanaal vormt, is het heel waarschijnlijk dat iemands eetgewoonten er iets mee uitstaande hebben. Zo verklaart Boyds Pathology:
„De ziekte is in zeer beschaafde landen en in dichtbevolkte steden algemeen, maar op het platteland en onder primitieve volken zeldzaam. Gedurende de negen jaar dat McCarrison als arts onder de bergbewoners van de Himalaya werkzaam was, heeft hij nooit een appendicitis gezien. Degenen van de plaatselijke bevolking die voedsel eten dat rijk aan cellulose is, zijn immuun voor deze ziekte, maar als zij op het voedsel van de beschaving overgaan, verliezen zij die immuniteit. Deze en vele andere soortgelijke feiten wijzen erop dat de leefgewoonten en in het bijzonder de eetgewoonten . . . belangrijk zijn in verband met de ontvankelijkheid voor appendicitis.” Hieruit blijkt duidelijk dat veredeld voedsel, zoals voedingsmiddelen die met witte bloem en witte suiker zijn bereid, wel eens de schuldige kan zijn.
Andere factoren die ertoe bijdragen, zijn een zittend leven, met het daaruit voortvloeiende gebrek aan lichaamsbeweging en chronische constipatie, vooral als de neiging bestaat scherpe laxeermiddelen te gebruiken. Wat echter beslist geen appendicitis veroorzaakt, zijn de pitjes van vruchten zoals druiven, al werd dat vroeger ook beweerd. De moderne medische mening heeft deze gedachte volkomen verworpen, zoals Dr. H. W. Hill met de volgende woorden verklaarde: „Ik heb niet één druivepit in een appendixgeval gezien. De meeste mensen eten druivepitten. Men kan misschien appendicitis krijgen, maar niet door het eten van druivepitten.”
Aangezien er vaak twijfel bestaat over de noodzaak van een operatie, wordt het volgende aangeraden: Bedrust: volstrekt niets eten; geen enkel laxeermiddel gebruiken; in plaats daarvan een lavement nemen. Door enkelen wordt het toepassen van warme en koude compressen aanbevolen en eventueel kan men tegen de pijn zijn toevlucht nemen tot een ijszak. Het gebruik van medicijnen, zoals antibiotica, wordt niet aanbevolen als geneesmiddel. Ingeval van aanhoudende pijn in de onderbuik raden artsen evenwel aan dadelijk medisch advies in te winnen.
Er stapelen zich steeds meer bewijzen op dat de appendix wel degelijk waardevol is. Het lijdt geen twijfel dat hij een van de kleinste organen van het lichaam is maar toch naar alle waarschijnlijkheid last zal veroorzaken. Gezien de ernst van een appendixperforatie — met waarschijnlijk buikvliesontsteking als gevolg, hetgeen fataal kan blijken te zijn — schijnt in geval van twijfel operatie het veiligst te zijn.
Ook hier geldt echter het oude gezegde: „Voorkomen is beter dan genezen.” Hebt u een zittend leven? Zorg er dan voor dat u voldoende lichaamsbeweging krijgt. Eet ook voldoende natuurlijk voedsel, voedingsmiddelen waarin de cellulose nog aanwezig is, zoals volkorenbrood en ongeslepen rijst, en natuurlijk ook veel fruit en groenten. Alleen al door deze twee voorzorgsmaatregelen kunt u wellicht een ontstoken appendix voorkomen.
[Illustratie op blz. 20]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
VERGROTE DOORSNEDE
DIKKE DARM
DUNNE DARM
COECUM
APPENDIX