Het gevederd lentekoor
LUISTER! De blijde lentegeluiden vervullen weer de lucht! Het is het zingen van het mooiste koor. De opgewekte liedjes die het zingt, loven God en verblijden het hart van de mensen. De lente is in het land in al haar vrolijkheid en glorie, en hoe verrukkelijk wordt ze aangekondigd! Een bontgekleurd gevleugeld koor! Roodborstjes, mussen, vinken, merels, zanglijsters en vele andere vogels voegen elk hun stemmetje bij het melodieuze koor. De vrolijke muziek kondigt het einde aan van de lange heerschappij van de winter.
Kwinkelerend, tjilpend en fluitend in vele verschillende toonaarden arriveren wolken vrolijk gevederde troubadours om de ontluikende pracht van de lentetijd in de noordelijke streken van de aarde in te luiden. Ze schijnen te zingen uit pure vreugde erin te zijn geslaagd de lange reis vanuit hun winterkwartieren in het zuiden te hebben gemaakt. Hoe welkom zijn hun warme, opgewekte melodietjes de noordelijke bewoners die de winter in zijn lange, koude greep heeft vastgehouden. Zulk een zoet gezang wekt in hen de zalige verwachting wederom het landschap vernieuwd te zien met fris, weelderig groen.
Het belcanto van deze gevederde zangertjes en hun staaltjes van luchtacrobatiek schenken zulk een gevoel van geluk dat jong en oud in deze tijd van het jaar met veerkrachtige tred schijnt te lopen. Ha, ja, het warmer worden van de dagen doordat de lentezon de aarde koestert, de bloeiende weilanden en bossen met hun heerlijke geur van frisse bloemen en het nieuwe planteleven maken de lente tot één grote verrukking. De aangename gewaarwordingen die met dit liefelijke jaargetijde verbonden zijn, maken dat men blij is te leven! Godvrezende personen worden ertoe bewogen de Schepper, die dit alles tot stand heeft gebracht, te danken en te loven.
Gevleugelde zangers die van ver weg komen
Het gevederd lentekoor begint zich te vormen als de dagen in het noordelijke deel van de aarde langer en de warme zonnestralen krachtiger worden. De gevleugelde trekkers die in zuidelijke landen overwinteren, krijgen de instinctieve drang naar hun oorspronkelijke broedplaatsen terug te vliegen. Zo leggen bijvoorbeeld de zangvogels die in Noord-Amerika thuishoren, op hun trek naar het noorden diverse korte en lange afstanden af. Op miljoenen kleine vleugeltjes komen deze kleurige vogeltjes vanuit het zuidelijke deel van de Verenigde Staten en vanuit Midden- en Zuid-Amerika, ja, zelfs vanuit Argentinië aangevlogen.
De winter heeft de grenzen van Canada en de Verenigde Staten nog maar nauwelijks verlaten of daar verschijnen schorre kraaien, vrolijke roodborstlijsters, epauletspreeuwen, gracieuze sialia’s en opgewekt tierelierende veldleeuweriken op het toneel. Het lenteconcert vangt aan.
Men zal deze golvende wolken zangvogels van ver weg niet altijd zien of horen komen. Vele van deze vogels trekken onder bescherming en dekking van het nachtelijk duister op hoogten tussen de 600 en 1800 meter. Overdag komen ze echter plotseling als uit het niet te voorschijn. Zo maar ineens weerklinken tuinen en parken, velden en bossen, moerassen, weilanden, bergen en heuvels van hun jubelende zang. Ze fladderen naar omlaag om uit te rusten en zich te voeden. Speels baden ze zich, hun veren overeind, in plasjes koel water die de lenteregen heeft achtergelaten. Ze lijken op kleine bloemen die uit de lucht komen vallen.
In april en mei ziet men in Amerika de bobolink of Amerikaanse rijsttroepiaal tussen de naar het noorden vliegende zangers. In tegenstelling tot veel zangvogels zingt dit zwart-witte vogeltje in de vlucht. Sneller en sneller tuimelen en buitelen de klanken van een extatisch lied uit zijn keeltje. Niet veel van zijn medezangers hebben zo’n afstand afgelegd als hij. Hij is van wel 10.000 kilometer ver van de Argentijnse pampa’s naar zuidelijk Canada gekomen. De Oostsiberische fitis van Azië wint het echter van hem. Zo klein als hij is, legt hij al vliegend van Oost-Afrika naar zijn Siberische bakermat een afstand af van 13.000 kilometer.
Niet al deze trekkende troubadours strijken in hetzelfde gebied in het noorden neer. Sommige trekken veel verder. De ontzag inboezemende V-formatie van Canadese ganzen met de koppen resoluut recht vooruitgestoken, trekt al snaterend naar haar bestemming, voorbij de noordelijke grenzen van de Verenigde Staten. Deze snateraars overwinteren soms in het hartje van Mexico en brengen de zomer door boven de poolcirkel. De Alaskawulp, die op Hawaii overwintert, vliegt ruim 3 à 4000 kilometer over de Grote Oceaan naar broedplaatsen in Alaska.
De noordse stern is een trekker bij uitstek. Soms vliegt hij naar het zuiden, naar de Zuidelijke IJszee, om te overwinteren en vliegt dan naar het noorden, helemaal tot aan de poolcirkel. Een verbazingwekkende tocht van 35.000 kilometer! Het fenomenale vermogen van vogels om elk jaar feilloos, zonder kompas, naar hun noordelijke broedplaatsen terug te keren, weerspiegelt de wijsheid en heerlijkheid van God hun Schepper. Het trekinstinct dat hij in deze diertjes heeft gelegd, doet ze elk jaar op specifieke tijden naar het zuiden en noorden vliegen en stelt ze in staat met verbluffende nauwkeurigheid grote afstanden af te leggen. Nog verbazingwekkender is het dat de jonge vogels trekken zonder de leiding van oudere vogels, die al eerder zijn vertrokken. — Ps. 104:24.
Ze zingen voor een wijfje
Op hun mooist zingende vogels, de lente en broeden gaan hand in hand. Ja, vogelgezang behoort tot de paartijd. De lente is voor onze gevederde vriendjes een tijd vol aantrekkingskracht.
Meestal verschijnen de mannetjes het eerst ten tonele. Ze bakenen een territorium af waarop ze hun rechten handhaven om een wijfje het hof te maken. Ze hebben hun schitterendste kledij aan en zingen de zoetste liederen om het hart van een toekomstige levensgezellin te bekoren. Sialia’s met hun roodbruine borst, Noordamerikaanse Baltimore-troepialen met oranje borst en andere zangvogels in een even prachtig veren kleed bakenen zich een territorium af dat naar hun zin is en maken dan vanaf een hoog punt vanwaar ze heel hun territorium kunnen overzien, hun aanspraken duidelijk kenbaar. Dergelijke territoriums kunnen variëren van enkele vierkante meters tot verscheidene hectaren. Als twee of drie vogels van dezelfde soort dezelfde plek kiezen, wordt de zaak meestal door een kibbelpartij beslist.
Ten slotte komen de vrouwtjes. Nu kweelt ieder mannetje zijn zoetste melodie en pronkt hij met zijn schitterende lentekostuum om een vrouwtje het hof te maken. De onweerstaanbaar charmante zwart-oranje Baltimore-troepiaal strijkt neer naast een welwillend wijfje. Hij rekt zich nu tot zijn volle lengte uit en dan begint er een serie lage buigingen waardoor hij beurtelings zijn vlammend oranje borst en zijn zwarte kop vertoont, al die tijd zachtjes fluitend. Elders wordt de lucht vervuld van de paar-aria’s van gele zangers.
De hofmakerij van de meeste zangvogels geschiedt vanaf een vast punt, maar sommige, zoals de bobolink, voegen een reeks acrobatische luchttoeren toe aan de serenade die ze brengen. Een kustvogel, de mannetjeshoutsnip, maakt een hele vertoning van zijn hofmakerij als het schemer is. Hij gaat op fluitende vleugels spiraalsgewijs zo’n dertig meter hoog de lucht in en tuimelt dan plotseling, trillers zingend voor zijn toehoorders, naar omlaag.
De strand- of bergleeuwerik vliegt in grote statige cirkels omhoog, al die tijd een reeks zoete, tjilpende tonen fluitend. Als hij dan de gewenste hoogte bereikt, vouwt hij zijn vleugels en laat zich als een steen naar beneden ploffen, elke seconde aan snelheid winnend. Net als het lijkt dat hij te pletter zal vallen, spreidt de leeuwerik zijn vleugels uit en komt hij in een sierlijke glijvlucht op de grond neer. Wat sommige mannen al niet doen om indruk op een vrouw te maken!
Als een gevederde zanger eenmaal een vrouwtje voor zich heeft gewonnen, zoekt ze in zijn domein een broedplaats naar haar smaak. Of smaken even verschillen! De vireo’s van Noord- en Zuid-Amerika bouwen hun nesten als diepe kommen, waarvan de randen bevestigd zijn aan een horizontale takvork. De Noordamerikaanse heremietlijsters bouwen hun gezellige huisjes op de grond. Spechten hollen een gat in een boomstam uit als nest. Andere zetten een huishouding op in struikgewas, dichte bosjes, wingerd en heesters. April en mei zijn de grote trekmaanden voor dit vrolijk gevederd koor en de tijd waarop hun ochtendconcert in sommige streken bijna oorverdovend is. Juni en juli zijn de broedmaanden, ja, de maanden waarin ze thuis blijven.
Gevarieerde stemmen in het koor
Het concert door het gevederd lentekoor bereikt in juni zijn climax. Tegen die tijd is het koor op volle sterkte en zijn alle stemmen aanwezig. Het schijnt dat geen twee stemmen hetzelfde zijn. Sommige kwelen ritmisch. Sommige fluiten melodieus. Sommige zingen met adembenemende lieflijkheid, terwijl andere tjilpen en snateren. Verbazingwekkend genoeg zingen sommige leden van dezelfde familie met hun eigen geografische accent.
Sommige zangers kwelen op hun best als ze alleen diep in een bos zijn. Andere geven u een serenade in uw tuin of in een park. Sommige zingen ’s morgens en ’s avonds en er zijn er die bij heldere volle maan zingen. Ja, sommige vinden het zelfs heerlijk om in de regen te zingen.
Praktisch alle leden van het vogelrijk hebben iets te zeggen, vooral in het voorjaar. Het doet er niet toe of ze de voorkeur geven aan bos, moeras, grasland, berg of tuin. Lijsters, leeuweriken, goudvinken en appelvinken, troepialen van de Amerikaanse landen, en tot op zekere hoogte ook vireo’s en zangers behoren tot de meest bewonderde gevleugelde musici. De heremietlijster uit Noord-Amerika laat bijvoorbeeld een adembenemende, soms bevende melodie door de noordelijke bossen klinken, die men niet licht vergeet. Zijn zang is zo gevoelig dat wie er in een bos stil naar staat te luisteren er tot in het diepst van zijn hart door wordt geroerd.
De boslijster van Noord-Amerika voegt er een klokkespelachtig fluitend ie-o-lie . . . ie-o-lee aan toe, ertussenin pauzerend als om het te horen wegsterven. De zanggors is misschien wel de bekendste zanger van Noord-Amerika. In de zomer bezoekt hij het grootste deel van Canada en de Verenigde Staten. In de lente zingt hij als in geen andere tijd. Misschien wel 300 keer per uur barst hij los in zijn solo.
Spotlijsters, bruine krombeklijsters en katvogels worden in Amerika door velen bewonderd die behagen scheppen in hun nabootserij. Deze grappige vogeltjes geven doorlopend hun imitatiekunsten ten beste en voegen aan hun kleurrijke gezang nog de liedjes en lokroepen van andere vogels toe.
Misschien de beroemdste en meest bewonderde van alle vliegende zangers is de nachtegaal. Zijn sublieme stem klinkt door de nacht en de lieflijkheid ervan is honderden jaren lang door dichters geprezen. Hij broedt in West- en Midden-Europa.
De verrukkelijke solo’s van de nachtegaal en andere vogels hebben grote musici ertoe geïnspireerd hun melodieën in hun composities op te nemen. Beethoven heeft in zijn „pastorale” symfonie de roep van vogels gebruikt om een tafereel bij een beek te beschrijven. Händel schreef een bruisend orgelconcert waarin hij vogelimitaties verwerkte. In het beroemde „nachtegaalkoor” van zijn bijbels oratorium „Salomo” wordt op onbeschrijflijk charmante wijze het lied van deze vogel, doorspekt met koorzang, gebruikt. Ja, de liederen van het gevederd lentekoor hebben de mensen door alle eeuwen heen in verrukking gebracht.
De blij stemmende schoonheid van de melodieuze lentecantate van gevederde zangers is werkelijk een gave uit de hemel. De nooit eindigende variatie en vindingrijkheid ervan verkondigt de superieure wijsheid van de grote hemelse Componist, Jehovah God. Welke smaak wij op het gebied van muziek ook hebben, als wij op een warme lentedag naar buiten gaan, diep ademhalen en het blijde zingen van de vogels horen, denken wij terecht aan wat de psalmist schreef: „Het is goed onze God te bezingen met melodieën; want het is aangenaam — lofzang is passend.” „Looft Jehovah vanaf de aarde.” Niet alleen „gevleugelde vogels”, maar „al wat adem heeft, love Jah”! — Ps. 147:1; 148:7, 10; 150:6.
[Illustraties op blz. 9]
AMERIKAANSE ROODBORSTLIJSTER
HEREMIETLIJSTER