C3
Verzen in Handelingen waarin de naam Jehovah geen deel uitmaakt van een direct of indirect citaat
HANDELINGEN 1:24 ‘Jehovah, u kent het hart van alle mensen’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. In de Hebreeuwse Geschriften wordt herhaaldelijk gezegd dat Jehovah God het hart van mensen kan lezen (Deuteronomium 8:2; 1 Samuël 16:7; 1 Koningen 8:39; 1 Kronieken 28:9; Psalm 44:21; Jeremia 11:20; 17:10). Het zal in deze context voor die Hebreeuwssprekende Joden dan ook heel natuurlijk zijn geweest om Gods naam te gebruiken in hun gebed. Het Griekse woord kardiognostes (lett.: ‘kenner van harten’) komt alleen hier voor en in Handelingen 15:8, waar het duidelijk op God duidt. Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten van Handelingen het woord Kurios staat, bieden de context, de Hebreeuwse herkomst van de woorden en de meerduidigheid van het woord Kurios goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken.
ONDERSTEUNING:
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). Hierin wordt over ‘Lord, you know the hearts of all’ in Handelingen 1:24 gezegd dat de christenen God aanspreken met ‘Kyrie, a title used by Luke elsewhere for Yahweh of the OT’ (een titel die Lukas elders gebruikt voor de Jahweh van het Oude Testament) (Lukas 1:16, 32, 68; 4:8, 12; 10:27; 19:38; 20:37, 44; Handelingen 2:39; 3:22; 5:9). Over de uitdrukking ‘know the hearts’ erkent dit naslagwerk dat het een titel voor God is die alleen in christelijke geschriften voorkomt.
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 1:24 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. In Appendix 98 (‘The Divine Names and Titles in the New Testament’, blz. 143) wordt Handelingen 1:24 vermeld onder het kopje ‘LORD . . . Used of Jehovah’.
Aramaic English New Testament, door Andrew Gabriel Roth, derde druk, 2008. In deze vertaling luidt dit vers: ‘You Master YHWH know that which is in the hearts of all.’ In de voetnoot bij dit vers wordt gezegd dat ‘the early talmidim’ (de eerste discipelen) ‘the Name of YHWH’ in gebed aanriepen maar dat dit werd verdoezeld toen ‘the Personal and Covenant Name of YHWH’ (de persoonlijke naam en verbondsnaam JHWH) werd vervangen door algemene Griekse termen. Verder wordt gezegd dat dit een overtreding was van de geboden: ‘Do not add to, nor take away from the Word D’varim/Deut. 4:2 and do not take the Name of YHWH in vain, Sh’mot [Ex] 20:7.’
REFERENTIES: J7, 8, 10, 17, 22, 23, 29, 30, 32, 36, 44, 65, 66, 93, 96, 100, 106, 115, 125, 132, 138, 139, 145-147, 160, 164, 201, 310, 323, 324, 340, 347, 350, 356
HANDELINGEN 2:39 ‘voor iedereen die Jehovah, onze God, tot zich zal roepen’
REDEN(EN): In de beschikbare Griekse manuscripten staat hier het woord Kurios (Heer). Maar zoals uit de context (Handelingen 2:33-38) blijkt, verwijst ‘de belofte’ die Petrus in dit vers vermeldt naar Joël 2:28-32, waar over de uitstorting van de heilige geest wordt gesproken. De uitdrukking ‘voor iedereen die Jehovah, onze God, tot zich zal roepen’ doet denken aan de woorden aan het eind van Joël 2:32. In de Hebreeuwse tekst van Joël 2:32 wordt Gods naam drie keer gebruikt, met de specifieke vermelding dat Jehovah degene is die roept. Bovendien komt de combinatie van Kurios (Heer) en Theos (God) met een persoonlijk voornaamwoord (hier weergegeven als ‘Jehovah, onze God’) vaak voor in citaten uit de Hebreeuwse Geschriften en zinspelingen erop. (Vergelijk de uitdrukking ‘Jehovah, je God’ in Lukas 4:8, 12; 10:27 en ‘Jehovah, jullie God’ in Handelingen 3:22.) Het is ook interessant dat hier het bepaald lidwoord vóór Kurios ontbreekt. Die ongebruikelijke weglating duidt erop dat dit woord als een eigennaam is gebruikt. De Hebreeuwse herkomst van de woorden, de weglating van het bepaald lidwoord in het Grieks en de meerduidigheid van het woord Kurios bieden dus goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. (Zie commentaar bij Lukas 1:16.)
ONDERSTEUNING:
The Interpretation of the Acts of the Apostles, door R.C.H. Lenski, 1934. Op bladzijde 110 wordt over dit vers gezegd: ‘Κύριος ὁ Θεὸς = Yahweh Haelohim . . . this covenant Lord and omnipotent God exercises his power in favor of Israel’ (deze verbonds-Heer en almachtige God oefent zijn macht uit ten gunste van Israël).
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 2:39 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt Handelingen 2:39 vermeld bij de passages waarin ‘the Omission of the Article before Κυριος . . . determines the Appellation to have reference to Almighty God’ (de weglating van het lidwoord vóór Kurios duidelijk maakt dat de titel een aanduiding is voor God, de Almachtige).
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). Dit naslagwerk vermeldt in een noot bij Handelingen 1:24 ook Handelingen 2:39 bij de verzen waarin Lukas de titel Kurios gebruikt ‘for Yahweh of the OT’. (Zie commentaar bij Handelingen 1:24.
Complete Jewish Bible, door David H. Stern, 1998. Deze Engelse vertaling heeft in dit vers het woord ‘ADONAI’ met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In het voorwoord legt de vertaler uit dat hij ‘ADONAI’ overal heeft gebruikt waar hij meent dat ‘kurios’ het Griekse equivalent van het Tetragrammaton is.
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. Deze Engelse vertaling heeft in Handelingen 2:39 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen om te laten zien dat in dat geval Jehovah wordt bedoeld. In Appendix 98 (‘The Divine Names and Titles in the New Testament’, blz. 143) wordt Handelingen 2:39 vermeld onder het kopje ‘LORD . . . Used of Jehovah’.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Handelingen 2:21 wordt gezegd: ‘“Jehovah;” so 39.’
The Scofield Reference Bible, door C.I. Scofield, 1909. In een kanttekening bij Handelingen 2:39 staat: ‘Jehovah. Joel 2.32.’
REFERENTIES: J7, 8, 10, 17, 18, 22-24, 32-35, 37, 40, 41, 43, 44, 46, 48, 52, 61, 65, 66, 88, 90, 95, 100-102, 105, 106, 114, 115, 117, 125, 138, 144-147, 154, 163-167, 172, 181, 185-187, 201, 202, 223, 236, 243, 244, 271, 273, 275, 293, 306, 310, 323, 324, 327, 331, 340-343, 347, 350, 356, 358, 359
HANDELINGEN 2:47 ‘bleef Jehovah elke dag mensen die gered werden aan hen toevoegen’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten ho Kurios (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In Handelingen 2 komt Kurios acht keer voor. In twee gevallen is het met ‘Heer’ weergegeven omdat het duidelijk op Jezus slaat (Handelingen 2:34b, 36). In vier van de overige zes gevallen is het met ‘Jehovah’ weergegeven omdat het gaat om citaten uit de Hebreeuwse Geschriften (Handelingen 2:20, 21, 25, 34a), waar in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst Gods naam staat. In een ander geval (Handelingen 2:39) wordt duidelijk gezinspeeld op de woorden in Joël 2:32, waar Gods naam drie keer wordt gebruikt. Hier in Handelingen 2:47 laat de context zien dat met Kurios God wordt aangeduid. Daarbij komt dat de uitdrukking ‘mensen die gered werden’ doet denken aan het laatste zinsdeel van Joël 2:32, waarvan het eerste deel door Petrus wordt geciteerd in Handelingen 2:21. Vanwege de context, de Hebreeuwse herkomst van de woorden en de meerduidigheid van het woord Kurios wordt in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. (Zie commentaar bij Handelingen 2:39.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 2:47 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. In Appendix 98 (‘The Divine Names and Titles in the New Testament’, blz. 143) wordt Handelingen 2:47 vermeld onder het kopje ‘LORD . . . Used of Jehovah’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 31-33, 37, 41, 44, 48, 65, 94, 99-102, 115, 125, 144-147, 167, 172, 187, 201, 202, 250, 263, 265, 271, 310, 327, 340, 350, 356, 358, 359
HANDELINGEN 3:19 ‘zullen er tijden van verademing komen van Jehovah zelf’
REDEN(EN): In de beschikbare Griekse manuscripten staat letterlijk ‘van gezicht van de Heer’. Maar er zijn goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Het hier gebruikte Griekse woord voor Heer (Kurios) wordt ook in Handelingen 3:22 gebruikt, in een citaat uit Deuteronomium 18:15, waar het Tetragrammaton voorkomt in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst. (Zie aantekening bij Handelingen 3:22.) Petrus legt uit dat God de Joden die uit onwetendheid Jezus hadden verworpen, zou vergeven als ze berouw zouden hebben. De context (Handelingen 3:17-22) wijst er dus op dat in Handelingen 3:19 de Heer op Jehovah God slaat. In de Hebreeuwse Geschriften is de uitdrukking ‘het gezicht van Jehovah’ een combinatie van het Hebreeuwse woord voor gezicht en het Tetragrammaton (Genesis 3:8, vtn.; Psalm 34:16, vtn.; Klaagliederen 4:16). Hoewel de beschikbare exemplaren van de Septuaginta in deze verzen Kurios hebben, blijkt uit manuscriptvondsten dat in vroege exemplaren van de Septuaginta wel Gods naam stond. Zowel de context als de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking vormt dus een ondersteuning voor de conclusie dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam.
ONDERSTEUNING:
The Interpretation of the Acts of the Apostles, door R.C.H. Lenski, 1934. Op bladzijde 141 wordt over dit vers gezegd: ‘Seasons of refreshing or cooling from the presence of the Lord (Yahweh).’
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). In een commentaar op Handelingen 3:20 wordt over deze uitdrukking in Handelingen 3:19 gezegd: ‘Kyrios is used of Yahweh, the God of the OT, as in 2:39; Luke 1:16, 32, 68; 4:12; 10:27; 20:37.’
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. Deze Engelse vertaling heeft in Handelingen 3:19 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen om te laten zien dat in dat geval Jehovah wordt bedoeld.
REFERENTIES: J14-18, 22, 23, 28-32, 34, 35, 38, 40, 41, 43, 44, 46, 47, 52, 65, 88, 93, 95, 96, 100-102, 105, 106, 114, 115, 138, 144-147, 154, 167, 172, 186, 187, 201, 202, 250, 265, 271, 273, 275, 295, 306, 310, 323, 324, 327, 331, 340-342, 347, 350, 352, 356, 358, 359
HANDELINGEN 4:29 ‘Jehovah, heb aandacht voor hun dreigementen’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Zo maken deze woorden deel uit van een gebed dat gericht is tot de ‘Soevereine Heer’ (Handelingen 4:24b), een weergave van het Griekse despotes, dat ook in het gebed in Lukas 2:29 wordt gebruikt om God aan te spreken. In dit gebed in Handelingen 4:24b-30 wordt Jezus ‘uw heilige dienaar’ genoemd. Dit wijst erop dat Kurios hier niet op Jezus slaat maar op Jehovah God. Het gebed van de discipelen bevat een citaat uit Psalm 2:1, 2, waar Gods naam wordt gebruikt. (Zie aantekening bij Handelingen 4:26.) In dit verzoek aan Jehovah, ‘heb aandacht voor hun dreigementen’, dat wil zeggen de dreigementen van het Sanhedrin, worden bovendien termen gebruikt die overeenkomen met termen uit gebeden in de Hebreeuwse Geschriften, zoals die in 2 Koningen 19:16, 19 en Jesaja 37:17, 20, waar Gods naam wordt gebruikt. (Zie commentaar bij Handelingen 1:24.)
ONDERSTEUNING:
The Expositor’s Greek Testament, door W. Robertson Nicoll, 2002 (deel II, blz. 68). In een commentaar op Handelingen 1:24 wordt gezegd dat in Handelingen 4:29 ‘Κύριος’ is gebruikt in een gebed dat duidelijk gericht is ‘to the Lord Jehovah’.
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). In dit naslagwerk wordt bij Handelingen 4:29 naar 2 Koningen 19:19 verwezen en gezegd dat de christenen God vragen aandacht te schenken aan de dreigementen van het Sanhedrin tegen Petrus en Johannes en daarmee tegen hen allemaal. Er wordt opgemerkt dat ze God smeken zich de dreigementen aan te trekken. In de Hebreeuwse tekst van 2 Koningen 19:19 komt Gods naam voor.
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 4:29 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 29-36, 40, 41, 43, 46, 61, 65, 66, 88, 93, 100-102, 114, 115, 132, 145-147, 222, 237, 250, 265, 271, 275, 283, 295, 306, 310, 323, 324, 327, 340, 347, 353, 359
HANDELINGEN 5:9 ‘de geest van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten to pneuma Kuriou (de geest van Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Dezelfde uitdrukking komt in Lukas 4:18 voor als deel van een citaat uit Jesaja 61:1, waar in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst het Tetragrammaton staat samen met het woord voor geest. (Zie aantekening bij Lukas 4:18.) De uitdrukking ‘de geest van Jehovah’ (of ‘Jehovah’s geest’) komt geregeld in de Hebreeuwse Geschriften voor. (Enkele voorbeelden: Rechters 3:10; 6:34; 11:29; 13:25; 14:6; 15:14, 1 Samuël 10:6; 16:13, 2 Samuël 23:2, 1 Koningen 18:12, 2 Koningen 2:16, 2 Kronieken 20:14, Jesaja 11:2; 40:13; 63:14, Ezechiël 11:5, Micha 2:7; 3:8.) De combinatie van het Hebreeuwse woord voor geest en voor Heer komt maar één keer in de Hebreeuwse Geschriften voor. Zelfs dan is dat in combinatie met het Tetragrammaton: ‘de geest van de Soevereine Heer Jehovah’ (Jesaja 61:1). Het is ook interessant dat in dit vers (Handelingen 5:9) vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. De Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord duiden er dus op dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam.
ONDERSTEUNING:
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). Hierin wordt over Handelingen 5:9 gezegd dat het op de proef stellen van God een achtergrond heeft in het Oude Testament, bijvoorbeeld in Exodus 17:2, Numeri 20:13, 24 (het opstandige Israël stelt God op de proef in de woestijn) en Psalm 106:32. Verder wordt gezegd: ‘Luke uses the same verb (peirazein) as is used of Israel in Deut 33:8 (LXX). Kyrios refers to Yahweh, whose Spirit has been put to the test’ (Lukas gebruikt hetzelfde werkwoord dat in de Septuaginta in Deuteronomium 33:8 in verband met Israël wordt gebruikt. Kurios duidt op Jahweh, wiens Geest op de proef is gesteld).
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 5:9 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
A Critical and Exegetical Commentary on the Second Epistle to the Corinthians, door Margaret E. Thrall. In dit commentaar wordt over het gebruik van dezelfde uitdrukking in 2 Korinthiërs 3:17 gezegd dat het de enige keer is dat Paulus de Geest aanduidt met ‘πνεῦμα κυρίου’ (pneuma kuriou) en dat daaruit blijkt dat hij nog steeds de oudtestamentische bewoordingen in gedachten heeft, aangezien ‘πνεῦμα κυρίου’ in de Septuaginta vaak voorkomt als weergave van ‘ruaḥ yhwh, the Spirit of Yahweh’ (roeach JHWH, de geest van Jahweh).
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt Handelingen 5:9 vermeld bij de passages waarin ‘the Omission of the Article before Κυριος . . . determines the Appellation to have reference to Almighty God’ (de weglating van het lidwoord vóór Kurios duidelijk maakt dat de titel een aanduiding is voor God, de Almachtige).
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. Deze Engelse vertaling heeft in Handelingen 5:9 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen om te laten zien dat in dat geval Jehovah wordt bedoeld. In Appendix 98 (‘The Divine Names and Titles in the New Testament’, blz. 143) wordt Handelingen 5:9 vermeld onder het kopje ‘LORD . . . Used of Jehovah’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22-24, 29-34, 40-43, 46, 47, 52, 61, 65, 66, 88, 93-96, 100-102, 106, 114, 115, 132, 145-147, 154, 187, 201, 222, 250, 265, 271, 273, 290, 293, 323, 324, 327, 331, 339-341, 347, 350, 352, 356, 358, 359
HANDELINGEN 5:19 ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten ‘engel van Heer’ staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. De uitdrukking ‘Jehovah’s engel’ komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor, de eerste keer in Genesis 16:7. Het is een combinatie van het Hebreeuwse woord voor engel en het Tetragrammaton. In vroege exemplaren van de Septuaginta wordt het Griekse woord aggelos (engel, boodschapper) gevolgd door Gods naam in Hebreeuwse letters. Een voorbeeld daarvan is te zien in Zacharia 3:5, 6 in een exemplaar van de Septuaginta dat gevonden is in een grot in Nachal Chever (Israël) in de woestijn van Judea. Dit fragment wordt gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. In latere kopieën van de Septuaginta werd Gods naam vervangen door Kurios (Heer), maar interessant genoeg voegde men in dit en veel andere verzen geen bepaald lidwoord toe terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de weglating van het bepaald lidwoord wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. Een aantal Bijbelvertalingen heeft in dit vers Gods naam behouden in hun weergave van de uitdrukking ‘Jehovah’s engel’.
ONDERSTEUNING:
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 128, 129 wordt over de uitdrukking ‘angel of the Lord’ (engel van de Heer) in Lukas 2:9 gezegd dat daarin ‘Κύριος’ de Griekse term voor ‘Yahweh’ is en dat het als genitief in combinatie met een zelfstandig naamwoord zonder lidwoord één concept vormt: ‘Jehovah-angel’, ‘Jehovah-glory’. Bovendien wordt opgemerkt: ‘It was Jehovah’s angel who came upon them like a flash’ (het was Jehovah’s engel die plotseling voor ze stond).
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin worden Handelingen 5:19; 8:26 en 12:7, 23 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22-24, 28-35, 41, 43, 46, 47, 52, 61, 65, 66, 88, 93-95, 100-104, 106, 114, 115, 117, 128, 132, 138, 144-147, 154, 164, 165, 187, 201, 202, 237, 250, 265, 271, 273, 290, 310, 322-324, 327, 331, 339-341, 347, 350, 352, 356, 358, 359
HANDELINGEN 7:31 ‘Jehovah’s stem’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten fone Kuriou (stem van Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Dit deel van Stefanus’ toespraak (Handelingen 7:30-33) is gebaseerd op het verslag in Exodus 3:2-10. In de context van dat verslag blijkt duidelijk dat Jehovah spreekt via zijn engel. In Exodus 3:6 vertelt Jehovah Mozes wat in Handelingen 7:32 wordt aangehaald. De uitdrukking ‘de stem van Jehovah’ komt vaak in de Hebreeuwse Geschriften voor. Het is een combinatie van het Hebreeuwse woord voor stem en het Tetragrammaton. (Enkele voorbeelden: Genesis 3:8, Deuteronomium 5:25; 8:20; 18:16; 28:1, 62, 1 Koningen 20:36, Psalm 106:25, Jesaja 30:31, Daniël 9:10, Zacharia 6:15.) Interessant is de weergave van de uitdrukking ‘Jehovah’s stem’ in Deuteronomium 26:14; 27:10 en 28:1, 62 in een vroeg fragment van de Septuaginta (Papyrus Foead Inv. 266), dat wordt gedateerd op de eerste eeuw v.Chr. Daar is Gods naam binnen de Griekse tekst in Hebreeuws kwadraatschrift geschreven. De uitdrukking ‘de stem van Jehovah’ komt ook voor in Psalm 29:3 in een codex met de naam Ambrosiana O 39 sup., daterend van het eind van de negende eeuw. Dat manuscript wordt bewaard in de Biblioteca Ambrosiana in Milaan. De codex heeft vijf kolommen met verschillende Griekse vertalingen van de Hebreeuwse Geschriften, en in al die kolommen wordt Gods naam binnen de Griekse tekst weergegeven met het Tetragrammaton in Hebreeuws kwadraatschrift (). Het is interessant dat hier in Handelingen 7:31 vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. De context, de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking, de manuscripten die aantonen hoe de uitdrukking in oude vertalingen wordt gebruikt en de weglating van het bepaald lidwoord in het Grieks bieden dus allemaal ondersteuning voor het gebruik van Gods naam in dit vers.
ONDERSTEUNING:
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). In dit naslagwerk wordt over Handelingen 7:31 gezegd: ‘Lit., “there occurred the voice of the Lord.” Again Kyrios is used for Yahweh.’
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 7:31 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
Word Pictures in the New Testament, door Archibald Thomas Robertson, 1930 (deel III). Hierin wordt over dit vers gezegd: ‘Here the angel of Jehovah of verse 30 is termed Jehovah himself’ (Hier wordt de engel van Jehovah uit vers 30 Jehovah zelf genoemd). Verder staat bij vers 30 dat in Exodus 3 ‘it is Jehovah who speaks’.
The Expositor’s Greek Testament, door W. Robertson Nicoll, 2002 (deel II, blz. 191). In een commentaar op Handelingen 7:30 wordt gezegd: ‘Otherwise we can only say that Jehovah Himself speaks through the Angel’ (Verder kunnen we alleen maar zeggen dat Jehovah zelf door de engel spreekt).
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt Handelingen 7:31 vermeld bij de passages waarin ‘the Omission of the Article before Κυριος . . . determines the Appellation to have reference to Almighty God’ (de weglating van het lidwoord vóór Kurios duidelijk maakt dat de titel een aanduiding is voor God, de Almachtige).
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. Deze Engelse vertaling heeft in Handelingen 7:31 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen om te laten zien dat in dat geval Jehovah wordt bedoeld. In Appendix 98 (‘The Divine Names and Titles in the New Testament’, blz. 143) wordt Handelingen 7:31 vermeld onder het kopje ‘LORD . . . Used of Jehovah’.
Complete Jewish Bible, door David H. Stern, 1998. Deze Engelse vertaling heeft in dit vers het woord ‘ADONAI’ met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In het voorwoord legt de vertaler uit dat hij ‘ADONAI’ overal heeft gebruikt waar hij meent dat ‘kurios’ het Griekse equivalent van het Tetragrammaton is.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Handelingen 7:31 wordt gezegd: ‘The sentence is without the article and therefore much more emphatic. “Lord” is a solemn title. The expression amounts to “there came an utterance of Jehovah”’ (De zin bevat geen lidwoord en is daardoor veel krachtiger. ‘Heer’ is een plechtige titel. De uitdrukking betekent zoveel als ‘er kwam een uitspraak van Jehovah’).
REFERENTIES: J11, 12, 14-18, 22-24, 28-36, 38, 40-44, 46, 47, 52, 61, 65, 66, 80, 88-90, 93-96, 100-103, 105, 106, 114, 115, 117, 125, 130, 132, 144, 146, 152, 154, 160, 167, 172, 181, 185-187, 199, 201, 217, 222, 243, 244, 246, 250, 265, 268, 271, 273, 275-277, 283, 290, 293, 295-297, 306, 310, 323, 324, 327, 331, 340-342, 347, 350, 352, 353, 356, 358, 359
HANDELINGEN 7:33 ‘Jehovah zei tegen hem’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten ho Kurios (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Dit deel van Stefanus’ toespraak (Handelingen 7:30-34) is gebaseerd op Exodus 3:2-10. In de context van dat verslag blijkt duidelijk dat het Jehovah is die via zijn engel spreekt. Hoewel dit vers grotendeels ontleend is aan Exodus 3:5, is een equivalent van de inleidende uitdrukking te vinden in Exodus 3:7. Daar staat in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst letterlijk: ‘En Jehovah zei.’ De context, de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de meerduidigheid van het woord Kurios bieden dus goede redenen om Kurios hier te zien als een equivalent van Gods naam.
ONDERSTEUNING: Zie commentaar bij Handelingen 7:31.
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 7:33 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The New King James Version, eerste druk, 1979. Deze Engelse Bijbel heeft in Handelingen 7:33 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In het voorwoord wordt uitgelegd dat de verbondsnaam van God in de King James in het Oude Testament meestal vanuit het Hebreeuws is vertaald met ‘LORD (using capital letters as shown)’ en dat die traditie is voortgezet. Bovendien wordt gezegd dat in de huidige editie de verbondsnaam op die manier wordt weergegeven wanneer die in het Nieuwe Testament wordt geciteerd uit een passage in het Oude Testament.
NLT Study Bible, tweede druk, 2008. Deze Engelse studiebijbel heeft in Handelingen 7:33 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In de inleiding wordt uitgelegd dat het Griekse ‘kurios’ consequent met ‘Lord’ is vertaald maar dat het met ‘LORD’ is weergegeven op alle plekken waar in het Nieuwe Testament expliciet uit het Oude Testament wordt geciteerd en de tekst het daar in kleine kapitalen heeft. Verder wordt gezegd dat de vertalers het Tetragrammaton (‘YHWH’) in principe consequent weergeven met ‘the LORD’ in een vorm die in Engelse vertalingen gebruikelijk is.
REFERENTIES: J11, 12, 14-18, 22, 23, 27-36, 38, 40-44, 46, 47, 52, 61, 65, 66, 80, 88, 93-95, 100-102, 105, 106, 114, 115, 117, 130, 132, 144, 146, 152, 154, 160, 164-167, 172, 181, 185-187, 199, 201, 217, 222, 243, 244, 246, 250, 265, 271, 273, 275-277, 283, 290, 293, 295-297, 300, 306, 323, 324, 327, 331, 340-342, 347, 350, 352, 356, 358, 359
HANDELINGEN 7:60 ‘Jehovah, reken hun deze zonde niet aan’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Stefanus’ woorden doen denken aan Jezus’ woorden tot zijn Vader in Lukas 23:34: ‘Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen.’ In Lukas’ verslag van Stefanus’ toespraak in Handelingen 7:2-53 wordt het woord Kurios drie keer gebruikt. Elke keer gaat het om citaten uit de Hebreeuwse Geschriften of zinspelingen erop en slaat het duidelijk op God. (Zie commentaren bij Handelingen 7:31, 33 en aantekening bij Handelingen 7:49.) Veel commentators en vertalers ondersteunen de gedachte dat Kurios in die passages op Jehovah duidt. Kurios komt ook voor in Handelingen 7:59, waar Stefanus specifiek ‘Heer Jezus’ zegt. Maar dat betekent nog niet dat Jezus degene is die in Handelingen 7:60 met Kurios wordt aangesproken, zoals sommigen beweren. Er zit een natuurlijke onderbreking tussen Stefanus’ woorden in vers 59 en zijn woorden in vers 60. Stefanus, die tijdens zijn toespraak stond, viel op zijn knieën waar zijn vijanden bij waren. Hij deed dat waarschijnlijk om te bidden. (Vergelijk Lukas 22:41, Handelingen 9:40; 20:36 en 21:5, waar knielen in verband wordt gebracht met bidden tot God.) Het lijkt er daarom op dat Stefanus’ laatste woorden een gebed waren tot de almachtige God, Jehovah. Daarnaast zegt Stefanus in Handelingen 7:56: ‘Ik zie dat de hemel geopend is en ik zie de Mensenzoon aan Gods rechterhand staan.’ Het is dus verklaarbaar dat hij zich in vers 59 eerst tot Jezus richt en dan in vers 60 tot Jehovah. Een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws gebruikt het Tetragrammaton wel hier in vers 60 maar niet in vers 59 bij hun weergave van de uitdrukking ‘Heer Jezus’.
ONDERSTEUNING:
The Expositor’s Greek Testament, door W. Robertson Nicoll, 2002 (deel II, blz. 204). Hierin wordt gezegd dat de toespraak van Stefanus begint met ‘a declaration of the divine majesty of Jehovah’ (een bevestiging van de goddelijke majesteit van Jehovah).
Kommentar und Studien zur Apostelgeschichte (Wissenschaftliche Untersuchungen zum Neuen Testament, 22), door Otto Bauernfeind, 1980 (blz. 120). In dit Duitse naslagwerk wordt over het gebruik van Kurios in Handelingen 7:59, 60 gezegd: ‘v 59 ist Jesus der κύριος, v 60 wahrscheinlich Gott.’
REFERENTIES: J17, 18, 22, 23, 41, 46, 95, 96, 100, 101, 132, 145, 147, 310, 323, 324, 340, 353, 356
HANDELINGEN 8:22 ‘smeek Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in veel Griekse manuscripten tou Kuriou (de Heer) staat en in andere tou Theou (God), zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat het God was tot wie Simon zijn smeekgebed moest richten. Simon had geprobeerd iets te kopen dat ‘de vrije gave van God’ was (Handelingen 8:20). Petrus zei daarop dat God zag dat Simons hart niet oprecht was (Handelingen 8:21). Daarbij komt dat het Griekse werkwoord voor smeken in de Septuaginta wordt gebruikt in verband met gebeden, verzoeken en smekingen die tot Jehovah gericht zijn en dat in deze verzen in de Hebreeuwse tekst vaak Gods naam wordt gebruikt (Genesis 25:21; Exodus 32:11; Numeri 21:7; Deuteronomium 3:23; 1 Koningen 8:59; 13:6). Sommige oude vertalingen van de Griekse Geschriften gebruiken hier de term God en een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws gebruikt het Tetragrammaton. Dus zowel de context als de Hebreeuwse herkomst van de woorden ondersteunt de conclusie dat tou Kuriou (de Heer) in dit vers op God slaat en bezien kan worden als vervanging van Gods naam. (Zie commentaar bij Handelingen 8:24.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 8:22 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
REFERENTIES: J18, 22, 23, 36, 43, 46, 48, 65, 94, 95, 100, 101, 125, 132, 146, 275, 306, 323, 324, 340, 347, 356, 358
HANDELINGEN 8:24 ‘Smeek Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in veel Griekse manuscripten tou Kuriou (de Heer) staat en in andere tou Theou (God), zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden. Hier maakt de context duidelijk dat met ‘de Heer’ God wordt aangeduid. (Zie commentaar bij Handelingen 8:22.) Sommige oude vertalingen van de Griekse Geschriften gebruiken in dit vers de term God en een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws gebruikt het Tetragrammaton. Dus zowel de context als de Hebreeuwse herkomst van de woorden ondersteunt de conclusie dat tou Kuriou (de Heer) in dit vers op God slaat en bezien kan worden als vervanging van Gods naam.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 8:24 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt over Handelingen 8:24 gezegd dat de context geen ondersteuning biedt voor de aanname dat Simon dacht dat hij tegen Jezus had gezondigd of dat hij tot Jezus moest bidden (zie v. 22) om te worden vergeven voor de gedachte van zijn hart.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22, 23, 36, 43, 46, 65, 94, 95, 100, 101, 132, 201, 237, 250, 310, 323, 324, 327, 340, 341, 347, 350, 356, 358
HANDELINGEN 8:25 ‘het woord van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in veel Griekse manuscripten ton logon tou Kuriou (het woord van de Heer) staat en in enkele ton logon tou Theou (het woord van God), zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Het boek Handelingen gebruikt ook de synonieme uitdrukking ‘het woord van God’, wat de conclusie ondersteunt dat in Handelingen 8:25 Kurios op God slaat (Handelingen 4:31; 6:2, 7; 8:14; 11:1; 13:5, 7, 46; 17:13; 18:11). Beide uitdrukkingen komen uit de Hebreeuwse Geschriften. Maar de combinatie van de Hebreeuwse term voor woord en het Tetragrammaton (‘het woord van Jehovah’ of ‘Jehovah’s woord’) komt veel vaker voor dan de uitdrukking ‘het woord van God’. (‘Het woord van Jehovah’ en ‘Jehovah’s woord’ komen in zo’n 200 verzen voor. Enkele voorbeelden: 2 Samuël 12:9; 24:11, 2 Koningen 7:1; 20:16; 24:2, Jesaja 1:10; 2:3; 28:14; 38:4, Jeremia 1:4; 2:4, Ezechiël 1:3; 6:1, Hosea 1:1, Micha 1:1, Zacharia 9:1.) In een vroeg exemplaar van de Septuaginta wordt in Zacharia 9:1 het Griekse woord logos gevolgd door Gods naam in Oudhebreeuwse letters (). Deze boekrol van perkament is gevonden in Nachal Chever (Israël) in de woestijn van Judea, bij de Dode Zee, en wordt gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking, de vermelde manuscriptvondsten en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 8:25 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 17, 18, 32, 41, 43, 46, 61, 65, 66, 95, 100, 101, 106, 114, 115, 132, 145-147, 167, 187, 201, 271, 310, 323, 324, 327, 341, 347, 350, 356, 358
HANDELINGEN 8:26 ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Deze uitdrukking komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor, de eerste keer in Genesis 16:7. In vroege exemplaren van de Septuaginta wordt het Griekse woord aggelos (engel, boodschapper) gevolgd door Gods naam in Hebreeuwse letters. In latere kopieën van de Septuaginta werd Gods naam vervangen door Kurios (Heer), maar interessant genoeg voegde men in Genesis 16:7 en veel andere verzen vaak geen bepaald lidwoord toe terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. De weglating van het bepaald lidwoord is een indicatie dat Kurios hier in Handelingen 8:26 een vervanging is van Gods naam.
ONDERSTEUNING: Zie commentaren bij Mattheüs 1:20, Lukas 1:11 en Handelingen 5:19 en 12:11.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22-24, 28-36, 40-43, 46, 47, 61, 65, 66, 88, 90, 93, 95, 100-103, 106, 114, 115, 117, 125, 128, 132, 144-147, 187, 201, 250, 263, 265, 271, 273, 290, 310, 322-324, 327, 331, 340, 341, 347, 350, 352, 356, 358, 359
HANDELINGEN 8:39 ‘Jehovah’s geest’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten pneuma Kuriou (geest van Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Dezelfde uitdrukking komt in Lukas 4:18 voor als deel van een citaat uit Jesaja 61:1, waar in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst het Tetragrammaton staat samen met het woord voor geest. (Zie aantekening bij Lukas 4:18.) De uitdrukking ‘geest van Jehovah’ (of ‘Jehovah’s geest’) komt vaak in de Hebreeuwse Geschriften voor. (Enkele voorbeelden: Rechters 3:10; 6:34; 11:29; 13:25; 14:6; 15:14, 1 Samuël 10:6; 16:13, 2 Samuël 23:2, 1 Koningen 18:12, 2 Koningen 2:16, 2 Kronieken 20:14, Jesaja 11:2; 40:13; 63:14, Ezechiël 11:5, Micha 2:7; 3:8.) De combinatie van het Hebreeuwse woord voor geest en voor Heer komt maar één keer in de Hebreeuwse Geschriften voor. Zelfs dan is dat in combinatie met het Tetragrammaton: ‘de geest van de Soevereine Heer Jehovah’ (Jesaja 61:1). Het is ook interessant dat in dit vers (Handelingen 8:39) vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. De Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord duiden er dus op dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 8:39 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt Handelingen 8:39 vermeld bij de passages waarin ‘the Omission of the Article before Κυριος . . . determines the Appellation to have reference to Almighty God’ (de weglating van het lidwoord vóór Kurios duidelijk maakt dat de titel een aanduiding is voor God, de Almachtige).
The Scofield Reference Bible, door C.I. Scofield, 1909. In een kanttekening bij Handelingen 8:39 staat: ‘Jehovah.’
REFERENTIES: J15-18, 22-24, 28-34, 36, 40-42, 46, 47, 52, 61, 65, 66, 88, 93-96, 100-102, 106, 114, 115, 125, 128, 132, 145-147, 187, 201, 202, 222, 236, 237, 243, 250, 263, 265, 271, 273, 322-324, 327, 340, 341, 343, 347, 350, 352, 356, 358, 359
HANDELINGEN 9:31 ‘ontzag voor Jehovah’
REDEN(EN): In de meeste Griekse manuscripten staat hier toi foboi tou Kuriou (het ontzag voor de Heer). In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden. De Hebreeuwse herkomst van deze uitdrukking vormt een goede reden om hier in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. De uitdrukking ‘ontzag voor Jehovah’ komt vaak in de Hebreeuwse Geschriften voor. Het is een combinatie van een Hebreeuws woord voor ontzag en het Tetragrammaton. (Enkele voorbeelden: 2 Kronieken 19:7, 9, Psalm 19:9; 111:10, Spreuken 2:5; 8:13; 9:10; 10:27; 19:23, Jesaja 11:2, 3.) Maar de uitdrukking ‘ontzag voor de Heer’ komt niet in de tekst van de Hebreeuwse Geschriften voor. Hoewel in vroege exemplaren van de Septuaginta net als in de Hebreeuwse tekst Gods naam stond, werd die in latere kopieën vaak vervangen door Kurios. Dit duidt erop dat Kurios ging fungeren als vervanging van Gods naam. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam.
ONDERSTEUNING:
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). Hierin wordt over Handelingen 9:31 gezegd dat er een nieuw element wordt geïntroduceerd in de christelijke kerk: de oudtestamentische gedachte van ‘the fear of the Lord’ (Psalm 19:9; Spreuken 1:7, 29; 2:5; 9:10; 19:23). In elk van die verwijzingen komt in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst Gods naam voor.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15, 16, 18, 22, 32, 40-43, 65, 66, 96, 100, 101, 106, 114, 115, 132, 144-147, 172, 187, 271, 293, 306, 310, 322-324, 327, 340, 347, 350, 353, 356, 358, 359
HANDELINGEN 10:33 ‘wat Jehovah u heeft opgedragen te zeggen’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten tou Kuriou (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Hier laat de context zien dat met Kurios God wordt aangeduid. Volgens Handelingen 10:31 zei de engel dat Cornelius’ giften aan de armen ‘in Gods gedachten’ waren. Daarnaast zegt Petrus: ‘God heeft me laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen’ (Handelingen 10:28). En Cornelius zelf zegt: ‘We zijn hier allemaal bij elkaar in aanwezigheid van God om alles te horen’ (Handelingen 10:33). Dat Kurios hier op God slaat wordt ook ondersteund door een aantal Griekse manuscripten die in dit vers het Griekse Theos (God) gebruiken. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. Dus vanwege de context en om verwarring te voorkomen over wie er met Kurios wordt bedoeld, wordt hier Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). Hierin wordt over Handelingen 10:33 gezegd dat Kurios kan slaan op de verrezen Christus maar dat het, omdat het uit de mond komt van Cornelius, die de christelijke boodschap nog niet had gehoord, waarschijnlijk eerder op Jahweh duidt (‘it is probably better understood as referring to Yahweh’). In de noot bij Handelingen 2:20 staat: ‘Kyrios is used of Yahweh, as in the LXX.’
The Interpretation of the Acts of the Apostles, door R.C.H. Lenski, 1934. Op bladzijde 417 wordt over dit vers gezegd: ‘Those present intend to obey what the Lord (here referring to God) will communicate to them through Peter’ (De aanwezigen willen gehoorzamen wat de Heer, hier op God duidend, via Petrus op ze gaat overbrengen).
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 10:33 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
REFERENTIES: J17, 18, 23, 33, 40, 43, 48, 65, 94, 95, 100, 101, 125, 132, 145-147, 163, 167, 275, 323, 324, 356
HANDELINGEN 11:21 ‘Jehovah’s hand’
REDEN(EN): De uitdrukking ‘Jehovah’s hand’ (of ‘de hand van Jehovah’) komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor. Het is een combinatie van het Hebreeuwse woord voor hand en het Tetragrammaton. (Enkele voorbeelden: Exodus 9:3, Numeri 11:23, 1 Koningen 18:46, Ezra 7:6, Job 12:9, Jesaja 19:16; 40:2, Ezechiël 1:3.) Hoewel de beschikbare Griekse manuscripten van Handelingen in dit vers het woord Kurios (Heer) hebben, vormt de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking een goede reden om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Bijbelgeleerden hebben opgemerkt dat in Handelingen 11:21 vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Dat is veelzeggend omdat in de Septuaginta iets vergelijkbaars te zien is. Terwijl vroege exemplaren van de Septuaginta nog Gods naam bevatten, werd die in latere kopieën vervangen door Kurios, maar ook daar vaak zonder het bepaald lidwoord in te voegen waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. (Dat is het geval in de bovenvermelde verzen.) Die ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord is nog een indicatie dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam. De Griekse uitdrukking voor ‘Jehovah’s hand’ (of ‘hand van Jehovah’) komt ook voor in Lukas 1:66 en Handelingen 13:11. (Zie commentaren bij Lukas 1:6, 66.)
ONDERSTEUNING:
The Interpretation of the Acts of the Apostles, door R.C.H. Lenski, 1934. Op bladzijde 451 wordt over ‘the Lord’s hand’ in dit vers gezegd: ‘The anarthrous Κύριος signifying Yahweh, which Luke distinguishes from the articulated Κύριος which precedes and follows’ (Kurios zonder lidwoord duidend op Jahweh, door Lukas onderscheiden van Kurios met lidwoord zoals dat ervoor en erna voorkomt).
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 11:21 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
A Translator’s Handbook on the Acts of the Apostles, door Barclay M. Newman en Eugene A. Nida, uitgegeven door United Bible Societies, 1972. In een commentaar op Handelingen 11:21 wordt gezegd dat ‘the Lord’s power’ een vertaling is van de oudtestamentische uitdrukking ‘the hand of the Lord’ en waarschijnlijk op God de Vader duidt en niet op Jezus. Verder wordt opgemerkt dat in de uitdrukking ‘turned to the Lord’ daarentegen de Heer Jezus wordt bedoeld.
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt Handelingen 11:21 vermeld bij de passages waarin ‘the Omission of the Article before Κυριος . . . determines the Appellation to have reference to Almighty God’ (de weglating van het lidwoord vóór Kurios duidelijk maakt dat de titel een aanduiding is voor God, de Almachtige).
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22, 23, 28, 29, 32, 34, 41, 47, 65, 93, 95, 96, 100-102, 106, 115, 132, 146, 187, 201, 310, 322-324, 327, 340, 347, 350, 352, 356, 359
HANDELINGEN 12:7 ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten aggelos Kuriou (engel van Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. De uitdrukking ‘Jehovah’s engel’ komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor, de eerste keer in Genesis 16:7. Het is een combinatie van het Hebreeuwse woord voor engel en het Tetragrammaton. In vroege exemplaren van de Septuaginta wordt het Griekse woord aggelos (engel, boodschapper) gevolgd door Gods naam in Hebreeuwse letters. Een voorbeeld daarvan is te zien in Zacharia 3:5, 6 in een exemplaar van de Septuaginta dat gevonden is in een grot in Nachal Chever (Israël) in de woestijn van Judea. Dit fragment wordt gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. In latere kopieën van de Septuaginta werd Gods naam vervangen door Kurios (Heer), maar interessant genoeg voegde men in dit en veel andere verzen geen bepaald lidwoord toe terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de weglating van het bepaald lidwoord wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. Hieronder staan een aantal Bijbelvertalingen die ook Gods naam behouden in hun weergave van dit vers.
ONDERSTEUNING: Zie commentaren bij Mattheüs 1:20, Lukas 1:11 en Handelingen 5:19 en 12:11.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22-24, 28-34, 36, 41-43, 47, 61, 65, 66, 88, 90, 93, 95, 100-102, 104, 106, 114, 115, 117, 125, 128, 132, 139, 144-147, 185, 187, 201, 202, 250, 265, 271, 273, 290, 306, 310, 322-324, 327, 331, 340, 341, 347, 350, 352, 356, 358, 359
HANDELINGEN 12:11 ‘Jehovah zijn engel heeft gestuurd’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Ten eerste: zoals in het commentaar bij Handelingen 12:7 wordt uitgelegd, kan Kurios in dat vers terecht als vervanging van Gods naam worden bezien. Omdat Kurios hier in dezelfde context en in een beschrijving van dezelfde gebeurtenis wordt gebruikt, is het logisch het als equivalent van Gods persoonlijke naam te zien. Ten tweede: de uitdrukking ‘zijn engel heeft gestuurd’ doet denken aan vergelijkbare bevrijdingen die in de Hebreeuwse Geschriften worden vermeld. Zo wordt in Daniël 3:28 en 6:22 gezegd dat God ‘zijn engel heeft gestuurd’ om Daniël en zijn vrienden te redden. (Vergelijk Psalm 34:7.) Ten derde: in meerdere oude gezaghebbende Griekse manuscripten staat hier vóór Kurios geen bepaald lidwoord terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Dit vormt een extra ondersteuning voor de conclusie dat Kurios in dit vers als vervanging van Gods naam is gebruikt. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. Vanwege de context, de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
The Interpretation of the Acts of the Apostles, door R.C.H. Lenski, 1934. Op bladzijde 475 wordt over dit vers gezegd: ‘Κύριος (Yahweh) had actually commissioned his angel.’
The Expositor’s Greek Testament, door W. Robertson Nicoll, 2002 (deel II, blz. 275). In een commentaar op Handelingen 12:11 wordt gezegd: ‘Κύριος, see critical notes, if without the article . . . of God, Jehovah.’
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 12:11 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt Handelingen 12:11 vermeld bij de passages waarin ‘the Omission of the Article before Κυριος . . . determines the Appellation to have reference to Almighty God’ (de weglating van het lidwoord vóór Kurios duidelijk maakt dat de titel een aanduiding is voor God, de Almachtige).
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15, 16, 18, 23, 28-34, 36, 41, 42, 47, 61, 65, 66, 88, 93, 95, 96, 100-102, 106, 115, 132, 139, 144-147, 187, 201, 202, 250, 265, 271, 306, 310, 323, 324, 327, 340, 341, 347, 350, 352, 356, 358, 359
HANDELINGEN 12:17 ‘Jehovah hem uit de gevangenis had gehaald’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten ho Kurios (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Zoals in het commentaar bij Handelingen 12:7 wordt uitgelegd, kan Kurios in dat vers terecht als vervanging van Gods naam worden bezien. Omdat Kurios hier in dezelfde context en in een beschrijving van dezelfde gebeurtenis wordt gebruikt, is het logisch het als equivalent van Gods persoonlijke naam te zien. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. Vanwege de context, de achtergrond van dit vers en de meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 12:17 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 28-32, 41, 65, 93, 100-102, 106, 115, 132, 144-147, 187, 201, 310, 327, 340, 350, 356, 358, 359
HANDELINGEN 12:23 ‘de engel van Jehovah’
REDEN(EN): Deze uitdrukking komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor, de eerste keer in Genesis 16:7. In vroege exemplaren van de Septuaginta wordt het Griekse woord aggelos (engel, boodschapper) gevolgd door Gods naam in Hebreeuwse letters. In latere kopieën van de Septuaginta werd Gods naam vervangen door Kurios (Heer), maar interessant genoeg voegde men in Genesis 16:7 en veel andere verzen vaak geen bepaald lidwoord toe terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. De weglating van het bepaald lidwoord is een indicatie dat Kurios hier in Handelingen 12:23 een vervanging is van Gods naam.
ONDERSTEUNING: Zie commentaren bij Mattheüs 1:20 en Lukas 1:11.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22-24, 28-36, 41-43, 47, 48, 65, 66, 88, 90, 93, 95, 96, 100-102, 104, 106, 114, 115, 117, 125, 128, 132, 138, 144-147, 163, 167, 187, 201, 250, 265, 271, 273, 275, 293, 310, 322-324, 327, 331, 339-341, 347, 350, 352, 353, 356, 358, 359
HANDELINGEN 12:24 ‘het woord van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in sommige oude manuscripten en vertalingen ‘woord van de Heer’ staat en in andere ‘woord van God’, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Beide uitdrukkingen komen uit de Hebreeuwse Geschriften. Maar de combinatie van de Hebreeuwse term voor woord en het Tetragrammaton (‘het woord van Jehovah’) komt veel vaker voor dan de uitdrukking ‘het woord van God’. (‘Het woord van Jehovah’ en ‘Jehovah’s woord’ komen in zo’n 200 verzen voor. Enkele voorbeelden: 2 Samuël 12:9; 24:11, 2 Koningen 7:1; 20:16; 24:2, Jesaja 1:10; 2:3; 28:14; 38:4, Jeremia 1:4; 2:4, Ezechiël 1:3; 6:1, Hosea 1:1, Micha 1:1, Zacharia 9:1.) In een vroeg exemplaar van de Septuaginta wordt in Zacharia 9:1 het Griekse woord logos gevolgd door Gods naam in Oudhebreeuwse letters (). Deze boekrol van perkament is gevonden in Nachal Chever (Israël) in de woestijn van Judea, bij de Dode Zee, en wordt gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking, de vermelde manuscriptvondsten en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 12:24 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 23, 32, 33, 37, 48, 65, 94, 100, 101, 115, 125, 132, 144, 146, 163, 310, 356, 359
HANDELINGEN 13:2 ‘ze dienst deden voor Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten toi Kurioi (voor de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Het Griekse woord leitourgeo, in dit vers vertaald met ‘dienst deden’, moet worden begrepen in het licht van de manier waarop de uitdrukking in de Hebreeuwse Geschriften wordt gebruikt. Dit woord is in de Septuaginta gebruikt voor de priesters en Levieten die bij de tabernakel of de tempel dienst deden voor God (Exodus 28:35; Numeri 8:22; 1 Koningen 8:11). Het komt dan vaak voor in gedeelten waar de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst Gods naam heeft. Zo gebruikt de Septuaginta in 2 Kronieken 13:10 dezelfde Griekse woorden (voor ‘dienst doen voor de Heer’) als in Handelingen 13:2 om de Hebreeuwse uitdrukking ‘Jehovah dienen’ weer te geven. In 2 Kronieken 35:3 worden dezelfde Griekse woorden gebruikt als vertaling van de uitdrukking ‘Jehovah dienen’. (Zie ook 1 Samuël 2:11; 3:1, Ezechiël 45:4 en Joël 2:17.) Interessant is de weergave van de Hebreeuwse uitdrukking ‘dienst doen in de naam van Jehovah’ in Deuteronomium 18:5 in een fragment van de Septuaginta uit de eerste eeuw v.Chr. (Papyrus Foead Inv. 266). Daar is Gods naam binnen de Griekse tekst in Hebreeuws kwadraatschrift geschreven. Dus vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking, de manuscripten die aantonen hoe de uitdrukking in oude vertalingen wordt gebruikt en de meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 13:2 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
Did the First Christians Worship Jesus?, door James D.G. Dunn, 2010. Hierin wordt de vraag gesteld of ‘the Lord’ in dit vers Jezus is, zoals wel vaker in Handelingen, of dat Lukas het over de aanbidding van ‘the Lord God’ heeft. Vervolgens wordt opgemerkt dat het lastig te bepalen is, maar dat ‘as in the other “Lord” = God references in Acts, the influence of Old Testament usage suggests that Luke was thinking of worship of God’ (de invloed van het oudtestamentische gebruik, net als in de andere gevallen in Handelingen waar de Heer God is, erop wijst dat Lukas aan de aanbidding van God dacht).
Die Apostelgeschichte. Kritisch-exegetischer Kommentar über das Neue Testament, door D. Ernst Haenchen, 1959. In dit Duitse naslagwerk wordt over dit vers gezegd: ‘Lukas hat mit “dem Herrn dienen” eine besonders feierlich klingende Wendung aus der LXX übernommen, mit der er vor allem das Beten zum Ausdruck bringen will’ (Lukas heeft met ‘de Heer dienen’ een bijzonder plechtige uitdrukking uit de Septuaginta overgenomen, waarmee hij vooral het bidden wil aanduiden). In een voetnoot bij dit commentaar worden de volgende verzen genoemd: 2 Kronieken 5:14; 13:10; 35:3, Joël 1:13; 2:17, Ezechiël 40:46; 44:16; 45:4, Daniël 7:10.
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). Hierin wordt over deze uitdrukking in Handelingen 13:2 gezegd: ‘Again, Kyrios is used in the sense of the God of Israel, not the risen Christ’ (Kurios duidt hier opnieuw op de God van Israël, niet op de verrezen Christus).
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22, 23, 32, 34, 41, 43, 65, 95, 100, 101, 106, 115, 125, 132, 145-147, 201, 219, 250, 310, 322-324, 327, 340, 341, 347, 350, 356, 358, 359
HANDELINGEN 13:10 ‘de rechte wegen van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Bijbelgeleerden hebben opgemerkt dat Paulus’ antwoord aan de Joodse tovenaar Bar-Jezus (in vers 10 en 11) meerdere uitdrukkingen bevat met een achtergrond in de Hebreeuwse Geschriften. Enkele voorbeelden: De Griekse uitdrukking die hier met ‘wegen (...) verdraaien’ is weergegeven, staat in de Septuaginta ook in Spreuken 10:9 (‘zijn wegen verdraait’). De Griekse woorden in de uitdrukking ‘de rechte wegen van Jehovah’ komen ook voor in de Septuaginta-vertaling van Hosea 14:9. In dat vers staat in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst Gods naam (‘want de wegen van Jehovah zijn recht’). Bijbelgeleerden hebben ook opgemerkt dat in een aantal gezaghebbende Griekse manuscripten in dit vers (Handelingen 13:10) vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Door de weglating van het bepaald lidwoord hier wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Ook in het volgende vers (Handelingen 13:11) kan Kurios, dat daar voorkomt in een uitdrukking (de hand van Jehovah) die duidelijk een achtergrond heeft in de Hebreeuwse Geschriften, gezien worden als een equivalent van Gods naam. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam. De context (de woorden zijn gericht tot een Jood) en de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking bieden dus ondersteuning voor het gebruik van Gods naam in de hoofdtekst.
ONDERSTEUNING:
Kritisch exegetischen Handbuch über die Apostelgeschichte, door Heinrich August Wilhelm Meyer, 1835. In dit Duitse commentaar wordt over Handelingen 13:10 gezegd: ‘kυρίου [Genitiv von kýrios] ist nicht auf Christus zu beziehen …, sondern auf Gott (dem der Sohn des Teufels widerstrebt), wofür V. 11 entscheidet’ (Kurios heeft geen betrekking op Christus maar op God, tegen wie de zoon van de Duivel zich verzet, zoals uit vers 11 blijkt).
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 13:10 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
The NET Bible, New English Translation, 1996. In een noot bij de uitdrukking ‘paths of the Lord’ in Handelingen 13:10 wordt gezegd dat de bestraffing doet denken aan die van de profeten in het Oude Testament, bijvoorbeeld in Jeremia 5:27, Genesis 32:11, Spreuken 10:7 en Hosea 14:9. Verder staat er dat de afsluitende retorische vraag in vers 10 laat zien hoe vijandig Elymas tegenover de wegen van God staat.
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). Hierin wordt over Handelingen 13:10 gezegd: ‘Kyrios: God or the risen Christ; probably the former, as in v 11’ (Kurios: God of de verrezen Christus, waarschijnlijk de eerste, zoals in vers 11).
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt Handelingen 13:10 vermeld bij de passages waarin ‘the Omission of the Article before Κυριος . . . determines the Appellation to have reference to Almighty God’ (de weglating van het lidwoord vóór Kurios duidelijk maakt dat de titel een aanduiding is voor God, de Almachtige).
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij de uitdrukking ‘the right paths of [the] Lord’ in Handelingen 13:10 wordt gezegd: ‘Possibly “Jehovah”.’
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22, 23, 28-34, 42, 43, 47, 65, 66, 93-96, 100-102, 106, 114, 115, 132, 144-147, 154, 163, 167, 172, 187, 201, 250, 273, 293, 310, 323, 324, 327, 340, 341, 347, 352, 356
HANDELINGEN 13:11 ‘De hand van Jehovah’
REDEN(EN): De uitdrukking ‘de hand van Jehovah’ (of ‘Jehovah’s hand’) komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor. Het is een combinatie van het Hebreeuwse woord voor hand en het Tetragrammaton. (Enkele voorbeelden: Exodus 9:3, Numeri 11:23, 1 Koningen 18:46, Ezra 7:6, Job 12:9, Jesaja 19:16; 40:2, Ezechiël 1:3.) Hoewel de beschikbare Griekse manuscripten van Handelingen in dit vers het woord Kurios (Heer) hebben, vormt de Hebreeuwse herkomst van deze uitdrukking een goede reden om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Bijbelgeleerden hebben opgemerkt dat in Handelingen 13:11 vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Dat is veelzeggend omdat in de Septuaginta iets vergelijkbaars te zien is. Terwijl de oudste exemplaren van de Septuaginta nog Gods naam bevatten, werd die in latere kopieën vervangen door Kurios, maar ook daar vaak zonder het bepaald lidwoord in te voegen waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. (Dat is het geval in de bovenvermelde verzen.) Die ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord is nog een indicatie dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam. De Griekse uitdrukking voor ‘hand van Jehovah’ komt ook voor in Lukas 1:66 en Handelingen 11:21.
ONDERSTEUNING:
ΙΗΣΟΥΣ ΚΥΡΙΟΣ Their Usage and Sense in Holy Scripture, door Herman Heinfetter, 1857. Hierin wordt Handelingen 13:11 vermeld bij de passages waarin ‘the Omission of the Article before Κυριος . . . determines the Appellation to have reference to Almighty God’ (de weglating van het lidwoord vóór Kurios duidelijk maakt dat de titel een aanduiding is voor God, de Almachtige).
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 13:11 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij de uitdrukking ‘Lord’s hand’ in Handelingen 13:11 wordt gezegd: ‘Possibly “Jehovah”.’
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22-24, 28-34, 36, 42, 43, 47, 65, 66, 93-96, 100-102, 104, 114, 115, 132, 144-147, 154, 172, 187, 201, 219, 250, 273, 293, 310, 322-324, 327, 340, 341, 347, 350, 352, 356
HANDELINGEN 13:12 ‘het onderwijs van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten tei didachei tou Kuriou (het onderwijs van de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. In de vorige twee verzen komt Kurios twee keer voor. Het duidt in beide gevallen op God en kan gezien worden als vervanging van Gods naam. (Zie commentaren bij Handelingen 13:10, 11.) De uitdrukking ‘het onderwijs van Jehovah’ is synoniem met ‘het woord van God’ in Handelingen 13:5. Volgens dat vers gingen Paulus en zijn reisgenoten toen ze op Cyprus aankwamen ‘het woord van God in de synagogen van de Joden verkondigen’. Het resultaat was dat de proconsul Sergius Paulus ‘heel graag het woord van God wilde horen’ (Handelingen 13:7). De logische conclusie is dus dat Sergius Paulus nadat hij had gezien wat Paulus zei en deed, versteld stond van wat hij leerde over Jehovah God en van het onderwijs dat bij Hem vandaan kwam. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam. Vanwege de context, de achtergrond van de uitdrukking en de meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 13:12 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
Holy Bible From the Ancient Eastern Text: George M. Lamsa’s Translation From the Aramaic of the Peshitta. Deze Engelse vertaling heeft in dit vers LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In een voetnoot wordt gezegd: ‘Acts. 13:10, 11, 12, 49 - The Syriac and Aramaic form of the Divine Name, “Mar-Yah” or “Mor-Yah” literally means “Lord Yah,” as in “Yahweh,” “YHWH.”’
REFERENTIES: J7, 8, 10, 29-31, 41, 43, 93, 100, 101, 106, 132, 144, 146, 187, 201, 250, 310, 340, 350, 356
HANDELINGEN 13:44 ‘het woord van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in veel oude Griekse manuscripten ton logon tou Kuriou (het woord van de Heer) staat en in enkele ton logon tou Theou (het woord van God), zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Het boek Handelingen gebruikt ook de synonieme uitdrukking ‘het woord van God’, zoals in Handelingen 13:46, wat de conclusie ondersteunt dat hier in vers 44 Kurios op God slaat. (De uitdrukking komt ook voor in Handelingen 4:31; 6:2, 7; 8:14; 11:1; 13:5, 7; 17:13; 18:11.) Beide uitdrukkingen komen uit de Hebreeuwse Geschriften. Maar de combinatie van de Hebreeuwse term voor woord en het Tetragrammaton (‘het woord van Jehovah’) komt veel vaker voor dan de uitdrukking ‘het woord van God’. (‘Het woord van Jehovah’ en ‘Jehovah’s woord’ komen in zo’n 200 verzen voor. Enkele voorbeelden: 2 Samuël 12:9; 24:11, 2 Koningen 7:1; 20:16; 24:2, Jesaja 1:10; 2:3; 28:14; 38:4, Jeremia 1:4; 2:4, Ezechiël 1:3; 6:1, Hosea 1:1, Micha 1:1, Zacharia 9:1.) In een vroeg exemplaar van de Septuaginta wordt in Zacharia 9:1 het Griekse woord logos gevolgd door Gods naam in Oudhebreeuwse letters (). Deze boekrol van perkament is gevonden in Nachal Chever (Israël) in de woestijn van Judea, bij de Dode Zee, en wordt gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking, de vermelde manuscriptvondsten en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 13:44 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
REFERENTIES: J17, 22, 32, 33, 37, 48, 65, 94, 100, 101, 115, 125, 146, 167, 322, 324, 347, 356
HANDELINGEN 13:47 ‘Jehovah heeft ons die opdracht gegeven’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten ho Kurios (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Het citaat dat in dit vers volgt, komt uit Jesaja 49:6, waar in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst uit de context duidelijk blijkt dat Jehovah aan het woord is (Jesaja 49:5; vergelijk Jesaja 42:6). De vervulling van de profetie omvat het werk dat Jehovah’s Dienaar, Jezus Christus, en zijn volgelingen zouden doen (Jesaja 42:1; zie aantekening bij Lukas 2:32). In dit vers moet Kurios dus op God slaan. Vanwege de context en de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking wordt hier Gods naam gebruikt om verwarring te voorkomen.
ONDERSTEUNING:
The Interpretation of the Acts of the Apostles, door R.C.H. Lenski, 1934. Op bladzijde 551 wordt over dit vers gezegd dat er eerst een vereffening moet komen met ‘the great ʽEbed Yahweh, Jehovah’s Servant, who himself stated what Jehovah declared to him’ (de grote Ebed Jahweh, de dienaar van Jehovah, die zelf heeft gezegd wat Jehovah hem had verkondigd). Verder wordt opgemerkt dat nu de boodschappers van Jezus handelen in overeenstemming met ‘that will of Jehovah’ (die wil van Jehovah).
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 13:47 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Acts of the Apostles Explained (derde druk), door Joseph Addison Alexander, 1872. Over dit vers wordt gezegd dat ‘the Lord’ volgens nieuwtestamentisch gebruik kan worden opgevat als de Heer Jezus Christus maar dat het, aangezien de eropvolgende woorden tot de Messias gericht zijn, hier kan worden bezien als ‘the usual translation of Jehovah’ (de gebruikelijke vertaling van Jehovah).
Commentary on the Book of the Acts, door F.F. Bruce, 1954. In dit commentaar wordt op bladzijde 283 over dit vers en het citaat uit Jesaja 49:6 gezegd hoe veelzeggend het is dat in deze profetie (‘the second Servant Song’, het tweede lied van de Knecht des Heeren) de natie Israël voor het eerst als ‘the servant of Jehovah’ (dienaar of knecht van Jehovah) wordt aangesproken maar dat het volk als geheel een ongehoorzame dienaar was en dat de profetie in werkelijkheid in de Messias in vervulling ging.
Complete Jewish Bible, door David H. Stern, 1998. Deze Engelse vertaling heeft in dit vers het woord ‘ADONAI’ met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In het voorwoord legt de vertaler uit dat hij ‘ADONAI’ overal heeft gebruikt waar hij meent dat ‘kurios’ het Griekse equivalent van het Tetragrammaton is.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 17, 22, 23, 32, 35, 41, 43, 65, 68, 94, 100, 101, 106, 114, 115, 117, 132, 138, 144, 146, 201, 251, 256, 257, 293, 327, 340, 347, 350, 356, 359
HANDELINGEN 13:48 ‘het woord van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten ton logon tou Kuriou (het woord van de Heer) staat en in andere ton logon tou Theou (het woord van God), zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat met ‘de Heer’ Jehovah God wordt aangeduid. In het vorige vers wordt Kurios gebruikt voor degene die de profetische opdracht in Jesaja 49:6 heeft gegeven, en dat is Jehovah. (Zie commentaar bij Handelingen 13:47.) Zoals blijkt uit het commentaar bij Handelingen 13:44 is er nog meer ondersteuning voor het gebruik van Gods naam in de uitdrukking ‘het woord van Jehovah’. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 13:48 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-17, 22, 23, 32, 33, 37, 41, 42, 65, 66, 94, 96, 100, 101, 106, 114, 115, 125, 132, 144, 146, 163, 167, 201, 250, 310, 323, 324, 341, 347, 356, 358
HANDELINGEN 13:49 ‘het woord van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten ho logos tou Kuriou (het woord van de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken, zoals wordt uitgelegd in de commentaren bij Handelingen 13:44, 48. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 13:49 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
Holy Bible From the Ancient Eastern Text: George M. Lamsa’s Translation From the Aramaic of the Peshitta. Deze Engelse vertaling heeft in dit vers LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In een voetnoot wordt gezegd: ‘Acts. 13:10, 11, 12, 49 - The Syriac and Aramaic form of the Divine Name, “Mar-Yah” or “Mor-Yah” literally means “Lord Yah,” as in “Yahweh,” “YHWH.”’
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 22, 23, 28-32, 41, 65, 66, 93-95, 100, 101, 106, 114, 115, 125, 132, 144, 146, 167, 201, 250, 293, 310, 323, 324, 341, 347, 350, 356, 359
HANDELINGEN 14:3 ‘met autoriteit afkomstig van Jehovah’
REDEN(EN): Lett.: ‘op de Heer’. Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat met ‘de Heer’ God wordt aangeduid. Er wordt gesproken over ‘onverdiende goedheid’, een uitdrukking die in het boek Handelingen vaak in verband wordt gebracht met God (Handelingen 11:23; 13:43; 14:26; 20:24). En in Handelingen 20:32 wordt over God en ‘het woord van zijn onverdiende goedheid’ gesproken. Daarnaast maakt Handelingen 15:12 duidelijk dat het God is die ‘tekenen en wonderen’ laat doen. (Zie ook Handelingen 2:19; 19:11.) In de context van Handelingen 14:3 wordt het voorzetsel epi (op) algemeen opgevat als verwijzend naar de basis die de discipelen hadden voor hun vrijmoedigheid. De rest van het vers laat zien dat God getuigde dat wat de discipelen predikten echt zijn woord was en dat ze daarbij zijn goedkeuring en steun hadden. (Vergelijk Handelingen 4:29-31.) De Griekse uitdrukking voor ‘op de Heer’ wordt ook in de Septuaginta gebruikt als weergave van uitdrukkingen die in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst het Tetragrammaton bevatten (Psalm 31:6 [30:7, LXX]; Jeremia 17:7). In overeenstemming daarmee hebben sommigen geopperd dat de uitdrukking ook de gedachte overbrengt van spreken ‘met vertrouwen op Jehovah’. Dus vanwege de context en de achtergrond van het woord Kurios wordt in de hoofdtekst van dit vers Gods naam gebruikt.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 23, 29-31, 41, 93-95, 100, 101, 106, 132, 146, 201, 310, 323, 324, 327, 340, 341, 347, 350, 358
HANDELINGEN 14:23 ‘ze vertrouwden hen toe aan Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten toi Kurioi (voor de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat met ‘de Heer’ God wordt aangeduid. In Handelingen 14:26 staat de vergelijkbare uitdrukking ‘aan de onverdiende goedheid van God toevertrouwd’. Het Griekse werkwoord in dit vers (Handelingen 14:23) wordt ook gebruikt in Handelingen 20:32, waar Paulus zegt: ‘Ik vertrouw jullie aan God toe.’ Volgens een lexicon betekent de uitdrukking ‘toevertrouwen aan de zorg van iemand of in bescherming geven’ en duidt het op ‘goddelijke bescherming’. Hetzelfde werkwoord is ook gebruikt in Lukas 23:46 als weergave van Jezus’ uitspraak: ‘Vader, aan uw handen vertrouw ik mijn geest toe.’ Dat is een citaat uit Psalm 31:5, waar de Septuaginta (30:6, LXX) hetzelfde Griekse woord voor toevertrouwen gebruikt. In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst staat in de onmiddellijke context Gods naam. Het concept van zich toevertrouwen aan Jehovah komt meerdere keren in de Hebreeuwse Geschriften voor (Psalm 22:8; 37:5; Spreuken 16:3). Vanwege de context, de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de meerduidigheid van het woord Kurios wordt in dit verslag Gods naam gebruikt. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15, 16, 41, 65, 100, 101, 106, 132, 163, 167, 201, 356
HANDELINGEN 15:17a ‘zodat de mensen die overblijven Jehovah oprecht gaan zoeken’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten ton Kurion (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. In Handelingen 15:14 zegt Jakobus dat Simeon heeft verteld ‘hoe God (…) zijn aandacht op de heidenen heeft gericht’ en in vers 19 heeft Jakobus het over ‘de heidenen die zich tot God bekeren’. Hij citeert hier uit Amos 9:11, 12, waar in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst Gods naam voorkomt in de uitdrukking ‘verklaart Jehovah’. Dus vanwege de context, het verband met de Hebreeuwse Geschriften en het gebruik van Kurios in de Septuaginta zijn er goede redenen om ook voor de eerste vermelding van Kurios in dit vers Gods naam te gebruiken, ook al is daar geen direct equivalent voor in de Hebreeuwse tekst.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 15:17a vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
Kritisch exegetischen Handbuch über die Apostelgeschichte, door Heinrich August Wilhelm Meyer, 1835. In dit Duitse commentaar wordt over Handelingen 15:14-17 gezegd dat Amos de tijd voorspelt waarin niet alleen de Davidische theocratie wordt hersteld maar ook vreemde volken zich daarbij aansluiten en ‘zur Verehrung Jehova’s sich wenden werden’ (zich tot de aanbidding van Jehovah bekeren). Verder wordt opgemerkt dat Jehovah van zijn volk was geweken (‘Jehova … war aus seinem Volke gewichen’) maar dat hij nu via de profeet belooft terug te keren en de ingestorte tent van David weer op te bouwen.
The Jerome Biblical Commentary, bewerkt door Raymond E. Brown, Joseph A. Fitzmyer en Roland E. Murphy, 1968. In dit commentaar wordt over Handelingen 15:17 gezegd: ‘This OT expression (see 2 Chr 6:35 [33]; 7:14) denotes a consecration to Yahweh; Amos thus spoke of nations that belonged to God’ (Deze oudtestamentische uitdrukking duidt op wijding aan Jahweh; Amos sprak dus over volken die aan God toebehoorden).
The New King James Version, eerste druk, 1979. Deze Engelse Bijbel heeft in Handelingen 15:17 in de hoofdtekst twee keer LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In het voorwoord wordt uitgelegd dat de verbondsnaam van God in de King James in het Oude Testament meestal vanuit het Hebreeuws is vertaald met ‘LORD (using capital letters as shown)’ en dat die traditie is voortgezet. Bovendien wordt gezegd dat in de huidige editie de verbondsnaam op die manier wordt weergegeven wanneer die in het Nieuwe Testament wordt geciteerd uit een passage in het Oude Testament.
NLT Study Bible, tweede druk, 2008. Deze Engelse studiebijbel heeft in Handelingen 15:17 in de hoofdtekst twee keer LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In de inleiding wordt uitgelegd dat het Griekse ‘kurios’ consequent met ‘Lord’ is vertaald maar dat het met ‘LORD’ is weergegeven op alle plekken waar in het Nieuwe Testament expliciet uit het Oude Testament wordt geciteerd en de tekst het daar in kleine kapitalen heeft. Verder wordt gezegd dat de vertalers het Tetragrammaton (‘YHWH’) in principe consequent weergeven met ‘the LORD’ in een vorm die in Engelse vertalingen gebruikelijk is.
REFERENTIES: J11, 12, 14-18, 22, 23, 28-31, 34, 35, 38, 41-43, 47, 59, 61, 65, 66, 88, 90, 93, 94, 96, 100-102, 104-106, 114, 115, 126, 132, 145-147, 149, 154, 164, 178, 186, 187, 201, 228, 236, 244, 250, 265, 267, 271, 273, 275, 283, 290, 293, 295-297, 300, 306, 310, 322-324, 327, 331, 332, 340-342, 347, 350-353, 356, 359
HANDELINGEN 15:35 ‘het woord van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten ton logon tou Kuriou (het woord van de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Het boek Handelingen gebruikt ook de synonieme uitdrukking ‘het woord van God’, wat de conclusie ondersteunt dat in Handelingen 15:35 Kurios op God slaat (Handelingen 4:31; 6:2, 7; 8:14; 11:1; 13:5, 7, 46; 17:13; 18:11). Beide uitdrukkingen komen uit de Hebreeuwse Geschriften. Maar de combinatie van de Hebreeuwse term voor woord en het Tetragrammaton (‘het woord van Jehovah’) komt veel vaker voor dan de uitdrukking ‘het woord van God’. (‘Het woord van Jehovah’ en ‘Jehovah’s woord’ komen in zo’n 200 verzen voor. Enkele voorbeelden: 2 Samuël 12:9; 24:11, 2 Koningen 7:1; 20:16; 24:2, Jesaja 1:10; 2:3; 28:14; 38:4, Jeremia 1:4; 2:4, Ezechiël 1:3; 6:1, Hosea 1:1, Micha 1:1, Zacharia 9:1.) In een vroeg exemplaar van de Septuaginta wordt in Zacharia 9:1 het Griekse woord logos gevolgd door Gods naam in Oudhebreeuwse letters (). Deze boekrol van perkament is gevonden in Nachal Chever (Israël) in de woestijn van Judea, bij de Dode Zee, en wordt gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. De Syrische Pesjitta gebruikt de uitdrukking ‘het woord van God’. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking, de vermelde manuscriptvondsten en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 15:35 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
The New Testament in Basic English, 1946. Deze Engelse Bijbel heeft hier ‘the word of God’.
REFERENTIES: J17, 18, 22, 23, 31, 32, 41, 65, 66, 94, 95, 100, 101, 106, 115, 132, 146, 201, 310, 323, 324, 340, 341, 347, 350, 356
HANDELINGEN 15:36 ‘Jehovah’s woord’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten ton logon tou Kuriou (het woord van de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de uitdrukking ‘Jehovah’s woord’ Gods naam te gebruiken, zoals wordt uitgelegd in het commentaar bij Handelingen 15:35. Uit de context van dit vers blijkt duidelijk dat Jehovah de Bron van het woord is. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. De Syrische Pesjitta gebruikt de uitdrukking ‘het woord van God’.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 15:36 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
The New Testament in Basic English, 1946. Deze Engelse Bijbel heeft hier ‘the word of God’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 17, 18, 22, 23, 32, 41, 65, 66, 94, 95, 100, 101, 106, 115, 132, 146, 201, 310, 323, 324, 340, 341, 347, 350, 356
HANDELINGEN 15:40 ‘de onverdiende goedheid van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in veel Griekse manuscripten tou Kuriou (van de Heer) staat en in andere tou Theou (van God), zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat met ‘de Heer’ God wordt aangeduid. In het boek Handelingen wordt de uitdrukking ‘onverdiende goedheid’ meestal in verband gebracht met God (Handelingen 11:23; 13:43; 20:24). In Handelingen 14:26 staat de vergelijkbare uitdrukking ‘aan de onverdiende goedheid van God toevertrouwd’. Sommige oude manuscripten en vertalingen gebruiken hier Theos of God in plaats van Kurios of Heer, wat de conclusie ondersteunt dat het om Gods onverdiende goedheid gaat. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam. Dus vanwege de context en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 15:40 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Orthodox Jewish Bible, 2011. In deze Engelse Bijbel wordt in Handelingen 15:40 Gods naam weergegeven met ‘Hashem’. Die term komt van het Hebreeuwse hasjSjem, dat ‘de Naam’ betekent en door Joden vaak wordt gebruikt als vervanging van JHWH.
REFERENTIES: J17, 18, 22, 32, 48, 65, 94, 95, 100, 101, 115, 125, 132, 144, 146, 167, 322-324, 340, 347, 356, 359
HANDELINGEN 16:14 ‘Jehovah opende haar hart’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten ho Kurios (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat met ‘de Heer’ God wordt aangeduid. Van Lydia wordt gezegd dat ze ‘God aanbad’, waaruit men kan opmaken dat ze een Joodse proseliet was. (Vergelijk Handelingen 13:43.) Op de sabbat kwam ze met andere vrouwen samen op een gebedsplaats bij een rivier buiten Filippi (Handelingen 16:13). Het kan zijn dat ze de aanbidding van Jehovah had leren kennen in Thyatira, waar ze vandaan kwam. Daar woonden namelijk veel Joden en was een Joodse vergaderplaats. Dus vanwege de context, Lydia’s achtergrond en de meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier Gods naam gebruikt. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 16:14 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Orthodox Jewish Bible, 2011. In deze Engelse Bijbel wordt in Handelingen 16:14 Gods naam weergegeven met ‘Hashem’. Die term komt van het Hebreeuwse hasjSjem, dat ‘de Naam’ betekent en door Joden vaak wordt gebruikt als vervanging van JHWH.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 17, 18, 23, 32, 33, 48, 65, 94, 95, 100, 101, 105, 106, 115, 125, 130, 144, 146, 163, 167, 201, 250, 310, 323, 324, 327, 341, 347, 356
HANDELINGEN 16:15 ‘Jehovah trouw ben’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten toi Kurioi (aan de Heer) staat en in enkele het woord voor ‘God’, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat met ‘de Heer’ God wordt aangeduid. Zoals het commentaar bij Handelingen 16:14 laat zien, was Lydia waarschijnlijk een Joodse proseliet. Met die achtergrond zou ze logischerwijs aan Jehovah denken. Ze had net door Paulus’ prediking over Jezus Christus gehoord, maar ze had nog niet laten zien dat ze trouw aan hem was. Daarom lijkt het redelijk om aan te nemen dat ze het had over haar trouw aan Jehovah, de God die ze al aanbad. Dus vanwege de context, Lydia’s achtergrond en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 16:15 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Orthodox Jewish Bible, 2011. In deze Engelse Bijbel wordt in Handelingen 16:15 Gods naam weergegeven met ‘Hashem’. Die term komt van het Hebreeuwse hasjSjem, dat ‘de Naam’ betekent en door Joden vaak wordt gebruikt als vervanging van JHWH.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 32, 41, 65, 94, 100, 101, 106, 115, 144-147, 172, 201, 250, 310, 250, 310, 350, 356
HANDELINGEN 16:32 ‘het woord van Jehovah’
REDEN(EN): In de meeste oude manuscripten staat hier ton logon tou Kuriou (het woord van de Heer). In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hoewel in het vorige vers wordt gesproken over ‘de Heer Jezus’ (ton Kurion Iesoun), zijn er goede redenen om in dit vers Gods naam te gebruiken. In enkele Griekse manuscripten staat hier ton logon tou Theou (het woord van God). Het boek Handelingen gebruikt de uitdrukkingen ‘het woord van de Heer’ en ‘het woord van God’ als synoniemen, wat de conclusie ondersteunt dat hier in Handelingen 16:32 Kurios op God slaat (Handelingen 4:31; 6:2, 7; 8:14; 11:1; 13:5, 7, 46; 17:13; 18:11). Beide uitdrukkingen komen uit de Hebreeuwse Geschriften. Maar de combinatie van de Hebreeuwse term voor woord en het Tetragrammaton (‘het woord van Jehovah’) komt veel vaker voor dan de uitdrukking ‘het woord van God’. (‘Het woord van Jehovah’ en ‘Jehovah’s woord’ komen in zo’n 200 verzen voor. Enkele voorbeelden: 2 Samuël 12:9; 24:11, 2 Koningen 7:1; 20:16; 24:2, Jesaja 1:10; 2:3; 28:14; 38:4, Jeremia 1:4; 2:4, Ezechiël 1:3; 6:1, Hosea 1:1, Micha 1:1, Zacharia 9:1.) In een vroeg exemplaar van de Septuaginta wordt in Zacharia 9:1 het Griekse woord logos gevolgd door Gods naam in Oudhebreeuwse letters (). Deze boekrol van perkament is gevonden in Nachal Chever (Israël) in de woestijn van Judea, bij de Dode Zee, en wordt gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking, de vermelde manuscriptvondsten en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 16:32 vermeld als vers waarin Kurios mogelijk wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 17, 18, 22, 23, 28-30, 32, 41, 65, 66, 93-95, 100, 101, 106, 115, 146, 163, 167, 310, 323, 324, 340, 341, 347, 350, 356
HANDELINGEN 18:21 ‘als Jehovah het wil’
REDEN(EN): In de beschikbare Griekse manuscripten staat hier een uitdrukking die wordt vertaald met ‘zo God wil’ of ‘als het Gods wil is’. Uitdrukkingen als deze komen in de Griekse Geschriften zowel met Kurios (Heer) als met Theos (God) voor (Handelingen 21:14; 1 Korinthiërs 4:19; 16:7; Hebreeën 6:3; Jakobus 4:15). In de Septuaginta worden het Griekse werkwoord voor willen en het Griekse zelfstandig naamwoord voor wil vaak gebruikt in de vertaling van passages uit de Hebreeuwse Geschriften waarin Gods naam voorkomt. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton. Dus vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en het gebruik van vergelijkbare uitdrukkingen in de Griekse Geschriften kan hier terecht Gods naam worden gebruikt. (Zie commentaar bij Handelingen 21:14.)
ONDERSTEUNING:
A Handbook on the Letter From James, door I-Jin Loh en Howard A. Hatton, uitgegeven door United Bible Societies, 1997. In dit naslagwerk wordt gezegd dat de uitdrukking ‘if the Lord wills’ in Jakobus 4:15 geen terloopse formule is maar de overtuiging en erkenning dat God over alles het laatste woord heeft en dat de toekomst in zijn handen ligt. Verder wordt opgemerkt: ‘The Lord here refers not to Jesus as in 2.1, but to God.’
REFERENTIES: J17, 32, 33, 37, 48, 65, 94, 100, 101, 115, 125, 144-147, 163, 167, 323, 324, 356
HANDELINGEN 18:25 ‘de weg van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten ten hodon tou Kuriou (de weg van de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat met ‘de Heer’ God wordt aangeduid. In Handelingen 18:26 wordt de uitdrukking ‘de weg van God’ als synoniem gebruikt. Zoals uit het boek Handelingen blijkt, draait de christelijke leefwijze om de aanbidding van de enige ware God, Jehovah, en geloof in zijn Zoon, Jezus Christus. Die manier van leven wordt ‘De Weg’ of ‘deze Weg’ genoemd (Handelingen 19:9, 23; 22:4; 24:22; zie aantekening bij Handelingen 9:2). Bovendien komt de uitdrukking die met ‘de weg van Jehovah’ is vertaald (in het Grieks zonder het bepaald lidwoord vóór Kurios) vier keer in de evangeliën voor als deel van een citaat uit Jesaja 40:3. (Zie aantekeningen bij Mattheüs 3:3, Markus 1:3, Lukas 3:4 en Johannes 1:23.) In Jesaja 40:3 staat in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst het Tetragrammaton. De uitdrukking ‘de weg van Jehovah’ (of ‘Jehovah’s weg’) komt ook voor in Rechters 2:22 en Jeremia 5:4, 5. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier het Tetragrammaton of een equivalent ervan. Dus vanwege de context en de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 18:25 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
Holy Bible From the Ancient Eastern Text: George M. Lamsa’s Translation From the Aramaic of the Peshitta. Deze Engelse vertaling heeft in dit vers LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In een voetnoot wordt gezegd: ‘The Syriac and Aramaic form of the Divine Name, “Mar-Yah” or “Mor-Yah” literally means “Lord Yah,” as in “Yahweh,” “YHWH.”’
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15, 16, 24, 29, 30, 32, 41, 42, 48, 65, 93, 94, 96, 100, 101, 115, 125, 132, 144, 146, 172, 201, 310, 327, 347, 350, 356, 359
HANDELINGEN 19:20 ‘het woord van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten tou Kuriou (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Het boek Handelingen gebruikt ook de synonieme uitdrukking ‘het woord van God’, wat de conclusie ondersteunt dat in Handelingen 19:20 Kurios op God slaat (Handelingen 4:31; 6:2, 7; 8:14; 11:1; 13:5, 7, 46; 17:13; 18:11). Beide uitdrukkingen komen uit de Hebreeuwse Geschriften. Maar de combinatie van de Hebreeuwse term voor woord en het Tetragrammaton (‘het woord van Jehovah’) komt veel vaker voor dan de uitdrukking ‘het woord van God’. (‘Het woord van Jehovah’ en ‘Jehovah’s woord’ komen in zo’n 200 verzen voor. Enkele voorbeelden: 2 Samuël 12:9; 24:11, 2 Koningen 7:1; 20:16; 24:2, Jesaja 1:10; 2:3; 28:14; 38:4, Jeremia 1:4; 2:4, Ezechiël 1:3; 6:1, Hosea 1:1, Micha 1:1, Zacharia 9:1.) In een vroeg exemplaar van de Septuaginta wordt in Zacharia 9:1 het Griekse woord logos gevolgd door Gods naam in Oudhebreeuwse letters (). Deze boekrol van perkament is gevonden in Nachal Chever (Israël) in de woestijn van Judea, bij de Dode Zee, en wordt gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam. De Latijnse Vulgaat en de Syrische Pesjitta gebruiken de uitdrukking ‘het woord van God’. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking, de vermelde manuscriptvondsten en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 19:20 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
The Orthodox Jewish Bible, 2011. In deze Engelse Bijbel wordt in Handelingen 19:20 Gods naam weergegeven met ‘Hashem’. Die term komt van het Hebreeuwse hasjSjem, dat ‘de Naam’ betekent en door Joden vaak wordt gebruikt als vervanging van JHWH.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 15-18, 23, 31, 32, 41, 48, 65, 94-96, 100, 101, 115, 125, 146, 323, 324, 340, 341, 347, 356
HANDELINGEN 21:14 ‘Laat de wil van Jehovah gebeuren’
REDEN(EN): Hoewel hier in de meeste Griekse manuscripten ‘de wil van de Heer’ staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios (Heer) op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Het Griekse woord voor wil (thelema) wordt in de Griekse Geschriften meestal in verband gebracht met God (Mattheüs 7:21; 12:50; Markus 3:35; Romeinen 12:2; 1 Korinthiërs 1:1; Hebreeën 10:36; 1 Petrus 2:15; 4:2; 1 Johannes 2:17). De logische conclusie is dus dat Kurios in deze uitdrukking op God slaat. In de Septuaginta wordt thelema vaak gebruikt als vertaling van Hebreeuwse uitdrukkingen voor Gods wil en is het te vinden in passages waarin Gods naam voorkomt (Psalm 40:8, 9 [39:9, 10, LXX]; 103:21 [102:21, LXX]; 143:9-11 [142:9-11, LXX]; Jesaja 44:24, 28; Jeremia 9:24 [9:23, LXX]; Maleachi 1:10). Dus vanwege het gebruik van het Griekse woord voor ‘wil’ in de Bijbel, de Hebreeuwse herkomst van deze uitdrukking en de achtergrond en meerduidigheid van het woord Kurios wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. Daarnaast gebruikt een aantal vertalingen van de Griekse Geschriften in het Hebreeuws hier Gods naam.
ONDERSTEUNING:
The Anchor Yale Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1998 (deel 31). Hierin wordt over Handelingen 21:14 gezegd: ‘In this case, Kyrios refers to God the Father.’
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Handelingen 21:14 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The New Testament in Basic English, 1946. Deze Engelse Bijbel heeft hier: ‘Let the purpose of God be done.’
The Orthodox Jewish Bible, 2011. In deze Engelse Bijbel wordt in Handelingen 21:14 Gods naam weergegeven met ‘Hashem’. Die term komt van het Hebreeuwse hasjSjem, dat ‘de Naam’ betekent en door Joden vaak wordt gebruikt als vervanging van JHWH.
REFERENTIES: J7, 8, 10, 17, 18, 23, 32, 43, 65, 94-96, 100, 101, 115, 132, 144-147, 167, 187, 201, 310, 323, 324, 327, 340, 341, 347, 350, 356, 359