C3
Verzen in Lukas waarin de naam Jehovah geen deel uitmaakt van een direct of indirect citaat
LUKAS 1:6 ‘alle geboden en voorschriften van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten tou Kuriou (van de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier laat de context zien dat met Kurios God wordt aangeduid. De eerste twee hoofdstukken van Lukas’ verslag staan vol verwijzingen naar en zinspelingen op uitdrukkingen en passages in de Hebreeuwse Geschriften waarin Gods naam voorkomt. De uitdrukking ‘geboden en voorschriften’ en vergelijkbare combinaties van juridische termen komen in de Hebreeuwse Geschriften voor in contexten waar Gods naam wordt gebruikt of waar Jehovah aan het woord is (Genesis 26:2, 5; Numeri 36:13; Deuteronomium 4:40; Ezechiël 36:23, 27). De twee Griekse juridische termen die hier zijn gebruikt komen in de Septuaginta ook voor in Deuteronomium 27:10. Het is interessant dat in een vroeg papyrusfragment van de Septuaginta (uit de collectie Papyrus Foead Inv. 266) waarin delen van het vers voorkomen, Gods naam is geschreven in Hebreeuws kwadraatschrift. Het fragment wordt gedateerd op de eerste eeuw v.Chr. De Hebreeuwse herkomst van de termen die met Jehovah’s normen verband houden duidt erop dat Kurios hier wordt gebruikt als vervanging van Gods naam.
ONDERSTEUNING:
A Translator’s Handbook on the Gospel of Luke, door J. Reiling en J.L. Swellengrebel, uitgegeven door United Bible Societies, 1971. Over Lukas 1:6 wordt gezegd dat met ‘the Lord’ het gebruik in de Septuaginta is gevolgd, waar kurios de vertaling is van ‘Hebrew ʼadonay when standing for Yahweh’ (het Hebreeuwse adonai wanneer het op Jahweh duidt). Daar wordt aan toegevoegd dat het die betekenis heeft in alle gevallen in hoofdstuk 1 en 2 (behalve 1:43 en 2:11) en in 5:17.
The International Standard Bible Encyclopedia, bewerkt door Geoffrey W. Bromiley, 1982 (deel 2, blz. 508). In deze Bijbelencyclopedie staat dat het Griekse ‘kyrios’ in Engelse vertalingen meestal wordt vertaald met ‘Lord’ en in de Septuaginta het equivalent is van het Hebreeuwse ‘YHWH’, en dat ‘Lord’ kan duiden op: ‘God (the Father; Mt. 5:33; Lk. 1:6).’
A Theology of Luke’s Gospel and Acts, door Darrell L. Bock, 2011. Op bladzijde 126 wordt gezegd dat ‘the common κύριος (kyrios)’ (het gewone kurios) geworteld is in de Septuaginta-aanduiding voor ‘Yahweh’ en dat het opvallend vaak is gebruikt in het evangelieverslag van de geboorte en kinderjaren, waar het 25 keer voorkomt.
A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature, bewerkt door F.W. Danker, 2000, blz. 576-577. Lukas 1:6, 9, 28, 46 en 2:15, 22 worden vermeld bij de definitie van ‘lord’ als aanduiding voor God. Over het gebruik van het woord in de Septuaginta wordt gezegd: ‘It freq. replaces the name Yahweh in the MT.’ Daarnaast worden Lukas 1:17, 58 vermeld na de volgende verklaring: ‘Without the art . . . , like a personal name.’
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin worden Lukas 1:6, 9, 15, 16, 17, 25, 28, 32, 38, 45, 46, 58, 66, 68; 2:9b, 15, 22, 23a, b, 24, 26, 39; 3:4; 4:8, 12, 18, 19; 5:17; 10:21, 27; 13:35; 19:38 en 20:37, 42a vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). In dit Engelse naslagwerk wordt gezegd dat in Lukas 1:6, zoals zo vaak in het hele verhaal over de kinderjaren, kurios duidt op ‘Yahweh’ en dat de rest van de formulering gevormd is naar het taalgebruik in het Oude Testament.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 40 staat dat in de zin ‘walking in all the commandments and legal ordinances of the Lord blameless’ (onberispelijk wandelen in alle geboden en wettelijke verordeningen van de Heer) ‘the Lord’ duidt op ‘Jehovah’. Verder wordt gezegd dat de Griekse woorden voor geboden en wettelijke verordeningen herinneren aan ‘the commandments and statutes of Jehovah’ (de geboden en voorschriften van Jehovah) uit Deuteronomium 4:1, 40 en 6:2.
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. Deze Engelse vertaling heeft in Lukas 1:6 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen en vermeldt in de kanttekening dat het hier en ook vaak elders met ‘Jehovah’ moet worden vertaald.
Complete Jewish Bible, door David H. Stern, 1998. Deze Engelse vertaling gebruikt in dit vers en in de meeste andere verzen in Lukas waar de Nieuwewereldvertaling ‘Jehovah’ heeft het woord ‘ADONAI’ met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In het voorwoord legt de vertaler uit dat hij ‘ADONAI’ overal heeft gebruikt waar hij meent dat ‘kurios’ het Griekse equivalent van het Tetragrammaton is.
REFERENTIES: J7-17, 23, 28-35, 37-40, 42-44, 46-49, 52, 58-60, 65, 66, 88, 93-97, 100-102, 105, 114-117, 125, 130, 138, 141, 144-147, 153, 154, 163, 167, 180, 185-187, 217, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 312, 325-327, 331, 336, 337, 340-342, 347, 350, 352, 353, 357-360
LUKAS 1:9 ‘heiligdom van Jehovah’
REDEN(EN): In de meeste Griekse manuscripten staat hier tou Kuriou (van de Heer) en in enkele het woord voor ‘God’. Maar zoals in het commentaar bij Lukas 1:6 wordt gezegd, staan de eerste twee hoofdstukken van Lukas’ verslag vol verwijzingen naar en zinspelingen op uitdrukkingen en passages in de Hebreeuwse Geschriften waarin Gods naam voorkomt. Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten Kurios staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Hebreeuwse Geschriften komen woorden als ‘heiligdom’ of ‘tempel’ vaak voor in combinatie met het Tetragrammaton (Numeri 19:20; 2 Koningen 18:16; 23:4; 24:13; 2 Kronieken 26:16; 27:2; Jeremia 24:1; Ezechiël 8:16; Haggaï 2:15). De Hebreeuwse herkomst van deze uitdrukking duidt er dus op dat Kurios hier wordt gebruikt als vervanging van Gods naam.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:9 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 43 wordt over dit vers gezegd: ‘Κύριος is the translation of Yahweh.’
New Testament Text and Translation Commentary, door Philip W. Comfort, 2008. Dit Engelse Bijbelcommentaar vermeldt dat in Lukas 1:9 ‘the Lord’ niet ‘the Lord Jesus Christ’ is maar ‘Yahweh’.
REFERENTIES: J7-18, 22, 23, 28-36, 38-40, 42-44, 46-49, 52, 59, 60, 65, 66, 88, 93, 95, 100-102, 105, 106, 114-116, 127, 138, 141, 145-147, 153, 154, 163, 167, 180, 187, 217, 242, 250, 259, 262, 265, 267, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 312, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 353, 356-360
LUKAS 1:11 ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Deze uitdrukking komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor, de eerste keer in Genesis 16:7. In vroege exemplaren van de Septuaginta wordt in deze uitdrukking het Griekse woord aggelos (engel, boodschapper) gevolgd door Gods naam in Hebreeuwse letters. In latere kopieën van de Septuaginta werd Gods naam vervangen door Kurios (Heer), maar interessant genoeg voegde men in dit en veel andere verzen geen bepaald lidwoord toe terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. De weglating van het bepaald lidwoord is nog een indicatie dat Kurios hier en in andere verzen een vervanging is van Gods naam. (Zie commentaar bij Mattheüs 1:20.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:11 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). In dit Engelse naslagwerk wordt over Lukas 1:11 gezegd dat ‘the angel of the Lord’ (de engel van de Heer) in Rechters 13:3 ook verschijnt aan de onvruchtbare vrouw van Manoah, de vader van Simson. Er wordt uitgelegd dat het Griekse ‘angelos kyriou’ een Semitisme is, gevormd naar de Hebreeuwse samenstelling ‘malʼak Yhwh’ (‘messenger of Yahweh’), zoals blijkt uit het ontbreken van het bepaald lidwoord in het Grieks. Dit is volgens het naslagwerk de verheven figuur uit het Oude Testament die soms moeilijk te onderscheiden is van ‘Yahweh himself’.
REFERENTIES: J7-13, 16-18, 22-24, 28-36, 38-43, 46-49, 52, 59-61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-103, 105, 106, 114-117, 125, 127, 128, 130, 133, 138, 144-147, 153, 154, 180, 186, 187, 217, 237, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 312, 322-327, 331, 336, 341, 342, 347, 352, 353, 356-360
LUKAS 1:15 ‘in de ogen van Jehovah’
REDEN(EN): Zoals in het commentaar bij Lukas 1:6 wordt gezegd, staan de eerste twee hoofdstukken van Lukas’ verslag vol verwijzingen naar en zinspelingen op uitdrukkingen en passages in de Hebreeuwse Geschriften waarin Gods naam voorkomt. Hoewel de meeste beschikbare Griekse manuscripten in dit vers het woord Kurios (Heer) hebben en enkele Theos (God), zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. De context laat zien dat met Kurios hier God wordt aangeduid. De Griekse uitdrukking enopion Kuriou (lett.: ‘in gezicht van [vóór] Heer’) is een weergave van een Hebreeuws idioom en komt meer dan 100 keer in exemplaren van de Septuaginta voor als vertaling van Hebreeuwse uitdrukkingen die in de oorspronkelijke tekst het Tetragrammaton bevatten (Rechters 11:11; 1 Samuël 10:19; 2 Samuël 5:3; 6:5). De Hebreeuwse herkomst van deze uitdrukking duidt erop dat Kurios hier wordt gebruikt als vervanging van Gods naam.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:15 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 46 wordt over dit vers gezegd: ‘“In the sight of the Lord” (Yahweh, as before).’
New Testament Text and Translation Commentary, door Philip W. Comfort, 2008. Dit Engelse Bijbelcommentaar vermeldt dat in Lukas 1:15 ‘the Lord’ niet ‘the Lord Jesus Christ’ is maar ‘Yahweh’.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). In dit Engelse naslagwerk wordt gezegd dat in Lukas 1:15 Johannes’ grootheid (met een verwijzing naar Lukas 7:28) wordt afgemeten vanuit het oogpunt van de ‘Kyrios’, die in deze context moet worden begrepen als ‘Yahweh’.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:15 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J7, 8, 10-18, 22, 23, 28-36, 38-43, 46-49, 52, 53, 59, 60, 65, 66, 73, 88, 93-95, 100-102, 104, 106, 114-117, 122, 125, 127, 130, 133, 136, 138, 144-147, 153, 154, 180, 186, 187, 217, 222, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 310, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 352, 356-360
LUKAS 1:16 ‘veel Israëlieten bij Jehovah, hun God, terugbrengen’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. De boodschap van de engel aan Zacharias (vers 13-17) lijkt sterk op het taalgebruik in de Hebreeuwse Geschriften. De combinatie van Kurios (Heer) en Theos (God) met een persoonlijk voornaamwoord (hier weergegeven als ‘Jehovah, hun God’) komt vaak voor in citaten uit de Hebreeuwse Geschriften. (Vergelijk de uitdrukking ‘Jehovah, je God’ in Lukas 4:8, 12; 10:27.) In de Hebreeuwse Geschriften komt de combinatie ‘Jehovah, hun God’ meer dan 30 keer voor, terwijl de uitdrukking ‘de Heer, hun God’ nooit gebruikt wordt. Ook de Griekse uitdrukking voor Israëlieten (lett.: ‘zonen van Israël’) is een weergave van een Hebreeuws idioom dat vaak in de Hebreeuwse Geschriften voorkomt (Genesis 36:31, vtn.). De Griekse uitdrukking die hier is vertaald met ‘terugbrengen bij Jehovah’ komt overeen met de uitdrukking die in de Septuaginta in 2 Kronieken 19:4 de vertaling is van de Hebreeuwse zinsnede voor ‘terugbrengen bij Jehovah’. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:16 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 48 wordt over dit vers gezegd: ‘Κύριος is Yahweh as it was before.’
A Translator’s Handbook on the Gospel of Luke, door J. Reiling en J.L. Swellengrebel, uitgegeven door United Bible Societies, 1971. Dit boek maakt duidelijk dat passages in Lukas 1:16 en in 1:32, 68 sterk doen denken aan het Oude Testament en dat de formulering daarom tegen die achtergrond moeten worden opgevat als de Griekse vertaling van ‘Yahweh ʼElohim’, waarin Yahweh een eigennaam is en ʼElohim een soortnaam.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). Volgens dit naslagwerk wordt in Lukas 1:16 Johannes, begiftigd met de geest en kracht van een profeet, ‘Yahweh’s instrument’ om Israël uit haar vervreemde staat te bekeren. Er wordt gezegd dat Kurios hier duidelijk op Jahweh slaat: ‘Here Kyrios clearly refers to Yahweh.’
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949; Die Heilige Schrift (unrevidierte Elberfelder Bibel), Elberfeld, 1871. In een voetnoot bij Lukas 1:16 staat ‘Jehovah’ of ‘Jehova’.
REFERENTIES: J7-18, 22-24, 28-43, 46-49, 52-55, 57, 59-61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 97, 100-105, 112, 114-117, 122, 125, 127, 128, 130, 133, 136, 138, 141, 144-147, 153, 154, 161, 163, 166, 180, 185-187, 200, 217, 222, 223, 242, 243, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 310, 312, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 356-360, 364
LUKAS 1:17 ‘voor Jehovah een volk voorbereiden’
REDEN(EN): De woorden van de engel tot Zacharias (vers 13-17) bevatten verwijzingen naar verzen als Maleachi 3:1; 4:5, 6 en Jesaja 40:3, waar Gods naam wordt gebruikt. (Zie commentaren bij Lukas 1:15, 16.) Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, vormt de Hebreeuwse herkomst van de woorden een goede reden om in de tekst Gods naam te gebruiken. Bovendien staat in de Septuaginta in 2 Samuël 7:24 een uitdrukking die overeenkomt met de Griekse uitdrukking voor ‘een volk voorbereiden’. In de Hebreeuwse tekst staat daar: ‘U hebt uw volk Israël voor altijd tot uw eigen volk gemaakt (…), o Jehovah.’ (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:17 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). Over ‘Go before him’ (voor hem uit gaan) in Lukas 1:17 wordt opgemerkt dat het wil zeggen ‘before Yahweh, as the messenger of Mal 3:1’ (voor Jahweh als de boodschapper uit Maleachi 3:1) en dat hij in Maleachi 4:5, 6 wordt geïdentificeerd als de boodschapper die komt vóór ‘the great and awesome day of Yahweh (cf. Mal 3:2)’ (de grote en ontzagwekkende dag van Jahweh). Zoals verder wordt gezegd, vertelt de engel aan Zacharias dat zijn zoon Johannes in diezelfde betekenis ‘before the Lord (= Yahweh)’ uit moet gaan, met een verwijzing naar Lukas 1:76. Over de passage ‘to make ready a people fit for the Lord’ (om voor de Heer een toegerust volk gereed te maken) wordt gezegd dat het eerste deel een oudtestamentische uitdrukking is die bijvoorbeeld in 2 Samuël 7:24 voorkomt.
Évangile Selon Saint Luc, door M.J. Lagrange, 1921. In dit Franse naslagwerk wordt over Lukas 1:17 gezegd dat Kurios zonder het lidwoord overeenkomt met ‘Iahvé’: ‘Κυρίῳ sans l’art. rèpond à Iahvé.’
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:17 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J7-18, 22-24, 28-36, 39, 40, 42-44, 46-49, 52, 53, 61, 65, 66, 88, 90, 93, 95, 100-106, 114-117, 125, 127, 136, 144-147, 153, 154, 163, 167, 180, 185, 187, 222, 242, 243, 250, 254, 259, 262, 271, 273-275, 283, 290, 295, 310, 312, 322-327, 331, 336, 340-342, 350, 352, 356-360
LUKAS 1:25 ‘heeft Jehovah voor me gedaan’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Elisabeth uit hier haar waardering op een manier die doet denken aan wat over Sara’s ervaring wordt gezegd in Genesis 21:1. In dat vers wordt Gods naam gebruikt. Als in de Hebreeuwse Geschriften wordt beschreven wat Jehovah voor mensen doet, wordt het overeenkomende Hebreeuwse werkwoord voor ‘heeft voor me gedaan’ (of ‘is met me omgegaan’) vaak gebruikt in combinatie met Gods naam (Exodus 13:8; Deuteronomium 4:34; 1 Samuël 12:7; 25:30). Bovendien staat hier vóór Kurios geen bepaald lidwoord terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Elisabeths opmerking dat de mensen haar niet meer zouden verachten omdat ze geen kinderen had, doet denken aan de woorden van Rachel die in Genesis 30:23 staan. (Zie commentaren bij Markus 5:19 en Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:25 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 58 wordt over dit vers gezegd: ‘The Lord (Yahweh as before, with or without the article).’
Word Biblical Commentary, door John Nolland, 1989 (deel 35A, blz. 34). In dit commentaar wordt gezegd dat Elisabeth in Lukas 1:25 haar verwondering over Gods goedheid tegenover haar uit in woorden die doen denken aan de ervaring van Sara (Gen. 21:1) en van Rachel (Gen. 30:23). Verder wordt gesteld dat in de geboorteverhalen bijna constant dingen uit het Oude Testament terugkomen (‘almost constant echoing of OT items’) en dat wat hier gebeurt moet worden begrepen tegen de achtergrond van wat daar gebeurde.
Évangile Selon Saint Luc, door M.J. Lagrange, 1921. In dit Franse naslagwerk wordt gezegd dat tekstkritische uitgaven in Lukas 1:25 geen lidwoord hebben vóór Kurios, dat hier ‘Iahvé’ is: ‘Les éditions critiques omettent l’art. devant Κύριος qui est ici pour Iahvé.’
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:25 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J7-18, 22, 23, 28-36, 38-44, 46, 47, 52-54, 59, 60, 65, 66, 90, 93-95, 100-106, 114-117, 122, 125, 130, 133, 138, 141, 144-147, 153, 154, 180, 185-187, 217, 222, 242, 250, 259, 262, 268, 271, 273, 275, 283, 290, 295, 306, 310, 312, 323-327, 331, 336, 340-342, 347, 352, 353, 356-360
LUKAS 1:28 ‘Jehovah is met je’
REDEN(EN): Deze en vergelijkbare uitdrukkingen met Gods naam erin komen veel voor in de Hebreeuwse Geschriften (Ruth 2:4; 2 Samuël 7:3; 2 Kronieken 15:2; Jeremia 1:19). De begroeting van de engel komt overeen met wat Jehovah’s engel tegen Gideon zegt in Rechters 6:12: ‘Jehovah is met je, dappere strijder.’ Hoewel in de beschikbare Griekse manuscripten in Lukas 1:28 ho Kurios (de Heer) staat, duidt de Hebreeuwse herkomst van deze uitdrukking erop dat Kurios hier wordt gebruikt als vervanging van Gods naam. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:28 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 62 wordt in een commentaar op dit vers gesproken over ‘Yahweh’s grace (ὁ Κύριος as before)’ als wordt beredeneerd dat alleen het feit dat een vrome Jodin in Jahweh’s gunst stond en zijn behulpzame aanwezigheid voelde geen aankondiging van een engel nodig had.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). Volgens dit naslagwerk is de zinsnede ‘The Lord is with you!’ (de Heer is met u) in Lukas 1:28 een uitdrukking die vaak wordt gebruikt in het Oude Testament maar die slechts op twee plekken als begroeting voorkomt, in Ruth 2:4 en Rechters 6:12. Dit Bijbelcommentaar maakt duidelijk dat de uitdrukking in het Oude Testament vaak wordt gebruikt als verzekering van ‘Yahweh’s help and assistance’ (Jahweh’s hulp en steun) en een militaire connotatie heeft. De conclusie is dat kurios hier duidelijk moet worden begrepen als ‘Yahweh’.
The Expositor’s Greek Testament, door W. Robertson Nicoll, 2002 (deel I, blz. 463). Hierin wordt over Lukas 1:28 gezegd: ‘The Lord (Jehovah) is or be with thee.’
REFERENTIES: J5, 7-18, 22, 23, 32-36, 38-44, 46, 48, 52, 59, 60, 64, 65, 88, 94, 95, 100-106, 114-117, 122, 128, 130, 133, 136, 138, 141, 144-147, 153, 154, 160, 163, 180, 185-187, 211, 217, 222, 242, 250, 259, 262, 263, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 312, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 353, 356-360
LUKAS 1:32 ‘Jehovah God zal hem de troon (…) geven’
REDEN(EN): Zoals in het commentaar bij Lukas 1:6 wordt gezegd, staan de eerste twee hoofdstukken van Lukas’ verslag vol verwijzingen naar en zinspelingen op uitdrukkingen en passages in de Hebreeuwse Geschriften waarin Gods naam voorkomt. Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten Kurios ho Theos (lett.: ‘Heer de God’) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. De woorden van de engel over ‘de troon van zijn vader David’ verwijzen naar de belofte in 2 Samuël 7:12, 13 en 16, waar Jehovah via de profeet Nathan tegen David spreekt en waar het Tetragrammaton meerdere keren in de onmiddellijke context voorkomt (2 Samuël 7:4-16). De uitdrukking die hier wordt weergegeven met ‘Jehovah God’ en vergelijkbare combinaties komen in de Griekse Geschriften vooral voor in citaten uit de Hebreeuwse Geschriften of in passages die de stijl van het Hebreeuws weerspiegelen. In de Hebreeuwse Geschriften is niet ‘de Heer God’ maar ‘Jehovah God’ de standaardcombinatie. Die uitdrukking komt zo’n 40 keer voor. Als vergelijkbare uitdrukkingen zoals ‘Jehovah, [mijn, onze, jullie, je, zijn, hun] God’ of ‘Jehovah, de God van . . .’ worden meegerekend, komt men op meer dan 800 passages. Latere exemplaren van de Septuaginta geven de Hebreeuwse uitdrukking voor ‘Jehovah God’ weer met de combinatie Kurios ho Theos (Heer de God). Er is echter een perkamentvel uit de derde eeuw (Papyrus Oxyrhynchus vii. 1007) met een deel van de Septuaginta-vertaling van Genesis die in Genesis 2:8, 18 Gods naam in de uitdrukking ‘Jehovah God’ niet weergeeft met Kurios maar met een afkorting van het Tetragrammaton, een dubbele Hebreeuwse letter jodh, geschreven als . Het is ook interessant dat in een vroeg fragment van de Septuaginta (uit de collectie Papyrus Foead Inv. 266) in Deuteronomium 18:5, 7 Gods naam in de combinaties ‘Jehovah, je God’ en ‘Jehovah, zijn God’ binnen de Griekse tekst in Hebreeuws kwadraatschrift is geschreven. Het fragment wordt gedateerd op de eerste eeuw v.Chr. Tegen die achtergrond van de Hebreeuwse Geschriften wordt daarom hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. (Zie commentaren bij Lukas 1:6, 16.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:32 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 101 wordt over Lukas 1:68 gezegd dat Kurios ho Theos hier net als in vers 16 en vers 32 de Griekse weergave van ‘Yahweh Elohim’ is: ‘Κύριος ὁ Θεός is the same as it was in v. 16 and 32, the Greek for Yahweh Elohim.’
Zondervan Illustrated Bible Backgrounds Commentary, 2002 (deel 1, blz. 331-332). In dit Bijbelcommentaar wordt over ‘Most High . . . the Lord God’ (de Allerhoogste en de Heer God) in Lukas 1:32 uitgelegd dat beide uitdrukkingen een Griekse vertaling zijn van oudtestamentische namen voor God, de eerste van ‘El Elyon “God Most High” (God, de Allerhoogste) en de tweede van ‘Yahweh Elohim, “Yahweh God”’.
New Testament Commentary, door William Hendriksen, 2007. Hierin wordt over ‘the Most High’ in Lukas 1:32 gezegd dat deze uitdrukking die ‘Jehovah’s majesty and sovereignty’ (Jehovah’s majesteit en soevereiniteit) benadrukt voor het eerst voorkomt in Genesis 14:18.
The Moody Bible Commentary, door Michael Rydelnik en Michael Vanlaningham, 2014. Hierin wordt over Lukas 1:31-33 gezegd: ‘The Lord God (Yahweh of the OT).’
The Jewish Annotated New Testament, door Amy-Jill Levine en Marc Zvi Brettler, 2011. Hierin wordt over Lukas 1:32 gezegd: ‘“Most High” translates the Heb “El Elyon” or “YHWH Elyon”.’
Het Nieuwe Testament, door H.C. Voorhoeve, Jzn., 1877. In een voetnoot bij ‘Heere God’ in Lukas 1:32 staat: ‘D.i. Jehovah Elohim.’ Hetzelfde is gedaan in de verwante Duitse Elberfelder Bibel (1871): ‘Herr ist hier der Name für Jehova: Jehova Elohim.’ De Engelse vertaling The ‘Holy Scriptures’ (J.N. Darby, 1949) heeft in een voetnoot bij de uitdrukking ‘Lord God’ in Lukas 1:32: ‘Jehovah Elohim: only occurrence in the Gospels.’
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 28-44, 46-49, 52, 53, 55-57, 59-61, 65, 66, 88, 90, 93, 95-97, 100-106, 114-117, 125, 128, 130, 136, 138, 141, 144-147, 153, 154, 161, 163-167, 180, 185-187, 213, 217, 222, 242, 243, 250, 253, 259, 262, 263, 268, 271, 273, 275, 283, 290, 295, 306, 310, 312, 322-326, 329, 331, 336, 341, 342, 347, 352, 353, 356-360, 364
LUKAS 1:38 ‘Jehovah’s slavin’
REDEN(EN): Deze woorden van Maria doen denken aan uitspraken van aanbidders van Jehovah die in de Hebreeuwse Geschriften vermeld worden. Hanna zegt bijvoorbeeld in haar gebed dat in 1 Samuël 1:11 staat: ‘O Jehovah van de legermachten, heb toch aandacht voor de ellende van uw dienares [of ‘slavin’].’ In 1 Samuël 1:11 wordt in de Septuaginta hetzelfde Griekse woord voor slavin gebruikt als in het verslag van Lukas. Hoewel de beschikbare Griekse manuscripten in Lukas 1:38 het woord Kurios (Heer) hebben, wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt vanwege de context (Kurios duidt op God) en de Hebreeuwse herkomst van de woorden. Daarnaast hebben Bijbelgeleerden opgemerkt dat hier vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Dat is nog een indicatie dat Kurios hier wordt gebruikt als vervanging van Gods naam. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:38 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Volgens het commentaar op bladzijde 76 noemt Maria zich in dit vers ‘“the slave-maid” of Yahweh (Κύριος as throughout this chapter)’ (het slavinnenmeisje van Jahweh, Kurios zoals in het hele hoofdstuk) en ‘Jehovah’s willing property for him to use as he in his covenant grace desires’ (Jehovah’s gewillige eigendom dat hij kan gebruiken zoals hij wenst volgens zijn genadeverbond).
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). Volgens dit werk wordt in Lukas 1:38 Maria ertoe gebracht zich te identificeren met de oudtestamentische uitdrukking die Hanna in 1 Samuël 1:11 gebruikte om haar nederige positie voor ‘Yahweh, who is here the Kyrios’ (Jahweh, die hier Kurios is) uit te drukken. Op bladzijde 203 wordt gezegd dat hoewel Elisabeth er in Lukas 1:43 toe wordt gebracht Maria ‘the mother of my Lord’ (de moeder van mijn Heer) te noemen, Maria door zich in Lukas 1:38 ‘handmaid of the Lord’ (dienstmaagd van de Heer) te noemen een titel gebruikt waarmee ze op ‘Yahweh’ doelt.
The Gospel of Luke: A Commentary on the Greek Text (uit de reeks The New International Greek Testament Commentary), door I.H. Marshall, 1978. In dit Bijbelcommentaar wordt over Kurios in Lukas 1:38 gezegd: ‘Can be used without the article since it is tantamount to a proper name’ (kan zonder lidwoord worden gebruikt omdat het gelijk staat aan een eigennaam).
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:38 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5, 7-18, 22-24, 28-35, 38-40, 42, 43, 46, 47, 52, 53, 55, 59-61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104-106, 114-117, 125, 128, 138, 141, 144-147, 153, 154, 180, 185, 187, 217, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 323-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 353, 356-360
LUKAS 1:45 ‘wat er tegen haar is gezegd, want Jehovah zal al die dingen’
REDEN(EN): Wat de engel tegen Maria had gezegd kwam van Jehovah God. De Griekse uitdrukking para Kuriou (lett.: ‘van [vanwege] Heer’) die hier wordt gebruikt, komt in beschikbare exemplaren van de Septuaginta voor als vertaling van Hebreeuwse uitdrukkingen waarin Gods naam wordt gebruikt (Genesis 24:50; Rechters 14:4; 1 Samuël 1:20; Jesaja 21:10; Jeremia 11:1; 18:1; 21:1). Net als in andere verzen in Lukas 1 ontbreekt ook hier het bepaald lidwoord vóór Kurios (Heer). Volgens Bijbelgeleerden duidt die ongebruikelijke weglating erop dat dit woord als een eigennaam is gebruikt. Daarbij komt dat in een vroeg fragment van de Septuaginta (Papyrus Foead Inv. 266) in Deuteronomium 18:16 een vergelijkbare Griekse uitdrukking is gebruikt waarin Gods naam binnen de Griekse tekst in Hebreeuws kwadraatschrift is geschreven. Het fragment wordt gedateerd op de eerste eeuw v.Chr. Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten van het evangelie van Lukas het woord Kurios staat, bieden de context en de Hebreeuwse herkomst van de woorden goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:45 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 82 wordt gezegd dat het in dit vers gaat om de vervulling van alles wat aldus via de engel ‘“from the Lord” (Yahweh)’ (door de Heer, Jahweh) gezegd was.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:45 staat ‘Jehovah’. In de verwante Duitse Elberfelder Bibel (1871) wordt hier verwezen naar de voetnoot bij vers 32 waarin wordt gezegd dat ‘Herr’ (Heer) de naam is voor ‘Jehova: Jehova Elohim’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 28-36, 38-43, 46, 47, 52, 53, 59-61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104-106, 114-117, 130, 141, 144-147, 153, 154, 163, 167, 186, 187, 217, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 271, 273-275, 290, 295, 306, 310, 323-327, 331, 332, 336, 340-342, 347, 350, 352, 356-360
LUKAS 1:46 ‘Mijn ziel looft Jehovah’
REDEN(EN): Deze woorden van Maria doen denken aan passages uit de Hebreeuwse Geschriften, zoals Psalm 34:3 en 69:30, waar Gods naam in hetzelfde vers of in de context wordt gebruikt (Psalm 69:31). In die verzen wordt in de Septuaginta hetzelfde Griekse woord voor loven of grootmaken gebruikt (megaluno). Er bestaat een fragment van een perkamentrol uit de derde of vierde eeuw (P. Vindobonensis Graecus 39777) met een deel van Psalm 69 (in de Septuaginta Psalm 68) in de Griekse vertaling van Symmachus. Het interessante is dat daar in Psalm 69:13, 30, 31 Gods naam niet wordt weergegeven met Kurios maar met het Tetragrammaton in oude Hebreeuwse tekens ( of ). Deze vondst en de Hebreeuwse herkomst van de woorden ondersteunen het gebruik van Gods naam. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:46 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 84 wordt gezegd dat Maria hier al in de eerste regel haar thema aankondigt, namelijk dat ze ‘Yahweh (Κύριος)’ looft.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). Hierin wordt gezegd dat de formulering in Lukas 1:46 lof en dank uitdrukt voor ‘Yahweh’s greatness and majesty’ (de grootheid en majesteit van Jahweh), die worden erkend als de grond voor de zegeningen die Maria toegekend zijn. In een noot bij Lukas 1:47 wordt gezegd dat de uitdrukking ‘God my Savior’ parallel is gebruikt met ‘Lord’ in vers 46 en dat daaruit blijkt dat ‘kyrios’ daar moet worden opgevat als ‘Yahweh, the source of blessing to Mary’ (Jahweh, van wie Maria’s zegeningen afkomstig zijn).
New Testament Commentary, door William Hendriksen, 2007. Hierin wordt over Lukas 1:46-48 gezegd dat Maria met haar woorden (‘My soul magnifies the Lord’) ‘the greatness of Jehovah’ (de grootheid van Jehovah) verkondigt.
REFERENTIES: J5-18, 22, 23, 28-36, 38-44, 46, 47, 52, 53, 55, 59, 60, 65, 66, 88, 93-95, 100-102, 104-106, 114-117, 122, 130, 138, 141, 144-147, 153, 154, 161, 180, 185-187, 222, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 310, 323-327, 331, 332, 336, 340-342, 347, 350, 352, 353, 356-360
LUKAS 1:58 ‘hoe barmhartig Jehovah voor haar was geweest’
REDEN(EN): De uitdrukking die is vertaald met ‘hoe barmhartig Jehovah voor haar was geweest’ (lett.: ‘dat Jehovah zijn barmhartigheid tegenover haar had grootgemaakt’) weerspiegelt een typerende Hebreeuwse manier van spreken en doet denken aan de bewoordingen in Genesis 19:18-20. Daar zegt Lot tegen Jehovah: ‘Jehovah, (...) u toont grote goedheid voor mij [lett.: ‘u maakt uw goedheid groot’].’ De context en de Hebreeuwse herkomst van de woorden ondersteunen het gebruik van Gods naam in dit vers. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:58 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 94 wordt over dit vers gezegd dat ‘Yahweh’ acht sloeg op Elisabeths verdriet over haar onvruchtbaarheid.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:58 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 32-35, 38-44, 46, 52, 55, 59, 61, 65, 66, 88, 90, 95, 97, 100-102, 104, 106, 114-117, 122, 125, 128, 130, 138, 141, 144, 146, 153, 154, 186, 187, 217, 222, 242, 250, 259, 262, 263, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 323-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 356-360
LUKAS 1:66 ‘dat Jehovah met hem was’
REDEN(EN): De uitdrukking ‘de hand van Jehovah’ (hier vertaald met ‘dat Jehovah met hem was’) komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor. Het is een combinatie van het Hebreeuwse woord voor hand en het Tetragrammaton (Exodus 9:3; Numeri 11:23; Rechters 2:15; Ruth 1:13; 1 Samuël 5:6, 9; 7:13; 12:15; 1 Koningen 18:46; Ezra 7:6; Job 12:9; Jesaja 19:16; 40:2; Ezechiël 1:3). Hoewel de beschikbare Griekse manuscripten van Lukas’ evangelie in dit vers het woord Kurios (Heer) hebben, vormt de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking een goede reden om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Bijbelgeleerden hebben opgemerkt dat in Lukas 1:66 vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Dat is veelzeggend omdat in de Septuaginta iets vergelijkbaars te zien is. Terwijl de oudste exemplaren van de Septuaginta nog Gods naam bevatten, werd die in latere kopieën vervangen door Kurios, maar ook daar vaak zonder het bepaald lidwoord in te voegen waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Die ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord is nog een indicatie dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam. De Griekse uitdrukking voor ‘hand van Jehovah’ (of ‘Jehovah’s hand’) komt ook voor in Handelingen 11:21 en 13:11. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:66 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 98 wordt gezegd dat in dit vers ‘the Lord’s hand’ (de hand van de Heer) zijn sturende en ondersteunende macht is en dat Kurios ‘Yahweh’ is.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). Volgens dit Bijbelcommentaar bestaat er weinig twijfel over dat in de uitdrukking in Lukas 1:66 kurios duidt op ‘Yahweh’.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:66 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 28-35, 38-44, 46, 47, 49, 52, 55, 59-61, 65, 66, 88, 90, 93-97, 100-102, 104, 114-117, 125, 128, 130, 138, 141, 144-147, 153, 154, 180, 187, 217, 222, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 352, 356-360
LUKAS 1:68 ‘Jehovah, de God van Israël, komt alle eer toe’
REDEN(EN): Deze lofprijzing komt veel voor in de Hebreeuwse Geschriften en wordt daar vaak gebruikt in combinatie met Gods naam (1 Samuël 25:32; 1 Koningen 1:48; 8:15; Psalm 41:13; 72:18; 106:48). Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. De context laat zien dat met Kurios hier ‘de God van Israël’ wordt aangeduid. In combinatie met de Hebreeuwse herkomst van deze uitdrukking is dat een indicatie dat Kurios hier wordt gebruikt als vervanging van Gods naam. (Zie commentaren bij Lukas 1:6, 16).
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:68 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 101 wordt over dit vers gezegd dat Kurios ho Theos hier net als in vers 16 en vers 32 de Griekse weergave is van ‘Yahweh Elohim’: ‘Κύριος ὁ Θεός is the same as it was in v. 16 and 32, the Greek for Yahweh Elohim.’
A Translator’s Handbook on the Gospel of Luke, door J. Reiling en J.L. Swellengrebel, uitgegeven door United Bible Societies, 1971. Over Lukas 1:68 wordt gezegd dat ‘kurios’ hier vanwege de oudtestamentische achtergrond van de uitdrukking niet moet worden opgevat als titel maar als alternatief voor de naam ‘Yahweh’.
New Testament Commentary, door William Hendriksen, 2007. Hierin wordt opgemerkt dat Zacharias in Lukas 1:68 met ‘a doxology’ (een doxologie of lofprijzing) begint en daarin ‘Jehovah’ prijst.
The Jerome Biblical Commentary, bewerkt door Raymond E. Brown, Joseph A. Fitzmyer en Roland E. Murphy, 1968. Dit commentaar vermeldt dat Zacharias’ woorden vanaf Lukas 1:68 een hymne vormen waarin hij ‘Yahweh’ prijst voor de redding die hij heeft gebracht.
The Scofield Reference Bible, door C.I. Scofield, 1909. In een kanttekening bij Lukas 1:68 staat: ‘Jehovah. Psa. 106.48.’
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:68 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 27-44, 46-49, 52-55, 57, 59-61, 64-66, 73, 88, 90, 93-95, 97, 100-106, 108, 109, 112, 114-117, 122, 125, 128, 130, 133, 138, 141, 144-147, 153, 154, 160, 161, 163-165, 172, 180, 185-187, 217, 222, 223, 236, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 323-327, 331, 336, 340-343, 347, 350, 352, 353, 356-360
LUKAS 1:76 ‘voor Jehovah uit gaan’
REDEN(EN): De profetische woorden van Zacharias in het tweede deel van dit vers doen sterk denken aan de bewoordingen in Jesaja 40:3 en Maleachi 3:1, waar Gods naam (weergegeven met vier Hebreeuwse medeklinkers, getranslitereerd als JHWH) voorkomt in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst. Tegen die achtergrond van de Hebreeuwse Geschriften wordt daarom hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt, ook al staat in de beschikbare Griekse manuscripten Kurios (Heer). (Zie commentaren bij Lukas 1:6, 16, 17 en 3:4.) Het is ook interessant dat in dit vers net als in veel andere verzen in Lukas 1 vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam.
ONDERSTEUNING:
A Commentary on the Holy Bible, bewerkt door J.R. Dummelow, 1936. In dit werk wordt gezegd dat Zacharias met Heer ‘Jehovah’ bedoelde: ‘Of the Lord] Zacharias understood it of Jehovah.’
A Critical and Exegetical Commentary on the Gospel According to St. Luke, door Alfred Plummer, 1920. Dit commentaar vermeldt dat in Lukas 1:76 het Griekse ‘Κυρίου’ duidt op ‘Jehovah, not the Christ’ (Jehovah, niet de Christus), zoals blijkt uit vers 16 en 17.
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 1:76 vermeld als vers waarin Kurios mogelijk wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Expositor’s Greek Testament, door W. Robertson Nicoll, 2002 (deel I, blz. 469). Hierin wordt over dit vers gezegd: ‘John will go before the Lord (Jehovah).’
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 109 wordt bij dit vers gezegd dat het Griekse Kurios in het hele hoofdstuk op ‘Yahweh’ duidt: ‘Throughout this chapter Κύριος is the Greek word for Yahweh.’
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 1:76 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 28-35, 39-43, 46, 48, 49, 52, 53, 60, 61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 105, 106, 114-116, 127, 146, 153, 154, 180, 185, 187, 235, 242, 254, 259, 262, 263, 265, 271, 273, 274, 283, 290, 306, 310, 322-327, 331, 340, 347, 350, 356-360
LUKAS 2:9a ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Zie commentaren bij Mattheüs 1:20 en Lukas 1:11.
REFERENTIES: J5-13, 16, 17, 22-24, 32-36, 38-43, 46, 48, 49, 52, 55, 59-61, 65, 66, 88, 90, 94-96, 100-106, 114-117, 122, 128, 130, 138, 141, 144-147, 153, 154, 163, 167, 172, 180, 185-187, 217, 222, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 356-360
LUKAS 2:9b ‘Jehovah’s pracht’
REDEN(EN): De eerste twee hoofdstukken van Lukas’ verslag staan vol verwijzingen naar en zinspelingen op uitdrukkingen en passages in de Hebreeuwse Geschriften waarin Gods naam voorkomt. Hoewel de meeste beschikbare Griekse manuscripten in dit vers het woord Kurios (Heer) hebben en enkele Theos (God), zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. In de Hebreeuwse Geschriften komt het overeenkomende Hebreeuwse woord voor pracht meer dan 30 keer voor in combinatie met het Tetragrammaton. (Een aantal voorbeelden: Exodus 16:7; 40:34, Leviticus 9:6, 23, Numeri 14:10; 16:19; 20:6, 1 Koningen 8:11, 2 Kronieken 5:14; 7:1, Psalm 104:31; 138:5, Jesaja 35:2; 40:5; 60:1, Ezechiël 1:28; 3:12; 10:4; 43:4 en Habakuk 2:14.) Het is interessant dat een vroeg exemplaar van de Septuaginta (gevonden in een grot in Nachal Chever in de woestijn van Judea, bij de Dode Zee, en gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr.) in Habakuk 2:14 binnen de Griekse tekst het Tetragrammaton in Oudhebreeuwse letters bevat. Toen in latere kopieën van de Septuaginta Gods naam in dit en veel andere verzen werd vervangen door Kurios, voegde men geen bepaald lidwoord toe terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de woorden en de weglating van het bepaald lidwoord in het Grieks wordt daarom in Lukas 2:9 in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 2:9b vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 128, 129 wordt over de uitdrukkingen ‘angel of the Lord’ (engel van de Heer) en ‘glory of the Lord’ (glorie van de Heer) in Lukas 2:9 gezegd dat daarin ‘Κύριος’ net als in heel hoofdstuk 1 de Griekse term voor ‘Yahweh’ is en dat het als genitief in combinatie met een zelfstandig naamwoord zonder lidwoord één concept vormt: ‘Jehovah-angel’, ‘Jehovah-glory’. Bovendien wordt opgemerkt: ‘It was Jehovah’s angel who came upon them like a flash’ (het was Jehovah’s engel die plotseling voor ze stond).
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). Over deze uitdrukking in Lukas 2:9 wordt gezegd dat de Septuaginta ‘doxa’ heeft als vertaling van het Hebreeuwse ‘kābôd, the “splendor, brilliance” associated with Yahweh’s perceptible presence to his people’ (de glans of schittering die met Jahweh’s voor zijn volk waarneembare aanwezigheid wordt geassocieerd).
Kritisch exegetischen Kommentar über das Neue Testament, door dr. Heinrich August Wilhelm Meyer, 5e druk, Göttingen, 1867. In dit Duitse commentaar staat het Hebreeuwse JHWH bij de uitdrukking in Lukas 2:9: ‘δόξα κυρίου) כְּבוֹד יְהוָֹה, Lichtglanz, von welchem Gott umgeben ist’ (lichtschijnsel waardoor God omgeven is).
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 2:9 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-8, 10-18, 22-24, 28-36, 38-43, 46-49, 52, 55, 59, 61, 65, 66, 88, 90, 91, 93-96, 100-104, 114, 115, 117, 138, 141, 144-147, 153, 154, 167, 172, 180, 185-187, 217, 222, 242, 259, 262, 263, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 322-327, 331, 336, 340, 342, 347, 350, 352, 356, 357, 360
LUKAS 2:15 ‘wat Jehovah ons heeft bekendgemaakt’
REDEN(EN): De engelen brachten de boodschap over, maar de herders beseften dat Jehovah God de bron ervan was. Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten ho Kurios (de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Septuaginta wordt het Griekse werkwoord dat met ‘heeft bekendgemaakt’ is weergegeven, gebruikt als vertaling van een overeenkomend Hebreeuws werkwoord in contexten waarin Gods naam voorkomt en waarin Jehovah zijn wil aan mensen overbrengt of waarin mensen vragen naar zijn wil (Psalm 25:4; 39:4; 98:2; 103:6, 7). Daarom lijkt het logisch om Gods naam in verband te brengen met wat de Joodse herders hier zeggen. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 2:15 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). Hierin wordt over Lukas 2:15 gezegd: ‘Which the Lord has made known to us. I.e. Yahweh.’
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 137 wordt over dit vers gezegd: ‘Κύριος is again the translation of Yahweh.’
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, druk 1991. In een voetnoot bij Lukas 2:15 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5, 7, 8, 10-12, 14-18, 22, 23, 28-31, 33-36, 39-44, 46, 47, 49, 52, 59-61, 65, 88, 93-96, 100-102, 104-106, 114-117, 122, 130, 138, 141, 144-147, 153, 154, 163, 172, 186, 187, 222, 242, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 290, 306, 310, 323-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 356-360
LUKAS 2:22 ‘om hem aan Jehovah aan te bieden’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten toi Kurioi (aan de Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Dat Jezus na zijn geboorte naar de tempel wordt gebracht is, zoals het volgende vers laat zien, in overeenstemming met wat Jehovah tegen Mozes zei in Exodus 13:1, 2 en 12, waar ouders wordt geboden ‘elke eerstgeboren zoon aan Jehovah te wijden’. Bovendien komt de uitdrukking ‘om hem aan Jehovah aan te bieden’ overeen met wat wordt beschreven in 1 Samuël 1:22-28, waar de jonge Samuël ‘voor Jehovah’ verschijnt en aan de dienst voor hem wordt gewijd. Vanwege de context en de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking wordt in Lukas 2:22 in de hoofdtekst Gods naam gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 2:22 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 141 wordt gezegd dat ze het kind naar Jeruzalem brachten om hem aan te bieden aan ‘the Lord, i.e., Yahweh, Κύριος being used in this sense throughout these first chapters of Luke’ (aan de Heer, d.w.z. Jahweh, aangezien Kurios overal in de eerste hoofdstukken van Lukas in die betekenis wordt gebruikt). Verder wordt opgemerkt: ‘Every first-born son had to be presented to Jehovah’ (elke eerstgeboren zoon moest aan Jehovah worden aangeboden).
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, druk 1991. In een voetnoot bij Lukas 2:22 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22, 23, 28-36, 38-43, 47, 49, 52, 59-61, 65, 66, 88, 93-95, 100-102, 104-106, 114-117, 125, 128, 130, 138, 141, 144-147, 153, 161, 163, 167, 172, 180, 186, 187, 203, 217, 222, 242-244, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 323-327, 331, 336, 340, 342, 347, 352, 356-360
LUKAS 2:23a ‘zoals in Jehovah’s wet geschreven staat’
REDEN(EN): Hoewel in de beschikbare Griekse manuscripten nomoi Kuriou (wet van Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Deze uitdrukking komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor. Het is een combinatie van het Hebreeuwse woord voor wet en het Tetragrammaton. (Bijvoorbeeld: Exodus 13:9, 2 Koningen 10:31, 1 Kronieken 16:40; 22:12, 2 Kronieken 17:9; 31:3; 34:14; 35:26, Nehemia 9:3, Psalm 1:2; 119:1, Jesaja 5:24, Jeremia 8:8, Amos 2:4.) De uitdrukking ‘zoals geschreven staat’ wordt in de Griekse Geschriften vaak gebruikt om citaten uit de Hebreeuwse Geschriften in te leiden (Markus 1:2; Handelingen 7:42; 15:15; Romeinen 1:17; 9:33; 10:15). In de Septuaginta wordt deze uitdrukking ook in 2 Koningen 14:6 gebruikt om een citaat in te leiden. De volledige formulering ‘zoals in Jehovah’s wet geschreven staat’ weerspiegelt een uitdrukking uit de Hebreeuwse Geschriften die te vinden is in 2 Kronieken 31:3 en 35:26 en daar Gods naam bevat. Daarnaast hebben Bijbelgeleerden opgemerkt dat hier vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in deze context in feite gelijk aan een eigennaam. Vanwege de context, de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de weglating van het bepaald lidwoord in het Grieks wordt daarom in Lukas 2:23 in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 2:23a vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
Theologischen Wörterbuch zum Neuen Testament, bewerkt door Gerhard Kittel, Stuttgart, 1942 (deel 4). Op bladzijde 1051 wordt over de uitdrukking in Lukas 2:23 gezegd dat ‘νόμος’ (nomos) geen bepaald lidwoord heeft maar in de samenstelling ‘νόμος κυρίου’ (nomos kuriou) staat en dat dit ‘von יהוה תורת her bestimmt sein wird’ (in het licht van JHWH moet worden begrepen).
The Scofield Reference Bible, door C.I. Scofield, 1909. In een kanttekening bij Lukas 2:23 staat: ‘Jehovah. Ex. 13.2, 12.’
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 2:23 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 28-31, 33-36, 38-43, 46, 47, 49, 52, 55, 58-61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104, 106, 114-117, 125, 141, 144-147, 153, 154, 167, 172, 180, 186, 187, 203, 213, 217, 222, 234, 236, 242-244, 250, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 322-327, 331, 336, 340-343, 347, 352, 356-360
LUKAS 2:24 ‘de wet van Jehovah’
REDEN(EN): Zie commentaren bij Lukas 1:6 en 2:23.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 2:24 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 2:24 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 28-36, 38-43, 46, 47, 49, 52, 55, 56, 58-61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104, 106, 114-117, 122, 125, 130, 133, 141, 144-147, 153, 154, 163, 167, 172, 180, 186, 187, 203, 213, 217, 222, 234, 242-244, 250, 259, 262, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 322-327, 331, 332, 336, 339-342, 347, 352, 356-360
LUKAS 2:26 ‘de Christus van Jehovah’
REDEN(EN): Er zijn goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken, ook al staat in de beschikbare Griekse manuscripten letterlijk ton christon Kuriou (de Christus van Heer). In de beschikbare exemplaren van de Septuaginta is deze uitdrukking de vertaling van de Hebreeuwse uitdrukking masjiach JHWH, dat wil zeggen ‘gezalfde van Jehovah’, die 11 keer in de Hebreeuwse Geschriften voorkomt (1 Samuël 24:6 [twee keer], 10; 26:9, 11, 16, 23; 2 Samuël 1:14, 16; 19:21; Klaagliederen 4:20). Bijbelgeleerden hebben opgemerkt dat zowel in de Griekse tekst van Lukas als in de Septuaginta in deze passages vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in deze contexten in feite gelijk aan een eigennaam. De Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de weglating van het Griekse lidwoord zijn goede redenen om Kurios in deze uitdrukkingen te behandelen als een equivalent van Gods naam en niet als een titel. (Zie commentaar bij Lukas 1:6.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 2:26 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 145 wordt gezegd dat in dit vers ‘Lord’ zoals overal in de eerste twee hoofdstukken van Lukas op Jahweh slaat: ‘To see the Lord’s (Yahweh, Κύριος in this sense throughout these two chapters) Christ.’
Zondervan Illustrated Bible Backgrounds Commentary, 2002 (deel 1, blz. 345-346). In dit Bijbelcommentaar wordt gezegd dat de uitdrukking in Lukas 2:26 het equivalent is van de oudtestamentische uitdrukking ‘the LORD’s Anointed’ (de gezalfde van de Heer) en duidt op ‘Yahweh’s chosen agent of redemption’ (Jahweh’s uitverkoren bemiddelaar van verlossing).
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). In dit Bijbelcommentaar wordt gezegd dat de oudtestamentische uitdrukking ‘de gezalfde van Jahweh’ in Lukas 2:26 in een Messiaanse betekenis op een in de toekomst verwachte David duidt: ‘The OT expression, “the Anointed of Yahweh” (see e.g. 1 Sam 24:7, 11; 26:9, 11, 16, 23), is used here in the strictly messianic sense, of a future, expected David.’
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 2:26 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 28-36, 38-43, 46, 47, 49, 52, 58-61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-105, 114-117, 122, 125, 128, 130, 138, 141, 144-147, 153, 154, 163, 167, 172, 180, 185, 187, 203, 217, 222, 242-244, 249, 259, 262, 263, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 310, 322-327, 331, 336, 338, 340-342, 347, 350-352, 353, 356-360
LUKAS 2:39 ‘wet van Jehovah’
REDEN(EN): Hoewel in de beschikbare Griekse manuscripten nomon Kuriou (wet van Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. Deze uitdrukking komt in de Hebreeuwse Geschriften vaak voor. Het is een combinatie van het Hebreeuwse woord voor wet en het Tetragrammaton. (Voorbeelden: Exodus 13:9, 2 Koningen 10:31, 1 Kronieken 16:40; 22:12, 2 Kronieken 17:9; 31:3, Nehemia 9:3, Psalm 1:2; 119:1, Jesaja 5:24, Jeremia 8:8, Amos 2:4.) Het is ook interessant dat hier vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in deze context in feite gelijk aan een eigennaam. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de weglating van het bepaald lidwoord in het Grieks wordt hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. (Zie commentaren bij Lukas 1:6 en 2:23.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 2:39 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 2:39 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J5-18, 22-24, 28-36, 38, 40-44, 46-49, 52, 55, 59-61, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-104, 106, 114-117, 122, 125, 128, 138, 141, 144-147, 153, 154, 161, 167, 172, 180, 185-187, 203, 213, 217, 222, 234, 242-244, 250, 259, 262, 265, 268, 271, 273-275, 283, 290, 295, 306, 310, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 352, 356-360
LUKAS 5:17 ‘Jehovah’s kracht’
REDEN(EN): Hoewel Griekse manuscripten hier het woord Kurios (Heer) hebben, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier laat de context zien dat met Kurios God wordt aangeduid. Het Griekse woord dunamis, dat kan worden vertaald met ‘macht’ of ‘kracht’, wordt in de Septuaginta gebruikt als de Hebreeuwse tekst het heeft over Jehovah’s macht of kracht en het Tetragrammaton in de context staat (Psalm 21:1, 13; 93:1; 118:15). Bijbelgeleerden hebben opgemerkt dat in Lukas 5:17 vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. Dat is veelzeggend omdat in de Septuaginta iets vergelijkbaars te zien is. Terwijl oude exemplaren van de Septuaginta nog Gods naam bevatten, werd die in latere kopieën vervangen door Kurios, maar ook daar vaak zonder het bepaald lidwoord in te voegen waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Die ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord is nog een indicatie dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam. Vanwege de Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de weglating van het bepaald lidwoord in het Grieks wordt daarom hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. (Zie commentaren bij Lukas 1:6, 16.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 5:17 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 292 wordt gezegd dat Kurios zonder het lidwoord in dit vers duidt op Jahweh, zoals de eerste hoofdstukken van Lukas laten zien: ‘The unarticulated Κύριος, as the first chapters in Luke show, denotes Yahweh.’
New Testament Commentary, door William Hendriksen, 2007. Volgens dit Bijbelcommentaar is het veelzeggend dat Lukas in dit vers toevoegt dat ‘the power of the Lord — that is, of Jehovah’ (de kracht van de Heer, dat wil zeggen van Jehovah) met Jezus was ‘for healing’ (zodat hij kon genezen).
A Critical and Exegetical Commentary on the Gospel According to St. Luke, door Alfred Plummer, 1920. In dit commentaar wordt over het zinsdeel ‘the power of Jehovah was present for Him to heal with’ (de kracht van Jehovah was aanwezig zodat hij ermee kon genezen) gezegd: ‘Κύριος without the article means Jehovah’ (Kurios zonder lidwoord betekent Jehovah).
Word Pictures in the New Testament, door Archibald Thomas Robertson, 1930 (deel 2). Hierin wordt over Lukas 5:17 gezegd: ‘Here Kuriou refers to Jehovah.’
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1981 (deel 28). In dit naslagwerk wordt de uitdrukking in Lukas 5:17 lucaans genoemd (‘a Lucan creation’), een beschrijving van de kracht van Jahweh die in Jezus aanwezig is om mensen te genezen (‘Yahweh’s power present in Jesus for the sake of curing people’). De frase doet volgens dit werk denken aan 4:14, 36 en wijst op het wonder en de aankondiging die volgen. Bovendien staat er: ‘Here Kyrios is clearly distinguished from Jesus and means Yahweh’ (Kurios is hier duidelijk onderscheiden van Jezus en betekent Jahweh).
A Critical and Exegetical Commentary on the Gospel According to St. Luke, door Alfred Plummer, 1916. In een commentaar op de uitdrukking in Lukas 5:17 wordt gezegd dat Lukas Christus vaak ‘the Lord’ (de heer) noemt maar dat in die gevallen ‘Κύριος’ altijd met lidwoord is gebruikt (‘7:13; 10:1; 11:39; 12:42; 13:15; 17:5, 6; 18:6; 19:8; 22:61’). Er staat verder: ‘Κύριος without the article means Jehovah [1:11; 2:9; 4:18; Acts 5:19; 8:26, 39; 12:7]’ (Kurios zonder lidwoord betekent Jehovah).
The New American Commentary, door Robert H. Stein, 1992 (deel 24). Hierin wordt over Lukas 5:17 gezegd: ‘The term “Lord” here refers to God/YHWH as in 1:6, 9, 11, 15, 16.’
Évangile Selon Saint Luc, door M.J. Lagrange, 1921. In dit Franse naslagwerk wordt over Lukas 5:17 gezegd: ‘Mais quand Luc ne met pas l’article, Κύριος est Iahvé’ (Maar wanneer Lukas het lidwoord niet gebruikt is Kurios Iahvé). Vervolgens worden vergelijkbare gevallen opgesomd in Lukas 1:11; 2:9 en 4:18 en in Handelingen 5:19; 8:26, 39 en 12:7.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 5:17 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J7-12, 14-18, 22-24, 28-36, 38-44, 46, 47, 52, 55, 58, 61, 65, 66, 88, 90, 93-96, 100-104, 106, 115-117, 125, 130, 138, 144-147, 153, 154, 172, 186, 187, 222, 242, 259, 262, 265, 268, 271, 273, 275, 283, 290, 295, 310, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 356, 358-360
LUKAS 20:37 ‘waarin hij Jehovah (…) noemt’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. De context laat zien dat met Kurios God wordt aangeduid. In dit vers wordt Exodus 3:6 geciteerd, waar, zoals uit de verzen ervoor blijkt, Jehovah aan het woord is (Exodus 3:4, 5). Tegen die achtergrond van de Hebreeuwse Geschriften wordt daarom hier in de hoofdtekst Gods naam gebruikt. Bijbelgeleerden hebben opgemerkt dat in Lukas 20:37 vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Dat is veelzeggend omdat in de Griekse Septuaginta iets vergelijkbaars te zien is. Terwijl oude exemplaren van de Septuaginta nog Gods naam bevatten, werd die in latere kopieën vervangen door Kurios, maar ook daar vaak zonder het bepaald lidwoord in te voegen waar dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Die ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord is nog een indicatie dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam. (Zie commentaren bij Lukas 1:6, 16.)
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Lukas 20:37 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Luke’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 999 wordt over dit vers gezegd: ‘It was, however, the Lord (Yahweh) himself who used this covenant name concerning himself there at the bush’ (Het was echter de Heer (Jahweh) zelf die deze verbondsnaam gebruikte voor zichzelf daar bij de struik).
A Translator’s Handbook on the Gospel of Luke, door J. Reiling en J.L. Swellengrebel, uitgegeven door United Bible Societies, 1971. Over Lukas 20:37 wordt gezegd: ‘Kurios (cp. on 1:6) is without article as if a personal name’ (Kurios is zonder lidwoord zoals een eigennaam).
The Anchor Bible, door Joseph A. Fitzmyer, 1985 (deel 28-28A). Hierin wordt over dit vers gezegd: ‘When he speaks of the Lord. I.e. Yahweh (see Exod 3:4).’ Verder wordt uitgelegd wat het hoofdpunt in het argument is, namelijk dat Jahweh zich lang na de dood van de patriarchen aan Mozes kenbaar maakt als hun God (‘Yahweh identifies himself to Moses as the God of the patriarchs long after they have died’).
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949. In een voetnoot bij Lukas 20:37 staat ‘Jehovah’.
REFERENTIES: J9, 11-18, 21-24, 27-44, 46-49, 52, 54, 55, 57-61, 65, 66, 86, 88, 90, 91, 93, 95, 96, 100-103, 105, 106, 112, 114-117, 121, 124, 125, 129, 130, 138, 144-147, 149, 153, 154, 161, 164-167, 170, 171, 178, 180, 181, 183, 185-187, 197, 200, 203, 209, 213, 217, 222, 242-244, 250, 259, 262, 265, 268, 271, 273-275, 278, 279, 283, 290, 295-297, 300, 306, 310, 322-325, 327, 331, 336, 339-341, 347, 350, 352, 353, 356, 358-360, 364