C3
Verzen in Mattheüs waarin de naam Jehovah geen deel uitmaakt van een direct of indirect citaat
MATTHEÜS 1:20 ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat het over God gaat. De uitdrukking ‘Jehovah’s engel’ komt in de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament vaak voor, de eerste keer in Genesis 16:7. In vroege exemplaren van de Septuaginta, een Griekse vertaling van het Oude Testament, wordt in deze uitdrukking het Griekse woord aggelos (engel, boodschapper) gevolgd door Gods naam in Hebreeuwse letters. Een voorbeeld daarvan is te zien in Zacharia 3:5, 6 in een exemplaar van de Septuaginta dat gevonden is in Nachal Chever (Israël) en dat sommige geleerden hebben gedateerd tussen 50 v.Chr. en 50 n.Chr. In latere kopieën van de Septuaginta werd Gods naam vervangen door Kurios, maar interessant genoeg voegde men in dit en veel andere verzen geen bepaald lidwoord toe terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. De Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord duiden er dus op dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam. Daarom wordt in de hoofdtekst de naam Jehovah gebruikt.
ONDERSTEUNING:
Griechisch-deutschen Wörterbuch zu den Schriften des Neuen Testaments und der frühchristlichen Literatur, door Walter Bauer, zesde druk, herziene uitgave, 1988, kol. 933. Over kurios wordt gezegd: ‘Bez[eichnung] Gottes’ (aanduiding voor God). Er staat verder: ‘Ohne Art … fast wie ein Eigenname’ (zonder het lidwoord als het ware een eigennaam). Hierbij worden onder meer Mattheüs 1:20, 24; 2:13, 19 en 28:2 vermeld.
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin worden Mattheüs 1:20, 24; 2:13, 19 en 28:2 vermeld bij de verzen in het Nieuwe Testament waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe oder Gott’.
The Interpretation of St. Matthew’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 44 wordt gezegd dat in dit vers bij aggelos Κυriou (engel van de Heer) geen lidwoord staat en het daarom een van ‘Yahweh’s’ engelen is. Er wordt aangenomen dat het om de engel Gabriël gaat, dezelfde die aan Maria verscheen, ‘the Mighty One of Jehovah’ of ‘Hero of Jehovah’ (de Machtige of Held van Jehovah).
Het Nieuwe Testament, door H.C. Voorhoeve, Jzn., 1877. In een voetnoot bij dit vers staat: ‘„Heer,” zonder artikel, duidt hier, gelijk op vele andere plaatsen in het N.T., den naam Jehovah aan.’ Hetzelfde is gedaan in de verwante Duitse Elberfelder Bibel (1871). Ook de Engelse vertaling The ‘Holy Scriptures’ (J.N. Darby, 1949) vermeldt hetzelfde in een voetnoot bij dit vers (en in voetnoten bij Mattheüs 1:24 en 2:13).
The Restored New Testament, door Willis Barnstone, 2009. In een voetnoot wordt gezegd dat de uitdrukking ‘an angel of the Lord’ afkomstig is van het Griekse ‘angelos kyriou’, dat afkomstig is van het Hebreeuwse ‘malakh yahweh’. Een letterlijke vertaling, zo wordt verder gezegd, zou zijn ‘Yahweh’s malakh or “messenger”’ (boodschapper). In Mattheüs 28:2 heeft deze vertaling in de hoofdtekst ‘an angel of Yahweh’.
Complete Jewish Bible, door David H. Stern, 1998. Deze Engelse vertaling heeft in dit vers het woord ‘ADONAI’ met een hoofdletter en in kleine kapitalen. In het voorwoord legt de vertaler uit dat hij ‘ADONAI’ overal heeft gebruikt waar hij meent dat ‘kurios’ het Griekse equivalent van het Tetragrammaton is.
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. Deze Engelse vertaling heeft in Mattheüs 1:20 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen en vermeldt in een voetnoot: ‘the LORD = Jehovah.’
REFERENTIES: J3, 4, 7-14, 16-18, 22-24, 28-36, 38-41, 43, 45-52, 55, 59-61, 63, 65, 66, 88, 90, 93-96, 100-102, 104-106, 110, 114-117, 125, 128, 138, 144-147, 154, 167, 169, 175, 187, 190, 201, 226, 243, 253, 254, 262, 263, 265, 268, 271, 273, 275, 290, 295, 310, 315-317, 320, 322-327, 331, 336, 338-342, 347, 350-352, 355-360
MATTHEÜS 1:22 ‘wat Jehovah had gezegd’
REDEN(EN): Hoewel hier in de beschikbare Griekse manuscripten het woord Kurios (Heer) staat, zijn er goede redenen om in de hoofdtekst Gods naam te gebruiken. In de Griekse Geschriften kan Kurios op Jehovah God of Jezus Christus duiden, afhankelijk van de context. Hier maakt de context duidelijk dat het over God gaat. Het citaat dat volgt (in Mattheüs 1:23) is afkomstig uit Jesaja 7:14, waar de profetische boodschap staat die Jehovah via Jesaja overbracht. Het is ook interessant dat in dit vers vóór Kurios geen bepaald lidwoord staat terwijl dat normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten. Daarmee wordt Kurios in feite gelijk aan een eigennaam. De Hebreeuwse herkomst van de uitdrukking en de ongebruikelijke weglating van het bepaald lidwoord duiden er dus op dat Kurios hier een vervanging is van Gods naam.
ONDERSTEUNING:
Exegetischen Wörterbuch zum Neuen Testament, 1992, deel II, kol. 815. Hierin wordt Mattheüs 1:22 vermeld bij de verzen waarin Kurios wordt gebruikt voor ‘Jahwe/Gott’.
The Interpretation of St. Matthew’s Gospel, door R.C.H. Lenski. Op bladzijde 52 wordt gezegd dat de formulering die Mattheüs hier gebruikt, ‘in order that it be fulfilled what was spoken by the Lord (Κύριος for Yahweh) through the prophet’ (opdat vervuld zou worden wat door de Heer is gesproken via de profeet), in heel zijn evangelie veelvuldig voorkomt, met hier en daar een variant. De conclusie luidt dat ‘Yahweh’ de eigenlijke spreker is en de profeet het middel of de spreekbuis door (‘διά’) wie hij spreekt.
The ‘Holy Scriptures’, door J.N. Darby, 1949; Die Heilige Schrift (unrevidierte Elberfelder Bibel), Elberfeld, 1871. In een voetnoot bij dit vers (en in The ‘Holy Scriptures’ ook bij Mattheüs 2:15) wordt gezegd dat ‘Lord’ of ‘Herr’ zonder bepaald lidwoord hier, zoals dikwijls, de naam ‘Jehovah’ of ‘Jehova’ aanduidt.
The Companion Bible, met notities van E.W. Bullinger, druk 1999. Deze Engelse vertaling heeft in Mattheüs 1:22 in de hoofdtekst LORD met een hoofdletter en in kleine kapitalen en vermeldt in Appendix 98: ‘Used of Jehovah . . . and printed “LORD” throughout.’
Vine’s Complete Expository Dictionary of Old and New Testament Words, 1985, door Vine, Unger en White. In dit Bijbelse woordenboek wordt over Kurios in dit vers gezegd dat het in de Septuaginta en het Nieuwe Testament de weergave is van het Hebreeuwse ‘Jehovah’, waarbij wordt verwezen naar Mattheüs 4:7 en Jakobus 5:11, en van ‘adon, Lord, Matt. 22:44’ en ‘Adonay, Lord, 1:22’.
Mounce’s Complete Expository Dictionary of Old and New Testament Words, door William D. Mounce, 2006. Dit Bijbelse woordenboek geeft deze definitie bij nummer 3261: ‘Kyrios . . . the Lord, Jehovah, Mt. 1:22.’
REFERENTIES: J1-4, 7-14, 16-18, 22-24, 26, 28-36, 38-41, 43, 45-50, 52, 59-61, 63, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104-106, 110, 114-117, 130, 138, 143-147, 154, 155, 167, 169, 175, 187, 190, 201, 203, 217, 226, 245, 250, 254, 262, 263, 265, 268, 271, 273, 275, 290, 295, 310, 315-317, 320, 323-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 355-360
MATTHEÜS 1:24 ‘de engel van Jehovah’
REDEN(EN): Zie commentaar bij Mattheüs 1:20.
REFERENTIES: J1-4, 7-14, 16-18, 22-24, 28-36, 38-41, 43, 45-50, 52, 59-61, 63, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104, 105, 110, 115-117, 128, 138, 144-147, 154, 155, 167, 169, 175, 187, 190, 201, 226, 245, 262, 263, 265, 271, 273, 275, 290, 295, 310, 315-317, 320, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 355-359
MATTHEÜS 2:13 ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Zie commentaar bij Mattheüs 1:20.
REFERENTIES: J1-4, 6-14, 16-18, 22-24, 28-36, 39, 40, 43, 45-50, 52, 59-61, 63, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104-106, 110, 114-117, 128, 130, 138, 144-147, 154, 155, 167, 169, 175, 185, 187, 190, 201, 250, 262, 263, 265, 268, 271, 273, 275, 290, 295, 310, 315-317, 320, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 355-360
MATTHEÜS 2:15 ‘wat Jehovah had gezegd’
REDEN(EN): Het citaat dat in dit vers hierop volgt is afkomstig uit Hosea 11:1. Uit Hosea 11:11 blijkt duidelijk dat dit een uitspraak van Jehovah God is. (Zie commentaar bij Mattheüs 1:22.)
REFERENTIES: J1, 3, 4, 6-14, 16-18, 22-24, 28-36, 38-41, 43, 45-50, 52, 59, 61-63, 65, 66, 88, 93-95, 100-102, 104-106, 110, 114-117, 125, 128, 130, 138, 145-147, 154, 155, 163, 166, 167, 169, 175, 185, 187, 190, 201, 203, 217, 226, 243, 250, 262, 263, 265, 268, 271, 273, 275, 290, 295, 315-317, 320, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 355-360
MATTHEÜS 2:19 ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Zie commentaar bij Mattheüs 1:20.
REFERENTIES: J1-4, 6-14, 16-18, 22-24, 28-36, 38-40, 43, 45-50, 52, 59-61, 63, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104-106, 114-117, 125, 128, 130, 138, 144-147, 154, 155, 167, 169, 175, 185, 187, 190, 201, 243, 250, 262, 263, 265, 268, 271, 273, 275, 290, 295, 310, 315-317, 320, 322-327, 331, 336, 340-342, 347, 350, 352, 355-360
MATTHEÜS 28:2 ‘Jehovah’s engel’
REDEN(EN): Zie commentaar bij Mattheüs 1:20.
REFERENTIES: J1-4, 7-13, 16-18, 22-24, 28-36, 38, 40, 41, 43, 45-47, 49-52, 55, 60, 61, 63, 65, 66, 88, 90, 93-95, 100-102, 104-106, 114-117, 128, 138, 144-147, 154, 155, 160, 163, 167, 175, 187, 190, 201, 226, 262, 263, 265, 271, 273, 275, 290, 295, 308, 310, 317, 320, 322-327, 331, 336, 339-341, 347, 350, 352, 356, 358-360