C3
Verzen waarin de naam Jehovah geen deel uitmaakt van een direct of indirect citaat
In dit gedeelte staan lijsten met de overige verzen waarin de naam Jehovah in de hoofdtekst van de Griekse Geschriften van de Nieuwewereldvertaling voorkomt. Deze verzen bevatten geen direct of indirect citaat uit het Oude Testament waarin het Tetragrammaton wordt gebruikt. Maar er zijn sterke contextuele of taalkundige redenen om Gods naam in die verzen terug te zetten. In elk specifiek geval wordt uitgelegd waarom Gods naam in dat vers is teruggezet. (Zie ‘Redenen om Gods naam in de Griekse Geschriften terug te zetten’.)
Onder het kopje ‘Ondersteuning’ staan lexicons, naslagwerken en commentaren die ondersteuning bieden voor het gebruik van Gods naam in een bepaald vers in de Griekse Geschriften (het Nieuwe Testament) of die aangeven dat in het vers naar Gods naam wordt verwezen. Hoewel uit sommige van deze werken geloof in de on-Bijbelse Drie-eenheidsleer spreekt, onderschrijven ze niettemin het gebruik van Gods naam in bepaalde verzen.
Tot het ondersteunend materiaal behoren ook Bijbelvertalingen die in de hoofdtekst weergaven gebruiken als Jehovah, Yahveh, Jahweh, יהוה (het Tetragrammaton JHWH), HEER en ADONAI, of die in voetnoten en kanttekeningen aangeven dat er naar Jehovah God wordt verwezen. Een lijst met zulke Bijbelvertalingen staat bij ‘Referenties’. Ze gebruiken Gods naam niet altijd in dezelfde verzen als de Nieuwewereldvertaling, maar ze hebben wel een vorm van Gods naam in de Griekse Geschriften. Elk van deze vertalingen wordt aangeduid met de letter J gevolgd door een cijfer. (De J staat voor de naam Jehovah.) De volledige lijst van referenties is te vinden in Appendix C4.
Het New World Bible Translation Committee heeft deze vertalingen overigens niet gebruikt als basis voor de beslissing Gods naam in de Griekse Geschriften terug te zetten. De J-verwijzingen tonen alleen aan dat andere vertalers vergelijkbare keuzes hebben gemaakt bij het gebruik van Gods naam in hun edities van het Nieuwe Testament. Meer informatie is te vinden in Appendix C1.
REDENEN OM GODS NAAM IN DE GRIEKSE GESCHRIFTEN TERUG TE ZETTEN
FACTOREN TER OVERWEGING:
Is het een citaat uit een vers in de Hebreeuwse Geschriften waarin Gods naam voorkomt? (Zie Appendix C2.)
Gaat het om een Hebreeuws idioom of een uitdrukking waarin normaal gesproken Gods naam voorkomt? (Bijvoorbeeld ‘Jehovah’s engel’ in Mt 1:20.)
Komt Gods naam voor in de context van een citaat uit de Hebreeuwse Geschriften? (Bijvoorbeeld ‘wat Jehovah had gezegd’ in Mt 1:22 en 2:15.)
Ontbreekt het bepaald lidwoord vóór Kurios (Heer) terwijl dat er normaal gesproken grammaticaal wel zou moeten staan, wat erop kan duiden dat er in de oorspronkelijke Griekse tekst een eigennaam heeft gestaan? (Bijvoorbeeld in Mr 13:20.)
Zou Gods naam in het vers gebruikt kunnen zijn om verwarring te voorkomen? (Bijvoorbeeld ‘wat Jehovah allemaal voor je heeft gedaan’ in Mr 5:19.)