„Laat een ieder die het hoort, zeggen: ’Kom!’”
1 In deze tijd gebruikt Jezus als de Voortreffelijke Herder op liefdevolle wijze de bruidklasse om mensen uit te nodigen rijkelijk van Gods voorzieningen voor eeuwig leven te drinken. — Openb. 7:9, 17; 22:17.
2 Het door Gods geest en Woord aangedreven gezalfde overblijfsel is ’blijven zeggen: „Kom!”’ Meer dan drie miljoen andere schapen hebben gunstig op deze uitnodiging gereageerd zodat nu hun dorst wordt gelest. Ook hebben zij het voorrecht gehoor te geven aan het gebod: „Laat een ieder die het hoort, zeggen: ’Kom!’”
ANDEREN NAAR GODS ORGANISATIE LEIDEN
3 Wanneer wij zeggen „Kom”, leiden wij anderen niet naar onszelf, alsof wij individueel de bron van „water des levens” zouden zijn. In plaats daarvan leiden wij mensen op juiste wijze naar Jehovah en naar zijn theocratische organisatie. Wanneer iemand oprechte belangstelling aan de dag legt om meer te weten te komen, aarzel dan niet tot zo iemand te zeggen: Bezoek onze christelijke vergaderingen. Daar zult u ware geestelijke verkwikking vinden. — Ps. 133:1-3.
4 Nog een voortreffelijke manier om mensen in contact te brengen met Gods organisatie, is door middel van De Wachttoren en Ontwaakt! Een lezer kan te weten komen dat er werkelijk een internationale broederschap is van christenen die in eenheid leven en werken (Jes. 2:2-4; Zach. 8:23). Deze eenheid wordt opgemerkt in hun bediening, op congressen, wanneer er plaatsen voor aanbidding worden gebouwd of als men elkaar in tijden van rampspoed bijstaat, enzovoort. Onze tijdschriften nodigen miljoenen lezers uit de plaatselijke Koninkrijkszaal te bezoeken en te delen in het geestelijke feestmaal waarin Gods volk zich verheugt. Aangezien wij waardering hebben voor Gods organisatie en liefde koesteren voor de waarheid die wij door middel van de bladzijden van de Ontwaakt! en De Wachttoren hebben leren kennen, zullen wij in oktober enthousiast abonnementen op deze beide voortreffelijke tijdschriften aanbieden.
LATEN NIEUWELINGEN ZEGGEN „KOM”
5 Bijbelstudenten die de betekenis van het goede nieuws in hun hart hebben begrepen, kunnen worden aangemoedigd om datgene wat zij weten met vrienden, verwanten, zakenrelaties en anderen te delen. (Vergelijk Johannes 1:46, 47; 4:28-30.) Zij dienen te beseffen dat niet allen de waarheid grif zullen aanvaarden, maar het kan zijn dat sommigen het goede nieuws naar waarde zullen schatten en gunstig zullen reageren op een warme uitnodiging om te ’komen’.
6 Indien het Jehovah’s wil is, mogen dan nog miljoenen meer gehoor geven aan de uitnodiging om te ’komen’ en de beloofde zegen te ontvangen. — Matth. 25:34.