Blijf nog doeltreffender het goede nieuws verkondigen — Door de manier waarop je het gebied bewerkt
1 Het is Jehovah’s voornemen dat de Koninkrijksboodschap op een ordelijke wijze wereldwijd wordt gepredikt. Daarom dient het gebied op juiste wijze te worden ingedeeld, toegewezen en bewerkt. Er bestaan schriftuurlijke aanwijzingen voor het vaststellen van duidelijk omschreven gebiedsgrenzen (2 Kor. 10:13; Gal. 2:9). Hierdoor wordt een grondig getuigenis gegeven, terwijl tevens wordt vermeden dat irritatie bij huisbewoners wordt opgewekt wegens onnodige dubbele bewerking. Zulke ordelijke regelingen zijn in overeenstemming met het schriftuurlijke beginsel in 1 Korinthiërs 14:40.
2 Nog een beginsel dat hierbij in het beeld komt is: „In geen enkel opzicht geven wij enige aanleiding tot struikelen, opdat er geen aanmerkingen op onze bediening gemaakt kunnen worden” (2 Kor. 6:3). Ook gaf Paulus de raad ’ons te gedragen op een wijze die het goede nieuws waardig is’ (Fil. 1:27). Wat kan er, in verband met onze gebiedsbewerking, aanleiding toe geven dat er ’aanmerkingen op onze bediening’ worden gemaakt?
3 Is het omdat wij het gebied te frequent bewerken? In dit opzicht bestaat er geen beperking. Vanwege de dringendheid van onze boodschap en doordat het aantal verkondigers stijgt, zal het gebied alleen maar nog vaker worden bewerkt. En de ervaring leert dat dit tot meer toename leidt. Er is echter een groeiende gewoonte om met grote groepen verkondigers het gebied in te trekken, en wij zijn van mening dat als wij aan deze ontwikkeling wat aandacht schenken, dit de prediking tot voordeel zal strekken.
4 In Lukas 10 lezen wij dat Jezus samenkwam met zeventig predikers en hun instructies gaf. Hij zond die zeventig echter niet naar één gebied, maar verdeelde hen in kleine groepjes, twee aan twee, en stuurde hen naar de dorpen in de omtrek (Luk. 10:1). Het zou daarom van wijsheid getuigen om, al zijn wij ook in grote aantallen op de velddienstbijeenkomsten aanwezig, kleine groepjes van vier of zes personen naar de afzonderlijke gebiedjes te sturen.
5 Hierdoor voorkomen wij dat de bewoners van het gebied het gevoel krijgen overvallen te worden en geïrriteerd raken. Het zien van een grote groep Getuigen kan maken dat mensen besluiten de deur niet eens open te doen of kortaf tegen ons te zijn. Werken in kleine groepjes voorkomt dat wij een schouwspel worden dat de aandacht van onze kostbare boodschap afleidt. Ook is het dan niet nodig elkaar, wachtend op de gids, op de hoek van een straat op te zoeken. Zulke samenscholingen kunnen wel eens ontaarden in uitbundige vrolijkheid, hetgeen op zich in andere omstandigheden heel onschuldig kan zijn, maar midden in het gebied tijdens onze dienst aanstootgevend kan zijn en huisbewoners tot het trekken van verkeerde conclusies kan brengen. Naar ons oordeel moeten wij werkelijk afstappen van die gegroeide gewoonte om op massale wijze het gebied te bewerken.
6 Natuurlijk blijft groepsgetuigenis een bron van aanmoediging. In gelukkig gezelschap aan de velddienst deelnemen, maakt ons werk vreugdevoller. „Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben voor hun harde werk” (Pred. 4:9). Petrus en Johannes werden samen naar Samária gezonden (Hand. 8:14, 15). Barnabas maakte een lange reis om Paulus als partner op te halen (Hand. 11:22-26). Later nam Barnabas Markus mee, en Paulus koos Silas (Hand. 15:36-41). Maar heb je opgemerkt dat zij als kleine groepjes van twee verkondigers bleven prediken?
7 Ondersteuning, aanmoediging en bescherming waar veiligheid een rol speelt zijn ’goede beloningen’. Nog een voordeel is opleiding: nieuwe en minder ervaren verkondigers leren van hen die bekwamer zijn en ook jongeren krijgen aandacht. Vaak kunnen man en vrouw als zij samenwerken, bijzonder fijne contacten leggen.
8 In de regel kan er wanneer de groep klein is, langer zonder afleiding in het gebied worden gewerkt. Het gebied raakt niet vroegtijdig op. Het is gemakkelijker in hetzelfde gebied nabezoeken te brengen. Wij leren huisbewoners beter kennen en zij ons, waardoor zij al gauw genegen zijn eerder naar ons te luisteren. Wij zien misschien niet zoveel verkondigers om ons heen, maar is het geen aanmoedigende gedachte dat Jehovah God, Jezus Christus en de heilige engelen overal ter wereld al die kleine groepjes „vergezellen”? — Matth. 25:31; Openb. 14:6.
9 Maar hoe staat het met alleen werken? Iemand die er de voorkeur aan geeft alleen van deur tot deur te gaan, dient zich vrij te voelen dat te doen. Filippus de evangelieprediker werkte alleen, en met succes! (Hand. 8:1-40) Alleen werken heeft voordelen. Veelal is de huisbewoner meer op zijn gemak en geneigd zich vrijer te uiten wanneer er slechts één prediker aan de deur staat. Er wordt in dezelfde tijd meer bereikt. Natuurlijk zullen wij graag liefde tonen door met anderen te werken als dat nodig is. Maar zou je niet eens willen proberen de voordelen te ontdekken van alleen werken?
10 Het zal voor degene die voor het gebied zorgt, de gemeenteboekstudieleider en de gids een uitdaging zijn de dingen zo te regelen als hierboven uiteengezet is terwijl toch een ieder de voorgenomen periode van dienst vol kan maken. Voor sommigen is het wellicht even wennen om in een klein groepje of soms alleen te werken. Maar wij moedigen jullie allen van harte aan even door te zetten en de voordelen ervan te ervaren. Moge Jehovah jullie allen rijkelijk zegenen als jullie aan het werk gaan om, in overeenstemming met de schriftuurlijke beginselen, het goede nieuws nog doeltreffender te prediken door de wijze waarop jullie het gebied bewerken.