Het goede nieuws aanbieden — In gebied waarin weinig gewerkt wordt
1 Onze Heer, Jezus Christus bepaalde dat het goede nieuws „op de GEHELE bewoonde aarde [zou] worden gepredikt . . .” (Matth. 24:14). Daarom dienen wij krachtige pogingen in het werk te blijven stellen om mensen te helpen die in gebied wonen waarin weinig gewerkt wordt. Kunnen wij hun extra gelegenheden verschaffen om te luisteren en gered te worden? — Rom. 10:13, 14.
2 Misschien heeft jullie gemeente verafgelegen gebied waarin jullie weinig komen. Er wordt echter aanbevolen alle gebieden ten minste eenmaal per half jaar te bewerken. Indien jullie gemeente daartoe niet in staat is, zou een nabijgelegen gemeente daar dan bij kunnen helpen? Omdat de kringopziener tijdens zijn bezoek de gegevens over de gebiedsbewerking naziet, kent hij jullie noden. Hij zal doen wat hij kan om hulp uit nabijgelegen gemeenten te organiseren.
3 Zijn er in jullie gemeentegebied misschien ook gedeelten die niet zo produktief zijn als andere gedeelten en daarom minder bewerkt worden? Dit zouden de wat rijkere buurten kunnen zijn, waar in de loop der jaren weinig uit is gekomen. Of misschien een streng godsdienstig plaatsje, waar tegenstand werd ondervonden. Alhoewel er sinds de eerste eeuw, toen de christelijke gemeente werd gegrondvest, niet „velen van edele geboorte” goedgunstig hebben gereageerd, zijn toch wel enkelen van hen in de waarheid gekomen. Zelfs enkelen van de joodse priesters reageerden gunstig. Wij willen dus geen enkel gebied doelbewust negeren. Wij willen tot alle soorten van mensen prediken. — 1 Kor. 1:26; Hand. 6:7. (Zie ook Handelingen 16:6-10; 18:9-11.)
MANIEREN WAAROP DIT GEDAAN KAN WORDEN
4 Dienstopzieners kunnen ertoe aanmoedigen het gehele gemeentegebied te bewerken en hier ook regelingen voor treffen. Enkele gemeenten hebben zowel doordeweeks als op het weekeinde groepsgetuigenis georganiseerd om speciale aandacht aan gebied te schenken waarin weinig wordt gewerkt. Je zult bemerken dat het prettig is om wanneer je een eind moet reizen vroeg te beginnen. Sommigen nemen brood mee en brengen dan enkele uren of de hele dag in de velddienst door.
5 Kleinere groepjes verkondigers kunnen dan afwezigen nagaan en dunbevolkt gebied bewerken. Dit spaart tijd, de hele groep blijft aan de gang en het beperkt onnodig wachten. Wanneer de mensen in zulke gebieden afwezig zijn kun je overwegen om gratis lectuur achter te laten. Zorg ervoor dat de lectuur niet zichtbaar is voor voorbijgangers.
6 Het verdient aanbeveling om een op het gebied afgestemde aanbieding voor te bereiden. Wees altijd hartelijk, vriendelijk en positief. Wanneer je in wat meer gegoede buurten predikt, houd dan in gedachte wat de mensen daar interesseert. Wij dienen dan vooral aandacht aan onze haardracht, kleding en ons algemene voorkomen te schenken. Wij willen niemand „aanleiding tot struikelen [geven], opdat er geen aanmerkingen op onze bediening gemaakt kunnen worden”. — 2 Kor. 6:3.
7 Indien er in het verleden tegenstand werd ondervonden, wil je in je inleiding en bij de schriftplaatsen die je bij je aanbieding gebruikt, alsook bij de soort lectuur die je aanbiedt, wellicht rekening houden met dat feit. Wij zijn erin geïnteresseerd om „enkelen te redden”. Laten wij erop voorbereid zijn alles voor hen te worden zodat wij tot hun redding kunnen bijdragen. — 1 Kor. 9:19-23.
8 Onze wens om Jehovah’s werk te doen en onze oprechte liefde voor alle soorten van mensen zal ons ertoe aanzetten te prediken in gebied waarin weinig gewerkt wordt (Matth. 5:43-48). Indien ons gedrag en onze spraak van liefde en oprechtheid blijk geven, zullen enkelen in deze gebieden gunstig reageren en Jehovah onze God heerlijkheid geven. — Matth. 5:16.