Vragenbus
● Wat moet in gedachte worden gehouden om er zeker van te zijn dat er op gemeentevergaderingen goed gelezen wordt en wie dienen te worden gebruikt om op zulke vergaderingen uit de publikaties van het Genootschap voor te lezen?
Degenen die een toewijzing ontvangen om op gemeentevergaderingen uit publikaties van het Genootschap, zoals De Wachttoren, Commentaar op Jakobus, Onze Koninkrijksdienst, enzovoort, voor te lezen, moeten de noodzakelijke hoedanigheden van goede lezers bezitten. Deze hoedanigheden behelzen het leggen van de juiste klemtoon, voldoende stemvolume, juist pauzeren, correcte uitspraak, enzovoort. (Zie Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool, de bladzijden 30 en 31.) Het is noodzakelijk dat er ten behoeve van een groep doeltreffend wordt voorgelezen. Anders zullen degenen die luisteren, niet doordrongen raken van de belangrijkheid van datgene wat wordt gelezen en zullen zij in gebreke blijven in overeenstemming met de inlichtingen te handelen. Om deze redenen dienen degenen die de toewijzing hebben gekregen op gemeentevergaderingen te lezen, de woorden van de apostel Paulus in 1 Timótheüs 4:13 ter harte te nemen: „Ga er . . . mee voort u toe te leggen op het voorlezen, het vermanen, het onderwijzen.”
Indien beschikbaar zullen ouderlingen, dienaren in de bediening en andere bekwame gedoopte broeders worden gebruikt. Als er in de gemeente geen gedoopte broeder is die zo kan lezen dat alle aanwezigen er geestelijk voordeel van trekken, kan de voorzitter zelf de paragrafen lezen, of hiervoor zusters die goed lezen, gebruiken. Zie alsjeblieft ook de Vragenbus in Onze Koninkrijksdienst van augustus 1977.