Wij waarderen onze jongeren
1 Sedert de tijd van de eerste menselijke familie heeft Jehovah God ervoor gezorgd dat jongeren een zinvol aandeel aan de ware aanbidding zouden hebben. Bijgevolg zong de psalmist: „Gij zijt mijn hoop, o Soevereine Heer, Jehovah, mijn vertrouwen vanaf mijn jeugd.” — Ps. 71:5; Gen. 4:1-4.
2 Hoe gelukkig zijn wij dat onze jongeren samen met ons Jehovah loven! Evenals Jehovah God waarderen ook wij hun getrouwe dienst. Vele personen hebben door jonge verkondigers belangstelling voor de Koninkrijksboodschap gekregen. Jongeren zijn soms onze ijverigste werkers. Naarmate zij in de waarheid opgroeien, kan hun geestelijke gezindheid een betekenisvolle bijdrage leveren tot het algehele geestelijke welzijn van de gemeenten.
3 De bijbelse profetieën voorzeiden de jeugdproblemen die thans zo algemeen voorkomen (2 Tim. 3:1, 2). Hoewel sommige jongeren in diverse gemeenten weliswaar ernstige problemen hebben gehad, zijn wij toch blij wanneer zij gunstig reageren op pogingen die worden gedaan om hen te helpen van de een of andere vorm van kwaaddoen te herstellen en daarna werkelijke vorderingen maken als voortreffelijke christelijke jongeren. Velen van onze jonge broeders en zusters zijn echter net als Timótheüs van jongs af in de waarheid opgegroeid en niet besmet met de geest van de wereld (2 Tim. 3:14; Hand. 16:1). Jongeren die zich als christenen goed gedragen, verdienen een pluimpje, vooral wanneer wij beschouwen aan wat voor druk velen van hen blootstaan, zoals van de zijde van medescholieren en soms van de zijde van schoolonderwijzers, die hun bijbelse standpunten wellicht bespotten. Door hun geloof veroordelen onze jonge broeders en zusters de goddeloze wereld om hen heen en worden oprechte mensen tot de waarheid aangetrokken. — Hebr. 11:7.
4 Beschouw bijvoorbeeld eens wat jongeren doen. Een jonge zuster werd vanwege haar bescheiden kleding geplaagd en bespot en als „heilig boontje” bestempeld. Maar zij liet zich hierdoor niet intimideren om de goddeloze maatstaven van deze wereld te gaan volgen. In plaats daarvan zette zij uiteen dat zij zich als een van Jehovah’s Getuigen aan die maatstaf hield. De leraar van een andere jonge verkondiger deed het voorkomen alsof de evolutietheorie een feit was en de bijbel een mythe. Door loyaal voor de bijbel op te komen, kon deze verkondiger een aantal bijbelstudies oprichten. Enkele belangstellenden begonnen de vergaderingen te bezoeken.
5 Wij moedigen alle jongeren onder ons ertoe aan te blijven „toenemen in wijsheid . . . en in gunst bij God en de mensen” (Luk. 2:51, 52). Jehovah God nodigt jullie uit wijs te handelen en jullie rol in de ’grote strijdvraag’ te beseffen (Spr. 27:11). God legt jullie de verplichting op om ’hem te vrezen en zijn geboden te onderhouden’ (Pred. 12:13). Blijven jullie je daarom als stabiele, nuttige en betrouwbare gezinsleden ontwikkelen en eert je vader en moeder (Ef. 6:1-3). Neemt als discipelen van Jezus Christus geregeld deel aan de vergaderingen en velddienstactiviteiten. Wanneer jullie vorderingen blijven maken en een onverbrekelijke verhouding tot Jehovah God opbouwen, kunnen jullie er zeker van zijn dat Jehovah jullie zowel thans als in de toekomst rijkelijk zal zegenen.