Waarheidszaad uitstrooien
1 Jezus zat bij een bron in Samaria op de terugkeer van zijn discipelen te wachten, die voedsel waren gaan kopen. Hij was moe en dorstig maar nog altijd bereid om een voor die omstandigheden passend getuigenis te geven. Lees zelf maar eens hoe het gesprek verliep, zoals dit in Johannes 4:7-15 opgetekend staat.
2 Neem jij eveneens gunstige gelegenheden te baat om getuigenis te geven, waarbij je het gesprek dan op precies zo’n natuurlijke maar interessante wijze aanknoopt door in te haken op voor de hand liggende dingen? Als je erop bedacht bent, zul je iedere dag vele gelegenheden vinden om dit te doen.
3 Wat zijn enkele situaties waarvan Jezus en zijn discipelen gebruik maakten om getuigenis te geven — niet slechts als zij naar de huizen van de mensen gingen, doch wanneer maar ook de gelegenheid daartoe zich voordeed? Op een keer toen Jezus „verder ging”, sprak hij met Matthéüs, „die bij het belastingkantoor zat”. Een andere keer had hij door enkele korenvelden gelopen toen hij de gelegenheid aangreep om met de Farizeeën te spreken. Later sprak hij met een schare die bij de zee vergaderd was. Bij vele gelegenheden en op verscheidene plaatsen gaf Jezus voor de vuist weg getuigenis. Hij sprak zowel tot vreemdelingen als tot personen die hij kende. — Matth. 9:9; 12:1-4; 13:1-4.
4 Paulus maakte het tot een onderdeel van zijn dienst om op de marktplaats in Athene met degenen te spreken „die daar toevallig waren” (Hand. 17:17). Hij trok profijt van iedere omstandigheid om over Jehovah te spreken, zelfs ’s avonds laat toen hij uit de gevangenis bevrijd was, en later, toen hij onder huisarrest stond, aan allen die hem kwamen opzoeken. — Hand. 16:25-34; 28:30, 31.
5 Trekken wij eveneens, profijt van gelegenheden om getuigenis te geven of wachten we daarmee tot we „in de dienst” zijn of spreken we slechts over de waarheid wanneer we „in ons gebied” van huis tot huis gaan? Hoe lonend is het ook te zoeken naar mogelijkheden om getuigenis te geven, in de wetenschap dat het veld de wereld is en dat wij wellicht nooit een betere gelegenheid zullen krijgen om met bepaalde personen te spreken! Wij beschikken beslist over bijbelse precedenten om zulk een informeel getuigenis te geven.
6 Hoewel deze vorm van dienst misschien geen „formeel getuigenis geven” is, in die zin dat wij geen specifieke plannen hebben gemaakt om met bepaalde personen te spreken, kan het niettemin heel goed een vorm van getuigenis geven zijn waarop wij ons toch enigszins voorbereid hebben door over mogelijk geschikte onderwerpen voor een gesprek na te denken, of door lectuur mee te nemen, in de hoop dat wij iemand vinden die er wellicht prijs op stelt. Als je ooit hebt meegemaakt dat je geen lectuur bij je had toen je iemand ontmoette die belangstelling toonde, begrijp je beslist hoe wijs het is op dergelijke mogelijkheden voorbereid te zijn als je je dagelijkse bezigheden behartigt of op reis bent.
7 Het is niet nodig te proberen met iedere persoon een lang gesprek te voeren. Je wil misschien liever kort zijn en niet meer dan één zin tegelijk zeggen om te zien wat de persoon antwoordt en of hij belangstelling toont. Dat is hetgeen Jezus deed (Joh. 4:7-26). Toont men geen belangstelling, dan verkies je wellicht het gesprek niet voort te zetten. Of je nu op school bent of op je werk, of je nu thuis bent of boodschappen doet, of je nu met vrienden, familieleden of vreemden samen bent, je zult vele mogelijkheden vinden om op een wijze die de belangstelling wekt, te spreken over hetgeen je geleerd hebt. Vergeet niet de aldus bestede tijd ook op je velddienstrapport te vermelden.
8 Wanneer wij informeel getuigenis geven, wordt het aantal personen tot wie wij bevoorrecht zijn te prediken, ten zeerste vergroot, en dit kan betekenen dat wij tot velen kunnen spreken die niet geregeld met de Koninkrijksboodschap bereikt worden. Evenals een boer zijn zaad op de grond uitstrooit, willen ook wij graag waarheidszaadjes uitstrooien. — Pred. 11:6.