Toont u respect voor uw plaats van aanbidding?
„Vanaf het allereerste begin van het evangelie hebben christenen altijd hun vaste en gevestigde plaats van aanbidding van God gehad.” — Primitive Christianity, door William Cave.
GODS volk heeft er altijd vreugde in geschept voor aanbidding bijeen te komen. Dit gold in de eerste eeuw net zozeer als in deze tijd. Vroege schrijvers en theologen, zoals Lucianus, Clemens, Justinus Martyr en Tertullianus, zijn het er allen over eens dat christenen specifieke plaatsen hadden waar zij op geregelde basis bijeenkwamen om samen te aanbidden.
De bijbel bevestigt hetzelfde punt door talloze malen melding te maken van geregelde bijeenkomsten die door groepen christenen werden gehouden. Deze groepen stonden bekend als gemeenten. Dit was passend, want het woord „gemeente” duidt in de oorspronkelijke talen van de bijbel op een groep mensen die bijeenvergaderd zijn voor een bepaald doel of werk.
Vroege plaatsen van christelijke aanbidding
Wat deden de eerste-eeuwse christenen als zij bijeenkwamen? De bijbel beschrijft een aantal van zulke vergaderingen en laat zien dat onderwijs een belangrijk onderdeel vormde (Handelingen 2:42; 11:26; 1 Korinthiërs 14:19, 26). Er werden regelingen getroffen voor leerzame programma’s, met toespraken, het vertellen van aanmoedigende ervaringen en het zorgvuldig beschouwen van brieven die van het besturende lichaam in Jeruzalem of van een apostel waren ontvangen.
In Handelingen 15:22-35 lezen wij dat nadat één zo’n brief aan een groep christenen in Antiochië was voorgelezen, Judas en Silas ’de broeders met menige toespraak aanmoedigden en hen versterkten’. Een ander verslag vertelt dat toen Paulus en Barnabas in Antiochië aankwamen „en de gemeente hadden vergaderd, . . . zij ertoe [overgingen] de vele dingen te vertellen die God door bemiddeling van hen had gedaan”. Bidden tot Jehovah was ook een belangrijk onderdeel van christelijke vergaderingen. — Handelingen 14:27.
De plaatsen waar eerste-eeuwse gemeenten voor aanbidding bijeenkwamen, waren geen pompeuze gebouwen zoals veel van de kerken der christenheid in deze tijd. Meestal kwamen vroege christenen in particuliere huizen bijeen (Romeinen 16:5; 1 Korinthiërs 16:19; Kolossenzen 4:15; Filemon 2). Vaak werd het dakvertrek of de bovenkamer van een particulier huis gebruikt. Het was in een bovenkamer dat het Avondmaal des Heren werd gehouden. Het was ook in een bovenkamer dat de 120 discipelen met Pinksteren met heilige geest werden gezalfd. — Lukas 22:11, 12, 19, 20; Handelingen 1:13, 14; 2:1-4; 20:7, 9.
In deze tijd volgen Jehovah’s Getuigen het door de apostelen gegeven voorbeeld. Zij gebruiken vergaderplaatsen die bekendstaan als Koninkrijkszalen. Daar worden zij opgeleid tot predikers van het goede nieuws van Gods koninkrijk (Mattheüs 24:14). In de Koninkrijkszaal bestuderen zij ook de Schrift, bidden zij en moedigen zij elkaar aan. Dit is in overeenstemming met de bijbelse aansporing in Hebreeën 10:24, 25: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.”
Een juist gebruik maken van onze plaats van aanbidding
Herinnert u zich de woorden van de apostel Paulus: „God is geen God van wanorde, maar van vrede”, en: „Laat alle dingen betamelijk en volgens regeling geschieden”? Als u de context van deze woorden onderzoekt, zult u ontdekken dat Paulus de manier besprak waarop christelijke vergaderingen geleid dienden te worden. Net als in het apostolische tijdperk zorgen christenen in deze tijd ervoor dat hun vergaderingen ordelijk en goed georganiseerd zijn. — 1 Korinthiërs 14:26-40.
In de uitgave van 1 januari 1970 van De Wachttoren werd gezegd: „De geestelijke sfeer in de Koninkrijkszaal [is] oprecht en spruit . . . voort uit werkelijke belangstelling voor de ware aanbidding en bijbels onderricht. En het lichte, natuurlijke aanzien van de zaal moedigt de aanwezigen aan spontaan en vriendelijk te zijn, niet geremd door een mysterieuze opgelegde plechtigheid.” Natuurlijk wordt er ook op toegezien dat het gebruik van de Koninkrijkszaal altijd respect en waardigheid weerspiegelt.
De christenheid geeft op dit gebied blijk van een groot gebrek aan respect. Sommige religieuze organisaties gebruiken hun plaatsen van aanbidding als gemeenschapscentra voor amusement. Zij hebben live-concerten van religieuze rockmuziek, ruimten voor gewichtheffers, biljarttafels, crèches en interne bioscopen. Eén kerk had een worstelwedstrijd als onderdeel van hun programma. Dit komt niet bepaald overeen met het voorbeeld dat de apostelen hebben gegeven.
Als een eerste-eeuwse gemeente onjuist handelde, was correctie op zijn plaats. Sommigen in de christelijke gemeente in Korinthe bijvoorbeeld gebruikten de viering van het Avondmaal des Heren als een gelegenheid om te eten en te drinken. Zij brachten dan hun avondmaaltijd mee om die vóór of tijdens de vergadering te nuttigen, waarbij sommigen zelfs te veel aten en dronken. Dit was werkelijk ongepast. De apostel Paulus schreef hun: „Gij hebt toch zeker wel huizen om te eten en te drinken?” — 1 Korinthiërs 11:20-29.
In overeenstemming met Paulus’ raad streven Jehovah’s Getuigen ernaar om thuis of elders zorg te dragen voor persoonlijke aangelegenheden in plaats van dit in de Koninkrijkszaal te doen. Het is waar dat onze geregelde vergaderingen een geschikte gelegenheid bieden om een aantal vrienden tegelijk te zien. Maar de Koninkrijkszaal is aan Jehovah opgedragen en moet dus exclusief voor zijn aanbidding worden gebruikt. Wij maken geen misbruik van onze aanwezigheid daar door ons met wereldse zakelijke aangelegenheden bezig te houden of persoonlijke financiële kwesties af te handelen.
Bovendien worden Koninkrijkszalen niet door de gemeente gebruikt voor recreatieve programma’s, geldinzamelingen of sociale diensten, zoals kinderopvang. Er zijn andere plaatsen waar men zulke persoonlijke en zakelijke aangelegenheden kan behartigen.
De ouderlingen in één Koninkrijkszaal merkten op dat gemeenteleden er een gewoonte van maakten om op vergaderingen dingen te lenen of geleende dingen terug te geven. Ook hadden zij de gewoonte videofilms in de Koninkrijkszaal uit te wisselen. Hoewel dit geen commerciële bezigheid was, hielpen de ouderlingen hen in te zien dat het verstandig is om deze dingen zo mogelijk thuis af te handelen.
Teneinde situaties te vermijden die een verkeerde indruk zouden kunnen wekken en ervoor te zorgen dat er een passend gebruik van de Koninkrijkszaal wordt gemaakt, zou iedereen zich moeten afvragen: ’Zijn er persoonlijke aangelegenheden die ik altijd in de Koninkrijkszaal heb afgehandeld en die thuis afgehandeld kunnen worden?’ Zou het bijvoorbeeld, wanneer wij uitstapjes of andere gezellige bijeenkomsten organiseren, niet beter zijn zulke regelingen thuis te bespreken? Zouden wij degenen met wie wij contact willen opnemen, kunnen opbellen of thuis kunnen bezoeken? Om het met Paulus’ woorden te zeggen: ’Wij hebben toch zeker wel huizen om zulke dingen af te handelen?’
Een vastgestelde tijd en plaats om Jehovah te aanbidden
De bijbel zegt in Prediker 3:1: „Voor alles is er een vastgestelde tijd, ja, een tijd voor elke aangelegenheid onder de hemel.” Wanneer wij vergaderingen in de Koninkrijkszaal bijwonen, kunnen wij volledig opgaan in activiteiten die verband houden met de christelijke bediening. Het is een vastgestelde tijd om Jehovah te aanbidden.
Jezus’ halfbroer Jakobus raadde het af om in de christelijke gemeente van begunstiging blijk te geven (Jakobus 2:1-9). Hoe kunnen wij deze raad in onze Koninkrijkszalen toepassen? De indruk van begunstiging zou gewekt kunnen worden wanneer schriftelijke uitnodigingen voor gezellige bijeenkomsten daar op een opvallende manier worden uitgedeeld. In één gemeente was het de gewoonte zulke uitnodigingen in de lectuurtas of in de bijbel van aanwezigen te stoppen. Het is waar dat dit gemakkelijker is dan de uitnodigingen met de post te versturen of ze bij elk huis te bezorgen. Maar hoe voelen degenen die geen uitnodiging krijgen zich als zij zien dat er aan anderen uitnodigingen worden uitgedeeld? Zou dit als begunstiging kunnen overkomen?
Natuurlijk dient het niet tot een strikte regel te worden gemaakt dat niemand in de Koninkrijkszaal een persoonlijke boodschap of een pakje aan een ander mag geven; evenmin is het verkeerd om in de Koninkrijkszaal over dagelijkse activiteiten of gebeurtenissen te spreken, iemand bij je thuis uit te nodigen of iemand te vragen samen met jou aan wat ontspanning deel te nemen. Maar zoiets dient slechts incidenteel te gebeuren en op een discrete en onopvallende manier te worden gedaan. Persoonlijke regelingen dienen ons nooit af te leiden van het werkelijke doel van ons samenzijn in de Koninkrijkszaal, namelijk om geestelijk opgebouwd te worden. — Mattheüs 6:33; Filippenzen 1:10.
Mannen die het voorbeeld geven
Ouderlingen en dienaren in de bediening geven ijverig het voorbeeld in het tonen van respect voor de Koninkrijkszaal. Gewoonlijk hebben een of twee ouderlingen en dienaren in de bediening de toewijzing om aangelegenheden in verband met het onderhoud van de Koninkrijkszaal te coördineren. Wanneer meerdere gemeenten van dezelfde zaal gebruik maken, houdt een comité van ouderlingen toezicht op deze aangelegenheden.
Hoewel bepaalde personen de specifieke toewijzing hebben om zich van zulke taken te kwijten, behoren alle dienaren in de bediening en ouderlingen oprechte belangstelling voor de zaal te tonen. Zij erkennen dat de Koninkrijkszaal aan Jehovah is opgedragen en voor zijn aanbidding wordt gebruikt.
Ouderlingen dienen noodzakelijke reparaties niet op de lange baan te schuiven (2 Kronieken 24:5, 13; 29:3; 34:8; Nehemia 10:39; 13:11). In sommige gemeenten wordt de Koninkrijkszaal geregeld geïnspecteerd om prompt elke reparatie te verrichten die nodig is. Er wordt een inventarislijst bijgehouden om ervoor te zorgen dat alle benodigdheden voorhanden en toegankelijk zijn. Als er een bepaalde ruimte is waar voorraden, gereedschappen en schoonmaakspullen worden bewaard, dienen alle ouderlingen en dienaren in de bediening zich ervoor te interesseren hoe die er uitziet en te zorgen dat ze netjes wordt gehouden. Zij die aan de lectuur- en de tijdschriftenbalie werken, kunnen van hun belangstelling blijk geven door er prompt op toe te zien dat er geen lege dozen in de zaal rondslingeren.
Door het voorbeeld te geven, kunnen ouderlingen en dienaren in de bediening de rest van de gemeente helpen ijver voor de Koninkrijkszaal aan de dag te leggen (Hebreeën 13:7). Allen kunnen van gepast respect blijk geven door een aandeel te hebben aan het schoonmaken van de zaal en door er oprecht in geïnteresseerd te zijn hoe de algehele aanblik ervan is.
Jezus zei in Mattheüs 18:20: „Waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben ik in hun midden.” Ja, Jezus is geïnteresseerd in wat wij doen wanneer wij bijeenkomen om Jehovah te aanbidden. Dit geldt ook voor alle vergaderingen die in particuliere huizen worden gehouden en voor grote vergaderingen zoals congressen of kringvergaderingen.
Voor miljoenen getuigen van Jehovah is er geen plaats die hen nader aan het hart ligt dan de plaats waar zij geregeld voor aanbidding bijeenkomen, de Koninkrijkszaal. Zij geven van gepast respect blijk voor die plaats. Zij leggen een ijverige geest aan de dag in de zorg ervoor, en zij streven er altijd naar er een gepast gebruik van te maken. Moge ook u acht slaan op de aansporing die Jehovah zelf geeft: „Behoed uw voeten telkens als gij naar het huis van de ware God gaat.” — Prediker 5:1.