Wordt de toestand werkelijk beter?
„De [Berlijnse] muur zal misschien poreuzer worden naarmate de Oost-Westbanden in aantal toenemen. Maar het zal jaren, zelfs generaties, duren voordat hij naar beneden komt. De twee Duitslanden zullen nooit meer verenigd worden.” Aldus een vooraanstaand Amerikaans nieuwsblad in maart 1989.
Nog geen 250 dagen — geen jaren, om nog maar te zwijgen over generaties — later begon de muur af te brokkelen. Binnen enkele weken werden duizenden stukjes ervan, nu gereduceerd tot de status van souvenirs, over de hele wereld gebruikt als bureau-ornamenten.
EEN ernstig verroest IJzeren Gordijn was eindelijk opengegaan, waardoor verwachtingen werden gewekt dat wereldomvattende vrede en zekerheid ten langen leste nabij waren. Zelfs de Golfoorlog deed geen afbreuk aan de hoop dat er een eind was gekomen aan de rivaliteit tussen Oost en West en dat een nieuwe wereldorde ophanden was.
Een nieuwe dimensie
Sinds de Tweede Wereldoorlog is er duidelijk een ontwikkeling gaande in de richting van een verenigd Europa. In 1951 richtten Westeuropese natiën de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op. In 1957 werd vervolgens de Europese Economische Gemeenschap opgericht. In 1987 stelden de twaalf lidstaten van deze internationale gemeenschap (nu 342 miljoen mensen sterk) zich voor 1992 totale economische eenheid ten doel. Zelfs een algehele politieke eenheid schijnt nu heel wel mogelijk te zijn. Wat een verkwikkende verandering is dit in vergelijking met de door bloedvergieten gekenmerkte geschiedenis van Europa in het recente verleden!
Met het oog op de recente politieke omwentelingen wint 1992 echter aan betekenis. Er wordt steeds meer gespeculeerd dat de vroegere communistische landen van Oost-Europa ooit ook deel gaan uitmaken van een verenigd Europa.
Goddelijke steun?
Sommige religieuze groeperingen hebben het beginsel van christelijke neutraliteit laten varen en hebben zich er door de tientallen jaren durende onderdrukking van religie in Oost-Europa toe laten brengen actief betrokken te raken in de politiek. De Duitse Frankfurter Allgemeine Zeitung merkt in verband hiermee op dat ’de medewerking van christenen aan de verandering in het Oosten onbetwist is’ en voegt hieraan toe: „Hun aandeel moet stellig niet onderschat worden.” Als voorbeelden worden genoemd: „Polen . . ., waar de religie zich met de natie verbonden had en de kerk een hardnekkige tegenstander van de heersende partij geworden was; . . . de DDR, waar de kerk dissidenten alle ruimte gaf en hun toestond hun kerkgebouwen voor organisatorische doeleinden te gebruiken; [en] Tsjechoslowakije, waar christenen en democraten elkaar in gevangenissen ontmoetten en leerden waarderen en waar zij zich ten slotte met elkaar verbonden.” Zelfs in Roemenië, waar ’de kerken getrouwe vazallen van het Ceauşescu-regime bleken te zijn’, vormde de ophanden zijnde arrestatie van dominee Laszlo Tökes de aanleiding tot de revolutie.
Het Vaticaan was hier ook bij betrokken. Het tijdschrift Time merkte in december 1989 op: „Hoewel Gorbatsjovs gedragslijn van afzijdigheid de onmiddellijke aanleiding vormde van de kettingreactie van bevrijding die zich in de afgelopen paar maanden in geheel Oost-Europa heeft voorgedaan, verdient Johannes Paulus een groot deel van de eer op lange termijn. . . . In de jaren tachtig heeft hij in zijn toespraken voortdurend gehamerd op de opvatting van een Europa dat van de Atlantische Oceaan tot het Oeralgebergte herenigd is en dat wordt geïnspireerd door het christelijke geloof.” Toen de paus in april 1990 Tsjechoslowakije bezocht, was het bijvoorbeeld typerend hem de hoop te horen uitspreken dat zijn bezoek nieuwe deuren tussen Oost en West zou openen. Hij kondigde aan dat er een synode van Europese bisschoppen gepland zou worden die ten doel had de strategie uit te stippelen voor de verwezenlijking van zijn visioen van „een Europa dat verenigd is op basis van zijn christelijke wortels”.
Zou een verenigd Duitsland binnen het raamwerk van een verenigd Europa misschien een voorloper blijken te zijn van een volledig verenigd Europa en vervolgens zelfs van een verenigde wereld? Geeft religieuze betrokkenheid niet te kennen dat dit iets is wat in de bijbel wordt beloofd? Kunnen wij, nu geestelijken in zowel Oost als West binnen een politiek raamwerk voor vrede en zekerheid werken, niet de verwachting koesteren dat dit spoedig verwezenlijkt zal worden? Laten wij eens zien.
[Illustraties op blz. 4]
De protestantse Nicolaikirche in Leipzig — een symbool van de politieke omwenteling in Duitsland
Lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap