Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g91 22/12 blz. 20-24
  • De droom der Europese eenheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De droom der Europese eenheid
  • Ontwaakt! 1991
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Wij worden voortgedreven”
  • Alsmaar hogere verwachtingen
  • De hereniging van Duitsland — Moeilijk!
  • Het verenigen van Europa — Gemakkelijker?
  • Hoe realistisch?
  • Goedgefundeerde verwachtingen
  • Een verenigd Europa — Waarom zou het van belang zijn?
    Ontwaakt! 2000
  • Vormt een „Verenigde Staten van Europa” een stap in de goede richting?
    Ontwaakt! 1979
  • Pogingen tot Europese eenwording
    Ontwaakt! 1970
  • Is wereldeenheid eindelijk binnen bereik?
    Ontwaakt! 1979
Meer weergeven
Ontwaakt! 1991
g91 22/12 blz. 20-24

De droom der Europese eenheid

„OP DE drempel van een droom”. Zo luidde een kop in de krant The European boven een artikel dat handelde over het „duizelingwekkende tempo van de Europese integratie”. Hoe is die droom ontstaan? Zijn de hoge verwachtingen die erdoor worden gewekt gerechtvaardigd?

Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog deed Winston Churchill het voorstel een „Verenigde Staten van Europa” te vormen. Sindsdien zijn er naar het zich laat aanzien, grote vorderingen in die richting gemaakt. Nu wordt het jaar 1992 enthousiast begroet als een mijlpaal in de verwezenlijking van die droom. Maar waarom 1992?

Eenvoudig gesteld streven de twaalf lidstaten van de EG (Europese Gemeenschap) ernaar, tegen het einde van volgend jaar tot algehele economische eenwording te komen. Dit zal betekenen dat er een eind komt aan alle tariefbarrières. Burgers binnen de Gemeenschap zullen zonder restricties van het ene land naar het andere mogen verhuizen en daar dezelfde werkmogelijkheden en rechten hebben als plaatselijke ingezetenen. Uiteindelijk zal er een gemeenschappelijke munteenheid worden aangenomen, de burgers zullen Europese paspoorten en rijbewijzen krijgen en er zal een Europese centrale bank worden opgericht. Er zal een gemeenschappelijk beleid gevoerd worden ten aanzien van milieuproblemen en het gebruik van kernenergie. Verkeersregels en andere wetten zullen gecoördineerd worden.

De EG zal daardoor de op twee na grootste binnenlandse markt van de wereld worden. Bij zeker een vijfde van alle wereldhandel — zowel import als export — zal een lidstaat van de EG betrokken zijn. Dus zal het economische beleid van de EG logischerwijs van invloed zijn op de hele wereldeconomie, met inbegrip van de economie van de ontwikkelingslanden.

Uit een recent opinieonderzoek blijkt dat bijna zeventig procent van alle Europeanen voor de geplande veranderingen is. Veel EG-burgers willen in feite nog verder gaan. Ongeveer drie vierde van hen is voorstander van het bundelen van wetenschappelijk onderzoek en het gelijktrekken van de sociale voorzieningen. Ruim de helft is zelfs voor een gemeenschappelijke buitenlandse politiek.

Zo is de tendens verschoven van louter economische eenwording naar de mogelijkheid van politieke eenheid. En nu hebben, onverwacht plotseling, onvoorziene gebeurtenissen een frisse impuls aan dit doel verleend.

„Wij worden voortgedreven”

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur. Het denkbeeld van een Duitse hereniging, vaak besproken maar irreëel geacht, werd opnieuw het onderwerp van verhitte debatten. Hereniging scheen nu onvermijdelijk, maar er was nauwelijks iemand die het waagde te voorspellen hoe snel die plaats zou vinden. Toen de Duitse bondskanselier Helmut Kohl ervan beschuldigd werd te veel vaart achter de plannen tot vereniging te zetten, merkte hij op: „Niet ik probeer de zaak te verhaasten. Wij worden voortgedreven.” Op 3 oktober 1990 — nog geen elf maanden nadat de muur was gevallen — vierden de Duitsers feest. Duitsland was weer verenigd.

De wereld was blij dat de koude oorlog voorbij was, en daarvan was een verenigd Duitsland het bewijs. Ondertussen maakte een andere onverwachte gebeurtenis zich al meester van de krantekoppen. Hoe zou de inval van Irak in Koeweit de plannen voor 1992 beïnvloeden? De journalist John Palmer merkte op: „De Golfcrisis vertraagt de economische en politieke integratie van de Europese Gemeenschap niet maar versnelt die juist — en zou de dag dat de EG een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid voert wel eens kunnen verhaasten.”

Tijdens deze crisis en de angstaanjagende dagen van de daaropvolgende oorlog slaagde de Europese Gemeenschap er echter niet in tot een gemeenschappelijk beleid te komen. Dit was aanleiding tot de opmerking in een redactioneel artikel in The European: „De zwakte van de Gemeenschap op een moment van grote internationale crisis heeft aangetoond hoe uiterst belangrijk het voor Europa is, een gemeenschappelijk defensie- en buitenlands beleid op te stellen waardoor het in staat is coherent en onafhankelijk op te treden.” Het slot van het artikel was positief van toon: „De Golfcrisis zou Europa een kans kunnen geven om zijn erbarmelijke optreden goed te maken en een gewichtige stap te doen als bewijs dat politieke eendracht mogelijk is.”

Alsmaar hogere verwachtingen

Steeds meer landen willen nu tot de EG toetreden. Cyprus, Malta, Oostenrijk en Turkije hebben het lidmaatschap aangevraagd. Andere vermoedelijke kandidaten zijn Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland. Zelfs voormalige Oostbloklanden hebben belangstelling getoond, waaronder Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije. De aanvragen van die landen zullen echter pas worden beschouwd na 1992, het jaar waarin de algehele economische eenwording van de twaalf lidstaten van de EG werkelijkheid moet worden.

Toegegeven, er is veel vooruitgang geboekt op de weg naar Europese eenheid — en dit in een tempo dat eens onwaarschijnlijk werd geacht en op bredere schaal dan men oorspronkelijk durfde dromen. „Wij voorzien een nieuwe Europese ordening waarin grenzen niet langer scheiding brengende barrières zullen zijn, waarin landen zonder vrees voor elkaar kunnen leven, en waarin mensen vrij zijn hun eigen politieke en maatschappelijke stelsels te kiezen.” Dit schreef Hans-Dietrich Genscher, Duitslands minister van Buitenlandse Zaken, op de drempel van de jaren ’90. Hij voegde eraan toe: „Dit visioen is geen droom meer. Het ligt binnen ons bereik.”

Is het echter reëel een dergelijke eenheid te verwachten? En zo ja, zou men daaraan dan de hoop kunnen ontlenen dat de Europese eenheid slechts een voorbereidende stap is in de richting van iets groters — wereldeenheid?

Niemand zal ontkennen dat de wereld behoefte heeft aan eenheid, want eenheid zou bijzonder nuttig zijn voor het oplossen van enkele van de ernstigste problemen waarmee de mensheid kampt. Bedenk eens wat er bereikt zou kunnen worden als de tijd en energie die verspild worden aan meningsverschillen, aangewend konden worden in verenigde krachtsinspanningen om gemeenschappelijke problemen op te lossen in het algemeen belang!

Door hun economische en monetaire stelsels te integreren, schijnt een steeds groter aantal landen nu elkaars bereidheid tot samenwerking te willen testen. Zo hebben in hun streven naar een gemeenschappelijke, economische, Aziatische markt de landen Australië, Brunei, Canada, de Filippijnen, Indonesië, Japan, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Singapore, Thailand, de Verenigde Staten en Zuid-Korea in 1989 de zogenoemde Aziatisch-Pacifische Economische Samenwerkingsraad gevormd.

Het scenario is dus als volgt: een pas verenigd Duitsland, ingebed in een spoedig te verwezenlijken verenigd Europa, leidend tot een niet al te ver in de toekomst liggende verenigde wereld. Het idee klinkt goed, maar is het reëel om te geloven dat het te verwezenlijken is?

De hereniging van Duitsland — Moeilijk!

Hoewel Duitsland al ruim een jaar politiek en economisch verenigd is, zijn de problemen niet van de lucht. Er bestaan nog steeds opmerkelijke verschillen tussen de vijf nieuwe deelstaten (het voormalige Oost-Duitsland) en de rest van het land. De euforie van de hereniging heeft plaats gemaakt voor het besef dat de eenheid offers vraagt. Op de een of andere manier wordt iedereen, zowel politicus als burger, gedwongen een veer te laten.

Eerder dit jaar sprak The European van de in het voormalige Oost-Duitsland heersende „emotionele crisis”. Volgens artsen in het gebied is er sprake van een opvallende toename van psychische en met spanningen verband houdende aandoeningen door de grimmige economische realiteit van de hereniging en de ineenstorting van communistische maatschappelijke structuren.

De psychiater dr. Gisela Ehle zegt dat „het gevoel van machteloosheid wel een epidemie lijkt” en dat „iedereen met wie je praat depressief is”. In feite maken de mensen elke grote verandering mee waarvan bekend is dat ze depressiviteit veroorzaakt: „werkloosheid, huwelijksproblemen, onzekerheid over de toekomst, financiële moeilijkheden, een identiteitscrisis, vaak een acuut verlies van aanzien in de maatschappij en een algemeen ontbreken van een doel in het leven.” — The European.

Het verenigen van Europa — Gemakkelijker?

Als de hereniging van de Duitsers, mensen met een gemeenschappelijke historische achtergrond die dezelfde taal spreken, moeilijk blijkt, hoe staat het dan met de schepping van het „Europa zonder grenzen” waartoe de paus van Rome heeft opgeroepen? Het zal moeilijk genoeg vallen in 1992 de eenheid te bereiken waar de EG naar streeft — de vereniging van twaalf economieën in verschillende stadiums van ontwikkeling en sterkte, van twaalf landen met verschillende werkloosheids- en inflatiecijfers.

Het is duidelijk dat 1992 zowel winners als verliezers zal opleveren. In de vergrote EG-markt van zo’n 320 miljoen toekomstige consumenten zullen sommige bedrijven beter tot concurreren in staat zijn dan andere. Sommige zakenmensen zeggen echter dat twee op de drie bedrijven in de EG er negatieve gevolgen van zullen ondervinden. En terwijl reizigers de opheffing van de douaneformaliteiten zullen toejuichen, zullen naar schatting 80.000 douanebeambten in heel Europa een andere baan moeten zoeken.

Paul Wilkinson, hoogleraar internationale studies, herinnert ons eraan dat ook al gaan wij 1992 binnen, „het toch een Europa van afzonderlijke soevereine eenheden is”, elk met „eigen tradities op het gebied van het handhaven van de wet” en „een eigen wetsstelsel”. Hij waarschuwt: „De ontwikkeling van de samenwerking zal langzaam en pijnlijk verlopen.”

Naast de problemen op het gebied van taal, uiteenlopende sociale achtergronden en botsende handelsmethoden, is waarschijnlijk het allergrootste probleem waarmee men te maken zal krijgen, het overwinnen van moeilijk uitroeibare nationale vooroordelen. De Duitse ex-bondskanselier Willy Brandt merkte eens op: „Muren in de geest houden vaak langer stand dan betonnen muren.”

Niettemin is de stemming optimistisch en zijn de verwachtingen hooggespannen. „Niemand denkt dat 1992 gemakkelijk zal zijn,” schrijft een handelsjournalist, „maar de vooruitzichten lijken gunstig.”

Hoe realistisch?

Stel dat er zowel economische als politieke eenheid wordt bereikt, zou die dan de basis vormen voor de verwezenlijking van ware vrede en duurzame zekerheid? Beschouw het volgende eens: Hoewel de Verenigde Staten van Amerika bestaan uit vijftig staten met afzonderlijke wetten en regeringen die economisch verenigd zijn onder een nationale regering, heeft het land toch miljoenen werklozen; de economische stabiliteit wordt toch bedreigd door periodieke recessies en depressies, alsook door zich steeds weer voordoende periodes van inflatie. En de mate van politieke eenheid heeft niet kunnen voorkomen dat het land te kampen heeft met een verschrikkelijke vervuiling, criminaliteit, druggebruik, armoede en rassendiscriminatie.

Over de onrust in zijn land zei de Russische historicus Joeri Afanasjev: „De grootste narigheid bij ons thuis is gekomen van een kant waarvan wij het ’t minst verwacht hadden: onze rijke nationaliteitenfamilie. . . . Wij geloofden dat ons rijk beschermd was tegen zulke narigheid; genoten wij per slot van rekening niet een zekere immuniteit in onze ’eeuwige broederschap van volken’?”

Economische en politieke eenheid is klaarblijkelijk niet voldoende voor het scheppen van ware eenheid. Voor het scheppen van een „eeuwige broederschap van volken” is iets meer nodig. Wat dan wel?

Goedgefundeerde verwachtingen

Waar echte eenheid bestaat, is oorlog iets onbekends. Maar een onweerlegbaar bewijs dat de mensen hopeloos verdeeld zijn, is het feit dat zij elkaar al duizenden jaren lang in oorlogen afmaken. Zal er ooit een eind komen aan die zinloze verspilling van mensenlevens?

Ja. God heeft als zijn voornemen te kennen gegeven, een vreedzame wereld tot stand te brengen. Hoe? Door totale ontwapening. De bijbelse psalmist schreef onder inspiratie: „Komt, aanschouwt de activiteiten van Jehovah, hoe hij verbazingwekkende gebeurtenissen op de aarde heeft gesteld. Hij doet oorlogen ophouden tot het uiteinde der aarde.” — Psalm 46:8, 9.

De Duivel verzet zich verbeten tegen dit goddelijke beleid gericht op het tot stand brengen van wereldeenheid. Sinds de Eerste Wereldoorlog zijn de woorden uit de bijbel van toepassing: „Wee de aarde en de zee, want de Duivel is tot u neergedaald, en hij heeft grote toorn, daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft.” — Openbaring 12:12.

Wereldeenheid, en daarmee ware vrede en zekerheid, berust op de verenigde aanbidding van de God die ’oorlogen doet ophouden’; ze berust niet op de verdeeldheid brengende aanbidding van zijn rivaal, van wie wordt gezegd dat hij „grote toorn” heeft, „daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft”. Willen onze verwachtingen ten aanzien van wereldeenheid verwezenlijkt worden, dan moeten ze gebaseerd zijn op aanvaarding van het feit dat Gods koninkrijk een realiteit is, dat het een letterlijke regering is die in de hemel heerst. Slechts door deze door Jehovah God zelf geautoriseerde wereldregering kan wereldeenheid bereikt worden.

Gods koninkrijk vormt reeds de kern van een verenigde aardse maatschappij die de plaats zal innemen van de verdeelde, oorlogvoerende wereld die wij nu kennen. De bijbelprofetie zegt: „In het laatst der dagen . . . [zullen] vele volken [uit alle naties] . . . stellig heengaan en zeggen: ’Komt, en laten wij opgaan naar de berg van Jehovah, naar het huis van de God van Jakob; en hij zal ons onderrichten omtrent zijn wegen, en wij willen zijn paden bewandelen.’ . . . En zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen moeten smeden en hun speren tot snoeimessen. Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren.” — Jesaja 2:2-4.

Deze bijbelprofetie is geen beschrijving van een nieuwe wereldorde van menselijk ontwerp, ook al staan deze prachtige woorden gegrift in een muur op het plein in de stad New York waar de Verenigde Naties zetelen. Deze profetie over vrede en eenheid onder vele volken gaat thans veeleer in vervulling onder Jehovah’s Getuigen, die uit meer dan 200 naties van de wereld komen. Onder hen is het onmiskenbare bewijs te zien dat er momenteel een nieuwe-wereldmaatschappij wordt gevormd.

Jehovah’s Getuigen zijn bereid zich door Gods Woord te laten onderrichten. Zij brengen de dingen die zij leren in praktijk, ook de vermaning in vrede te leven door de oorlogswapens neer te leggen. Zij verheugen zich daardoor in een internationale eenheid die geen enkele andere organisatie op aarde, religieus, economisch of politiek, kent. Dit kwam stellig tot uiting op de congressen van Jehovah’s Getuigen de afgelopen zomer, toen alleen al in Oost-Europa ruim 370.000 mensen in vrede en eenheid bijeenkwamen!

Het is waar dat geen van ons zeker weet in hoeverre de economische of politieke verwachtingen voor 1992 werkelijkheid zullen worden. Maar van bepaalde andere verwachtingen kunnen wij wel zeker zijn. Zo zal 1992 een voortzetting te zien geven, precies volgens plan, van het goddelijke aftellen voor de voltrekking van Gods oordeel aan Satans wereld (Jesaja 55:11; Habakuk 2:3). Derhalve zal 1992 getrouwe christenen een jaar dichter bij het leven in Gods beloofde nieuwe wereld brengen, waarin rechtvaardigheid zal wonen.

Jehovah’s Getuigen nodigen mensen die naar wereldeenheid verlangen uit, deze op de bijbel gebaseerde verwachtingen voor de toekomst grondiger te onderzoeken. Het zijn hoge verwachtingen die niet onvervuld zullen blijven!

[Kader op blz. 21]

Op weg naar Europese eenheid

1948: België, Nederland en Luxemburg (de Benelux) gaan een douane-unie aan, die in 1960 uitmondt in een economische unie en in 1970 in het opheffen van de grenscontrole

1951: Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ondertekend in Parijs

1957: Bij het Verdrag van Rome wordt de Europese Economische Gemeenschap opgericht met BELGIË, de BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, FRANKRIJK, ITALIË, LUXEMBURG en NEDERLAND als lidstaten

1959: Denemarken, Groot-Brittannië, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Zweden en Zwitserland vormen de Europese Vrijhandelsassociatie

1973: DENEMARKEN, GROOT-BRITTANNIË en IERLAND treden toe tot de EG

1979: Europees Monetair Stelsel opgericht; eerste rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement gehouden

1981: GRIEKENLAND aanvaard als lid van de EG

1986: PORTUGAL en SPANJE treden toe tot de EG

N.B.: De twaalf EG-lidstaten staan in hoofdletters vermeld.

[Illustratie op blz. 23]

Als er een eind komt aan de douaneformaliteiten, zullen 80.000 mensen een andere baan moeten zoeken

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen