Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w89 1/9 blz. 5-6
  • Heerschappij door God — De beste manier

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Heerschappij door God — De beste manier
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een grootse verandering nabij!
  • Het bestuur van mensen moet weldra wijken voor Gods bestuur
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Gods koninkrijk — De nieuwe heerschappij over de aarde
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
  • Een koninkrijk dat de hele aarde zal veranderen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2010
  • Jehovah’s manier van regeren gerechtvaardigd!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2010
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
w89 1/9 blz. 5-6

Heerschappij door God — De beste manier

DE GESCHIEDENIS van regeringen toont duidelijk aan dat onvolmaakte mensen niet op juiste wijze macht over andere mensen kunnen uitoefenen. Zoals de Britse Lord Acton zei: „Macht heeft de neiging corrupt te maken en absolute macht maakt absoluut corrupt.” In de bijbel wordt dan ook gezegd: „De ene mens [heeft] over de andere mens . . . geheerst tot diens nadeel.” — Prediker 8:9.

Oorspronkelijk heeft Jehovah God de mens heerschappij gegeven over de dieren, maar niet over andere mensen. God zei tot zijn eerste geschapen Zoon in de hemel: „Laten wij de mens maken naar ons beeld, overeenkomstig onze gelijkenis, en laten zij de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en de huisdieren en de gehele aarde en al het zich bewegende gedierte dat zich op de aarde beweegt, in onderworpenheid hebben” (Genesis 1:26). De Schepper van de mens was zijn Regeerder. Hoe is daar verandering in gekomen?

Toen de mens in de hof van Eden in opstand kwam, verwierp hij God als zijn Regeerder, en hij doet dit nog steeds (Genesis hfdst. 3). Dit trad duidelijk aan het licht in het oude Israël, een natie die God als zijn eigen natie had uitgekozen. Toen de Israëlieten om een menselijke koning vroegen, zei Jehovah tot zijn profeet Samuël: „Niet u hebben zij verworpen, maar mij hebben zij verworpen, dat ik geen koning over hen zou zijn.” — 1 Samuël 8:7.

Gods heerschappij over de Israëlieten was heilzaam. Via zijn vertegenwoordiger Mozes gaf Jehovah hun een wetsstelsel waaruit liefdevolle consideratie voor hun welzijn bleek. Het beschermde hen tegen veel ziekten en zette hen ertoe aan de bejaarden, de weduwen en de wezen met consideratie te bejegenen. De Wet verlangde respect voor de bezittingen van anderen en eerlijkheid in zakelijke transacties. Ze veroordeelde partijdigheid, een vals getuigenis en omkoperij. Gods heerschappij was werkelijk billijk en rechtvaardig.

Jehovah heeft beloofd dat hij niet alleen over Israël maar over de gehele mensheid zou regeren. Hij zou de macht om over andere mensen te regeren, van zondige mensen wegnemen en aan zijn eniggeboren Zoon geven. God voorzei dit toen hij in Ezechiëls profetie zei: „Ze zal stellig van niemand worden totdat hij komt die het wettelijke recht heeft, en ik moet het aan hem geven.” — Ezechiël 21:27.

God heeft aan Jezus Christus het wettelijke recht gegeven om als degene die Jehovah’s soevereiniteit vertegenwoordigt, over de mensheid te regeren. Omdat Gods koninkrijk in handen van Christus de beste manier is om de gehele mensheid te regeren, heeft Jezus zijn toehoorders onderwezen erom te bidden. „Gij dan moet aldus bidden”, zei Christus: „Onze Vader in de hemelen, uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, zo ook op aarde.” — Matthéüs 6:9, 10.

Door de manier waarop Jezus met de mensen omging, toonde hij wat voor soort van regeerder hij zou zijn. Christus had beslist mededogen, want „bij het zien van de scharen had hij medelijden met hen, omdat zij gestroopt en heen en weer gedreven waren als schapen zonder herder” (Matthéüs 9:36). Jezus toonde de diepte van zijn liefde voor zijn volgelingen toen hij zei: „Ik geef u een nieuw gebod, dat gij elkaar liefhebt; net zoals ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt” (Johannes 13:34). Hij had zoveel liefde voor de mensen dat hij zijn leven als een losprijs gaf. Op grond van dat slachtoffer kunnen degenen die het aanvaarden, bevrijd worden van de zonde, ziekte, en zelfs de dood. — 1 Johannes 2:1, 2; Openbaring 21:1-4.

Onder inspiratie voorzei de profeet Jesaja dat Gods heerschappij in handen van Jezus Christus billijk, rechtvaardig en vredig zou zijn. Hij schreef: „Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; en de vorstelijke heerschappij zal op zijn schouder komen. En zijn naam zal worden genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de overvloed van de vorstelijke heerschappij en aan vrede zal geen einde zijn, op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het stevig te bevestigen en om het te schragen door middel van gerechtigheid en door middel van rechtvaardigheid, van nu aan en tot onbepaalde tijd. Ja, de ijver van Jehovah der legerscharen zal dit doen.” — Jesaja 9:6, 7.

De aardse vertegenwoordigers van Gods heerschappij zullen als de mannen zijn die thans Jezus’ liefdevolle hoedanigheden als opzieners in de ware christelijke gemeente weerspiegelen. In tegenstelling tot de tirannieke geestelijken leggen deze mannen, evenals Jezus Christus, liefdevolle bezorgdheid voor de kudde aan de dag. De profeet Jesaja schreef over zulke godvruchtige mannen: „Zie! Een koning zal regeren voor louter rechtvaardigheid; en wat vorsten betreft, zij zullen als vorsten heersen voor louter gerechtigheid” (Jesaja 32:1). Zulke vertegenwoordigers van Gods heerschappij zullen ook de goddelijke belangen in de nieuwe wereld dienen. — Psalm 45:16.

Een grootse verandering nabij!

Voordat Gods koninkrijk de onbetwiste heerschappij over de mensheid overneemt, moet er een grootse verandering plaatsvinden. Door deze verandering zal er een eind komen aan nationale verdeeldheid. In plaats van een groot aantal met elkaar strijdende menselijke regeringen zal er één rechtvaardige hemelse regering zijn die de mensheid zal verenigen als één volk dat in vrede leeft. De profeet Daniël voorzei dit met de volgende woorden: „In de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf zal aan geen ander volk worden overgedragen. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” — Daniël 2:44.

Gods heerschappij is de enige oplossing voor de bestuursproblemen waarmee de mensheid thans te kampen heeft. De situatie waarin de mensen zich nu bevinden, bedreigt niets minder dan hun bestaan! En er is geen menselijke oplossing die hier verandering in kan brengen. Het zou daarom verstandig zijn, aandacht te schenken aan de bijbelse oplossing en met vertrouwen uit te zien naar de niet ver meer in de toekomst liggende tijd waarin rechtgeaarde mensen zich onder de onbetwiste en gezegende heerschappij van God zullen verheugen.

[Illustratie op blz. 6]

„Een koning zal regeren voor louter rechtvaardigheid”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen