Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w87 15/2 blz. 31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het huwelijk in ere houden voor het oog van God en de mensen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • Huwelijksverplichtingen en echtscheiding
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Eer ‘wat God heeft verbonden’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2018
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
w87 15/2 blz. 31

Vragen van lezers

◼ Wanneer iemand een „Verklaring waarin plechtig trouw wordt beloofd” heeft ondertekend, kan die regeling dan worden beëindigd?

De vraag houdt verband met een voorziening die in de meeste landen niet van toepassing is. Laten wij dus eerst eens zien wat die plechtige tussentijdse voorziening of interimregeling inhoudt.

In De Wachttoren van 1 juli 1977 werd een probleem besproken dat in sommige landen bestaat. Hoewel God echtscheiding op schriftuurlijke gronden toestaat, is er in sommige landen geen voorziening voor echtscheiding (Matthéüs 19:9). Of misschien maakt de wet het iemand erg moeilijk een echtscheiding te verkrijgen en gaan hier misschien vele jaren overheen. Daarom werd in die uitgave van De Wachttoren uitgelegd dat Jehovah’s Getuigen een concessie hebben die alleen in zulke landen geldt; hierbij is een „Verklaring waarin plechtig trouw wordt beloofd” betrokken. Beschouw eens een voorbeeld van de regeling:

Een vrouw leert de christelijke waarheid kennen terwijl zij samenleeft met een man (en misschien kinderen bij hem heeft) die reeds lang bij zijn wettige vrouw vandaan is. De pasgeïnteresseerde vrouw is hem trouw en wil met hem huwen, maar dat is onmogelijk omdat de wet hem niet toestaat van zijn wettige vrouw te scheiden. Indien de gemeente-ouderlingen er derhalve van overtuigd zijn dat haar verhouding met deze man anderszins aanvaardbaar is in Gods ogen, zullen zij haar toestaan een „Verklaring waarin plechtig trouw wordt beloofd” te ondertekenen. Zij verklaart daarin dat zij al het mogelijke heeft gedaan om deze verhouding wettelijk te laten bekrachtigen, dat zij voor het aangezicht van God de bindende aard van de Verklaring erkent en dat zij belooft om zo spoedig als dit mogelijk is, een wettig huwelijk aan te gaan, zodat er een eind komt aan de Verklaring die haar in staat gesteld heeft deel uit te maken van de christelijke gemeente.

De vraag rijst echter: Is er, nu zij (of wie maar ook die zich in die situatie bevindt) krachtens een dergelijke Verklaring in de gemeente is gekomen, nog een andere manier waarop de Verklaring eindigt of beëindigd kan worden?

In de Verklaring zelf wordt gezegd dat de ondertekenaar ’zijn of haar verhouding als bindend voor het aangezicht van Jehovah God en van alle mensen beschouwt, als een verhouding waaraan in volledige overeenstemming met de beginselen van Gods Woord trouw moet worden vastgehouden en die erkend moet worden’. De verbintenis is dus, van het standpunt van de gemeente uit bezien, in moreel opzicht even bindend als een wettig huwelijk. De dood van een partner maakt echter een eind aan hetzij een huwelijk of een verbintenis krachtens een dergelijke Verklaring (Romeinen 7:2). De bijbel zegt ook dat als iemands huwelijkspartner zich schuldig heeft gemaakt aan por·neiʹa (seksuele immoraliteit buiten de verbintenis), de onschuldige partner een echtscheiding kan verkrijgen (Matthéüs 5:32; 19:9). Evenzo kan immoraliteit van de zijde van een van beide partijen in een verbintenis krachtens een „Verklaring waarin plechtig trouw wordt beloofd” een grond zijn om de verbintenis te beëindigen, als de onschuldige partij dit verkiest. De onschuldige christen moet de ontrouw tegenover de ouderlingen kunnen bewijzen. Hierdoor komt er een eind aan de Verklaring; de onschuldige partner is daarna schriftuurlijk vrij.

Dat de gemeente een verbintenis krachtens een „Verklaring waarin plechtig trouw wordt beloofd” in moreel opzicht even bindend acht als een wettig huwelijk, heeft een verwant probleem doen ontstaan. Dit doet zich voor wanneer de vroegere belemmering voor het huwelijk wordt weggenomen. In het bovengenoemde voorbeeld zou de wettige vrouw van de man bijvoorbeeld kunnen sterven of zou de regering echtscheiding kunnen legaliseren en zou de man bereid kunnen zijn een wettig huwelijk met de christelijke vrouw aan te gaan. In dat geval kan de „Verklaring waarin plechtig trouw wordt beloofd” niet langer ten aanzien van de zuster van kracht blijven, zelfs niet omdat het bijvoorbeeld gênant zou zijn om nu voor de wet te trouwen of omdat zij misschien bepaalde materiële voordelen zou verliezen. In overeenstemming met haar Verklaring moet zij nu stappen doen om hun verbintenis wettelijk te laten bekrachtigen. Anders zal de gemeente de Verklaring ongeldig moeten maken en zal zij de man moeten verlaten of uit de gemeenschap gesloten moeten worden.

Hoe echter te handelen als de ongelovige weigert met haar te trouwen? Toen zij de Verklaring ondertekende, beschouwde de gemeente de verbintenis als bindend en moreel juist. Dat zij haar ongelovige partner er niet toe kan dwingen hun verbintenis wettelijk te laten bekrachtigen, maakt de verbintenis niet immoreel. Daarom zal zij een trouwe partner kunnen blijven en behoeft zij de ongelovige niet te verlaten, hoewel zij dient te volharden in haar pogingen de verbintenis wettelijk te laten bekrachtigen. (Dit vormt een herziening van het commentaar in „Vragen van lezers” in De Wachttoren van 1 november 1985.) — Vergelijk Rechters 11:35; Lukas 18:1-5.

De situatie is natuurlijk anders wanneer beide partijen de Verklaring hebben ondertekend en gedoopte christenen zijn geworden. In dat geval hebben beiden zich plechtig bereid verklaard een wettig huwelijk aan te gaan zodra de door de regering veroorzaakte belemmering verwijderd zou zijn, op welk moment er een eind komt aan de Verklaring. Zij zijn verplicht dit binnen een redelijk tijdsbestek te doen; anders zullen zij uiteen moeten gaan om in de gemeente te kunnen blijven. (Vergelijk „Vragen van lezers” in De Wachttoren van 1 februari 1983.) Als zij inderdaad uiteengaan, is de moreel bindende Verklaring nog steeds van kracht, zodat geen van beiden vrij is om een verbintenis met iemand anders aan te gaan. — Vergelijk 1 Korinthiërs 7:10, 11.

Hoewel de regeling voor een „Verklaring waarin plechtig trouw wordt beloofd” in de meeste plaatsen niet van toepassing is, gaat het in bovenstaande bespreking om een bijbelse maatstaf die overal van toepassing is: „Het huwelijk zij eerbaar onder allen en het huwelijksbed zonder verontreiniging, want God zal hoereerders en overspelers oordelen.” — Hebreeën 13:4.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen