„Eerlijk ten aanzien van zijn religie”
Hoewel regeringsinstanties zich bijzonder hulpvaardig betonen in verband met het bouwproject van het Genootschap in Nigeria, hebben sommige kranten en religieuze leiders getracht Jehovah’s Getuigen in moeilijkheden te brengen wegens de neutraliteitskwestie. Andere verslaggevers hebben zich echter prijzend over hen uitgelaten. Eén schrijver, een jurist, stelde de vraag of Jehovah’s Getuigen „zich werkelijk onvaderlandslievend opstellen”. Hij gaf zelf het antwoord door te zeggen: „Getuigen zijn belasting betalende en ordelievende burgers. Elke . . . Getuige die zo eerlijk ten aanzien van zijn religie kan zijn dat hij eraan gehoorzaamt met het risico dat hij bepaalde voorrechten verliest, zal even eerlijk zijn in de meeste andere dingen . . . Dat hij weigert regeringsgeld te stelen terwijl zijn andere collega’s . . . het nationale volkslied zingen en toch gelden verduisteren, komt doordat zijn bijbel, die van hem verlangt niet het nationale volkslied te zingen, ook zegt dat hij niet mag stelen.”