Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 1/8 blz. 31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Vergelijkbare artikelen
  • Opzieners in Apocalyptische tijden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Theocratisch aangestelde opzieners en dienaren in de bediening
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2001
  • ’In de naam van de heilige geest’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Wie leidt Gods volk in deze tijd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2017
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 1/8 blz. 31

Vragen van lezers

◼ Hoe werkt de heilige geest met het hedendaagse Besturende Lichaam samen bij het aanstellen van ouderlingen?

De apostel Paulus zei tot de christelijke ouderlingen uit Efeze: „Schenkt aandacht aan uzelf en aan de gehele kudde, onder welke de heilige geest u tot opzieners heeft aangesteld, om de gemeente Gods te weiden, welke hij met het bloed van zijn eigen Zoon heeft gekocht.” — Handelingen 20:28.

Paulus legde niet in de finesses uit hoe Gods geest bij zulke aanstellingen werkte. Wij kunnen er echter begrip van verkrijgen door te lezen wat er gebeurde toen het besturende lichaam in de eerste eeuw een geschilpunt met betrekking tot de besnijdenis beschouwde. Hun conclusie samenvattend, schreven zij: „Want het heeft de heilige geest en ons goedgedacht ulieden geen verdere last toe te voegen dan deze noodzakelijke dingen” (Handelingen 15:28). Hoe droeg Gods geest, zijn onpersoonlijke werkzame kracht, bij tot de bindende beslissing die bij die gelegenheid werd genomen?

Handelingen hoofdstuk 15 laat zien dat Paulus en Barnabas eerst uiteenzetten waar de kwestie om ging. Vervolgens vond er een discussie plaats. De apostel Petrus vertelde wat er voorafgegaan was aan de doop van de onbesneden heiden Cornelius en diens huisgezin. Petrus legde uit dat ’God getuigenis aflegde door hun de heilige geest te geven, evenals hij die ook aan ons heeft gegeven’ (Handelingen 15:7, 8; 10:9-48). Daarna vertelden Paulus en Barnabas „over de vele tekenen en wonderen welke God door bemiddeling van hen onder de natiën had gedaan” (Handelingen 15:12). Zo gaf de heilige geest, door in te werken op Petrus, Cornelius, Paulus en Barnabas, te kennen dat heidenen niet besneden hoefden te worden.

Toch was de geest ook nog op andere manieren werkzaam geweest bij deze besluitvorming door het besturende lichaam. Wij mogen aannemen dat zij erom hadden gevraagd dat de geest hen bij hun overwegingen zou helpen. Met de hulp van die geest kan de discipel Jakobus zich de profetie in Amos 9:11, 12 te binnen hebben gebracht en kan hem de toepassing ervan duidelijk zijn geworden. Uiteraard was die profetie onder inspiratie van de heilige geest opgetekend (Handelingen 15:13-20). Bovendien waren „de apostelen en oudere mannen in Jeruzalem”, uit wie het besturende lichaam bestond, christenen die met heilige geest waren gezalfd en die de werking ervan in hun leven tentoonspreidden, bijvoorbeeld door de vruchten ervan voort te brengen. — Handelingen 15:2; Romeinen 8:14-17; 1 Korinthiërs 7:40; Galáten 5:22, 23.

Dus zonder dat er uit de hemel een hoorbare richtlijn gegeven werd inzake de besnijdeniskwestie, konden de leden van het besturende lichaam terecht zeggen dat „de heilige geest” hen bij hun besluitvorming had geleid.

Zo is het ook met de aanstelling van christelijke mannen tot het ambt van ouderling of opziener in de hedendaagse gemeenten. Op gezette tijden komt een groep ouderlingen (meestal te zamen met een reizende opziener van het Genootschap) bijeen om te beschouwen of er broeders zijn die voor een aanstelling als opziener aanbevolen kunnen worden. De leden van die groep zijn zelf aangestelde ouderlingen en geven er in hun leven blijk van dat zij de geest bezitten. Zij openen hun bespreking met een gebed waarin om de leiding van de geest wordt gevraagd. Dan analyseren zij tijdens de bijeenkomst met betrekking tot elke broeder die beschouwd wordt of hij voldoet aan de vereisten voor ouderlingen die in de bijbel uiteengezet zijn en die onder leiding van de heilige geest zijn opgetekend (1 Timótheüs 3:2-7; Titus 1:5-9). Ook beschouwen zij of uit de levenswijze van de broeder blijkt of hij „vol van geest en wijsheid” is (Handelingen 6:3). Indien zij het erover eens zijn dat hij zo iemand is en in redelijke mate aan de vereisten voldoet, wordt hun aanbeveling naar het door de heilige geest aangestelde Besturende Lichaam of de gekozen vertegenwoordigers daarvan gestuurd. Later kan de gemeente ervan in kennis worden gesteld dat de broeder aangesteld is.

Begrijpelijkerwijs is de aangestelde ouderling nog steeds onvolmaakt en kan hij zijn beperkingen hebben. Maar de apostelen waren ook onvolmaakt, zowel voordat Jezus hen uitkoos als later, toen zij deel uitmaakten van het besturende lichaam (Lukas 9:46, 54; 22:54-62; Galáten 2:11-14). Maar zij hadden beslist Gods geest en werden onder leiding daarvan aangesteld. Op grond van dit alles kunnen de broeders en zusters het vertrouwen hebben dat ’de heilige geest de opzieners heeft aangesteld, om de gemeente te weiden’ (Handelingen 20:28). Met betrekking tot zulke mannen wordt de raad gegeven: „Houdt hen in gedachtenis die onder u de leiding nemen, die het woord van God tot u hebben gesproken, en volgt hun geloof na, lettend op het einde van hun wandel.” — Hebreeën 13:7.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen