’s Mensen onmenselijkheid jegens de mens
PLAATS van handeling — een land in West-Afrika, 1961. Plotseling wordt een vredige christelijke vergadering verstoord door militaire politie met de bajonet op het geweer. Zij doen de aanwezige mannen de handboeien om en slaan hen vervolgens meedogenloos tot „weinig meer dan een hoop vlees”. De leider van de vergadering krijgt zo veel slagen dat hij negentig dagen bloed blijft opgeven. De politie verwacht dat de mannen zullen sterven.
„’s Mensen onmenselijkheid jegens de mens” is een grimmig, steeds terugkerend thema in de geschiedenis. De Assyriërs uit de oudheid zetten hun krijgsgevangenen op palen die via de onderbuik in hun borstkas werden gedreven. De Romeinen hadden een heel eigen gebruik voor de martelpaal. Hun slachtoffers werden eerst zo hevig gegeseld dat het vlees dikwijls van de beenderen werd gereten. Vervolgens werden zij aan rechtopstaande palen gebonden of genageld en aan hun lot overgelaten om te sterven — langzaam en onder afgrijselijke pijnen.
Priesters hebben dikwijls een stuitende ongevoeligheid en wreedheid aan de dag gelegd. De Azteken van Mexico brachten menselijke slachtoffers aan hun god Huitzilopochtli door het hart uit hun nog levende slachtoffers te rukken. Maar in de zestiende eeuw overwon Hernán Cortés uit Spanje de Azteken. Was zijn religie beter? In die dagen had de Spaanse inquisitie huiveringwekkende folterkamers in bedrijf en liet „ketters” de dood op de brandstapel sterven. De pijnbank, een veel gebruikte vorm van marteling, rekte de ledematen van de slachtoffers uit tot ze ontwricht raakten. Andere methoden waren zelfs nog gruwelijker — doch wij sparen u.
’Maar dat is allemaal verleden tijd’, denken sommigen. ’De mensen zijn tegenwoordig humaner en beschaafder.’ Is dat zo?
Marteling is bepaald niet uit de tijd. Wel behoren de afschuwelijke verbrandingen in het openbaar, waarop vroeger sadistische, ongevoelige menigten en geestelijken werden onthaald, tot het verleden. Maar in de verborgen afzondering van gevangeniscellen wordt marteling nog regelmatig en veelvuldig toegepast — dikwijls met geraffineerde methoden die zelfs geen spoor van bewijs nalaten. In een Zuidamerikaans land vertelde een slachtoffer dat de moderne marteling van zware elektrische schokken had ondergaan: „Het enige wat je denkt is: ze scheuren mijn vlees aan flarden. Maar zij scheurden mijn vlees niet aan flarden. Zij lieten zelfs geen sporen na.”
Een persbericht beweert dat veel landen „berucht [zijn] wegens het martelen en doden van politieke gevangenen”. Het bericht vervolgt: „Ook zijn er mensen na arrestatie ’verdwenen’ — om nooit meer gezien te worden.” De Commissie voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties heeft meer dan honderd lidstaten van de VN op een zwarte lijst gezet als „schurkachtige onderdrukkers en tirannen”.
In de loop van deze twintigste eeuw hebben tal van massaslachtingen plaatsgevonden. In 1915-’16 werd een invasieleger gebruikt om het grootste deel van de Armeense bevolking met geweld te deporteren, een operatie waarbij mogelijk een miljoen Armenen zijn afgeslacht. In Rusland zijn als gevolg van de revolutie volgens de berekeningen tussen 1914 en 1926 veertien miljoen burgers omgekomen. In China hebben van 1949 tot 1958 tussen de vijftien en dertig miljoen mensen het leven gelaten bij „politieke liquidatiecampagnes”. Vele eeuwen lang zijn er veelvuldig massamoorden op joden bedreven; maar geen daarvan werd zo schaamteloos koelbloedig of op zo grote schaal uitgevoerd als de massaslachting van meer dan zes miljoen joden onder Hitlers bewind.
Men kan echter niet alleen zondigen door wat men doet, maar ook door wat men toelaat. Onmenselijkheid kan ook tot uitdrukking komen doordat men eenvoudig de ogen sluit voor hen die in moeilijkheden verkeren. Onlangs heeft men in Zuid-Afrika een proef genomen met een vrouw die bewegingloos naast haar auto aan de rand van de snelweg lag, om te zien of iemand zou stoppen en helpen. Twee dagen lang deed niemand dat.
Onmenselijkheid treedt ook aan de dag in landen die een voedseloverschot hebben. Wat gebeurt daarmee? Veel wordt vernietigd. En toch sterven er volgens een VN-rapport uit 1982 elke dag 40.000 kleine kinderen aan ondervoeding en infectie!
„’s Mensen onmenselijkheid jegens de mens” duurt dus zelfs in onze „verlichte” eeuw voort. Maar hoe is het allemaal begonnen? Kan iemand er een eind aan maken?