Wachters, verheft uw stem!
„Luister! Uw eigen wachters hebben hun stem verheven.” — JESAJA 52:8.
1, 2. (a) Welke vraag rijst er in verband met Jesaja 52:8? (b) Wat erkende één geestelijke?
WIE zijn de hier genoemde wachters? Zijn zij de wachters van de religies van de christenheid? Welnu, wat zeggen de geestelijken van de christenheid in deze tijd over het koninkrijk Gods? Het volgende voorbeeld kan ons helpen die vraag te beantwoorden.
2 Een geëerde „Weleerwaarde doctor” aan de Universiteit van Aberdeen (Schotland) uitte de volgende klacht:
„Gedurende de afgelopen zestien jaar [1963-78] kan ik mij slechts twee gelegenheden herinneren waarbij ik preken heb gehoord die speciaal gewijd waren aan het thema van het koninkrijk Gods. . . . Ik vind deze stilte nogal verwonderlijk omdat Nieuwtestamentische geleerden het er universeel over eens zijn dat het centrale thema van de evangeliën en van de leer van Jezus het koninkrijk Gods was. . . . Waarom predikt men niet over het koninkrijk Gods? Ik geloof dat één in het oog springend antwoord eenvoudig is: ’Omdat ons niet is geleerd hoe wij dit moeten doen.’”
3. Hoe zijn de woorden van Jesaja 56:10, 11 in deze tijd van toepassing?
3 Het is duidelijk dat geestelijken die in gebreke blijven het koninkrijk Gods te prediken, niet de werkelijke draagwijdte van het goede nieuws hebben begrepen. Zij hebben geen acht geslagen op Jesaja’s oproep om te ontwaken. Zij zijn niet in staat goed nieuws van iets beters te verkondigen omdat zij niets beters weten dan de geloofsbelijdenissen en het formalisme van de wereldse religie. Zij zijn ’blinde wachters’, van wie in Jesaja 56:10, 11 een passende beschrijving wordt gegeven.
4. (a) Hoe steken de wachters uit Jesaja 52:8 af bij de hedendaagse geestelijken? (b) Waarom dienen wij onze Grootse Onderwijzer dankbaar te zijn?
4 ’Ons is niet geleerd hoe wij dit moeten doen.’ Dat is de oorzaak die de „Weleerwaarde doctor” aanwijst voor het feit dat hij het koninkrijk Gods niet predikt. Maar gelukkig zijn er wel degelijk wachters die het koninkrijk Gods in deze tijd prediken, en zij kunnen dit op overtuigende wijze doen omdat het hun is en wordt geleerd. Zij zijn degenen naar wie Gods profeet verwijst wanneer hij schrijft: „Jehovah is een God des gerichts. Gelukkig zijn allen die hem blijven verwachten. . . . Uw Grootse Onderwijzer [zal] zich niet langer verbergen, en uw ogen moeten ogen worden die uw Grootse Onderwijzer zien. En uw eigen oren zullen een woord achter u horen, aldus: ’Dit is de weg. Wandelt daarop’, ingeval gijlieden rechts of ingeval gij links zoudt gaan.” — Jesaja 30:18, 20, 21.
5. (a) Welke organisatorische regelingen heeft Jehovah voor zijn volk getroffen? (b) In welke opzichten lijken Jehovah’s Getuigen in deze tijd — wat het Koninkrijk betreft — op Jezus en zijn apostelen?
5 Jehovah’s Getuigen ontvangen onderricht over Gods koninkrijk, echter niet op de theologische seminaries van de sekten van de christenheid, maar op de theocratische bedieningsschool en andere wekelijkse vergaderingen in hun Koninkrijkszalen. Zij worden opgeleid om het Koninkrijk op doeltreffende wijze van huis tot huis te prediken en bijbelstudies te leiden bij mensen die voor onderwijs openstaan en graag meer over het Koninkrijk willen weten. Dit onderricht is van Jehovah afkomstig via zijn organisatie, die hij als volgt toespreekt: „Al uw zonen zullen door Jehovah onderwezen personen zijn, en de vrede van uw zonen zal overvloedig zijn.” Jehovah’s Getuigen weten wat het Koninkrijk allemaal inhoudt en dat het de mensheid hier op aarde onnoemelijk veel zegeningen zal schenken. Evenals Jezus en zijn apostelen bidden zij om de komst van Gods koninkrijk en maken zij de Koninkrijkshoop ijverig bekend. — Jesaja 54:13; Matthéüs 4:17; 6:10; 10:7; 12:21; 24:14.
Wachters, roept het uit!
6. (a) Wie vormen thans de wachterklasse, en welke dienst verrichten zij? (b) Welke waarschuwing laat de wachter nu weerklinken, en van welk instrument bedient hij zich?
6 Gods profeten maken in een aantal schriftplaatsen melding van wachters. In oude tijden stonden dezen voortdurend op de uitkijk, klaar om bij een eventuele vijandelijke inval een waarschuwing te laten weerklinken. In Jesaja 21:8 bericht een van hen: „Op de wachttoren, o Jehovah, sta ik onafgebroken bij dag, en op mijn wachtpost heb ik mij gesteld alle nachten.” In deze tijd wordt zo’n dienst verricht door een wachterklasse, de gezalfde „getrouwe en beleidvolle slaaf” die de Heer Jezus Christus hier op aarde vertegenwoordigt. Deze wachter observeert hoe de gebeurtenissen op aarde zich als een vervulling van bijbelse profetieën ontwikkelen, laat de waarschuwing weerklinken dat een ’grote verdrukking zoals er sedert het begin der wereld niet is voorgekomen’ naderbij komt en maakt ’goed nieuws van iets beters’ bekend. Het tijdschrift De Wachttoren, met zijn wereldwijde oplage van 10.200.000 exemplaren per uitgave, is een van de instrumenten die de wachter gebruikt om dit goede nieuws bekend te maken. — Matthéüs 24:14, 21, 45-47; Jesaja 52:7.
7. Wie ondersteunen de „wachters”, en waarom is hun hulp nodig?
7 De als wachter optredende „slaaf”-klasse ontvangt veel loyale steun bij de bekendmaking van het goede nieuws. Zoals het vorige artikel te kennen gaf, waarin verslag werd uitgebracht over het aantal aanwezigen op de Gedachtenisviering in 1983, behoren thans slechts iets meer dan 9000 personen tot de overgeblevenen van de gezalfde „slaaf” op aarde. Zij hebben hulp nodig om het predikingswerk op doeltreffende wijze te volbrengen. En deze hulp wordt gegeven! Miljoenen metgezellen scharen zich aan hun zijde, en ook zij verheffen hun stem te zamen met de „wachters” die in Jesaja 52:8 worden beschreven. In zeer reële zin verenigen zij hun stem met die van de „wachters” om het goede nieuws bekend te maken.
8. (a) Wat tonen de gegevens op bladzijde 16 en 17 aan met betrekking tot Koninkrijksexpansie? (b) Hoe is de situatie in gebieden waar het Koninkrijkswerk aan beperkingen onderhevig is?
8 Wanneer u bladzijde 16 en 17 van dit tijdschrift opslaat, zult u zien dat Jehovah deze wachters en hun loyale metgezellen over de gehele aarde zegent. Zij „hebben hun stem [dermate] verheven” dat Gods volk zich overal in een grote toename in verkondigers verheugt. Dit is te verwachten nu Christus Jezus in het koninkrijk van zijn Vader regeert, want wordt in Jesaja 9:6, 7 niet over deze „Vredevorst” gezegd: „Aan de toename van zijn regering en vrede zal geen einde zijn”? (Authorized Version) Zoals uit de tabel blijkt, zijn er op aarde gebieden, waaronder enkele met een behoorlijk grote bevolking, waar de Koninkrijksprediking aan zware beperkingen onderhevig is. Met de hulp van Jehovah’s geest doen de Getuigen in deze gebieden wat zij kunnen (Zacharia 4:6). Op regeringsautoriteiten die tegenstand bieden en gemeenschappen die hier hun steun aan geven, rust een zware bloedschuld en zij zullen zich hiervoor moeten verantwoorden wanneer de grote verdrukking aanbreekt. — Vergelijk Ezechiël 3:17-19.
Pionierbekendmakers van goed nieuws
9. (a) Wat zou u aan de hand van de tabel willen opmerken over de toename in pioniers? (b) Welke vreugdevolle berichten hebben Wachttorenbijkantoren ingestuurd?
9 De tabel met het wereldbericht laat ook zien hoe het aantal pioniers in 1983 op werkelijk verbazingwekkende wijze over de gehele aarde is toegenomen. Zoals uit onderstaande berichten blijkt, verheugen Wachttorenbijkantoren over de gehele wereld zich over de grote aantallen personen die naar voren treden om een aandeel te hebben aan de hulp-, gewone en (waar nodig) speciale pioniersdienst:
Barbados: Het aantal hulppioniers in april bedroeg 292 in 1981, 529 in 1982 en 740 in 1983.
België: Het aantal aanvragen voor de gewone pioniersdienst is in 1983 met 30 procent toegenomen.
Chili: Het gemiddelde aantal hulppioniers bedroeg 987 — een toename van 40 procent.
Ivoorkust: Het aantal gewone pioniers is ten opzichte van het vorige jaar met 15 procent gestegen.
Portugal: Het in april bereikte hoogtepunt van 3064 hulppioniers was werkelijk verbazingwekkend — een toename van 140 procent ten opzichte van het voorgaande hoogtepunt.
Zweden: Een ongekend hoogtepunt van 796 gewone pioniers heeft bericht ingeleverd.
Thailand: In april heeft 23 procent van onze 821 verkondigers bericht ingeleverd als pioniers.
Venezuela: Meer dan 200 verkondigers zijn in 1983 met het gewone pionierswerk begonnen.
10. Waardoor wordt aangetoond dat vervolging de wachters niet tot zwijgen kan brengen?
10 Landen waar het Koninkrijkswerk aan zware beperkingen onderhevig is, berichten ook een toename in verkondigers en pioniers. Een Afrikaans land waar ongeveer vijftien jaar geleden een zeer kwaadaardige vervolging woedde, bereikte gedurende het dienstjaar 1983 hoogtepunten van 616 gewone en 207 hulppioniers. En in een land in datzelfde werelddeel waar 75 broeders en zusters in gevangenissen zitten, is het aantal verkondigers 35 procent gestegen vergeleken bij het gemiddelde van het jaar daarvoor, terwijl het aantal hulppioniers in april 151 procent meer bedroeg dan het vorige hoogtepunt. De „wachters” en hun metgezellen zijn er niet van af te brengen hun stem te verheffen!
11. Hoe werpt de pioniersactiviteit voordeel af voor de gemeente alsook voor het gebied in de gehele wereld?
11 Al deze ijverige pioniersactiviteit stimuleert het Koninkrijkswerk in hoge mate. Het heeft bijvoorbeeld tot resultaat dat het gebied grondiger wordt bewerkt en dat er veel meer uren aan de verkondiging van het goede nieuws worden besteed. In 1983 werd er over de gehele wereld in totaal 436.720.991 uur aan de bekendmaking van het Koninkrijk besteed — een opmerkelijke toename van 13,5 procent! Er worden meer studies opgericht — in veel gevallen door hulppioniers — en er worden meer geïnteresseerde personen met Gods organisatie in contact gebracht.
12. Welke persoonlijke voordelen werpt pionieren af?
12 Pionieren werpt ook persoonlijke voordelen af. Wanneer een verkondiger een maand lang hulppionier is, kan hij de Koninkrijksboodschap op een veel doeltreffender en vloeiender manier aan anderen bekendmaken! Het schenkt ook veel vreugde om met anderen om te gaan die in deze dienst staan en te zien dat het aantal verspreide tijdschriften en het aantal nabezoeken en studies toeneemt. Velen hebben zo van deze incidentele hulppioniersmaanden genoten, dat zij de noodzakelijke wijzigingen hebben aangebracht om gewone pioniers te worden. Anderen zijn op geregelde basis als hulppionier werkzaam.
13. Welke aanmoediging putten wij uit de twee ervaringen uit Pakistan?
13 Het moslimgebied Pakistan is naar verluidt nogal moeilijk om te bewerken. En toch komt uit dat land het volgende bericht:
Een broeder die de afgelopen dertig maanden in de hulppioniersdienst is geweest, zei: „Het lijkt nu wel of ik onverbrekelijk vergroeid ben met de imdadi- (Urdu-woord voor hulp) pioniersdienst, en ik geloof dat het me heel moeilijk zou vallen als ik er ooit mee zou willen ophouden. Het is een deel van mijn leven en dagelijkse routine geworden om op zijn minst twee uur getuigenis te geven aan anderen.”
„Op zijn minst twee uur” per dag Koninkrijksdienst verrichten — dat is alles wat voor de hulppioniersdienst nodig is. Zou u dat kunnen? Het zou u gezonder en gelukkiger kunnen maken, zoals door de volgende ervaring uit Pakistan te kennen wordt gegeven.
Een andere broeder die op de leeftijd van 58 jaar met pensioen ging en zich sindsdien bij de rijen van de hulppioniers heeft aangesloten, heeft het volgende te zeggen: „Ik ben al 28 jaar een Getuige, maar nog nooit eerder heb ik het zo heerlijk gevonden en zo gewaardeerd een Getuige te zijn als gedurende de afgelopen acht maanden waarin ik in de hulppioniersdienst ben geweest. In antwoord op een vraag van mijn vroegere collega’s hoe het komt dat ik er sihatmand (gezonder, Urdu) en choesj (gelukkiger, Urdu) uitzie sinds ik met pensioen ben gegaan, zeg ik hun dat het in vollediger mate dienen van de ware God, Jehovah, mij vreugde en voldoening schenkt en mij er sihatmand en choesj doet uitzien.”
Zou u ook niet graag sihatmand en choesj willen zijn? Maak dan ten volle gebruik van uw gelegenheden om in de hulppioniersdienst te staan!
Zegeningen als pionier trachten te verkrijgen
14. Welke toename in verkondigers en pioniers laat de tabel op de bladzijden 20-23 zien, en in hoeveel gebieden?
14 Laten wij ons wenden tot het bericht over het dienstjaar 1983 van Jehovah’s Getuigen over de gehele wereld, zoals dit op de bladzijden 20-23 van dit tijdschrift voorkomt. Deze vier bladzijden laten ons veel meer zien dan louter getallen. Ze getuigen van de schitterende krachtsinspanningen die Koninkrijksverkondigers in 205 landen of gebieden in het werk hebben gesteld om het goede nieuws te prediken. Loop eens met uw vinger de kolom door die getiteld is „Gemiddelde pionierverkondigers” en zie dan welke schitterende bijdrage veel landen aan deze dienst hebben geleverd. En de pioniers hebben ook loyale steun ondervonden van de zijde van de gemeenteverkondigers, die dezelfde geest van ijverige dienst aan de dag hebben gelegd, ook al zou de bijdrage van enkelen vergeleken kunnen worden met ’het penningske van de weduwe’. — Markus 12:41-44.
15. Hoe kunnen gezinnen gezegend worden wanneer er pioniers in dat gezin zijn?
15 Gezinnen die hun leven rondom de pioniersdienst opbouwen, zijn werkelijk gezegend. Sommige gezinnen hebben zich ten doel gesteld een pioniers-gezin te zijn en hebben dat doel bereikt door als gezin de een of andere deeltijdarbeid te verrichten om ervoor te zorgen dat er ’brood op de plank blijft’. Andere gezinnen werken als een team samen om één gezinslid in het gewone pionierswerk te ondersteunen, en de pioniersgeest die aldus in het gezin gaat heersen, strekt iedereen tot voordeel.
16. (a) Hoe kunnen ouders belangstelling tonen voor de geestelijke vooruitgang van hun kinderen? (b) Welk schitterende voorbeeld treffen wij aan wanneer wij Jezus’ jeugd beschouwen?
16 Allen die het afgelopen „Koninkrijkseenheid”-districtscongres hebben bijgewoond, hebben een prachtige lezing over het stellen van doeleinden gehoord. Aangezien ouders de beste belangen van hun kinderen op het oog hebben, kunnen zij jongeren erin opleiden zich waardevolle doeleinden in het leven te stellen (Spreuken 22:6). Hiertoe kan de pioniersdienst behoren. Houd in gedachte welke opleiding Jezus in zijn jonge jaren heeft gehad. Toen hij twaalf jaar oud was, was hij zo onderlegd in de Schrift dat hij in de tempel met de leraren kon redeneren (Lukas 2:46, 47). Hij trachtte niet een wereldse loopbaan op te bouwen, zoals in de rechten of medicijnen. In plaats daarvan leerde hij met zijn handen te werken als timmerman, terwijl hij zich ondertussen voortdurend geestelijk toerustte voor het werk dat hem wachtte (Markus 6:3; Johannes 7:46). Terwijl kinderen van Jehovah’s Getuigen in deze tijd op school zijn, kunnen zij zich eveneens voorbereiden op doeleinden die de moeite waard zijn. Ouders kunnen hen hierin aanmoedigen.
17. Welk vertrouwen kunnen veel jonge, opofferingsgezinde pioniers hebben, in tegenstelling tot wereldse jongeren?
17 Naar verluidt zijn veel jongeren met een gespecialiseerde hogere opleiding zonder werk. Maar vaak merken goed opgeleide christelijke jongeren die onmiddellijk na de middelbare school in de pioniersdienst gaan, dat zij net wanneer dit nodig is, tegen een passende deeltijdbaan aanlopen. Jehovah is in staat degenen die zich op hem verlaten en in een geest van zelfopoffering ’eerst het Koninkrijk blijven zoeken’, te zegenen en van het nodige te voorzien. — Matthéüs 6:19-21, 31-33; Spreuken 3:5, 6; Maleachi 3:10.
18. Hoe heeft een bespreking van de pioniersdienst een gemeente op de Filippijnen tot voordeel gestrekt?
18 Sommigen in de gemeente zullen misschien opmerken: ’Waarom al dit gepraat over pionieren? Voor velen van ons is het beslist niet weggelegd.’ Maar vreugdevolle pioniers kunnen zo’n schitterende bijdrage leveren tot de geest van de gemeente en tot de expansie van het plaatselijke werk! De Wachttoren van 15 februari 1983 bevatte een studieartikel getiteld „De geest van de christelijke bediening”. De vraag over paragraaf 7 luidde: „Wat dient elke christelijke dienaar van God zich af te vragen?” De aandacht van de lezer werd daardoor gevestigd op de volgende vraag die in de paragraaf werd gesteld: „Kan ik werkelijk voor Jehovah verantwoorden dat ik geen pionier ben?” Toen er tijdens een Wachttoren-studie op de Filippijnen commentaar werd gegeven op deze vraag, werd door drie van de aanwezigen, die in leeftijd van elkaar verschilden, achtereenvolgens verklaard dat meditatie over deze vraag hen ertoe had gebracht pionier te willen worden. Zij kregen een hartelijk applaus van de gemeente.
19. Hoe kunnen degenen die niet kunnen pionieren, een waardevolle bijdrage leveren in de gemeente?
19 Het is waar dat er opgedragen Getuigen zijn die, voor het aangezicht van Jehovah, niet in de positie verkeren te pionieren. Het is mogelijk dat de meesten in onze gemeente hiertoe behoren. Maar zelfs in hun geval kunnen zij een waardevolle bijdrage leveren tot een pioniersgeest in de gemeente. Ouderlingen en gezinshoofden kunnen jongeren ertoe aanmoedigen zich de pioniersdienst ten doel te stellen. De gehele gemeente kan degenen die reeds pionier zijn, van ganser harte ondersteunen. Bij passende gelegenheden, zoals ten tijde van de Gedachtenisviering, tijdens het bezoek van de kringopziener of gedurende schoolvakanties kunnen velen er moeite voor doen een aandeel te hebben aan de hulppioniersdienst. Heb het geloof dat Jehovah u zal sterken wanneer u hier moeite voor doet. „U geschiede naar uw geloof” (Matthéüs 9:29). Maar blijf een positieve houding aan de dag leggen, ook al kunt u door een slechte gezondheid, bepaalde verantwoordelijkheden die op u rusten of andere dingen zelfs niet in de hulppioniersdienst gaan. Besteed alle tijd die u ter beschikking staat aan de bekendmaking van ’goed nieuws van iets beters’ en blijf degenen die pionieren, ondersteunen en aanmoedigen.
20. (a) Van welke wereldsituatie moeten wij ons voortdurend bewust zijn? (b) Hoe dient derhalve onze houding te zijn ten opzichte van het reddingswerk?
20 Wij leven thans in een gewelddadige en immorele wereld. Jehovah staat op het punt het oordeel te voltrekken, zoals hij dit ook in de oudheid heeft gedaan (Genesis 6:11; 18:20; Lukas 17:26-30). Wij leven werkelijk in „de laatste dagen” (2 Timótheüs 3:1-5, 13). Laten wij derhalve, wanneer wij hiertoe in de gelegenheid zijn, deelnemen aan het grootse werk dat erin bestaat redding te verkondigen aan degenen die misschien nog uit het oude samenstel zullen komen om hun standpunt in te nemen aan de zijde van Jehovah’s koninkrijk. Wij zijn dankbaar dat Jehovah zijn werk in het afgelopen jaar zo rijkelijk heeft gezegend. Moge het zo zijn dat wij ons ook gedurende 1984 aansluiten bij de Koninkrijkswachters overal ter wereld om onze stem te verheffen ten einde Jehovah te loven. — Jesaja 62:6.
Enkele vragen bij wijze van overzicht:
□ Welk goede nieuws hebben de geestelijken niet gepredikt, en waarom niet?
□ Wat tonen de gegevens op bladzijde 16 en 17 aan over de activiteit van Sions wachters?
□ Welke voordelen werpt de pioniersdienst af voor de pionier en de gemeente?
□ Hoe kunnen alle verkondigers in de gemeente tot een fijne pioniersgeest bijdragen?
[Kader op blz. 24]
Voor velen heeft de stap tot de gewone pioniersdienst ook het begin van een rijker leven betekend. Een gewone pionier in Nigeria had het volgende te zeggen:
„Als volle-tijdpionier heb ik heel veel zegeningen ondervonden en ik wil er enkele opsommen: (1) Als gevolg van mijn voortdurende prediking kan ik nu vloeiend lezen. (2) Hoewel ik geen schoolonderwijs heb genoten, kan ik met gemak huisbijbelstudies leiden. (3) Als ouderling heb ik met succes de Wachttoren-studie en de theocratische bedieningsschool kunnen leiden. (4) Tijdens de cursussen van de Koninkrijksbedieningsschool heb ik alles kunnen begrijpen wat in het Engels werd besproken. (5) Als iemand mijn prediking wil saboteren door „dure” termen te gebruiken, kan ik hem door mijn reactie laten merken dat ik de situatie aankan. Dit alles heeft mij de conclusie doen trekken dat het pionierswerk een geschenk van Jehovah aan mij is.”
[Tabel op blz. 16, 17]
Koninkrijksexpansie dienstjaar 1983
’Hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan.’ — Romeinen 10:18; Handelingen 1:8.
Deze tabel toont de wereldwijde toename in maandelijkse gemiddelden
Noord-Amerika
Verkondigers: 690.979; toename: 6%
Pioniers: 58.381; toename: 16%
Europa
Verkondigers: 601.918; toename: 5%
Pioniers: 38.978; toename: 17%
Latijns-Amerika
(Met inbegrip van de eilanden in het Caribisch gebied)
Verkondigers: 472.816; toename: 11%
Pioniers: 35.450; toename: 23%
Azië
Verkondigers: 122.726; toename: 12%
Pioniers: 34.586; toename: 24%
Eilanden in de Stille Zuidzee
Verkondigers: 117.816; toename: 8%
Pioniers: 11.386; toename: 24%
Afrika
Verkondigers: 266.375; toename: 6%
Pioniers: 21.690; toename: 17%
Landen met verbodsbepalingen
Verkondigers: 229.092; toename: 4%
Pioniers: 5.627; toename: 20%
[Tabel op blz. 20-23]
BERICHT OVER HET DIENSTJAAR 1983 VAN JEHOVAH’S GETUIGEN OVER DE HELE WERELD
(Zie ingebonden jaargang)