Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w84 1/2 blz. 12-17
  • „De liefde die gij eerst hadt”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „De liefde die gij eerst hadt”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het christendom in Efeze
  • Krachtige raad nodig
  • Waardoor de ’eerste liefde’ verloren gaat
  • Efeziërs, De brief aan de
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Efeziërs, brief aan de
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Doe die eerste liefde opnieuw ontvlammen!
    De Openbaring — Haar grootse climax is nabij!
  • Bijbelboek nummer 49 — Efeziërs
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
w84 1/2 blz. 12-17

„De liefde die gij eerst hadt”

„Ik [heb] dit tegen u, dat gij de liefde die gij eerst hadt, hebt verlaten. Bedenk daarom vanwaar gij gevallen zijt en heb berouw.” — OPENBARING 2:4, 5.

1, 2. (a) Welke raad gaf Jezus aan de gemeente te Efeze? (b) Wat kunnen deze woorden hebben veroorzaakt?

BENT u een getuige van Jehovah die reeds vele jaren van getrouwe dienst achter de rug heeft? Zo ja, hoe zou u het dan vinden wanneer iemand voor wie u veel respect hebt, u op bovenstaande wijze zou toespreken? Zou u hier ontstemd over zijn? Of zou u denken dat hij zich vergiste en de verkeerde persoon voor zich had?

2 Welnu, bijna 1900 jaar geleden kreeg de gemeente, of ecclesia, te Efeze in Klein-Azië die woorden te horen in een boodschap die door niemand minder dan de uit de doden opgewekte Jezus Christus tot haar werd gericht. Zijn woorden moeten hen hebben geschokt. Die christenen in Efeze hadden gedurende een periode van ruim veertig jaar in Jezus’ naam volhard en de invloed van afvalligen weerstaan (Handelingen 18:18, 19; Efeziërs 1:1, 2). „Ik ken uw daden”, zei Jezus, „en uw moeizame arbeid en volharding, en ik weet dat gij slechte mensen niet kunt verdragen, en dat gij hen die zeggen dat zij apostelen zijn maar het niet zijn, op de proef stelt en hen leugenaars hebt bevonden” (Openbaring 2:2). Zij waren nog steeds „in de waarheid”, zoals wij wel zeggen. Maar wat was dan het probleem?

3. Wat was het probleem van de christenen te Efeze?

3 Zij hadden ’de liefde die zij eens hadden gehad’, verloren. Zij verrichtten niet langer dienst met dezelfde vurige christelijke liefde voor Jehovah als in het begin. Als gevolg hiervan waren zij het langzamer aan gaan doen. Daarom waarschuwde Jezus hen: „Bedenk . . . vanwaar gij gevallen zijt en heb berouw en doe de daden van vroeger.” — Openbaring 2:5.

4. Welke waarschuwing bevat de ervaring van de Efeziërs voor ons?

4 Hierin ligt een waarschuwing opgesloten voor Jehovah’s dienstknechten in deze tijd. Het is klaarblijkelijk mogelijk dat zelfs de liefde van personen die reeds een lange ervaring als actieve christenen hebben, kan bekoelen. Uiterlijk kunnen zij nog steeds sterk lijken, maar innerlijk kunnen zij de diepe liefde die zij eens voor Jehovah hadden, hebben verloren. Paulus waarschuwde in een brief aan de Korinthiërs: „Wie daarom denkt te staan, moet oppassen dat hij niet valt” (1 Korinthiërs 10:12). Laten wij, om in dit opzicht geholpen te worden, eens zien hoe de Efeziërs hun liefde hadden verkregen en hoe zij werden geholpen die te behouden.

Het christendom in Efeze

5, 6. Hoe en wanneer was de prediking van het goede nieuws in Efeze begonnen?

5 In de eerste eeuw van onze gewone tijdrekening was de stad Efeze een rijke, bedrijvige wereldstad en het centrum van een bloeiende eredienst van de heidense godin Artemis (of Diana). De leer over Jezus als de Messías van Jehovah werd daar niet later dan in 52 G.T., toen Paulus te zamen met het echtpaar Aquila en Priskilla uit Korinthe arriveerde, voor het eerst gehoord. Paulus kon er zelf niet blijven, maar Aquila en Priskilla wel. Toen Apollos, een zeer welsprekend man, daar „met juistheid” over Jezus begon te onderwijzen, hielp dit christelijke echtpaar hem de misverstanden die hij over de doop had, op te helderen. Apollos werd een ijverige werker in de eerste-eeuwse gemeente. — Handelingen 18:24-28.

6 Toen Paulus enkele maanden nadien naar Efeze terugkeerde, trof hij er een groep van ongeveer twaalf discipelen aan die met de doop van Johannes waren gedoopt. Zij reageerden gunstig op Paulus’ woorden en werden opnieuw gedoopt. Vervolgens predikte Paulus ongeveer drie maanden lang in de synagoge. Maar toen de meeste joden niet gunstig bleken te reageren, gingen Paulus en de nieuwe discipelen naar de aula van de school van Tyránnus, waar hij dagelijks lezingen begon te houden. — Handelingen 19:8-10.

7, 8. Door welke opmerkelijke gebeurtenissen werd de vroege groei van de gemeente in Efeze gekenmerkt?

7 Nu begon er een opwindende periode in Efeze. Door bemiddeling van Paulus verrichtte Jehovah krachtige werken van gezondmaking. Mensen die alleen maar zijn kleding aanraakten, werden gezond gemaakt, en het nieuws over zijn prediking verbreidde zich in de gehele streek (Handelingen 19:11-17). In een brief die hij toen schreef, zei Paulus tot de gemeente in Korinthe, aan de overzijde van de Egeïsche Zee: „Tot het pinksterfeest blijf ik . . . in Efeze, want er is een grote deur die tot activiteit leidt voor mij geopend, maar er zijn veel tegenstanders.” — 1 Korinthiërs 16:8, 9.

8 Paulus bleef ruim twee jaar in Efeze. Velen hoorden over de buitengewone liefde die Jehovah had getoond door zijn eniggeboren Zoon te zenden opdat degenen die geloof zouden oefenen, eeuwig leven zouden hebben. Zij aanvaardden de waarheid en spreidden een krachtige liefde voor Jehovah en zijn Zoon ten toon. Vroegere beoefenaars van magische kunsten „brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van iedereen. En men berekende de gezamenlijke prijs ervan, die een waarde van vijftigduizend zilverstukken bleek te vertegenwoordigen. Aldus bleef het woord van Jehovah op machtige wijze groeien en de overhand nemen” (Handelingen 19:19, 20). Stelt u zich eens voor wat een geweldig getuigenis dat was!

9. Hoe werd de diepte van de liefde van de nieuwe gemeente getoetst?

9 Al heel gauw kwamen er beproevingen waardoor de diepte van de liefde der Efeziërs werd getoetst. In Efeze hadden veel zilversmeden een goede broodwinning door zilveren Artemistempeltjes te maken. Een van hen, Demétrius, die de jonge christelijke gemeente als een bedreiging voor hun inkomsten zag, sprak zijn mede-zilversmeden heftig toe en verwekte een oproer. De christenen verkeerden in levensgevaar totdat de stadsschrijver de onordelijke menigte kalmeerde (Handelingen 19:23-41). Er kunnen nog meer van dergelijke beproevingen zijn geweest die niet in de bijbel staan opgetekend, aangezien Paulus erop zinspeelde dat hij ’te Efeze met wilde beesten gevochten’ had (1 Korinthiërs 15:32). Toch werden de Efeziërs door de vurige liefde die zij voor Jehovah hadden, geholpen te volharden.

10. Hoe trachtte Paulus vervolgens de ouderlingen van de gemeente te Efeze aan te moedigen?

10 Ten slotte verliet Paulus Efeze. Maar in 56 G.T. deed hij op doorreis naar Jeruzalem de stad Miléte aan, slechts 48 km van Efeze verwijderd. Hij belegde daarom een vergadering met de ouderlingen uit Efeze en spoorde hen ertoe aan zijn voorbeeld te volgen en de kudde Gods die aan hun zorg was toevertrouwd, te weiden. Hij waarschuwde hen in het bijzonder voor „onderdrukkende wolven” die uit hun midden zouden opstaan en de discipelen zouden misleiden. Ook onthulde hij dat hij hen waarschijnlijk nooit meer persoonlijk zou zien. Daarom ’barstte er heel wat geween onder hen allen uit en vielen zij Paulus om de hals en kusten hem teder’. — Handelingen 20:17-38.

11. Wat hoorde Paulus over de Efeziërs toen hij in Rome was?

11 Toen Paulus in Jeruzalem aankwam, werd hij gearresteerd en uiteindelijk als een gevangene naar Rome gezonden. Daar dacht hij weer aan zijn broeders in Efeze en schreef hij de brief die in de Nieuwe-Wereldvertaling voorkomt onder de titel „Aan de Efeziërs”. De liefde die de christenen te Efeze voor Jehovah en zijn Zoon bezaten, was toen nog steeds sterk, want Paulus zei tot hen: ’Aangezien ik heb gehoord van het geloof dat gij hebt in de Heer Jezus en jegens alle heiligen, houd ook ik niet op voor u te danken.’ — Efeziërs 1:15-17.

12. Welke raad schreef Paulus vanuit Rome waardoor de Efeziërs geholpen werden ’de liefde die zij eerst hadden’ te behouden?

12 Paulus gaf in zijn brief voortreffelijke raad die ten doel had hen te helpen hun liefde vurig te houden. Hij herinnerde hen eraan dat zij in goddeloze dagen leefden en daarom ’de gelegen tijd moesten uitkopen’ en niet moesten toelaten dat andere zaken het doen van Gods wil zouden verdringen (Efeziërs 5:15-17). Paulus herinnerde de Efeziërs er ook aan dat hun werkelijke vijanden niet hun menselijke tegenstanders waren. In plaats daarvan zei hij: ’Wij hebben een strijd tegen de goddeloze geestenkrachten in de hemelse gewesten.’ Daarom moedigde hij hen er krachtig toe aan de geestelijke wapenrusting aan te doen en door middel van gebed in nauw contact met God te blijven staan. — Efeziërs 6:11-18.

13. Hoe kon Timótheüs de Efeziërs helpen?

13 Paulus schreef zijn brief aan de Efeziërs omstreeks 60 of 61 G.T. (Efeziërs 1:1). Niet lang daarna bracht Timótheüs een bezoek aan Efeze en toen hij daar was, ontving hij de brief van Paulus die wij Eén Timótheüs noemen. In deze brief moedigde Paulus deze jongere man ertoe aan in Efeze te blijven om „zekere personen [te] gebieden geen andere leer te brengen, noch aandacht te schenken aan onware verhalen en aan geslachtsregisters, die tenslotte nergens op uitlopen” (1 Timótheüs 1:3, 4). Ongetwijfeld heeft Timótheüs’ aanwezigheid in Efeze de meeste christenen die daar woonden, geholpen om ondanks de slechte invloeden waardoor zij werden omringd hun vurige liefde voor Jehovah te behouden.

14. (a) Hoe had Jehovah de Efeziërs gesterkt? (b) Wat gebeurde er desondanks met hen?

14 Omstreeks 65 G.T. schreef Paulus zijn tweede brief aan Timótheüs. Hierin maakte hij er melding van dat hij nog een afgezant, Tychikus, naar Efeze had gezonden (2 Timótheüs 4:12). Dat is het laatste wat wij over Efeze lezen, totdat Jezus zijn boodschap zond die in het boek Openbaring staat opgetekend. De christenen te Efeze waren de vruchten van de prediking van de apostel Paulus. Zij hadden voordeel getrokken van latere bezoeken van zulke in het oog springende christenen als Timótheüs, hadden raad ontvangen via een door heilige geest geïnspireerde brief en maakten deel uit van het ’ene lichaam’ (Efeziërs 4:4). Toch verloren zij de ’liefde die zij eerst hadden’.

Krachtige raad nodig

15, 16. (a) Waarom zijn sommigen misschien wel van mening dat het te verwachten was dat de vurigheid van de liefde die de Efeziërs eerst hadden, enigszins zou bekoelen? (b) Dacht Jezus er zo over?

15 Sommigen zullen het misschien begrijpelijk vinden dat de vurigheid van de liefde der Efeziërs in zekere mate bekoelde. Toen Jezus zijn boodschap via Johannes zond, bestond de gemeente in Efeze per slot van rekening reeds meer dan veertig jaar. Ongetwijfeld zullen velen zich het voortreffelijke voorbeeld van Aquila en Priskilla of de vurige prediking van Apollos niet persoonlijk hebben herinnerd. De apostel Paulus was al dertig jaar dood. Jeruzalem was twee en een half decennia voordien verwoest. Het was dus misschien wel te verwachten dat de christenen in Efeze het wat kalmer aan zouden gaan doen en hun gevoel van dringendheid en ijver zouden verliezen.

16 Maar Jezus verontschuldigde een dergelijke neiging niet. Anderen, die even lang als de Efeziërs of nog langer christenen waren geweest, hadden hun ’eerste liefde’ niet verloren. Toen Paulus het goede nieuws naar Efeze bracht, was de apostel Johannes, die Jezus’ boodschap aan de Efeziërs optekende, reeds meer dan twintig jaar een volgeling van Christus. Bovendien gaven de leden van de gemeente in Filadelfia er duidelijk blijk van dat zij de ’liefde die zij eerst hadden’, niet waren kwijtgeraakt. — Openbaring 3:7-11.

17. Welke raad gaf Jezus aan de christenen te Efeze?

17 Jezus was derhalve niet onredelijk toen hij vastberaden tot die Efeziërs zei dat als zij geen berouw hadden en hun liefde niet opnieuw aanwakkerden, zij naar alle waarschijnlijkheid verlies zouden lijden. Hij zei: „Ik zal uw lampestandaard van zijn plaats verwijderen, tenzij gij berouw hebt” (Openbaring 2:5). Dit was niet zozeer een dreigement als wel een liefdevolle waarschuwing voor die christenen, om hen ertoe aan te sporen verstandig te handelen en daardoor hun voorrechten niet te verliezen.

Waardoor de ’eerste liefde’ verloren gaat

18, 19. (a) Hoe vurig waren de Israëlieten toen zij uit Egypte werden bevrijd? (b) Waardoor raakten zij die vurige ijver kwijt?

18 Hoe komt het dat mensen hun aanvankelijke liefde voor Jehovah en hun vurige ijver voor het doen van zijn wil verliezen? De bijbel zegt ons niet wat er met die Efeziërs is gebeurd. Maar er zijn andere voorbeelden in de bijbel die iets overeenkomstigs te zien geven. Denkt u maar aan de Israëlieten die door Mozes uit Egypte werden geleid. Nadat zij getuige waren geweest van Jehovah’s krachtige werken, die tot een hoogtepunt kwamen in de vernietiging van Farao en zijn legers in de Rode Zee, waren de bevrijde Israëlieten opgetogen. „Wie onder de goden is als gij, o Jehovah?” zongen zij geestdriftig (Exodus 15:11; Psalm 136:1, 15). Toen Jehovah later een verbond met hen sloot, verklaarden zij unaniem: „Alles wat Jehovah heeft gesproken, zijn wij bereid te doen en wij willen gehoorzaam zijn.” — Exodus 24:7.

19 Toch veranderde de stemming van de Israëlieten snel. Een tijdelijk gebrek aan water, een gebrek aan variatie in hun voedsel, vrees voor de Kanaänieten en andere problemen leidden ertoe dat zij Jehovah’s machtige daden en het verbond dat hij met hen had gesloten, vergaten. Ja, vanaf een veilige afstand begon zelfs Egypte, het land van hun slavernij, er aantrekkelijk uit te zien! Zij vergaten de hardvochtige wreedheid van de Egyptenaren en konden alleen maar denken aan ’de vis, de komkommers, de watermeloenen, de prei, de uien en het knoflook’ die zij daar eens hadden gegeten. — Numeri 11:5.

20, 21. (a) Welk opwindende nieuws hoorden de joden in Cyrus’ tijd, en welke uitwerking had dit? (b) Wat leidde ertoe dat hun enthousiasme afnam?

20 Denkt u ook eens aan de joden die in 537 v.G.T. uit de Babylonische gevangenschap terugkwamen. Stelt u zich hun opwinding voor toen zij Cyrus’ bekendmaking hoorden: „Jehovah . . . heeft mij opgedragen hem een huis te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda is. Al wie er onder u is van heel zijn volk, moge zijn God met hem blijken te zijn. Laat hij dus optrekken naar Jeruzalem, dat in Juda is, en het huis herbouwen van Jehovah, de God van Israël” (Ezra 1:2, 3). Tienduizenden reageerden hier gunstig op, en toen uiteindelijk het fundament van de nieuwe tempel werd gelegd, heerste er grote vreugde. — Ezra 2:64; 3:10-13.

21 Dat enthousiasme nam echter snel af. Naburige vijanden hadden bezwaar tegen de bouw en speelden het met gekonkel klaar dat er een officieel bevel werd uitgevaardigd waarin de werkzaamheden aan de tempelbouw een halt werd toegeroepen (Ezra, hoofdstuk 4). De joden begonnen mooie huizen voor zichzelf te bouwen (Haggaï 1:4). Zij bezagen zichzelf natuurlijk nog steeds als personen die de joodse religie beoefenden. Zij hadden hun geloof niet vaarwel gezegd. Maar zij hadden de vurige liefde die zij voorheen voor Jehovah en de belangen van de ware aanbidding hadden gehad, verloren. Zij zullen ongetwijfeld gedacht hebben dat zij evenwichtig of redelijk waren in hetgeen zij deden. Maar Jehovah was het er niet mee eens. Hij zond de profeten Haggaï en Zacharia om hun ijver op te wekken en hen ertoe aan te moedigen de bouw van Jehovah’s huis te voltooien. — Ezra 5:1, 2.

22, 23. (a) Wat kan christenen in deze tijd ertoe brengen de liefde die zij eerst hadden, te verliezen? (b) Welke vragen moeten nog door ons beschouwd worden?

22 Iets overeenkomstigs kan met christenen in onze tijd gebeuren. De dagelijks terugkerende problemen van het leven in een niet-christelijke wereld kunnen hun vreugde doen verflauwen. Met het verstrijken van de tijd kan het voorkomen dat de waarheid niet langer fris en opwindend voor hen is. Het kan zelfs voorkomen dat een christen, naarmate de tijd de herinnering uitwist van wat het betekende om in de wereld te zijn, vol verlangen gaat kijken naar de zogenaamde vrijheid — het gebrek aan verantwoordelijkheid — die wereldse mensen bezitten (Efeziërs 2:11, 12). Ook kunnen christenen uitgeput raken door de houding van de mensen om hen heen. Zij kunnen de gedachte tot ontwikkeling laten komen dat het redelijker is Gods dienst een beetje gemakkelijker op te nemen en het wat kalmer aan te gaan doen. — Jeremia 17:9.

23 Iets soortgelijks moet met de christenen te Efeze zijn gebeurd, maar Jezus was duidelijk van mening dat zij zich konden herstellen. Via de apostel Paulus hadden zij in werkelijkheid reeds veel raad ontvangen die, indien zij deze toepasten, hen zou helpen ’de liefde die zij eerst hadden’ opnieuw te doen opbloeien. Waarin bestond deze waardevolle raad? En zal deze raad ons helpen onze ’eerste liefde’ in deze tijd te bewaren? Dit zullen wij in het volgende artikel bespreken.

Kunt u zich herinneren —

□ Welk probleem in de gemeente te Efeze bestond?

□ Welke hulp Jehovah hun had gegeven?

□ Waarom de Israëlieten in Mozes’ tijd hun vurige ijver verloren?

□ Wat de Israëlieten in Ezra’s tijd ertoe bracht hun enthousiasme te verliezen?

□ Wat ons ertoe kan brengen ’de liefde die wij eerst hadden’ te verliezen?

[Illustratie op blz. 13]

Misschien hebben leden van de gemeente te Efeze de liefde die zij eerst hadden, wegens materialistische redenen verlaten

[Illustratie op blz. 16]

Haggaï vroeg aan de joden: ’Is het de tijd om in uw betimmerde huizen te wonen terwijl Gods huis woest ligt?’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen