Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w84 1/2 blz. 8-11
  • Hawaii verneemt goed nieuws over een wereldomvattend Paradijs

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hawaii verneemt goed nieuws over een wereldomvattend Paradijs
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Onderkopjes
  • Goed nieuws bereikt Hawaii
  • Een grondig getuigenis geven
  • Groei van de „pioniersgeest”
  • Vreugde over vooruitgang
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
w84 1/2 blz. 8-11

Hawaii verneemt goed nieuws over een wereldomvattend Paradijs

WAIKIKI Beach, Diamond Head, Pearl Harbor. Welke beelden roepen deze namen bij u op? Mark Twain beschreef de Hawaii Eilanden als „de mooiste eilandenvloot die in enige oceaan voor anker ligt”. Anderen hebben de uitdrukking „het paradijs van de Pacific” gebruikt. Ja, de Hawaiiaanse eilanden zijn beroemd om hun natuurschoon — witte en zwarte zandstranden, kokospalmen, exotische bloemen, vulkanische kraters, watervallen, een rollende branding en kleurrijke zonsondergangen.

Hoewel velen denken dat Hawaii in de Stille Zuidzee ligt, bevindt het zich in feite meer dan 1600 kilometer ten noorden van de evenaar in de Grote Oceaan. De complete Hawaiiaanse eilandengroep bestaat uit 132 eilanden, atollen, riffen en rotsen, die zich van noordwest naar zuidoost over een afstand van ongeveer 2400 kilometer uitstrekken. De multiraciale bevolking van 981.000 personen woont op zeven van de grootste eilanden — Niihau, Kauai, Oahu, Molokai, Lanai, Maui en Hawaii.

Men neemt aan dat Polynesische inboorlingen van de Marquesas Eilanden als eersten Hawaii ontdekten en zich er vestigden, gevolgd door Tahitianen. Van de Tahitianen kwam de naam Hawaii, eerst gegeven aan het grootste eiland van de groep, later de naam voor de hele eilandengordel. Vroeger bestond hier een monarchie en heette dit eilandenrijk het koninkrijk Hawaii, maar nu is het de vijftigste staat van de Verenigde Staten.

Goed nieuws bereikt Hawaii

Het goede nieuws werd in 1915 voor het eerst naar deze eilanden gebracht toen „pelgrim” Walter Bundy en zijn vrouw samen met Ellis Fox op Hawaii aankwamen. Zij hielden de eerste bijeenkomst van de Bijbelonderzoekers (zoals Jehovah’s Getuigen toen heetten) op de eerste zondag van februari 1915, een bijeenkomst waarop vijf personen aanwezig waren. Daaropvolgende pelgrimbezoeken in het begin van de jaren ’20 hebben ertoe bijgedragen dat de ware aanbidding op Hawaii een grotere verbreiding kreeg. In 1928 werd in de aula van de McKinley High School het eerste congres van Hawaii gehouden, dat door 150 personen werd bezocht.

In 1935 werd weer een mijlpaal bereikt met het bezoek van J. F. Rutherford, de toenmalige president van het Wachttorengenootschap. Hawaii telde toen slechts twaalf Koninkrijksverkondigers. Broeder Rutherford gaf echter ten behoeve van het nieuw opgerichte bijkantoor in Honolulu toestemming voor de aankoop van het perceel aan de Pensacola- en Kinaustraat. Het predikingswerk op Hawaii wordt nog steeds vanaf dit adres geleid.

Terwijl broeder Rutherford hier was, trof hij ook regelingen voor de bouw van een zaal in het nieuwe bijkantoorgebouw. Die vergaderplaats kreeg de naam „Koninkrijkszaal” en met ingang van 1935 hebben Jehovah’s Getuigen overal ter wereld hun vergaderplaatsen Koninkrijkszalen genoemd.

Zes jaar later raakten Hawaii en de Verenigde Staten als gevolg van de aanval van 7 december 1941 op Pearl Harbor plotseling in de Tweede Wereldoorlog betrokken. Enkele dagen na het bombardement kwamen er soldaten naar het bijkantoor en namen Don Haslett, de eerste bijkantooropziener, mee voor een langdurige ondervraging op het militaire hoofdkwartier. Later werd hij vrijgelaten. Ondanks de rantsoenering van brandstof, de avondklok en moeilijkheden met het verschepen van lectuur, bleven de Getuigen de Koninkrijksbelangen op de eerste plaats stellen. In 1946 eindigden voor de broeders en zusters op Hawaii de staat van beleg en de oorlogsomstandigheden waaronder zij jarenlang hadden gewerkt. Zij kwamen eruit te voorschijn met een hoogtepunt van 129 verkondigers.

In de jaren na de oorlog begonnen op Hawaii zendelingen te arriveren die aan de Wachttoren-Bijbelschool Gilead waren opgeleid. Hun ijverige, met hart en ziel verrichte dienst zorgde voor een schitterende toename, en in 1957 had Hawaii het aantal van 1019 verkondigers bereikt. Het voortreffelijke voorbeeld van de zendelingen droeg er ook veel toe bij anderen, met name de jongeren, te stimuleren om de volle-tijdprediking op zich te nemen. Een groot aantal pioniers (volle-tijd Koninkrijksverkondigers) hebben de eilanden verlaten om te gaan dienen op Brooklyn Bethel, het hoofdkantoor van het Genootschap, en in zendingsgebieden in Japan, Taiwan, Micronesië, Samoa, Afrika en Zuid-Amerika.

Een grondig getuigenis geven

Hawaii is dikwijls een smeltkroes van vele rassen genoemd. Volgens de volkstelling van 1980 bestaat de bevolking uit 26,3 procent Europide rassen, 23,5 procent Japanners, 18,9 procent Hawaiianen of Hawaiianen van gemengd bloed en 11,2 procent Filippino’s. Tot deze bonte mengeling behoren ook anderen, zoals Chinezen, Koreanen, Samoanen, Puertoricanen, negers en, van recentere datum, Vietnamezen, Cambodjanen en Laotianen.

Er worden speciale pogingen in het werk gesteld om het goede nieuws te prediken tot deze grote verscheidenheid aan taalgroepen. Er zijn al Japanse, Koreaanse, Spaanse en Samoaanse gemeenten, evenals acht Filippino-gemeenten die het dialect Iloko spreken. Wanneer personen die geen Engels spreken, belangstelling tonen voor het goede nieuws, worden zij verwezen naar de betreffende gemeente. Zelfs het plaatselijke telefoonboek wordt gebruikt om anderstaligen op te sporen. Er wordt werkelijk geen middel onbeproefd gelaten om de Koninkrijkswaarheid aan „alle soorten van mensen” te vertellen. — 1 Timótheüs 2:4.

De laatste jaren zijn er grote appartementenblokken en torenflats verrezen om aan de groeiende vraag naar woningen te voldoen. De gemeenten hebben zich van verschillende benaderingen moeten bedienen om ervoor te zorgen dat bewoners van deze niet vrij toegankelijke gebouwen getuigenis krijgen. Een van die benaderingen is het tijdschriftenwerk op straat. Op bepaalde ochtenden in de week staan er ’s ochtends om zes uur verkondigers voor de appartementenblokken. Als de bewoners naar hun werk gaan, worden de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! aangeboden. Deze activiteit heeft bevredigende resultaten opgeleverd. Een pionierende zuster vertelt hoe een kort getuigenis, op zo’n morgenuur gegeven, tot een huisbijbelstudie leidde:

„Er kwam een echtpaar met een baby uit het gebouw en liep naar hun auto. Ik sprak de echtgenoot aan en begon uit te leggen waarom wij hier stonden. Hij kende de tijdschriften en het verraste hem dat wij zo vroeg in de ochtend met het tijdschriftenwerk bezig waren. Hij was blij de tijdschriften te zien, want hij had ze al een poos niet gehad. . . . Ik nam de gelegenheid te baat om het echtpaar een huisbijbelstudie aan te bieden, die zij gretig aanvaardden en zij gaven mij het nummer van hun flat. Nadat ik hen zes keer niet thuis had getroffen, kon ik ten slotte met hen aan de studie beginnen. Nu bestuderen mijn man en ik iedere week het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt met dit echtpaar.”

De meeste appartementenblokken hebben een intercom waardoor een bezoeker een bewoner kan bellen. Sommige verkondigers maken gebruik van deze voorziening door hier en daar te bellen en een korte aanbieding te doen bij iedereen die antwoordt.

Een broeder besloot het eens met deze methode te proberen. Bij het eerste nummer dat hij belde trof hij niemand thuis. Toen er zich bij het tweede nummer dat hij draaide, een mannenstem meldde, zei de broeder: „Goedemorgen. Ik breng een boodschap van hoop die in de bijbel te vinden is en ik ben op zoek naar mensen die nog belangstelling hebben voor God en de bijbel.” De man nodigde de broeder in zijn flat, waar meer dan een uur werd doorgebracht met het beantwoorden van zijn vragen.

Toen de broeder de week daarop terugging, was de vrouw van de man er ook, en ook zij had vragen. Voordat zij toestemden in een huisbijbelstudie, besloot het echtpaar eens een kijkje te nemen op een vergadering in de Koninkrijkszaal. Die zondag woonden zij de openbare lezing en de Wachttoren-studie bij. Niet alleen genoten zij van beide vergaderingen, maar zij raakten zo onder de indruk van de warmte en hartelijkheid van de Getuigen, dat zij graag instemden met een huisbijbelstudie. Zij maakten snel vorderingen en brachten veranderingen in hun leven aan. Hoewel zij later weer teruggingen naar Amerika, werd de studie voortgezet en binnen een jaar werden zij gedoopt. De jonge man is nu dienaar in de bediening en zijn vrouw is gewone pionierster.

Bevredigende ervaringen zoals deze hebben de broeders en zusters aangemoedigd om te volharden in het gebruiken van alle mogelijke manieren om een grondig getuigenis te geven. Dit heeft ertoe bijgedragen dat het gebied voortreffelijk wordt bewerkt. Gemiddeld bewerken de gemeenten het hun toegewezen gebied elke vier tot zes weken, terwijl sommige elke twee weken door hun gebied gaan.

Groei van de „pioniersgeest”

Door de jaren heen zijn de pioniers een grote hulp voor de gemeenten geweest. Ondanks de hoge kosten van levensonderhoud en andere economische moeilijkheden hebben personen met allerlei achtergronden en uit verschillende leeftijdsgroepen de volle-tijddienst op zich genomen. De berichten over 1982 geven aan dat gemiddeld 20 procent van de Hawaiiaanse verkondigers in de gewone pioniersdienst of de hulppioniersdienst stond, en dat er in bijna alle 59 gemeenten van Hawaii zulke volle-tijdwerkers te vinden waren.

Een van deze gemeenten telt 95 verkondigers en 29 pioniers. Een ouderling in die gemeente, die al twintig jaar pioniert (waarvan zeventien jaar als speciale pionier), zegt het volgende over de manier waarop hij anderen helpt het pionierswerk op zich te nemen:

„Dat ik als ouderling ook pionier ben, heeft het voordeel dat ik iedere dag met de verkondigers in de velddienst kan samenwerken en hen en hun omstandigheden goed leer kennen. . . . Maar als ik met iemand in de dienst ga om hem tot pionieren aan te moedigen, zal ik nooit vergeten om eerst te bidden of ik met Jehovah’s steun en leiding de juiste dingen mag zeggen en of Jehovah’s geest op de verkondiger mag rusten om zijn hart te openen. Met Jehovah’s hulp probeer ik het hart van de persoon te bereiken door hem aan de hand van de Schrift uit te leggen hoe dringend de tijden zijn, hoe belangrijk het predikingswerk is, waarom er pioniers nodig zijn en hoe het pionieren voor hem een grote steun zou zijn.

Als hij van mening is dat hij geen 90 uur per maand aan het predikingswerk kan besteden, neem ik een praktisch schema met hem door om hem te laten zien hoe hij 90 uur kan halen en nog tijd over kan houden voor zichzelf en andere verantwoordelijkheden die hij misschien heeft.

Als het hem aan vertrouwen ontbreekt vanwege de economische situatie, neem ik ervaringen uit de publikaties van het Genootschap met hem door van personen in soortgelijke omstandigheden die nu pionieren. Bovendien gebruik ik schriftplaatsen die hem zouden kunnen helpen dichter naar Jehovah toe te groeien en die hem de nodige aanmoediging kunnen geven om het van de positieve kant te bekijken.

Als hij van mening is dat het hem aan vervoer of andere ondersteuning zal ontbreken, verzeker ik hem dat alle broeders en zusters in de gemeente hem op alle mogelijke manieren zullen helpen om vreugde te vinden in de pioniersdienst. Negatief denken wordt zo verholpen door de praktische oplossingen die worden geboden.”

Tot de 90 verkondigers die deze ouderling heeft geholpen zich als pionier aan te melden, behoren broeders en zusters die thans dienen op Brooklyn Bethel, terwijl anderen zendeling zijn in Japan en Micronesië. Tot besluit maakt de ouderling deze opmerking: „Het voornaamste is met verschillende personen in het veld samen te werken en de ’pioniersgeest’ in de gemeente te planten.”

Vreugde over vooruitgang

Er is veel bereikt sedert die eerste vergadering in 1915 in Honolulu werd gehouden. Op 29 maart vorig jaar waren er op de Hawaii Eilanden in totaal 14.151 personen aanwezig op de Gedachtenisviering van de dood van Jezus, een toename van 9 procent ten opzichte van 1982. In juli 1983 was er een hoogtepunt van 4937 Koninkrijksverkondigers werkzaam. Ieder jaar worden er meer dan een miljoen uren aan de christelijke bediening besteed. Het bijkantoor op Hawaii kan nu berichten dat de verhouding van het aantal verkondigers op de bevolking ongeveer 1 op 200 is. De groei weerspiegelt werkelijk de 68 jaar van Jehovah’s zegen op de predikingsactiviteit.

Er is nog altijd veel te doen op deze prachtige eilanden. Het veld is nog steeds vruchtbaar. Vol blijdschap nodigen de Koninkrijksverkondigers op de eilanden van Hawaii anderen uit: „Komt, en laten wij opgaan naar de berg van Jehovah . . . en hij zal ons onderrichten omtrent zijn wegen” (Jesaja 2:3). Het is te hopen dat nog velen gunstig op deze uitnodiging zullen reageren en aldus het voorrecht zullen genieten in leven te zijn wanneer niet alleen Hawaii maar de gehele aarde in een Paradijs zal worden veranderd.

[Kaart/Illustratie op blz. 9]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

KAULA

NIIHAU

LEHUA

KAUAI

OAHU

MOLOKAI

LANAI

MAUI

KAHOOLAWE

HAWAII

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen