Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w83 15/9 blz. 10-16
  • Jehovah’s maatstaven helpen ons

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah’s maatstaven helpen ons
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gods maatstaven vergeleken met die van de mens
  • Gods veilige en zekere richtlijnen vormen een hulp voor ons
  • Aanvaard Jehovah’s maatstaven gehoorzaam
  • Dien Jehovah volgens zijn hoge maatstaven
    Leef met Jehovah’s dag in gedachten
  • Goed of fout: De keuze waar je voor staat
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (publieksuitgave) 2024
  • Ondersteun Jehovah’s morele normen
    Leven en dienen als christenen: werkboek voor vergaderingen 2017
  • Wiens maatstaven zijn betrouwbaar?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2001
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
w83 15/9 blz. 10-16

Jehovah’s maatstaven helpen ons

„Moge hij u geven naar uw hart, en moge hij al uw raad vervullen.” — PSALM 20:4.

1. Wat voor maatstaven of normen zijn algemeen? (Deut. 25:15)

IN 1266 bepaalde koning Hendrik III van Engeland dat een penny zo zwaar moest zijn als 32 tarwekorrels. Aldus stelde hij een maatstaf of norm vast. Bij talloze dingen om ons heen zijn eveneens maatstaven, standaarden of normen betrokken. Wij stemmen ons radio- of televisietoestel af op een bepaald station of kanaal voor een uitzending op een vaste frequentie. Er zijn ook normen voor vaardigheid; de leesbekwaamheid van een leerling kan aan de hand van een prestatienorm worden beoordeeld.

2. Wat voor soort van maatstaven zijn echter zeldzaam, en waarom?

2 Belangrijker zijn echter maatstaven of normen op het gebied van morele waarden en gedragingen. Zonder deze maatstaven zijn bovengenoemde normen zinloos. Een college van curatoren ontdekte bijvoorbeeld dat van 25.000 studenten bijna vijftig procent beweerde dat hun medestudenten niet door te studeren, maar door oneerlijkheid voor hun tentamens slaagden. Hoe staat het met de maatstaven van mensen die een openbaar ambt bekleden? Kan de hedendaagse jeugd leren wat de juiste maatstaven voor morele waarden zijn door zich naar het gros van de hedendaagse leiders te richten? De geschiedschrijfster Barbara Tuchman merkte hierover op: „Men schuift het morele leiderschap van zich af omdat men doorgaans ongenegen is maatstaven vast te stellen.”

3. Waarom dienen wij te verwachten dat Jehovah morele maatstaven heeft vastgesteld?

3 Maar hoe staat het met Jehovah God? Hij heeft maatstaven, evenals een menselijke vader maatstaven — morele waarden en normen — heeft met betrekking tot gedrag in huis en ten aanzien van de wijze waarop anderen moeten worden bejegend. Jehovah, de universele Rechter, Wetgever en Koning, verschaft in de bijbel wetten, regels of duidelijk vastgestelde beginselen die te kennen geven wat zijn morele maatstaven zijn en wat hij van mensen verwacht — richtlijnen met betrekking tot de manier waarop wij ons dienen te gedragen. — Ps. 25:4, 5; 86:10, 11; Jes. 33:22.

4. Waarom behoren wij er belangstelling voor te hebben de redenen te weten waarom wij Gods maatstaven moeten aanvaarden?

4 Wie onder ons zal de waarde van Jehovah’s maatstaven ontkennen? Toch zouden wij ons eraan kunnen ergeren wanneer ze in conflict komen met het een of andere persoonlijke verlangen. Wij zouden zijn maatstaven kunnen bagatelliseren of er bezwaar tegen kunnen maken omdat wij van mening zijn dat onze situatie een uitzondering vormt of het nodig maakt dat de regels worden aangepast. Laten wij daarom enkele redenen beschouwen waarom wij Gods morele maatstaven moeten aanvaarden en hoe wij er voordeel van kunnen trekken.

Gods maatstaven vergeleken met die van de mens

5, 6. Wat kunnen wij leren uit datgene wat Jehovah gedurende de eerste zes scheppingsdagen tot stand bracht?

5 Aan het einde van zes scheppingsdagen verklaarde God dat zijn werk „zeer goed” was (Gen. 1:31). Alles was in logische volgorde geschapen, zonder dat er iets aan mankeerde. De planten en dieren waren alle volkomen geschikt voor het milieu waarin ze waren geplaatst en vermenigvuldigden zich naar hun soort, zonder dat ze in nieuwe soorten hoefden te evolueren (Gen. 1:25). Vraag u eens af: Wie of wat heeft Jehovah voor het ontvangen van leiding bij dit scheppingswerk moeten raadplegen? Het is duidelijk dat de kennis en wijsheid om dit alles tot stand te brengen, in hem zelf besloten lagen. Niet alleen om het te doen, maar om het volmaakt te doen, op een manier waardoor natuurkundige normen werden vastgelegd (Jes. 40:12-14). Op grond van de door God vastgestelde normen kunnen wij het grote aantal soorten planten, vissen, vogels en landdieren classificeren en determineren.

6 Jehovah heeft eens een aantal vragen gesteld die ons kunnen helpen zijn kennis, vermogens en maatstaven te vergelijken met die van de mens. God vroeg aan Job: „Waar bevondt gij u, toen ik de aarde grondvestte? Vertel het mij, indien gij werkelijk het verstand kent.” Geleerden kunnen slechts schattingen verschaffen over de ouderdom van het universum. Het is duidelijk dat er toen geen mensen bestonden, zodat zij konden weten wanneer God de aarde schiep of hoe hij dit deed. „Hebt gij”, informeerde God, „sedert uw dagen de morgen bevelen gegeven? Hebt gij de dageraad haar plaats doen weten?” Natuurkundigen bestuderen de rotatie van de aarde, proberen de fusie te imiteren door middel waarvan onze zon leven-onderhoudende energie produceert en werken moeizaam met gecompliceerde formules om de aard van zo iets gewoons als licht uit te leggen. Hoe laten hun prestaties zich vergelijken met die van God? Jehovah zei vervolgens: ’Zijt gij de inzettingen van de hemel te weten gekomen? Kunt gij uw stem zelfs tot de wolk verheffen, opdat een golvende watermassa u moge bedekken? Kunt gij bliksemstralen uitzenden?’ Tenslotte gaf Job toe: „Zie! Ik ben van weinig betekenis geworden. Wat zal ik u antwoorden?” „Ik ben te weten gekomen dat gij alles vermoogt, en er is geen denkbeeld dat onbereikbaar voor u is.” Denkt u hier persoonlijk net zo over? — Job 38:4, 12, 33-35; 40:4; 42:2.

7, 8. Hoe getuigt u als menselijk schepsel van Gods werken?

7 De mens vormde de kroon van Gods aardse schepping. De beste moderne camera is een inferieure imitatie van een meesterwerk van hoger gehalte, uw oog. Uw spijsverteringsstelsel en stofwisseling overtreffen alles wat scheikundigen en biologen ooit hebben voortgebracht. Hoewel wij onderlinge verschillen vertonen, getuigt ons schitterende lichaam van het bestaan van uiterst belangrijke standaarden of normen. Indien een chirurg u aan uw blindedarm zou moeten opereren, zou u zich er dan zorgen over moeten maken dat hij uw amandelen of hersenen misschien in uw buikholte zal aantreffen? Neen, de normalisatie (in Gods schepping) maakt het voor een chirurg mogelijk anatomie te studeren, zodat hij de noodzakelijke operaties kan verrichten.

8 In uw schedel, en niet in uw buikholte, bezit u een computer die qua veelzijdigheid en vermogen verre superieur is aan de modernste elektronische computer. Uw hersenen stellen u in staat verbaasd en verwonderd te zijn over Gods schepping, met inbegrip van de miljarden zonnen in de miljoenen melkwegstelsels van het uitspansel. God heeft wetten vastgesteld voor de ordelijke en precieze beweging van de hemellichamen, zodat wij ze als maatstaf of richtsnoer kunnen gebruiken bij onze tijdsbepaling — voor het bepalen van dag en nacht en van tijdperken en jaren. — Gen. 1:14; Ps. 8:3, 4.

9. Wat kunnen wij concluderen door Gods werken en maatstaven met die van de mens te vergelijken?

9 Vergelijk Gods werken eens met wat de mens heeft gedaan. Ondanks de vele regulerende normen die regeringen hebben vastgesteld, hebben mensen het water en de lucht verontreinigd, talloze wilde diersoorten uitgeroeid, de volken op politiek, religieus en raciaal gebied verdeeld en de mensheid in een positie gebracht waarin ze alle reden heeft om zich er zorgen over te maken of oorlogen, milieuverontreiniging of verhongering een volledig einde aan het menselijk leven op aarde zouden kunnen maken. God overdreef beslist niet toen hij in verband met de mens zei: „Zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen, en mijn gedachten dan uw gedachten” (Jes. 55:9). Is het derhalve niet passend om, in plaats van te vertrouwen op menselijke zienswijzen ten aanzien van de normen waaraan moet worden voldaan, belangstelling te hebben voor de richtlijnen die Jehovah geeft of de maatstaven die hij heeft vastgesteld? — Spr. 16:25; Jes. 30:21.

10. Wat geeft de stoffelijke schepping te kennen ten aanzien van opzien naar God voor morele maatstaven?

10 De stoffelijke schepping bevestigt dat God „volmaakt is [in al] zijn activiteit”. Toch maakt Deuteronomium 32:4 vervolgens gewag van Jehovah’s morele eigenschappen. Dienen wij, met het oog op zijn wonderwerken en normen of maatstaven in het rijk der stoffelijke schepping — van de sterren tot atoomdeeltjes en van micro-organismen tot ons menselijk lichaam — niet met vertrouwen naar hem op te zien wat zijn morele maatstaven betreft? Het feit doet zich namelijk voor dat hij uitstekende morele maatstaven heeft verschaft aan de hand waarvan wij ons in onze betrekkingen tot hem en onze medemensen kunnen laten leiden. — Micha 6:6-8.

11. Op welke terreinen kunnen Gods maatstaven u tot voordeel strekken?

11 Jehovah beperkt zijn raad niet tot een eng aspect van ons leven, zoals bepaalde leerstellige geloofsovertuigingen of ceremoniële riten. Zijn morele maatstaven zijn van toepassing op alle aspecten van het leven, met inbegrip van gezinsaangelegenheden, onze manier van zakendoen, onze zienswijze en ons gedrag ten opzichte van personen van het andere geslacht, onze houding ten opzichte van medechristenen en onze deelname aan de aanbidding (Jes. 48:17; Jak. 1:25). In Jesaja 55:11 zei Jehovah dat ’het woord dat uit zijn mond uitgaat, stellig succes zal hebben’. Even zeker zullen wij, als wij er oprecht naar streven ons naar zijn maatstaven te richten, meer succes hebben, meer goeds tot stand brengen en meer geluk vinden.

Gods veilige en zekere richtlijnen vormen een hulp voor ons

12, 13. Hoe houdt een recente ontwikkeling op het gebied van de gezondheid verband met Gods maatstaven inzake de seksuele moraal?

12 Wij kunnen op veel rechtstreekse, fysieke manieren hulp ontvangen van Gods maatstaven. In The New York Times Magazine (6 februari 1983) werd bijvoorbeeld verslag uitgebracht over een nieuwe ziekte die ’medische onderzoekers de kwaadaardigste epidemie van de eeuw noemen’. Dit is de immuniteitsziekte AIDS (Acquired Immune Deficiency Syndrome), ook wel het syndroom van de verkregen verhoogde vatbaarheid genoemd. Deze ziekte breekt iemands afweermechanisme af en maakt hem vatbaar voor zeldzame vormen van kanker (het sarcoom van Kaposi), longontsteking en andere bizarre ziekten. Hoe dodelijk is AIDS? Het sterftecijfer gerekend over twee jaar is naar verluidt ruim 65%.

13 Onderzoekers geloven dat AIDS door lichamelijke afscheidingsprodukten (in het bijzonder sperma) en bloed wordt doorgegeven. Tot dusver hebben voornamelijk homoseksuelen de ziekte opgelopen als gevolg van hun immorele contacten met veel wisselende partners, hoewel de ziekte zich ook tot heteroseksuele partners heeft uitgebreid. Een homoseksuele man gaf toe: „Het is als in oorlogstijd. Wij weten niet wanneer de bom zal vallen. In het afgelopen jaar zijn achttien vrienden van mij gestorven, en de helft van hen als gevolg van AIDS. Twaalf anderen zijn nu ernstig ziek.” In het artikel stond verder: „Terwijl zij wegkwijnen, beginnen veel AIDS-patiënten over hun leven na te denken, terwijl zij soms het gevoel hebben dat zij voor hun roekeloze, hedonistische levenswijze worden gestraft.” Er bestaat geen twijfel over dat Gods morele maatstaven, zoals die welke in 1 Korinthiërs 6:9, 10 worden genoemd, ons helpen. Ze beschermen ons!

14. In welke andere opzichten beklemtoont het AIDS-probleem de belangrijkheid van Gods maatstaven? (Deut. 12:23-25)

14 Er zit meer aan vast. AIDS is bij veel personen aangetroffen die in het Caribische gebied wonen. Dr. Sheldon Landesman legde uit: ’Wij weten dat onze patiënten vaak betrokken zijn bij voudou en spiritisme.’ AIDS wordt klaarblijkelijk in hun rituelen overgedragen. De ziekte staat ook in verband met bloedtransfusies en bloedprodukten. „AIDS is de op één na belangrijkste doodsoorzaak geworden — na niet te stelpen bloedingen — bij hemofiliepatiënten (bloeders), en zeer recentelijk hebben een aantal operatiepatiënten die een bloedtransfusie hadden ontvangen, AIDS opgelopen, als gevolg waarvan sommige waarnemers angstig zijn geworden in verband met de bloedvoorraad van de natie.” De incubatieperiode schijnt te variëren tussen de zes maanden en twee jaar. Dus tegen de tijd dat sommigen zich realiseren dat zij AIDS hebben, „kunnen zij onbewust honderden andere personen hebben besmet — door middel van seksueel contact, door middel van donorbloed of via een andere nog niet vastgestelde besmettingsweg.” Gods maatstaven met betrekking tot de seksuele moraal, het vermijden van spiritisme en het ’zich onthouden van bloed’ helpen ons vrij te blijven van deze ziekte en andere kwalen. — Deut. 18:10-12; Spr. 5:18-23; Hand. 15:29; 21:25.

15. Hoe blijkt Jehovah’s maatstaf met betrekking tot alcohol nuttig te zijn?

15 Bedenk, als nòg een bewijs van Jehovah’s nuttige maatstaven, dat hij dronkenschap veroordeelt. Hij keurt het zelfs af wanneer men zich ’overgeeft aan veel wijn’ (1 Tim. 3:3, 8; Rom. 13:13). Velen die Gods maatstaf negeren, lijden aan ziekten die door overmatig drinken worden veroorzaakt of verergerd. Sommige christenen, die zich niets aantrekken van Paulus’ raad om slechts weinig wijn („wat wijn”) te drinken, hebben er een gewoonte van gemaakt zwaar te drinken om hierdoor ’geholpen te worden zich te ontspannen’ (1 Tim. 5:23). Geleidelijk kan de chronische kwaal alcoholisme (met fysieke, emotionele en morele aspecten) zich ontwikkelen. De hieruit voortspruitende problemen zijn groot, met inbegrip van verlies van respect, spanningen in het gezinsleven (of zelfs een uiteengevallen gezin), verkwisting van het inkomen en verlies van werk. Vormen Gods maatstaven met betrekking tot het gebruik van alcohol geen bescherming op dit terrein?

16. Hoe hebben Gods maatstaven Jehovah’s Getuigen in economisch opzicht geholpen?

16 Ook in economische kwesties zijn Gods maatstaven praktisch gebleken. Hij spoort christenen ertoe aan eerlijk te zijn en hard te werken (Ef. 4:28; Kol. 3:23; vergelijk Lukas 16:10-12). Over de gehele wereld tonen berichten aan dat veel getuigen van Jehovah hun baan hebben behouden terwijl anderen werden ontslagen, en soms hebben zij zelfs promotie gemaakt omdat zij eerlijk en ijverig waren. Kent u hier soms voorbeelden van? Het spreekt vanzelf dat wanneer iemand een baan heeft, hij het in moeilijke tijden minder zwaar te verduren heeft. Ook levert het iemand financiële voordelen op wanneer hij onschriftuurlijke gewoonten en verslavingen vermijdt. Meer inlichtingen in dit verband worden aangetroffen in het boek De weg tot waar geluka en wel in het hoofdstuk „Wat vormt een hulp bij financiële problemen?” U zult ongetwijfeld nog meer voorbeelden kunnen bedenken van het praktische nut van Gods maatstaven op economisch gebied.

17. Wat schrijft God voor in verband met uitsluiting, en waarom is dit verstandig?

17 Jehovah’s maatstaven met betrekking tot de christelijke gemeente blijken ook verstandig en nuttig te zijn. God schrijft bijvoorbeeld voor dat een christen die zonde beoefent en geen berouw heeft, uit de gemeente moet worden gesloten. Anderen dienen „niet langer in gezelschap te verkeren van iemand, een broeder genoemd, die een hoereerder of een hebzuchtig persoon of een afgodendienaar of een beschimper of een dronkaard of een afperser is, en met zo iemand zelfs niet te eten”. Hoewel dit volgens de maatstaven van sommige personen misschien liefdeloos lijkt, weet God wel beter. Hierdoor wordt de reine gemeente op liefdevolle wijze beschermd, want ’een weinig zuurdeeg doet het gehele deeg gisten’ (1 Kor. 5:11, 6). Een opmerking door Dr. A. L. McGinnis, schrijver van The Friendship Factor (De vriendschapsfactor), illustreert de wijsheid van wat God over het niet eten met uitgesloten personen zegt:

„Een van de beste manieren om een vriendschap te verdiepen, is samen te eten. Het heeft bijna iets gewijds om samen met iemand anders brood te breken. Hebt u bijvoorbeeld ooit opgemerkt hoe moeilijk het is om met een vijand de maaltijd te gebruiken en vijanden te blijven?”

18. Hoe kan Gods maatstaf met betrekking tot afvalligen nuttig blijken te zijn?

18 Vasthouden aan Gods maatstaf draagt er ook toe bij dat de verbreiding van valse leerstellingen en zienswijzen wordt tegengegaan. In de eerste eeuw werden Hymenéüs en Filétus afvallig en probeerden zij het geloof van anderen te ondermijnen. Gods maatstaf was: ’Mijd dergelijke holle klanken waardoor wat heilig is geweld wordt aangedaan’ (2 Tim. 2:16-19). Christenen die zich aan die maatstaf hielden, zouden er geen belangstelling voor hebben om naar afvalligen te luisteren of om verderfelijke geschriften in hun bezit te krijgen die deze personen „ter wille van oneerlijke winst” zouden verspreiden. Waarom zouden zij hun goddeloosheid financieren door hun lectuur te kopen? (Tit. 1:11) Laten wij als loyale christenen vasthouden aan Gods maatstaven, onze geest voeden met wat waar en rechtvaardig is en loyaal en met waardering vasthouden aan het kanaal waardoor de bijbelse waarheid oorspronkelijk tot ons is gekomen. — Vergelijk 1 Timótheüs 4:16.

19. Op welk andere terrein kunnen Jehovah’s maatstaven hulp verschaffen?

19 Gods maatstaven helpen Jehovah’s Getuigen op nog veel meer manieren. In het huwelijk moedigen ze aan tot liefde, respect en eenheid in een tijd waarin morele laksheid en de roep om grotere vrijheid tot hoge echtscheidingscijfers leiden. Jehovah’s maatstaven helpen christelijke kinderen de leiding van hun ouders te aanvaarden en er niet snel bij te zijn om hiertegen in opstand te komen, zoals het geval is met velen van hun schoolkameraden. In plaats dat jongeren die Gods maatstaven waarderen, gebelgd zijn over ouderlijke autoriteit en vroeg van huis weggaan, vinden zij het prettig voordeel te trekken van de op de bijbel gebaseerde raad en hulp die door christelijke ouders kan worden verschaft. — Kol. 3:18-21.

Aanvaard Jehovah’s maatstaven gehoorzaam

20-22. Wat moet u met betrekking tot Gods maatstaven in gedachte houden?

20 Wij zouden nog veel meer manieren kunnen bespreken waarop Gods maatstaven ons kunnen helpen. Misschien hebt u enkele specifieke punten in gedachten over de wijze waarop ze u persoonlijk hebben geholpen. Prachtig! Dit zijn goede en aanmoedigende dingen die u in uw gesprekken met andere christenen kunt opnemen.

21 Wij allen moeten echter in gedachte houden dat het heel gemakkelijk is om van Gods maatstaven te worden weggeleid. Roep u echter te binnen wat Jehovah God bij de berg Sinaï tot de Israëlieten zei: „Indien gij mijn stem strikt zult gehoorzamen en mijn verbond inderdaad zult onderhouden, dan zult gij stellig uit alle andere volken mijn speciale bezit worden.” Zij antwoordden enthousiast: „Alles wat Jehovah heeft gesproken, zijn wij bereid te doen.” Wat hebben zij in latere jaren echter een tegengestelde handelwijze gevolgd! — Ex. 19:5, 8; Num. 14:1-4, 10.

22 Laten wij Jehovah’s maatstaven daarom aanvaarden en eraan vasthouden! Wij volgen namelijk beslist een verstandige handelwijze, die ons gelukkig zal maken, wanneer wij stevig vasthouden aan de onvergelijkelijke maatstaven die Jehovah heeft verschaft om ons te helpen leiding te geven aan ons leven. — Ps. 19:7-11.

[Voetnoten]

a Uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.

Kunt u zich dit herinneren?

□ Welk bewijs verschaft de stoffelijke schepping met betrekking tot het feit dat Jehovah een bron van maatstaven is?

□ Waarom dienen wij in verband met morele maatstaven naar Jehovah op te zien?

□ Welke voorbeelden zou u kunnen geven om te illustreren hoe Jehovah’s maatstaven u zouden kunnen helpen?

□ Hoe denkt u over het toepassen van Gods maatstaven?

[Kader op blz. 13]

AIDS — Epidemie van de jaren tachtig

„Bijna driekwart van het aantal mensen die de ziekte aanvankelijk hebben opgelopen, is dood. Sommige onderzoekers geloven dat niemand de ziekte overleeft.” Het gaat om de verkregen verhoogde vatbaarheidsziekte AIDS (Acquired Immune Deficiency Syndrome). — Science 83, maart.

Eén arts merkte op: „Het is als een machine. Wanneer die eenmaal is gestart, weet je dat hij niet meer ophoudt. Het afweermechanisme van het lichaam gaat zienderogen achteruit. De ene infectie is nog maar net behandeld of de volgende dient zich al aan. De patiënt krijgt longontsteking, daarna herpes, daarna een schimmelinfectie van de hersenen en daarna een besmetting met darmparasieten.” Een van de patiënten van bovengenoemde arts was een semi-professionele bokser en tennisser die ook aan gewichtheffen deed. Deze man „had een vaste relatie met een vriendin en had zes maanden voordat hij door de ziekte werd getroffen, slechts één homoseksueel contact gehad”. Wat is er met hem gebeurd? „De man stierf zes weken nadat de ziekte was vastgesteld op dertigjarige leeftijd aan een darmperforatie.”

Wat wordt er gedaan om het wie, wat, wanneer en waar van AIDS te weten te komen? Het CDC (Center for Disease Control — het Amerikaanse centrum voor infectieziekten) bevindt zich in Atlanta, Georgia (VS). Op 13 februari 1983 berichtte een toonaangevende krant in Atlanta: „Nog nooit tevoren heeft het CDC meer werkers — tot dusver ongeveer honderd — ingeschakeld om zo lang aan een openbaar gezondheidsprobleem te werken. Het werk van de groep behoort tot de best gesubsidieerde, meest intensieve geneeskundig-wetenschappelijke onderzoekingen in de geschiedenis . . . Met de gedachte dat zij op zoek zijn naar een virus — en zelfs dat is niet zeker — proberen de CDC-medewerkers het micro-organisme in dieren of reageerbuisjes te kweken.” Maar aangezien AIDS een incubatieperiode van zes maanden tot twee jaar kan hebben, is het mogelijk dat de proeven die nu worden verricht, pas in 1985 iets aan het licht zullen brengen. Op het ogenblik zijn CDC-virologen en microbiologen „van mening dat zij nog geen stap dichter zijn gekomen bij het ontdekken van de ziekteverwekker [die AIDS veroorzaakt] dan toen zij ruim een jaar geleden met hun onderzoek begonnen”.

In januari hield het CDC een conferentie om AIDS te bespreken. Zoals in de Journal of the American Medical Association (het tijdschrift van het Amerikaanse medische genootschap) werd bericht, zei Dr. D. Armstrong van het Memorial Sloan-Kettering Cancer Center tot de conferentie: „Er bestaat bij mij absoluut geen twijfel over dat AIDS via seks en bloedprodukten wordt overgebracht.” Science 83 brengt de algemene zienswijze onder woorden: „Onderzoekers denken dat het door ’intiem contact’ wordt overgebracht — bijvoorbeeld door het gezamenlijk gebruik van injectienaalden of door geslachtsgemeenschap. Dit duidt op iets wat in de bloedstroom wordt vervoerd. Dit heeft tot gevolg dat veel werkers in de gezondheidszorg zich zorgen maken over de miljoenen mensen die bloed geven en ontvangen.”

Tot op dit moment bestaan er geen proeven om met AIDS besmette personen aan te wijzen, zodat bloedbanken niet kunnen vaststellen welke donors door de ziekte zijn aangetast. De suggestie is gedaan dat men groeperingen met een hoog risico, in het bijzonder homoseksuelen, uitsluit van het geven van bloed. Maar homo’s hebben hierop gereageerd met protesten van discriminatie en schending van rechten. (Wie maakt zich zorgen over de rechten van degenen aan wie dergelijk bloed wordt gegeven?) Verder zei een vertegenwoordiger van de National Gay Task Force (de Amerikaanse homofilie-werkgroep) tot de aanwezigen op de CDC-vergadering: „Veel homo’s identificeren zich niet als zodanig en zullen de vragenlijst niet invullen.” Soortgelijke protesten werden in Zuid-Afrika gehoord toen screeningmethoden werden voorgesteld na de dood van twee employés van de Suid Afrikaanse Lugdiens.

Recentelijk is aan het licht gekomen dat vrouwen die seksuele betrekkingen hebben gehad met mannen die AIDS onder de leden hebben, de ziekte kunnen oplopen. Nog een nieuwe groep slachtoffers zijn kinderen. Sommige baby’s zijn klaarblijkelijk slachtoffers geworden nadat zij bloedtransfusies en bloedfracties hadden ontvangen die werden gegeven om na de geboorte een rhesusprobleem te behandelen. Andere baby’s kunnen de besmetting in de baarmoeder hebben opgelopen of kunnen de ziekte verkregen hebben door intiem contact met een ouder of met een ander AIDS-slachtoffer.

Aangezien het aantal gemelde gevallen elke zes maanden verdubbelt, zullen wij beslist veel meer over deze verschrikkelijke epidemie van de jaren tachtig vernemen. — Gal. 6:7, 8.

[Illustratie op blz. 11]

De schepping van het heel kleine tot het onmetelijk grote, getuigt van Jehovah’s vermogen om normen of maatstaven te verschaffen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen