Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w83 15/9 blz. 16-22
  • Keer niet terug tot ’de zwakke en armzalige dingen’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Keer niet terug tot ’de zwakke en armzalige dingen’
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Niet allen blijven in het licht
  • Zwakke en armzalige dingen in deze tijd
  • Speur naar de geestelijke rijkdommen
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • ’U moet de zwakken bijstaan’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Van wie wil jij erkenning krijgen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2018
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
w83 15/9 blz. 16-22

Keer niet terug tot ’de zwakke en armzalige dingen’

„Nu gij God hebt leren kennen, . . . hoe komt het dan dat gij weer terugkeert tot de zwakke en armzalige elementaire dingen?” — GALÁTEN 4:9.

1, 2. (a) Welke uitwerking had een bliksemstraal op een blinde man? (b) Welke belangrijker verandering heeft zich in uw leven voorgedaan? (Hand. 26:18)

IN JUNI 1980 maakten kranten melding van een verbazingwekkende gebeurtenis waarbij de 62-jarige Edwin Robinson was betrokken, die negen jaar voordien als gevolg van een auto-ongeluk blind was geworden. Er werd in de kranten uitgelegd dat hij tijdens een onweersbui beschutting had gezocht onder een boom. De boom werd door de bliksem getroffen en hij raakte bewusteloos. Toen hij weer bijkwam, kon hij zien. Stelt u zich eens voor hoe hij zich na zo veel jaren van blindheid voelde! Hij wilde beslist niet tot de duisternis terugkeren.

2 Indien u een ware getuige van Jehovah bent, heeft zich in u een wonderbare verandering voorgedaan. De apostel Petrus schreef dat „uitverkoren” christenen ’uit de duisternis tot Gods wonderbaarlijke licht zijn geroepen’ (1 Petr. 1:1; 2:9). Om een getuige van Jehovah te worden, hebt u misschien onreine en afgekeurde praktijken die met de duisternis verband hielden, de rug toegekeerd (Rom. 13:12, 13; Job 24:14-16). Waarom? Omdat u in het licht der waarheid wilde leven en Gods goedkeuring wilde genieten.

3. Hoe hebt u een ander doel in het leven gekregen toen u een getuige van Jehovah werd? (Ef. 2:12)

3 Had u, voordat u een ware christen werd, een zinvol doel in uw leven? (1 Petr. 4:15, 16) Als iemand zou informeren naar de doeleinden die u zich toen stelde, zou u dan antwoorden dat u in uw levensonderhoud wilde voorzien, een gezin wilde stichten, een vorm van ontspanning wilde zoeken of voorbereidingen wilde treffen voor de „winter” van de oude dag? Die dingen zijn beslist niet verkeerd. Maar in welk opzicht zou een dergelijk leven verschillen van dat van een eekhoorn, een mus of een ander dier dat wordt geboren, opgroeit, eet, slaapt, paart en ten slotte sterft? (Pred. 3:18-20; Jak. 4:14; Jud. 10) Nu u echter een ware christen bent geworden, heeft uw leven betekenis gekregen; uw doeleinden richten zich op het dienen van de Schepper. — Pred. 12:13.

4. Welke uitwerking heeft bijbelkennis op u gehad? (Ps. 36:9; Spr. 6:23)

4 De tegenstelling tussen uw huidige situatie in het licht en uw vroegere toestand in de duisternis, komt speciaal tot uiting in uw kennis en begrip. Vroeger wist u niet waarom slechtheid bestaat, waarom de dingen om ons heen achteruitgaan, in welke toestand de doden zich bevinden of wat de onmiddellijke toekomst zal brengen. Nu hebt u een op de bijbel gebaseerd begrip omtrent die kwesties. Hoe waar zijn de woorden van de apostel Paulus: „[Jehovah] heeft op ons hart geschenen om het te verlichten met de glorierijke kennis van God”! — 2 Kor. 4:6.

Niet allen blijven in het licht

5. Waardoor wordt bewezen dat niet allen in het licht blijven?

5 Niet allen die ware aanbidders van Jehovah zijn geworden, zijn dit gebleven. Een machtig geestelijk schepsel heeft zich van God afgekeerd en is Satan geworden. Adam en Eva hebben het licht verlaten. Met het oog op een dergelijke handelwijze door volmaakte schepselen, hoeft het geen verbazing te wekken dat sommige onvolmaakte mensen — zoals wij dit zijn — eveneens tot de duisternis zijn teruggekeerd. De Israëlieten kwamen uit Egyptische slavernij, maar nog voordat zij het Beloofde Land bereikten, begonnen zij met een begerig verlangen te mopperen: ’Wij herinneren ons nog goed de vis, die wij in Egypte altijd aten, de komkommers, de watermeloenen, de prei, de uien en het knoflook!’ (Num. 11:5) Hoewel zij zich in licht en vrijheid verheugden, verlangden zij naar de Egyptische duisternis en het knoflook.

6. Waarom dienen wij ons erom te bekommeren dat sommigen zich van het licht hebben afgekeerd?

6 Ook christenen worden bedreigd door het gevaar dat zij zich van het licht afkeren. Paulus waarschuwde dat er in de gemeente mannen zouden opstaan die discipelen achter zich aan zouden trekken (Hand. 20:29, 30). Dit gebeurde zelfs reeds toen hij nog op aarde was (Fil. 3:18; 2 Tim. 2:16-18). Om meer ter zake te komen: kent u enkelen in onze tijd die, op een of andere manier, de waarheid de rug hebben toegekeerd? Zou dat ons kunnen overkomen?

7. Welke raad gaf Paulus in dit verband aan de Galáten?

7 Weinig christenen in deze tijd zouden uit vrije wil de duisternis boven het licht verkiezen. Welke dingen zouden een broeder of zuster (wie maar ook van ons) er dus toe kunnen brengen zich van het licht af te keren? Enig inzicht wordt verschaft door wat Paulus in Galáten 4:9 schreef: „Nu gij God hebt leren kennen, of liever gezegd, nu gij door God gekend zijt, hoe komt het dan dat gij weer terugkeert tot de zwakke en armzalige elementaire dingen en die opnieuw als slaven wilt dienen?”

8. Waarom was die raad noodzakelijk, en hoe was de raad van toepassing op de Wet?

8 Sommige joodse christenen bepleitten klaarblijkelijk dat zij moesten terugkeren tot het onderhouden van de Mozaïsche wet, of op zijn minst gedeelten ervan. Paulus schreef evenwel dat ware aanbidders zijn vrijgemaakt van de Wet (Gal. 5:1-6). Aangezien de Wet geen rechtvaardigheid kon voortbrengen, was ze in zekere zin zwak en moest ze vervangen worden door een „betere hoop” of regeling (Hebr. 7:18, 19). Daarom kon er worden gezegd dat degenen die opnieuw de Wet gingen onderhouden, ’tot iets zwaks terugkeerden’ en ’er weer als slaven dienst voor gingen verrichten’.

9, 10. Hoe kon de waarschuwing in verband met „armzalige elementaire dingen” van toepassing zijn op (a) Griekse leerstellingen? (b) de Mozaïsche wet?

9 Het was ook passend om een waarschuwing te laten horen tegen het terugkeren tot „armzalige elementaire dingen”. De hier gebruikte Griekse uitdrukking droeg de gedachte over van alfabetische letters die op een rij geplaatst waren, hetgeen dus op het ABC van een kwestie duidde. De heidense leerstellingen die destijds de overhand hadden, konden beslist „armzalige elementaire dingen” genoemd worden. Hoewel de Grieken trots waren op hun filosofieën, waren deze gebaseerd op menselijke opvattingen, dwaalbegrippen en mythen. Maar zelfs door weer de Mozaïsche wet te gaan onderhouden, zou men ’terugkeren tot de armzalige elementaire dingen’. Hoe dat zo?

10 Hoewel de Wet van goddelijke oorsprong was, handelde veel ervan over dingen in de menselijke sfeer, zoals de tabernakel en verwante „wettelijke vereisten betrekking hebbend op het vlees”. De christelijke aanbidding richtte zich echter op de geestelijke dingen die door die tastbare „voorbeeldige afbeeldingen” werden afgebeeld (Hebr. 9:6-10, 23). Waarom zouden christenen derhalve tot die elementaire, rudimentaire dingen terugkeren? Als u wiskunde zou hebben gestudeerd en een expert zou zijn geworden in algebra of het maken van wiskundige berekeningen, zou u dan weer net als een klein kind met behulp van uw vingers en tenen gaan tellen? — Vergelijk 2 Petrus 2:20-22.

Zwakke en armzalige dingen in deze tijd

11. Op welk gevaar in deze tijd zou Galáten 4:9 van toepassing gebracht kunnen worden?

11 Naar alle waarschijnlijkheid zullen weinigen van ons het gevoel hebben dat zij in gevaar verkeren terug te keren tot de „zwakke en armzalige elementaire dingen” van de Griekse filosofie of van de Wet. Toch is die raad ook tot nut van ons in de bijbel opgetekend. De mogelijkheid bestaat bijvoorbeeld terug te keren tot datgene wat in 1 Johannes 2:16 wordt beschreven als „de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft”.

12. Illustreer hoe sommige christenen zouden kunnen zwichten voor een gevaar waar in 1 Johannes 2:16 over gesproken wordt.

12 Sommigen denken dat „het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft” betrekking heeft op het pronken met haute-couture kleding of een overdaad aan juwelen, zoals door vier of vijf ringen tegelijkertijd te dragen (Jak. 2:2, 3). En daarop zou best wel gedoeld kunnen worden, want de bijbel geeft de raad zich niet te concentreren op versiersels zoals „gouden sieraden” (1 Petr. 3:3). Maar men kan ook op andere manieren ’opzichtig geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft’. Een christen zou jaloers kunnen zijn op de levensstijl van mensen die geen hoop hebben en daarom alleen maar voor materiële dingen leven. In sommige landen stellen mensen zich ten doel zich in het bezit te stellen van dingen die plaatselijk als luxe worden beschouwd, zoals een kleurentelevisietoestel of een kleine auto, en er vervolgens mee te pronken. Elders stellen mensen er een eer in of nemen zij zich voor om door middel van een nieuwe videorecorder of een luxe auto indruk op anderen te maken. Zal een christen die ’alles heeft verlaten en Christus is gevolgd’, zich ervoor gaan interesseren met zulke dingen te pronken? Elk van ons kan zich afvragen: Nemen materiële bezittingen meer van mijn tijd en gedachten in beslag dan toen ik ’het woord hoorde en met vreugde aanvaardde’ en het in mijn leven begon toe te passen? — Matth. 19:16-27; 13:20-22.

13. (a) Hoe zou Paulus’ raad zelfs van toepassing kunnen zijn op de kwestie van huisvesting? (b) Waar dient een christen voor op te passen wanneer hij groter wil gaan wonen? (Lees Lukas 12:16-21.)

13 Een christen zou ook in verband met huisvesting tot de armzalige elementaire dingen kunnen terugkeren. In sommige streken zijn koopwoningen erg duur. Daarom kopen veel wereldse mensen een huis wegens de image die zij daardoor voor zichzelf opbouwen, zelfs wanneer dit hun een verpletterende financiële last oplegt. Materialistische mensen die niet een steeds groter wordend gezin hoeven onder te brengen, verhuizen soms van een huis dat een gemiddelde grootte heeft naar een groter huis en later naar een nog groter en mooier huis. (Zie Lukas 17:28.) Wanneer een christen er dus over denkt een huis te kopen of een groter huis te betrekken, dient hij zijn beweegredenen te onderzoeken en te beschouwen welke uitwerking dit mogelijkerwijs op zijn geestelijke gezindheid kan hebben, ten einde te voorkomen dat hij als gevolg van een verkeerde beweegreden naar de ’elementaire dingen zou terugkeren’. Wij moeten beslist elke verleiding weerstaan om naar rijkdom te verlangen waardoor wij op anderen indruk zouden maken met onze „middelen voor levensonderhoud” (1 Joh. 2:16). Laten wij, zonder dat wij anderen in dergelijke kwesties oordelen, er persoonlijk voor zorgen dat wij Gods dienst de eerste plaats in ons leven laten innemen. Wat stemt het ons gelukkig te zien dat veel rijpe christenen, wier situatie zich hier op enigerlei wijze toe leent, minder uren aan werelds werk besteden om daardoor plaats te maken voor de volle-tijdpioniersdienst — beslist niet iets zwaks of armzaligs! — Matth. 6:31-34; 7:1-3; 9:36-38.

14. Hoe zou iemand in verband met prominentie tot armzalige, elementaire dingen kunnen ’terugkeren’?

14 Ook prominentie in dit samenstel is iets waarnaar een christen zou kunnen ’terugkeren’. Het is inderdaad juist om graag te willen dat anderen goed over ons denken; christelijke ouderlingen moeten „een voortreffelijk getuigenis hebben van de mensen buiten” (1 Tim. 3:7). Gods Woord geeft ons echter de raad ’niet meer van onszelf te denken dan nodig is’ (Rom. 12:3). De nadruk die er in de wereld op wordt gelegd dat men iemand is, kan het voor enkelen moeilijk maken christelijke bescheidenheid en een goede positie bij God te blijven nastreven.

15. Wanneer zou dit voor jongeren of ouders een probleem kunnen vormen?

15 Jongeren hebben hier vaak mee te maken, want zowel onderwijzers en leraren als medescholieren sporen hen ertoe aan uit te blinken in sport, in de schoolvereniging of in allerlei clubs. Er kan ook druk op hen worden uitgeoefend in verband met het volgen van een hogere opleiding om daardoor een betrekking te krijgen waar meer prestige aan verbonden is. Sommige ouders hebben extra druk uitgeoefend wegens hun eigen verlangen naar prestige door middel van de prestaties van hun kind. U zult ouders misschien dingen hebben horen zeggen als: ’Ik wil niet hebben dat mijn zoon zijn leven lang een gewone arbeider is.’ — Vergelijk Markus 6:3.

16. Waarom zou prominentie een gevaar voor christelijke mannen kunnen vormen? Illustreer dit.

16 Veel mannen zijn ertoe verleid op hun werk prominentie te zoeken. Wanneer een man zijn innerlijke motieven zou beschouwen, zou het hem duidelijk kunnen worden dat hij in de eerste plaats chef of voorman wil zijn wegens het prestige dat hieraan verbonden is. Zou het soms kunnen zijn dat sommige christenen die financiële zekerheid genieten en die minder zouden kunnen werken (of met werken zouden kunnen ophouden) ten einde te pionieren, ertoe zijn verleid te blijven werken in een betrekking die hun prominentie of invloed in het bedrijf oplevert? Wat heeft Paulus een schitterend voorbeeld gegeven! Hij genoot in het joodse samenstel een invloedrijke positie, alsook financiële zekerheid. Maar hij beschouwde dit alles als verlies ten einde ’Christus te mogen winnen en in eendracht met hem gevonden te mogen worden’. Aangezien Paulus besefte dat dit de manier was om goedkeuring te verwerven die van blijvende waarde was, keerde hij nooit terug naar zwakke, elementaire dingen. — Fil. 3:4-11.

17. Welk gevaar in verband met ’terugkeer’ blijkt amusement te vormen?

17 Slechts weinigen zullen ontkennen dat veel van het amusement dat thans wordt geboden, ’zwak en armzalig’ is. Het is absoluut noodzakelijk selectief te zijn. Maar zelfs ten aanzien van amusement dat niet duidelijk in strijd is met goddelijke beginselen, moet zorg worden betracht wegens de tijd en middelen die hierbij betrokken zijn. Veel spelen, zowel elektronische als andere, kunnen schrikbarende hoeveelheden tijd en geld opslokken. Ga er persoonlijk of als gezin eens voor zitten om op realistische wijze te berekenen hoeveel tijd en geld u gemiddeld elke week of maand in amusement steekt. Reken hier ook televisietijd bij. Dat wordt een steeds groter probleem, aangezien de programmamakers steeds meer seriefilms presenteren — zelfs documentaires, historische films en reportages van beslissingswedstrijden — zodat de kijker wordt gedwongen steeds weer opnieuw het toestel aan te zetten. Het is duidelijk dat christenen zich moeite moeten geven om controle uit te oefenen op de wijze waarop zij hun beperkte tijd en middelen gebruiken, ten einde niet naar zwakke en armzalige dingen te worden teruggetrokken. — Ef. 2:2, 3.

18. Welke bewonderenswaardige handelwijze volgen de meeste christenen?

18 Dit wil niet zeggen dat de meesten van Gods volk tot zulke dingen terugkeren. Er zijn duizenden, honderdduizenden, ja, miljoenen toegewijde getuigen van Jehovah die aan de ware aanbidding vasthouden, en de meesten doen dit al vele jaren achtereen. U zult ongetwijfeld velen van hen kennen — christenen die beschreven zouden kunnen worden met de woorden van Paulus: „Wij danken God altijd wanneer wij u allen in onze gebeden gedenken . . . gij zijt navolgers van . . . de Heer geworden, aangezien gij het woord onder veel verdrukking met vreugde van heilige geest hebt aanvaard, zodat gij een voorbeeld zijt geworden voor alle gelovigen” (1 Thess. 1:2, 6, 7). Elk van ons dient net zo te zijn en het vaste besluit te nemen niet ’terug te keren tot de zwakke en armzalige elementaire dingen’. Bovendien bestaat er geen enkele reden waarom wij tot die dingen zouden terugkeren.

Speur naar de geestelijke rijkdommen

19, 20. Welke krachtige en rijke dingen heeft het ware christendom u geschonken?

19 Het ware christendom verschaft ons veel krachtige en rijke dingen, in tegenstelling tot de zojuist besproken zwakke en armzalige dingen. Ten einde rijk gezegend te worden, is een kennis van de Schrift onontbeerlijk. Zelfs wereldse geleerden getuigen ervan dat de bijbel literatuur van de hoogste orde vormt. Toch weten wij dat de bijbel veel meer is; de bijbel is ’het Woord van God, dat ook in gelovigen werkzaam is’ (1 Thess. 2:13). Ja, wij weten dat de bijbel levens kan veranderen, een deugdelijke hoop kan schenken en ons kan tonen wat de toekomst zal brengen. Door de bijbel te lezen, kunnen wij boodschappen ontvangen die de Schepper heeft verschaft en kunnen wij alles leren wat zijn Zoon heeft gezegd en gedaan. — Joh. 21:24, 25.

20 Met de hulp van Gods volk hebt u uit de bijbel over Jehovah geleerd en kunt u instemmen met de woorden: „O de diepte van Gods rijkdom en wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!” (Rom. 11:33) U hebt niet alleen kennis maar iets wat veel verder gaat: u bezit „het patroon van gezonde woorden” (2 Tim. 1:13). Veel mensen lezen al jaren in de bijbel maar begrijpen nog steeds niet de betekenis ervan. U hebt echter een begrip van wat de bijbel in wezen inhoudt. U kunt met inzicht en met een verzekering spreken waaraan zelfs theologen niet kunnen tippen. — Hand. 4:13.

21, 22. Welke andere dingen hebt u ontvangen doordat u een getuige van Jehovah bent?

21 U verheugt u ook in de beste soort van omgang. O, uw broeders en zusters zijn weliswaar onvolmaakt en kunnen af en toe irritatie veroorzaken. Maar over het algemeen is het een ware zegen om onder mensen te verkeren die God liefhebben, die ernaar streven bijbelse beginselen toe te passen en die hun best doen om ’het goede te doen jegens allen, vooral jegens hen die aan hen verwant zijn in het geloof’, met inbegrip van u (Gal. 6:10). Onlangs merkte een kinderarts die verbonden is aan het Mt. Sinai-ziekenhuis in de stad New York (VS), iets op over zijn persoonlijke ervaring. Hij vertelde aan een getuige van Jehovah, die hem als bedienaar van het evangelie bezocht: ’Wàt jullie ook doen, blijf het doen. Jullie brengen een wonderbaarlijk soort mensen als de vruchten van jullie arbeid voort. Iedereen die in contact met hen komt, merkt op hoe anders zij zijn, hoe rustig en prettig. Dus wàt jullie ook doen, blijf dit alsjeblieft doen.’ Dat is de soort van omgang die u geniet.

22 Nog iets rijks en krachtigs waarover u verrukt kunt zijn, is de op de bijbel gebaseerde hoop die u bezit, hetzij onsterfelijkheid in de hemelen of eeuwig leven op een paradijsaarde. Welk zinnig mens zou die hoop overboord willen gooien? Zie tot slot niet de werktoewijzing over het hoofd die u nu van Jehovah hebt ontvangen en waarvoor hij u op krachtige wijze toerust (2 Kor. 10:4; Fil. 4:13). Er zijn krachtsinspanningen voor nodig om discipelen te maken, ja, maar het schenkt ook een intense voldoening en vreugde, want anderen worden hierdoor op de weg ten leven geholpen. Deze activiteit kan uw geest en hart volledig bezighouden.

23. Wat dient met betrekking tot Galáten 4:9 uw vaste besluit te zijn?

23 Het is derhalve volkomen duidelijk dat het ware christendom ons veel krachtige en rijke dingen verschaft. Laten wij datgene wat wij hebben, overdenken en waarderen en vastbesloten zijn om nooit ’terug te keren tot de zwakke en armzalige elementaire dingen in het algemeen, en er ook niet meer als slaven dienst voor te verrichten’.

Kunt u zich dit herinneren?

□ Hoe liepen de Galáten gevaar ’tot zwakke en armzalige elementaire dingen terug te keren’?

□ Hoe zouden wij kunnen ’terugkeren’ in verband met

Materiële bezittingen?

Een huis?

Prominentie?

Amusement?

□ Hoe heeft het christendom u krachtige en rijke dingen geschonken?

[Illustratie op blz. 18]

Door zich ervoor te hoeden ’opzichtig met hun middelen voor levensonderhoud te geuren’, zijn veel echtparen geholpen hun christelijke activiteiten uit te breiden

[Illustratie op blz. 20]

Hoeveel tijd en geld besteedt u persoonlijk aan amusement?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen