Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w82 1/4 blz. 5-9
  • Hoe kan religie spanningen verminderen?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe kan religie spanningen verminderen?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE BESTE MANIER OM HULP TE BIEDEN
  • IS DIT VOLDOENDE?
  • De kerken gaan zich ermee bemoeien
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Hoort religie zich bezig te houden met politiek?
    Meer onderwerpen
  • Hoort religie in de politiek thuis?
    Ontwaakt! 1981
  • Religie in de politieke arena
    Ontwaakt! 1975
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
w82 1/4 blz. 5-9

Hoe kan religie spanningen verminderen?

ONDERDRUKKING, honger, achteruitgang in morele maatstaven, drugmisbruik, de dreiging van een kernoorlog — dit zijn enkele van de kwesties die centraal staan bij het politieke activisme van sommige geordineerde predikanten. Het spreekt vanzelf dat alle christenen zich om dergelijke aangelegenheden bekommeren. Maar is politieke bemoeienis de manier om de spanningen in de wereld te verminderen?

Religieuze leiders gaan zich met de politiek bemoeien omdat zij het „morele klimaat” willen beïnvloeden of een waarschuwing willen laten horen wanneer regeringen de „verkeerde weg” inslaan. Maar als zij nu zelf de verkeerde weg inslaan? Onlangs bijvoorbeeld wierp een Servische priester, ter ondersteuning van de zaak van het Servisch nationalisme, een bom in de woning van een Joegoslavische consul in de Verenigde Staten. Zo’n daad van terrorisme is beslist onjuist, vooral als ze door een priester wordt bedreven! Wat zijn beweegredenen ook mogen zijn, de priester beweert God te vertegenwoordigen. Toch waarschuwt Gods Woord allen die in Hem geloven duidelijk: „Wreekt uzelf niet, . . . want er staat geschreven: ’Aan mij is de wraak; ik zal vergelden, zegt Jehovah’” (Rom. 12:19). Daden zoals die van de priester doen afbreuk aan de morele leiding die sommige godsdiensten trachten te geven.

Bovendien bestaan er bij velen, zelfs in de katholieke Kerk, ernstige twijfels ten aanzien van de priesters en nonnen die zich in revoluties mengen. Een Colombiaanse jezuïet zei: „De eerste mensen die bij een gewapende opstand het slachtoffer worden, zouden de armen zelf zijn, niet de geestelijken of de bisschoppen. Hoe kunnen wij onze steun dan geven aan zo’n standpunt?” De paus zelf heeft getracht een zeker politiek activisme te beteugelen en gezegd dat het de taak van een priester of non is, in de geestelijke behoeften van de kudde te voorzien in plaats van hen voor een opstand te organiseren.

De bijdragen die de Wereldraad van Kerken aan revolutionaire groeperingen heeft gegeven, zijn evenzeer aanleiding geweest tot controverses, vooral toen bleek dat sommige van de groepen die schenkingen ontvingen, de reputatie hadden zendelingen te vervolgen! Het Leger des Heils heeft om die reden zijn lidmaatschap van de Raad opgezegd.

Zelfs op de protestantse pressiegroepen in de Verenigde Staten is kritiek geleverd. De redacteur van een tijdschrift merkte op: „Bij de activiteiten van de christelijke rechtse groeperingen is alles wat van Jezus overblijft, zijn naam.” De redacteur was blijkbaar van mening dat zulke mensen, door zich met de politiek te bemoeien, eerder handelden als politici zonder scrupules dan als religieuze bedienaren. Dit doet ons denken aan de vermaning van de bijbelschrijver Jakobus, dat een ware christen zich „onbevlekt van de wereld” moet bewaren. — Jak. 1:27.

Het religieus activisme werpt dan ook moeilijke vragen op in de geest van denkende mensen. Maar als religieuze leiders zich nu beperken tot het geven van „discreet” advies inzake specifieke beleidskwesties van de regering? Zelfs daardoor ontstaan problemen, doordat deze leiders tegenstrijdige raad geven. De spanningen worden er niet minder door.

In de Verenigde Staten bijvoorbeeld moedigen sommige religieuze ijveraars tot ontwapening aan. Anderen zouden echter graag zien dat hun land de „sterkste krijgsmacht sedert de Schepping” had. De Moral Majority zet zich in voor de „overleving van Amerika”, samen met zijn kapitalistische stelsel. Een functionaris van de Wereldraad van Kerken schreef echter: „Er is een wereldrevolutie nodig om de mensheid te bevrijden van de verwoesting, verspilling, uitbuiting en onderdrukking die door het kapitalistische stelsel in het leven zijn geroepen.” Vervolgens prees hij de Cubaanse versie van deze „wereldrevolutie”.

Zelfs in kwesties van seksuele moraliteit lopen de meningen van religieuze leiders uiteen. Hoe moet de buitenstaander dan weten welke „morele” maatstaf gehandhaafd moet blijven en wat de „verkeerde weg” is die men moet vermijden? Hangt „goed” of „kwaad” af van de natie waarin iemand is geboren, de politieke partij waartoe hij behoort, de kleur van zijn huid of zijn economische status? Of heeft God een maatstaf vastgesteld die overal en voor iedereen geldt?

In veel opzichten heeft de bemoeienis van de godsdienst met de politiek niet zozeer een „godvruchtig” element in de wereldaangelegenheden gebracht als wel verwarring gesticht. Wil dit zeggen dat er voor de godsdienst geen taak is weggelegd? Kan ze geen bijdrage leveren tot het verminderen van de spanningen in de wereld?

DE BESTE MANIER OM HULP TE BIEDEN

Het is een feit dat de ware religie wel degelijk een enorme bijdrage kan leveren. Maar om te zien waarin die bijdrage bestaat, moeten wij enkele fundamentele feiten begrijpen.

In de eerste plaats moet de religie, wil ze waarde hebben, Gods stem en niet die van mensen laten horen. Hoe is dat mogelijk? De bijbel zegt: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid, opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij, volledig toegerust tot ieder goed werk” (2 Tim. 3:16, 17). Als een predikant zijn eigen mening uit, is die mening, ook al heeft hij een bijbel in zijn hand, niet waardevoller dan de mening van ieder ander. Maar staat dat wat hij zegt, werkelijk in de bijbel of de „Schrift” vermeld, dan vertegenwoordigt het Gods gedachten.

In de tweede plaats heeft Jezus gezegd: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld” (Joh. 18:36). De ware, op de bijbel gebaseerde godsdienst staat dan ook neutraal tegenover de politiek van de wereld. Ze is noch vóór noch tegen enig land, ras, politiek of economisch stelsel. Christenen zijn voorstanders van Gods koninkrijk, niet van een of ander „koninkrijk” van deze wereld. Een christen moet net zomin partij kiezen in de politieke strijdpunten van deze wereld als Jezus partij koos in de steeds verder woekerende geschillen tussen de Joden en de Romeinen van zijn tijd. — Mark. 12:17.

Net als christenen thans, verleende Jezus waar mogelijk rechtstreekse hulp aan de zieken en behoeftigen. Maar hij mengde zich niet in de politiek. Zijn voornaamste werk was de prediking van „het goede nieuws van het koninkrijk” (Matth. 9:35). De prediking van ditzelfde „goede nieuws” is de beste manier waarop een christen onder de hedendaagse moeilijke wereldtoestanden zijn naaste kan helpen.

Waarom is dit beter dan zich met politiek te bemoeien? Omdat, zoals elke realist moet toegeven, de problemen der mensheid nooit geheel en al opgelost zullen worden door de politiek, ondanks de ijverige en oprechte pogingen van sommige politici. Er zullen bovenmenselijke autoriteit en macht voor nodig zijn om armoede, ziekte, corruptie en al onze andere narigheden uit te bannen. En de bijbel verklaart dat dit alleen tot stand gebracht zal worden door God, door middel van zijn koninkrijk, zijn hemelse regering waarvan Jezus Christus de koning is. — Jer. 10:23; Dan. 2:44.

Daarom zei Jezus zijn volgelingen niet dat zij moesten proberen invloed uit te oefenen op de politici van de wereld, maar dat zij discipelen moesten maken, iets wat zij thans doen door „dit goede nieuws van het koninkrijk” op de gehele bewoonde aarde te prediken (Matth. 24:14). Zij moeten de mensheid ervan in kennis stellen waarom dat koninkrijk spanningen zal wegnemen, en hoe wij weten dat het nu heel nabij is. Het is hun taak anderen te vertellen over de zegeningen die dat koninkrijk zowel nu als in de toekomst zal brengen, en zij moeten mensen helpen discipelen van Jezus Christus te worden, waardoor zij in deze zegeningen zullen kunnen delen. — Matth. 28:19, 20; 1 Tim. 4:8; Openb. 21:3, 4.

Deze boodschap is bijzonder waardevol voor degenen die ze aanvaarden. De vragen waar zij zich zozeer het hoofd over breken, worden erdoor beantwoord, hun twijfels worden weggenomen, zij worden erdoor geholpen het hoofd te bieden aan de spanningen waarmee zij nu worstelen, en zij leren er dus door hoe zij „de vrede van God, die alle gedachte te boven gaat”, kunnen verwerven. — Fil. 4:6, 7.

IS DIT VOLDOENDE?

Sommigen schijnen van mening te zijn dat dit niet voldoende is. Een politiek actieve predikant in een westers land dat overspoeld wordt met wereldsgezindheid en immoraliteit zei: „Er zal een hardnekkige activistische houding van de kant van christenen moeten komen . . . of het is met ons gedaan.” Maar zal het afgelopen zijn met het christendom indien belijdende christenen geen politieke activisten worden?

Sommige zendelingen in arme landen zijn ook de mening toegedaan dat de prediking van het „goede nieuws” niet voldoende is. Zij geloven dat de mensen nu hulp nodig hebben. Daarom werken zij mee aan revolutionaire acties. Toch druist elke poging om gevestigde regeringen omver te werpen beslist tegen de volgende bijbelse raad in: „Iedere ziel zij onderworpen aan de superieure autoriteiten” (Rom. 13:1). Deze handelwijze staat ook lijnrecht tegenover het gedrag van Jezus en zijn onmiddellijke volgelingen, die „geen deel van de wereld” waren (Joh. 17:16). De spanningen worden er alleen maar groter door.

Jezus beloofde zijn ware volgelingen: „Ziet! ik ben met u alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen” (Matth. 28:20). In de eerste eeuwen na Jezus’ dood stelden belijdende christenen geloof in die belofte. Zij hielden zich buiten de politiek. En hoewel zij werden vervolgd en door ongeloof waren omringd, hield het christelijke geloof stand.

Thans is Jezus nog steeds met zijn volgelingen. Hij is nog steeds in staat het ware christendom in stand te houden zonder dat christenen zich met politiek behoeven te bemoeien. En hij zal Gods voornemen verwezenlijken om de aarde te veranderen in een paradijs dat gevuld is met gelukkige mensen die niet door spanningen worden gekweld. Hij is degene die dit zal doen, in weerwil van het feit dat zoveel mensen in deze tijd vinden dat zij de aangewezen personen zijn om de wereld te veranderen. — Dan. 2:44; Openb. 21:4.

Maar is het „goede nieuws” voldoende voor de armen van de wereld? Een getuige van Jehovah die verscheidene jaren als zendeling in het Verre Oosten heeft gewerkt, zei:

„Het is waar dat de armoede die wij zagen ons vaak droevig stemde. Maar wat voor nut zou het gehad hebben als wij de armen hadden aangemoedigd in opstand te komen? Wie had kunnen garanderen dat de volgende regering het beter zou doen?

Wij vestigden daarom de aandacht op een regering waarvan wij wisten dat ze het beter zou doen, Gods koninkrijk. En wanneer die arme mensen het goede nieuws over dit koninkrijk aanvaardden, werden zij zich bewust van een nieuwe verhouding tot God. Zij voelden dat hij werkelijk om hen gaf en zij ervoeren hoe hij hen hielp in de crises die zich in hun leven voordeden. Dit gaf hun een gevoel van waardigheid en een vertrouwen in de toekomst.”

Een andere getuige van Jehovah, die vele jaren aan de prediking van „het goede nieuws van het koninkrijk” in Centraal-Amerika heeft besteed, stemde daarmee in. Hij voegde eraan toe: „Arme mensen die het ’goede nieuws’ aanvaardden, lieten hun vroegere bijgelovige praktijken en slechte gewoonten varen, zoals het roken, gokken, dronkenschap en het kauwen van betelnoot; en hun materiële omstandigheden verbeterden vaak doordat zij hun middelen van bestaan beter gebruikten. En naarmate zij geestelijke zaken op de eerste plaats in hun leven lieten komen, was hun stoffelijke armoede niet meer zo’n last voor hen. Zij waren niet langer afgunstig op de rijken, omdat zij beseften dat zij iets bezaten wat veel rijken niet hadden.”

Ja, het is heel normaal zich bezorgd te maken over de toename van goddeloosheid, de wijdverbreide onderdrukking en honger en de andere euvelen van dit samenstel van dingen. Dat deze problemen maar blijven bestaan, demonstreert hoe dringend de mensheid Gods koninkrijk nodig heeft. Dit is de enige hoop die ons nog rest, willen wij een gelukkige toekomst tegemoet kunnen zien, en alleen de ware, op de bijbel gebaseerde christelijke religie helpt mensen werkelijk er geloof in te stellen. Op die manier levert ze de best denkbare bijdrage tot het verminderen van de hedendaagse spanningen.

[Inzet op blz. 6]

Sommige religieuze ijveraars zouden graag zien dat hun land de „sterkste krijgsmacht sedert de Schepping” had

[Inzet op blz. 9]

’Wij vestigden de aandacht op een regering waarvan wij wisten dat ze het beter zou doen, Gods koninkrijk’ — EEN ZENDELING

[Illustratie op blz. 7]

Jezus leerde zijn volgelingen discipelen te maken, niet politieke activisten te zijn

[Illustratie op blz. 8]

De bijbelse boodschap helpt mensen het hoofd te bieden aan de crises in hun leven

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen