„Heft uw hoofd omhoog”
GEEN enkele voorgaande generatie in de menselijke geschiedenis is getuige geweest van de bedroevende gebeurtenissen die onze generatie heeft meegemaakt. Waarom heeft Jezus dan, toen hij juist over deze tijd sprak, gezegd: „Als . . . deze dingen beginnen te geschieden, richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt”? — Luk. 21:28.
Het is duidelijk dat Jezus bedoelde dat er een blijvende en bevredigende oplossing voor al deze verontrustende problemen was. En wat is die oplossing? Geven profetieën zoals die welke Jezus uitte, en vele andere in de bijbel, bijvoorbeeld te kennen dat deze bevrijding door menselijke inspanningen tot stand zal komen? Neen, beslist niet.
De harde les van de geschiedenis leert dat mensen en natiën, hoe oprecht ze ook zijn, eenvoudig niet in staat zijn de mensheid ware vrede, zekerheid en blijvend geluk te brengen. Hun beste krachtsinspanningen zijn vroeg of laat op een mislukking uitgelopen. Daarom wordt ons nergens in de bijbel verteld dat mensen de maatschappij door hun eigen krachtsinspanningen geleidelijk zouden vervolmaken.
In plaats daarvan voorzag Jezus dat de toestanden in de wereld steeds erger zouden worden, totdat het gehele samenstel van dingen overvallen zou worden door wat hij „zulk een grote verdrukking” noemde „als er sedert het begin der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, en ook niet meer zal voorkomen” (Matth. 24:21). Nu, in deze tijd, ontwikkelen de gebeurtenissen over de gehele wereld zich steeds meer in de richting van die situatie.
Aangezien dit zo is, waarom kon Jezus dan zo optimistisch zijn? Omdat hij wist dat de komende weergaloze beroering in de menselijke aangelegenheden de laatste zou zijn. Ze zou de weg banen voor een nieuw samenstel van dingen, een samenstel dat de bijbel profetisch „nieuwe hemelen en een nieuwe aarde” noemt, waarin „rechtvaardigheid [zal] wonen”. — 2 Petr. 3:13.
WAAROM ZO LANG?
Als het echter Gods voornemen is hier op aarde een rechtvaardige nieuwe ordening tot stand te brengen, waarom heeft hij dan zoveel duizenden jaren van verdriet en ellende toegelaten? Eén belangrijke reden hiervoor betreft een kwestie die werd opgeworpen toen de eerste man en vrouw besloten tegen Gods regeling in opstand te komen.
Onze eerste ouders stonden tegenover het voorstel dat zij, wanneer zij onafhankelijk van God waren, „als God” konden zijn, „kennend goed en kwaad” (Gen. 3:5). Aangezien zij reeds Gods wet omtrent dat wat goed en kwaad was, bezaten, schijnt deze bewering in Genesis 3:5 aan te tonen dat de mens zelf wilde bepalen wat goed en kwaad was. Onze eerste voorouders wilden hierdoor in werkelijkheid te kennen geven dat zij God niet nodig hadden om hun leven te besturen en dat zij met succes hun eigen zaken konden behartigen. — Deut. 32:4, 5.
Waarom stond God dit toe? Omdat God de mensen met een vrije wil had geschapen, niet als robots. Hij stond hun daarom toe van zijn wetten af te wijken ten einde eens voor al het bewijs te leveren of mensen, onafhankelijk van God, met succes hun eigen zaken konden regelen.
God is erg geduldig en lankmoedig geweest. Hij heeft menselijke regeerders, en het volk, volop de gelegenheid gegeven hun onvermogen om te regeren te bewijzen. In de afgelopen millennia is iedere denkbare menselijke regeringsvorm en elk maatschappelijk stelsel geprobeerd Maar de geschiedenis, vooral de geschiedenis van onze generatie, getuigt van het feit dat niet één van deze regeringen blijvende zegeningen voor de gehele mensheid heeft gebracht. Dat natiën in gebreke zijn gebleven zelfs in plaatselijke gebieden van deze aarde voor ware vrede of blijvende zekerheid te zorgen, toont duidelijk aan dat mensen zich niet onafhankelijk van hun Schepper met succes zelf kunnen besturen.
Waarom niet? Omdat mensen niet met dat vermogen of die capaciteit werden geschapen. In plaats daarvan heeft God hen zodanig geschapen dat zij van hem en zijn wetten afhankelijk zijn (Gen. 2:16, 17). Hij schiep hen met een werkelijke behoefte aan zijn leiding. Afwijken van zijn regelingen kon alleen maar schadelijke gevolgen hebben, zoals door de eeuwen heen is aangetoond. Het is net als wanneer iemand de regels voor geestelijke gezondheid negeert, en dan toch nog verwacht geestelijk gezond te blijven, of wanneer iemand de behoefte aan voedzaam eten negeert en toch nog een goede gezondheid verwacht, of wanneer iemand de wet van de zwaartekracht negeert door van een hoog gebouw af te springen en toch verwacht dat hij ongedeerd blijft, of wanneer iemand voortdurend verkeerswetten negeert en verwacht nooit gestraft te zullen worden.
Er is dus duidelijk bewezen dat datgene wat Gods Woord zegt, de waarheid is: „Het [is] niet aan de aardse mens . . . zijn weg te bepalen. Het staat niet aan een man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten. Corrigeer mij, o Jehovah” (Jer. 10:23, 24). Over het gevolg van het feit dat de mensheid God en zijn wegen negeert, zegt de bijbel: „De weg waarvan u denkt dat deze de juiste is, kan naar de dood leiden.” — Spr. 14:12, Today’s English Version.
Het bericht dat mensen en natiën door de eeuwen heen hebben opgebouwd, toont duidelijk aan dat zij het niet verdienen deze prachtige aarde te besturen. Een opperrechter van het Hooggerechtshof van Californië zei dan ook: „Als wij hier op een van-maand-tot-maandbasis waren, zouden wij er allang uitgezet zijn.”
Hoewel niet op een „van-maand-tot-maandbasis”, is ’s mensen bestuur over deze aarde, onafhankelijk van God, beslist niet van blijvende aard. Het is slechts tijdelijk, voor een beperkte periode. En bijbelprofetieën tonen aan dat deze tijdslimiet haar einde nadert. Nu de verschillende strijdpunten in verband met menselijk bestuur uitvoerig aangetoond zijn, is Gods tijd nabij om dit onbevredigende stelsel te vernietigen. Na het uit de weg geruimd te hebben, zal hij een door hem geschapen nieuwe ordening inluiden, een ordening die ware en blijvende vrede, met werkelijke zekerheid en waar geluk op deze aarde zal brengen.
DE VERNIETIGING VAN DIT STELSEL
De vernietiging van dit stelsel wordt in het boek Openbaring (de Apocalypse) in de volgende symbolische taal beschreven: „Ik zag ook een engel in de zon staan, en hij riep met een luide stem en zei tot alle vogels die vliegen in het midden van de hemel: ’Komt hier, wordt vergaderd tot het grote avondmaal van God, om te eten de vleesdelen van koningen en de vleesdelen van militaire bevelhebbers en de vleesdelen van sterke mannen en de vleesdelen van paarden en van hen die daarop zitten, en de vleesdelen van allen, zowel van vrijen als van slaven en van kleinen en groten.’” — Openb. 19:17, 18.
Dat zal het hoogtepunt zijn van wat Jezus „zulk een grote verdrukking” noemde „als er sedert het begin der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, en ook niet meer zal voorkomen” (Matth. 24:21). Gods hemelse bestuur in handen van Jezus Christus zal dus „al deze koninkrijken [die nu bestaan] verbrijzelen en er een eind aan maken” en in een regering over de gehele aarde voorzien die „nooit te gronde zal worden gericht”. — Dan. 2:44.
OVERLEVENDEN
Er zullen overlevenden van de komende wereldcatastrofe zijn, evenals er overlevenden waren toen de wereldomvattende vloed in Noachs dagen de verdorven wereld van die tijd vernietigde (2 Petr. 2:5). Gods Woord zegt: „Keert u tot de HEER, al gij nederige mensen in het land, die zijn geboden gehoorzamen. Doet wat juist is, en vernedert uzelf voor de HEER. Misschien zult gij aan de straf ontkomen op de dag waarop de HEER zijn toorn toont.” „En het moet geschieden dat een ieder die de naam van Jehovah aanroept, veilig zal ontkomen.” — Zef. 2:3, TEV; Joël 2:32.
Ook het laatste boek van de bijbel verzekert ons dat er overlevenden zullen zijn. Over hen wordt gesproken als „een grote schare” mensen die „uit de grote verdrukking komen”. Waarom worden zij gespaard? Omdat zij, zoals de profetie zegt, „dag en nacht heilige dienst voor hem [God] in zijn tempel [verrichten]” (Openb. 7:9, 14, 15). Deze toekomstige overlevenden uit alle natiën worden thans bijeengebracht.
Terwijl de natiën er dus mee voortgaan zich in volkomen onafhankelijkheid van God in een steeds grotere ellende te storten, vindt Gods voornemen om een volk bijeen te brengen dat het aardse grondgebied onder Gods koninkrijk zal beërven, op majestueuze wijze voortgang (Matth. 25:34). Vanwege datgene wat deze personen thans leren omtrent het nabije einde van dit goddeloze samenstel en het nieuwe samenstel dat in het verschiet ligt, bezien zij de toekomst niet langer zonder hoop. In plaats daarvan ’heffen zij hun hoofd omhoog, omdat hun bevrijding nabijkomt’ (Luk. 21:28). Zij hebben een groot vertrouwen in de toekomst, omdat zij zeker weten dat, zoals de bijbel zegt, „mensen . . . allerlei dingen beramen, maar de wil van de HEER zal geschieden”. — Spr. 19:21, TEV.