Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w77 15/1 blz. 37-42
  • Het geheim van een gelukkig gezinsleven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het geheim van een gelukkig gezinsleven
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • WAAR JUISTE MAATSTAVEN HUN OORSPRONG VINDEN
  • EEN JUISTE KIJK OP DE UITOEFENING VAN GEZAG IN HET GEZIN BEVORDERT HET GELUK
  • DE ROL VAN DE VROUW VAN GROOT BELANG VOOR HET GELUK VAN HET GEZIN
  • KINDEREN EEN BRON VAN GELUK
  • SAMENVATTING
  • Ons deel doen ter bevordering van een gelukkig gezinsleven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Het gezinsleven tot een succes maken
    U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven
  • Een echtgenoot die diepe achting wint
    Een gelukkig gezinsleven opbouwen
  • Adviezen voor een gelukkig gezin
    Wat kun je leren uit de Bijbel?
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
w77 15/1 blz. 37-42

Het geheim van een gelukkig gezinsleven

„Ik [buig] mijn knieën voor de Vader, aan wie elke familie in hemel en op aarde haar naam te danken heeft.” — Ef. 3:14, 15.

1-3. Hoe denken sommige personen over de maatstaven voor een gelukkig gezinsleven, en welke vragen doet dit rijzen?

WELK zinnig mens wil geen gelukkig gezinsleven hebben? Als het op het ogenblik niet gelukkig is, zullen de meeste mensen bereid zijn elk middel te baat te nemen waarvan zij menen dat het hen zou kunnen helpen werkelijke eenheid en werkelijk geluk in hun gezin tot stand te brengen.

2 Sommigen van degenen die naar het geheim van een gelukkig gezinsleven zoeken, zijn de mening toegedaan dat deze technologische wereld problemen heeft geschapen waarmee men in geen enkel ander tijdperk te kampen heeft gehad. Zij vinden derhalve dat er een andere morele maatstaf nodig is. Ook geloven zij dat de wereld in alle opzichten meer verlicht is dan in voorgaande geslachten het geval is geweest. — Spr. 30:13.

3 Is dit waar? De technologie heeft enkele van de eeuwenoude problemen geaccentueerd, ja. Maar is de menselijke aard veranderd? Verlangen de mensen er minder naar, vriendelijk bejegend te worden en zijn zij minder ontvankelijk voor liefde? Heeft de manier waarop wij onze wetenschappelijke en industriële vooruitgang hebben gebruikt, ertoe geleid dat onze problemen werden opgelost of zijn wij hierdoor juist minder menselijk geworden in onze benadering van sociale verhoudingen?

4. Waarom is het onverstandig te denken dat wij alle vroegere maatstaven met betrekking tot het gezinsleven terzijde kunnen schuiven?

4 Wanneer wij de kwestie eerlijk beoordelen, moeten wij toegeven dat de huidige generatie niet intelligenter of beter is dan voorgaande geslachten. De intelligentie die wij bezitten, hebben wij zelfs van hen geërfd. Het is derhalve niet veilig of verstandig om zich niets gelegen te laten liggen aan alle fundamentele maatstaven die duizenden jaren achtereen door vrijwel elke natie op aarde zijn gevolgd — bijvoorbeeld op het gebied van monogamie, de uitoefening van het gezag in het gezin en de belangrijkheid van de gezinseenheid — vooral aangezien deze maatstaven nuttig zijn gebleken. Dat men van deze beginselen is afgeweken, heeft juist tot veel verdriet in de gezinnen geleid.

WAAR JUISTE MAATSTAVEN HUN OORSPRONG VINDEN

5, 6. (a) Hoe wijst Romeinen 2:14, 15 op de oorsprong van de in bijna alle natiën geldende maatstaven op het gebied van het huwelijk en andere aangelegenheden? (b) Hoe toont de Schrift aan, zoals in Deuteronomium 6:7 en 31:12, dat de gezinsleden zoveel mogelijk bijeen moeten zijn? (c) Hoe dient het gezinshoofd de meningen van de andere gezinsleden te bezien?

5 Wat belangrijker is, waar hebben deze maatstaven voor het gezinsleven hun oorsprong gevonden? Zijn ze het produkt van de verstandelijke overwegingen van de mens of heeft men ze op grond van proefondervindelijke ervaringen opgesteld? Geen van beide. Ze zijn afkomstig van de Schepper van mannen en vrouwen, de Oprichter van het gezin als de fundamentele eenheid van de menselijke samenleving. Zelfs over de natiën die de ware God niet erkennen, zegt de bijbel: „Telkens wanneer mensen der natiën, die geen wet [de Mozaïsche wet] hebben, van nature de dingen der wet doen, zijn deze mensen, al hebben zij geen wet, zichzelf tot wet. Zij zijn juist degenen die tonen dat de inhoud van de wet in hun hart staat geschreven, terwijl hun geweten met hen getuigenis aflegt en hun eigen gedachten onderling hen beschuldigen of zelfs verontschuldigen.” — Rom. 2:14, 15.

6 De wetten van veel natiën — hun wetten die erop gericht zijn de gezinsleden bijeen te houden — spruiten dus voort uit de morele maatstaven en natuurlijke gevoelens die bij de schepping in de mens zijn geplant. Vandaar dat wij in alle natiën gezinnen aantreffen die zich in een behoorlijke mate van geluk verheugen. De leden van deze gezinnen bezitten ware natuurlijke genegenheid. Gewoonlijk wordt het gezin door een goede communicatie en door gemeenschappelijke belangen aaneengesmeed. De gezinsleden werken en spelen samen en respecteren elkaar. Hoewel het gezinshoofd in belangrijke kwesties de uiteindelijke beslissing neemt, wordt er op respectvolle wijze naar de ideeën of meningen van de andere gezinsleden geluisterd. Er heerst een gevoel van vrijheid van gedachten, spreken en handelen, welke vrijheid alleen door de beste belangen van het gezin en van de persoon wordt beperkt.

7. Hoe toont Psalm 127:1 aan wat de belangrijkste factor voor geluk in het gezinsleven is?

7 Voor het ontvangen van de grootste verzekering van blijvend geluk — dat de economische ups en downs, de verleidingen van de zogenaamde „moderne moraliteit” en de teleurstellingen van deze wereld zal doorstaan — is echter een goede verhouding tot God van het allergrootste belang. Als die verhouding tot stand komt en wordt onderhouden, zullen alle andere facetten van het gezinsleven in orde komen, en ook al gebeuren dingen uiteindelijk niet precies zoals men wel had gewild, is men er toch tegen opgewassen en kunnen ze op de meest succesvolle manier worden afgehandeld. — Ps. 127:1.

8, 9. Toon aan de hand van Romeinen 7:19, 20 aan waarom het noodzakelijk is er hard aan te werken bijbelse beginselen toe te passen.

8 Wat zijn enkele van de factoren die erbij betrokken zijn om in een goede verhouding tot God te blijven staan en als gevolg daarvan van een goede verhouding onder gezinsleden verzekerd te zijn?

9 In de eerste plaats moeten er liefde en genegenheid bestaan, alsook een oprechte tentoonspreiding van deze eigenschappen. De mensheid, die oorspronkelijk ’naar de gelijkenis van God’ werd geschapen, bezit deze goede eigenschappen nog steeds in een bepaalde mate, hoewel ze door zonde wel veel van hun glans hebben verloren (Gen. 1:26, 27). Het is derhalve heel belangrijk er voortdurend naar te streven de bijbelse beginselen die op het gezin betrekking hebben, in praktijk te brengen. Laten wij eens enkele van deze beginselen beschouwen.

10. Welke bepalingen te bescherming van het huwelijk treffen wij in Genesis 2:24, Matthéüs 19:6 en Hebreeën 13:4 aan?

10 In het begin zei God: „Een man [zal] zijn vader en zijn moeder verlaten en hij moet zich hechten aan zijn vrouw en zij moeten één vlees worden” (Gen. 2:24). Jezus Christus voegde hieraan toe: „Wat God derhalve onder één juk heeft samengebracht, brenge geen mens vaneen” (Matth. 19:6). Deze kennis vormt een bescherming en weerhoudt een gehuwd persoon ervan met verlangende ogen naar anderen van het andere geslacht te kijken en zich aan daden schuldig te maken die het huwelijk zouden verontreinigen. Hij (of zij) weet dat ontrouw in het huwelijk het gezinsgeluk kan ruïneren en zijn verhouding tot God kan verbreken. Als onvermijdelijk gevolg zullen er in ieder geval blijvende littekens op het hart en het leven van elk gezinslid achterblijven.

EEN JUISTE KIJK OP DE UITOEFENING VAN GEZAG IN HET GEZIN BEVORDERT HET GELUK

11. In welk opzicht is de gehuwde man het gezinshoofd?

11 Nu wij deze kijk op eenheid van het echtpaar aanvaard hebben, zien wij vervolgens uit de bijbel dat hoewel het huwelijk een partnerschap is, er toch orde moet bestaan. God heeft hierin voorzien door de man tot het hoofd van het gezin te maken. De man neemt onder beide partners de „eerste rang” in en is beschikbaar om geraadpleegd te worden en verantwoordelijk voor de uiteindelijke beslissing in aangelegenheden die het welzijn van het gezin betreffen. De christelijke apostel Paulus schreef: „De man is het hoofd van zijn vrouw, evenals ook de Christus het hoofd van de gemeente is. . . . Aldus behoren mannen hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief, want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het.” — Ef. 5:23-29.

12. Waarom, volgens Efeziërs 5:29, gebruikt een goede echtgenoot zijn autoriteit niet op een tirannieke wijze, en hoe zal hij derhalve met de leden van zijn gezin omgaan?

12 Een goede echtgenoot, die zich van zijn door God geschonken verantwoordelijkheid bewust is, zal trachten respect in te boezemen, niet louter omdat hij het hoofd is — en zeer beslist niet op grond van de veronderstelling dat hij de „baas” is — maar omdat zijn vrouw één met hem is en hij haar niet wil kwetsen en omdat hij zichzelf (en zijn Schepper) geen slechte naam wil bezorgen als gevolg van een tiranniek gebruik van autoriteit. Hij zal zijn vrouw en de andere leden van het gezin er veeleer toe aanmoedigen zich vrij te voelen hun ideeën, gedachten en gevoelens te uiten. Hij zal ervoor zorgen dat de intermenselijke communicatie intact blijft door zich onmiddellijk en vriendelijk open te stellen voor elk onderwerp of probleem dat hem wordt voorgelegd. Hij zal ook hun gevoelens respecteren, hun mening onpartijdig beoordelen en de gezinsleden binnen de begrenzingen van hun terrein van activiteit in de gezinsregeling een bepaalde mate van autoriteit toekennen.

13, 14. Vermeld, door commentaar te geven op de beschrijving van een „bekwame vrouw” in Spreuken 31, welke verantwoordelijkheid aan haar geschonken kunnen worden.

13 De vrouw heeft bijvoorbeeld in de meeste gevallen de leiding over de huishouding. De bijbel zegt over een „bekwame vrouw”: „Zij heeft [haar man] beloond met het goede, en niet met het kwade.” „Zij heeft wol en linnen gezocht, en zij werkt aan al wat de lust van haar handen is.” „Haar eigenaar is iemand die bekend is in de poorten, wanneer hij neerzit met de [andere] oudere mannen van het land.” „Haar zonen zijn opgestaan en hebben haar vervolgens gelukkig geprezen; haar eigenaar staat op, en hij roemt haar.” — Spr. 31:10, 12, 13, 23, 28.

14 Hieruit blijkt dat aan de vrouw een bepaalde vrijheid geschonken moet worden om de huishouding te besturen. Aangezien zij er blijk van heeft gegeven ijverig te zijn en deze zaken op bekwame wijze te behartigen, zal zíj gewoonlijk degene zijn die zorgt voor de aankleding van het huis, het kopen van voedsel en, misschien, meubilair en nog andere dingen die tot het geluk van het gezin bijdragen. De echtgenoot zal zich hier alleen mee bemoeien wanneer haar plannen of uitgaven onverstandig zijn of de economie of het welzijn van het gezin in gevaar brengen.

15. Wat dient de echtgenoot met betrekking tot een goede echtgenote te erkennen, en welke resultaten werpt dit voor hen af, zoals in Spreuken 31:23, 28 en 1 Korinthiërs 11:7 wordt uiteengezet?

15 Een echtgenoot die waardering bezit, zal nooit vergeten zijn vrouw aan te moedigen, en hij zal haar harde werk en prestaties ten behoeve van het gezin volmondig toegeven. Zijn metgezellen respecteren hem omdat haar goede hoedanigheden een weerspiegeling vormen van de goede leiding die hij als hoofd uitoefent en de liefdevolle aandacht die hij haar schenkt (1 Kor. 11:7). Zowel haar man als haar kinderen spreken bij alle gelegenheden goed over haar. Een goede echtgenoot en een goede echtgenote zullen nooit op de partner ’afgeven’ door tegenover anderen op denigrerende wijze over hem of haar te spreken. Zij deinzen ervoor terug zulk een openbare schande en vernedering over het gezin te brengen.

DE ROL VAN DE VROUW VAN GROOT BELANG VOOR HET GELUK VAN HET GEZIN

16, 17. (a) Betekent de schriftuurlijke onderworpenheid van een gehuwde vrouw slavernij voor haar, of wat houdt het voor haar in? (b) Hoe zal een goede echtgenote handelen in een situatie waarin haar man met betrekking tot een bepaalde gezinsaangelegenheid niet meer met haar eens is?

16 De echtgenote kan er een groot aandeel aan hebben het gezin gelukkig te maken. In de eerste plaats erkent zij de waarheid van de bijbelse raad: „Laten vrouwen onderworpen zijn aan hun man als aan de Heer.” „Ja, evenals de gemeente onderworpen is aan de Christus, zo moeten ook vrouwen het zijn aan hun man, in alles.” „De vrouw . . . moet diepe achting voor haar man hebben” (Ef. 5:22, 24, 33). In plaats dat deze onderworpenheid op slavernij neerkomt, schenkt ze de vrouw in werkelijkheid bevrijding van de zware verantwoordelijkheden die de man, als het hoofd, in de ogen van zowel God als de mensen moet dragen.

17 Een goede echtgenote begrijpt dat zij in een situatie waarin zij wellicht meent dat zij de zaak juist beziet, zich niettemin aan de beslissing van haar man moet onderwerpen als hij de kwestie anders bekijkt. Zij zal niet huichelachtig voorwenden zich te onderwerpen terwijl zij slinkse manieren aanwendt om te trachten de situatie naar haar hand te zetten. Wanneer het christelijke geweten geweld wordt aangedaan, zal een christen natuurlijk in de eerste plaats God gehoorzamen. — Hand. 5:29.

18, 19. (a) Geef commentaar op de uitwerking van een twistzieke vrouw, zoals in Spreuken 27:16 wordt beschreven. (b) Wanneer een van de huwelijkspartners geïrriteerd raakt over wat als koppigheid of lastigheid van de zijde van de ander beschouwd zou kunnen worden, wat dient dan in gedachten gehouden te worden?

18 Een goede echtgenote begrijpt ook dat hoewel haar man volgens de Schrift „niet bitter toornig” op zijn vrouw mag zijn, zij er zorgvuldig op moet toezien dat zij hier geen aanleiding toe geeft (Kol. 3:19). Een rechtgeaarde man zal niet met zijn vrouw over kwesties willen twisten of geweld willen gebruiken om zijn gezag als hoofd te laten gelden. De uitwerking van een niet onderdanige, opvliegende of twistzieke vrouw wordt in Spreuken 27:16 beschreven: „Al wie haar bergt, heeft de wind geborgen, en olie is hetgeen zijn rechterhand ontmoet.” Haar man is gefrustreerd, hij kan haar niet in bedwang houden en haar gebrek aan onderworpenheid wordt, tot schande van het gezin, algemeen bekend.

19 Als gevolg van de menselijke onvolmaaktheid, is het natuurlijk onvermijdelijk dat zich irriterende situaties zullen voordoen. Maar mensen willen in werkelijkheid gelukkig zijn, en het komt zelden voor dat zij er moeite voor doen lastig te zijn. Daarom zullen beide partners, in plaats van vergeldingsmaatregelen te nemen, zelfbeheersing oefenen en woorden spreken waardoor liefde en geluk worden bevorderd.

KINDEREN EEN BRON VAN GELUK

20-22. (a) Wanneer dient de werkelijke opleiding van een kind te beginnen, en waarom? (b) Waarom is zelfs een kleine baby heel goed in staat om gebrek aan liefde of ongerechtigheid aan te voelen, en welke zorg moet derhalve vanaf de tijd van de geboorte van de baby betracht worden?

20 Als kinderen liefde ontvangen, worden erkend en op juiste wijze worden opgeleid, dragen zij veel tot de eenheid en het geluk van het gezin bij. Wanneer dient met een dergelijke opleiding begonnen te worden?

21 Om te beginnen moeten ouders niet de intelligentie van de pasgeboren baby onderschatten. Hij (of zij) is niet een „tweederangs” persoon. Houd in gedachten dat de baby met de goddelijke eigenschappen liefde en gerechtigheid werd geboren. Hij is uitermate intelligent. Alleen ontbreekt het hem aan inlichtingen en ervaringen om in mentaal opzicht volwassen te worden. In tegenstelling tot dieren, die voornamelijk op grond van instinct handelen, moet een menselijke baby bijna alles leren. Daarom neemt hij hongerig alles in zich op wat hij ziet en hoort. De opleiding begint derhalve bij de geboorte, zodat alles wat in aanwezigheid van de baby wordt gezegd en gedaan, opbouwend moet zijn. Hij moet met liefde worden overladen. Terzelfder tijd moet alles wat verkeerd is, op een vriendelijke en zorgzame wijze worden gecorrigeerd. — 2 Tim. 3:15; 1:5.

22 Houd in gedachten dat het kind u in een kleinere uitgave is. Evenmin als u dit prettig zou vinden, wil ook een kind niet dat mensen „babypraat” tegen hem spreken. Het leven is een ernstige zaak en een jong kind wil alles net zo leren doen als de volwassenen het doen. Argeloos als het is, voelt het snel en duidelijk aan wanneer er onrecht, huichelarij of gebrek aan liefde in het spel zijn. Om die reden moeten de hoedanigheden gerechtigheid, liefde, barmhartigheid en andere vruchten van de geest niet met voeten getreden worden wanneer men met een kind omgaat. Ze moeten vanaf het begin bij het kind worden aangekweekt. — Spr. 22:6.

23, 24. (a) Waarom is een bruuske afwijzing van de vragen van het kind of gebrek aan belangstelling voor wat het kind doet, een verpletterende slag? (b) Als een ouder geen onmiddellijke aandacht kan schenken, wat dient hij (of zij) dan te doen?

23 Later zal het kind met grote ogen naar u toe komen om een vraag te stellen of u enthousiast te laten zien wat hij heeft ontdekt. Als u zich van hem afmaakt door te zeggen: „Val me nu niet lastig”, is hij verslagen. U, degene op wie hij zo vertrouwde, bent in gebreke gebleven aan zijn verwachtingen te voldoen. Hij zal misschien niets zeggen, maar er is een blijvend litteken ontstaan en er begint zich een barrière te vormen.

24 Maar wat te doen als u het op dat moment echt te druk hebt? Leg vriendelijk uit, net zoals u dat tegen een volwassene zou doen, waarom u er nu niet de tijd voor kunt nemen, maar dat u later aandacht aan de kwestie zult schenken. Zorg er dan beslist voor dat u dit zo spoedig mogelijk doet. Wanneer het kind op liefdevolle wijze wordt behandeld, kan het erin geoefend worden te beseffen dat er voor bepaalde dingen passende tijden zijn.

25, 26. Is het nuttig met een kind te redeneren, zelfs als hij een verkeerd verlangen of een verkeerde houding ten toon spreidt?

25 Van jongs af aan willen kinderen de redenen voor dingen weten. Enige tijd geleden werden tijdens een populaire televisieshow een groep middelbare scholieren en ouders geïnterviewd. De schrijver van een boek over ouder-kindverhoudingen was hierbij aanwezig. Toen een werkelijke situatie werd gedemonstreerd waarin de ouder met zijn opgroeiende kind redeneerde waarom hij Nee moest zeggen op het verzoek van de tiener, zei de schrijver tot de ouder: „Ik ben het niet met u eens. Ik zou alleen maar zeggen: ’Nee, ik kan het je niet toestaan.’” Hierop stond de groep jongeren bijna als één persoon op om hun afkeuring kenbaar te maken. Zij zeiden: „Wij willen redenen horen, niet alleen maar geboden.” Door met jonge mensen te redeneren, draagt men ertoe bij dat de onderlinge communicatie in stand gehouden wordt.

26 Mocht een ouder het moeilijk vinden met zijn kinderen te redeneren, dan kan hij hierbij geen betere handleiding volgen dan dat wat in het boek Spreuken staat, vooral de eerste zeven hoofdstukken, waarin de raad wordt vermeld van een godvrezende vader aan zijn zoon.

SAMENVATTING

27. (a) Overeenkomstig welke maatstaven zal een echtgenoot zijn gezag als hoofd uitoefenen? (b) Waarom vormt het voor een vrouw een schitterend compliment wanneer zij een ’dochter van Sara’ wordt genoemd, zoals Petrus in 1 Petrus 3:6 zegt?

27 Aangezien God de Ontwerper van de gezinsregeling is en aangezien de mens naar het beeld van God werd geschapen, zal een goede echtgenoot dus de goddelijke eigenschappen, verlangens en gevoelens van de leden van zijn gezin erkennen. In navolging van God en Christus oefent hij gezag als hoofd uit. Hij geeft er blijk van het Goddelijke Gezag dat ten aanzien van hem wordt uitgeoefend te erkennen en hij gaat zijn gezin erin voor bovenal dat Gezag te erkennen (1 Kor. 11:3). Vrouwen die dit beginsel erkennen, volgen het voorbeeld van Sara, Rebekka en andere getrouwe vrouwen die God dienden. Een echtgenote zou geen mooier compliment kunnen ontvangen dan een ware ’dochter van Sara’ genoemd te worden. — 1 Petr. 3:5, 6.

28, 29. Waarom is streng onderricht noodzakelijk en heilzaam? (Hebr. 12:9-11)

28 In een gelukkig gezin zullen liefde en vriendelijkheid de boventoon voeren, maar streng onderricht zal niet over het hoofd gezien worden, want wij hebben allen oefening nodig, vooral omdat wij onvolmaakte zondaars zijn (Hebr. 12:9-11). Het „strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah” vormen de basis van de opleiding van kinderen (Ef. 6:4). Dit omvat dat men met hen moet redeneren, in plaats dat men willekeurig te werk gaat. Ook is het geven van een goed voorbeeld hierbij betrokken — een ouder prent de gezinsleden liefde in voor God door hun te tonen dat hij God van ganser harte liefheeft.

29 Als iedereen in het gezin de anderen behandelt zoals God hem behandelt, zal er beslist een gelukkig gezinsleven zijn.

[Illustratie op blz. 40]

Ouders dienen elke gelegenheid aan te grijpen om zich ervan te vergewissen dat hun kinderen de waarheid kennen over het werk van Gods handen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen