Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w77 1/1 blz. 13-18
  • Dag en nacht heilige dienst verrichten

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Dag en nacht heilige dienst verrichten
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ONZE HELE LEVENSWANDEL EEN „HEILIGE DIENST”
  • De schat van heilige dienst waarderen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Heilige dienst in deze „tijd van het einde”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
  • Christenen putten geluk uit het verrichten van dienst
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
w77 1/1 blz. 13-18

Dag en nacht heilige dienst verrichten

„God, voor wie ik met mijn geest heilige dienst verricht in verband met het goede nieuws omtrent zijn Zoon.” — Rom. 1:9.

1, 2. Hoe toont de bijbel aan dat er bij onze „heilige dienst” voor God offers betrokken zijn?

ER WORDT van dienstknechten van God thans niet verlangd dat zij slachtoffers brengen overeenkomstig het Wetsverbond, dat door Christus Jezus werd vervuld en dat God daarom uit de weg heeft geruimd. Er zijn echter wel offers die een essentieel onderdeel vormen van onze „heilige dienst”. Welke zijn dat?

2 Paulus, de apostel van Christus Jezus, maakt ons dit duidelijk in Hebreeën 13:15, 16. Na gesproken te hebben over de „heilige dienst” die in de tabernakel door de priester van Israël werd verricht en hoe dit in Jezus werd vervuld, zegt Paulus: „Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken.”

3. Wat wordt er op grond van Paulus’ geïnspireerde woorden in Hebreeën 13:15 van ons verlangd?

3 Wat betekent dit voor ons? Het betekent dat wij de waarheid over Jehovah God en over het goede nieuws van zijn Koninkrijk vrijuit moeten willen bekendmaken. En wij dienen dit niet zo nu en dan te doen, zo af en toe eens, alleen in het weekend of op vergaderavonden, maar, zoals de apostel zegt, „altijd” — elke dag opnieuw, dag en nacht, door op gelegenheden uit te zijn om dit te doen.

4. Wordt onze „heilige dienst” alleen met onze lippen verricht? (1 Joh. 3:18)

4 Betekent dit dat onze „heilige dienst” geheel en al een kwestie van praten is? Neen, want na over het „slachtoffer van lof” gesproken te hebben, beschrijft de apostel vervolgens andere offers die God van ons verlangt. Hij zegt in 13 vers 16: „Vergeet bovendien niet goed te doen en anderen met u te laten delen, want zulke slachtoffers zijn God welgevallig.” Ja, onze „heilige dienst” moet evenwichtig zijn, woorden van lof aan God moeten in evenwicht zijn met daden, met ’goeddoen, waarbij wij anderen met ons laten delen’.

5. (a) Hoe kan ons gehele leven getuigenis afleggen van het goede nieuws? (b) Welke uitwerking zal dit op anderen in onze omgeving hebben?

5 Net als Jezus wensen wij dus dat ons hele leven een getuigenis voor de waarheid is. Het is natuurlijk waar dat wij niet net als Jezus wonderen kunnen verrichten om mensen te helpen, maar ons voortreffelijke gedrag en onze eerlijkheid, oprechtheid en behulpzaamheid tegenover mensen wanneer wij kunnen en met wat wij hebben, zijn even acceptabel. Wij kunnen doen waartoe Galáten 6:10 aanspoort: „Laten wij daarom dus, zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is, het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof.” Door zo te handelen, leggen wij een ondergrond voor mensen die hun oren voor de waarheid openen. Wij moeten dus niet nalaten het goede nieuws vrijuit, vrijmoedig, ’uit de overvloed van ons hart’, aan allen bekend te maken. Hoe zullen mensen die onze goede werken en onze voortreffelijke levenswijze gadeslaan, anders werkelijk geholpen worden? Wij moeten mensen doen weten dat het het goede nieuws van God is dat ons ertoe bewogen heeft de goede werken te doen (Matth. 5:16; 12:34, 35). Dan zullen zij zien dat de mogelijkheid bestaat net zoals wij te worden, indien ook zij het goede nieuws te weten komen. Tenzij wij zowèl de voortreffelijke, nuttige en vriendelijke werken hebben, samen met een goed gedrag, àls ook het „slachtoffer van lof . . ., namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken”, verrichten wij niet ten volle „heilige dienst” voor God. — Hebr. 13:15.

6. Wat wordt er derhalve van ons verlangd, wil onze „heilige dienst” volledig zijn?

6 Uit Jezus’ voorbeeld en dat van de apostelen blijkt dus duidelijk dat onze „heilige dienst” niet geheel en al een kwestie is van het veranderen van onze persoonlijkheid en het doen van goede dingen. Dit is een onderdeel, de basis, van onze dienst, waaraan wij het slachtoffer van lof toevoegen (Ps. 106:12). Onze „heilige dienst” kan niet volledig zijn tenzij wij overeenkomstig het goede nieuws leven en het tevens bekendmaken.

7. Wie bepaalt hoeveel tijd wij aan de verschillende offers besteden die onze „heilige dienst” vormen?

7 Wij allen kunnen er thans blijk van geven tot degenen te behoren die dag en nacht „heilige dienst” voor God verrichten. Jehovah God heeft geen wetboek voor ons opgesteld waarin wordt bepaald hoeveel tijd wij precies aan het brengen van het lofoffer moeten besteden (behalve dat hij „altijd” zegt) of hoeveel aan de andere offers die God welgevallig zijn. Wij moeten daarin zelf ons evenwicht vinden. Maar al deze offers — de vrucht van onze lippen door zijn naam in het openbaar bekend te maken èn het goeddoen en anderen met ons te laten delen — ze moeten alle aanwezig zijn en een plaats in ons leven hebben, in de uren dat het dag is en in de avonduren. — Vergelijk Handelingen 26:7.

8. Welk voorbeeld van „nacht en dag”-dienst heeft Jezus ons verschaft? (Mark. 1:35; Luk. 6:12)

8 Bij Jezus leefde het goede nieuws in zijn hart, hij mediteerde erover en dacht erover na hoe hij de boodschap tot de mensen kon laten doordringen. Hij stond altijd klaar, „nacht en dag”, om het goede nieuws te vertellen, zelfs als hij erg moe was. Hij was altijd vol ijver om de waarheid bekend te maken (Joh. 2:17). Bedenk eens hoe hij sprak met een vrouw, een Samaritaanse, die volgens de joden niet het peil bezat om heilige dingen te kunnen begrijpen (Joh. 4:7-26). Maar Jezus veroordeelde de vrouw niet, hoewel hij ook wist dat zij een immoreel leven leidde. Zijn getuigenis tot haar leidde tot een geweldige, wijdverbreide bekendmaking van Gods naam en voornemen. — Joh. 4:39-42.

ONZE HELE LEVENSWANDEL EEN „HEILIGE DIENST”

9. Wat omvat „heilige dienst” in wezen, en hoe blijkt dit uit de geïnspireerde geschriften van Paulus? (Kol. 3:17)

9 „Heilige dienst” is dus niet iets wat slechts een deel van ons leven in beslag neemt. Het is niet beperkt tot slechts één activiteit of een bepaald aantal activiteiten, maar elk aspect van ons dagelijks leven is erbij betrokken. Het komt er om kort te gaan op neer dat wij ’alles doen als voor Jehovah, of wij nu eten of drinken of wat maar ook doen’ (1 Kor. 10:31). De apostel laat zien hoe allesomvattend deze dienst moet zijn als hij in Romeinen 12:1, 2 zegt: „Dientengevolge verzoek ik u dringend, broeders, bij de meedogendheden Gods, uw lichaam aan te bieden als een slachtoffer dat levend, heilig en aan God welgevallig is, een heilige dienst met uw denkvermogen. En wordt niet langer naar dit samenstel van dingen gevormd.”a

10. (a) Waardoor wordt bepaald of een bepaalde activiteit een onderdeel vormt van onze „heilige dienst”? (b) Tot het verrichten van welke „nacht en dag”-dienst maant Gods Woord ouders aan, en hoe dienen zij dit te bezien?

10 Er is veel bij betrokken, maar het doel dat u nastreeft en de drijfveer van uw hart zijn sleutelfactoren bij het bepalen of wat u doet werkelijk „heilige dienst” is of niet. Zo zijn er onder ons bijvoorbeeld veel ouders. Een deel, en in feite een groot deel van uw „heilige dienst” voor God heeft betrekking op uw kinderen. Psalm 127:3 zegt dat zij „een erfdeel van Jehovah” zijn. Zorgt u voor dat erfdeel als voor hem en tot zijn heerlijkheid? Ook dat is een „nacht-en-dag”-onderdeel van uw dienst, want Gods Woord wijst erop dat ouders hun kinderen Gods voortreffelijke beginselen moeten inscherpen vanaf de tijd dat zij opstaan tot de tijd dat zij gaan slapen (Deut. 6:4-9). Iets fundamenteels hierbij is de bijbel met hen te bestuderen. Maar een ouder mag niet bij zichzelf zeggen: ’Ik heb éénmaal per week een bijbelstudie met mijn kinderen, net als met andere mensen. Dat is voor hen dus voldoende om te weten wat juist is en zich aan bijbelse beginselen te houden.’ Dat is gewoon niet waar. Denk eraan dat de bijbel zegt dat kinderen van een gelovige ouder door God als „heilig” worden beschouwd (1 Kor. 7:14). Hoe zou u iets behandelen dat aan uw zorg was toevertrouwd en waarvan u wist dat het in Gods ogen heilig was? Zou u het niet elke dag, dag en nacht, uiterst zorgvuldig bewaken?

11. Waarom kunnen ouders dit aspect van „heilige dienst” niet veronachtzamen?

11 Wat u nu doet om uw kinderen te onderwijzen en streng te onderrichten, kan heel goed hun redding zijn. Mocht u aan de andere kant nu laks zijn, dan zult u hen verliezen. Dat wil zeggen dat er plotseling een tijd kan komen — voordat u het weet — dat uw woorden tot dovemans oren gericht zullen zijn. De wereld zal meer invloed op hen hebben dan u. Hoe zal God dan de manier beschouwen waarop u gehandeld hebt met eigendommen die in zijn ogen heilig waren?

12, 13. (a) Hoe kunnen ouders de vermaning in Deuteronomium 6:4-9 op verstandige en doeltreffende wijze ten uitvoer brengen? (b) Waarom zullen christelijke ouders meer willen dan slechts een „goed kind” van werelds standpunt uit bezien? (Spr. 3:1-4)

12 De kinderen de hele dag Gods Woord inprenten, wil niet zeggen constant tot hen prediken. Het vereist dat u door uw voorbeeld duidelijk maakt wat Gods waarheid allemaal inhoudt, door uw dagelijks leven en uw gesprekken. Bij elke gelegenheid — zowel door uw liefdevolle, nauwe verhouding tot hen als door uw vriendelijke, intieme omgang en een onbelemmerde communicatie — kunt u hen helpen waardering te krijgen voor Jehovah God, zijn wijsheid, zijn liefde en de juistheid van zijn wegen. Luister naar hen, redeneer met hen. Wanneer u hun instructies geeft of hun taken opdraagt, of als u hen streng onderricht, maak dan duidelijk waarom dit wordt gedaan, en verklaar de goede resultaten van gehoorzaamheid aan u als ouder en, dientengevolge, van gehoorzaamheid aan God als het Hoofd over allen.

13 U kunt niet gewoon proberen een „goed kind” te hebben in de zin waarin de wereld die uitdrukking bezigt. Natuurlijk wilt u dat uw kind goedgemanierd, eerbiedig, eerlijk en attent voor anderen is. Maar u wilt dat uw kind zo is omdat hij of zij bovenal Jehovah God heeft leren kennen en liefhebben. Wil de manier waarop u uw kind grootbrengt, verschillen van de opvoeding die de jeugd van de wereld ontvangt, en wil het werkelijk een „heilige dienst” zijn, dan moeten de geest en het hart van het kind op Jehovah worden gericht, zodat hij of zij een lofprijzer van Jehovah wordt. — Ps. 148:12, 13.

14. Hoe kunnen gehuwde mannen en vrouwen „heilige dienst” verrichten door middel van de huwelijksregeling?

14 Gehuwde mannen en vrouwen kunnen „heilige dienst” verrichten door hun huwelijk tot een succes te maken en ervoor te zorgen dat het Gods instelling van het huwelijk tot eer strekt. Een man of een vrouw is soms heel vriendelijk en aardig tegen anderen, verdraagt geduldig fouten of ondergaat zelfs smaad en beledigingen van hen zonder iets terug te doen. Maar wanneer het om de huwelijkspartner gaat, is een man of een vrouw soms vlug kwaad en zoekt hij of zij bij alles wat de partner zegt ’er iets achter’, met een lichtgeraakte houding, zoekend naar een gelegenheid om aanmerkingen te maken. Het kan ook zijn dat het echtpaar alle communicatie met elkaar heeft verbroken. Ongeacht welke andere dingen iemand die getrouwd is doet, hij of zij verricht niet ten volle aanvaardbare „heilige dienst” voor God als hij of zij het heilige huwelijksverbond negeert. — Ef. 5:22-25, 29.

15. Welke krachtige bijdrage kan een huisvrouw tot de verbreiding van het goede nieuws in haar omgeving leveren?

15 Huisvrouwen hebben een schitterende gelegenheid om aanvaardbare „heilige dienst” voor God te verrichten. Tot hun voortreffelijke werken die anderen kunnen zien, zal stellig het netjes en schoon houden van het huis behoren, en het verzorgen van het eten en de kleding van het gezin. Want wat valt anderen meer op dan iemands huis? De gastvrijheid van een vrouw, haar bereidheid haar buren te helpen en vooral haar bereidwilligheid ’zich uit te sloven’ om andere zusters in de gemeente te helpen, in welk opzicht dit ook maar nodig mocht zijn — dat zijn offers die God behagen. Wanneer mensen deze dingen over haar weten, zal haar openbare bekendmaking van het goede nieuws in het gemeentegebied een krachtiger uitwerking hebben. — Hand. 9:36-41; Tit. 2:4, 5.

16. Hoe kunnen kinderen en jongeren elke dag met voortreffelijke resultaten „heilige dienst” voor God verrichten?

16 Indien de kinderen in het gezin zich erom bekommeren „heilige dienst” voor Jehovah te verrichten, kunnen zij respect voor hun vader tonen en hun moeder helpen God te eren door hen te helpen het huis ordelijk en schoon te houden. En als ouders niet in de waarheid zijn, kunnen de kinderen in dit opzicht veel doen om te maken dat de ouders God eren. Hun gedrag tegenover medeleerlingen, respect voor onderwijzers, anderen over het goede nieuws vertellen wanneer de gelegenheid zich voordoet en nauw samenwerken met de gemeente in de activiteiten in de Koninkrijkszaal en een aandeel hebben aan de velddienst, zijn zeker dingen die God als „heilige dienst” voor hem beschouwt (Spr. 20:11; Tit. 2:6-8). Een goede test voor je dienst, of het werkelijk „heilige dienst” is of niet, is deze vraag die je jezelf zou kunnen stellen: ’Neem ik deel aan de velddienst, waarbij ik misschien bijbelse lectuur naar anderen breng?’ Dat is prijzenswaardig. Maar stel jezelf nu ook de volgende vraag: ’Hoe is mijn gedrag op school en elders? Doe ik wat wereldse jongeren doen? Of houd ik in gedachten dat ik dag en nacht „heilige dienst” voor Jehovah moet verrichten?’ Evenals anderen kun je door je dagelijkse gedrag en voortreffelijke houding veel doen om mensen voor het goede nieuws te interesseren.

17. Welke speciale dienst wordt er van ouderlingen verlangd?

17 Ook van christelijke ouderlingen wordt verwacht dat zij dag en nacht dienen. Een deel van uw „heilige dienst” wordt ten behoeve van uw broeders verricht, om in hun geestelijke behoeften te voorzien. Tot de ouderlingen van de gemeente in Éfeze kon de apostel Paulus zeggen: „Blijft daarom wakker en houdt in gedachten dat ik drie jaar lang, nacht en dag, niet heb opgehouden een ieder van u onder tranen te vermanen” (Hand. 20:31). Uw broeders hebben in deze tijd uw hulp niet minder nodig dan de broeders in Éfeze destijds in de eerste eeuw hulp nodig hadden.

18-21. (a) Waarin bestond Paulus’ dag en nacht verrichte „heilige dienst”? (b) Waarom kon zijn wereldse werk tot een onderdeel van zijn „heilige dienst” voor God gerekend worden, en welke les kunnen wij hieruit leren?

18 Kunt u hetzelfde doen als Paulus, dag en nacht dienen? Paulus’ woorden betekenen niet noodzakelijkerwijs dat hij elke minuut sprak of predikte. Neen, want in Handelingen 20:34 vermeldt hij vervolgens hoe hij met zijn eigen handen werkte en werelds werk deed om in de stoffelijke behoeften van zichzelf en van degenen die met hem samenwerkten, te voorzien. Toen hij aan de Thessalonicenzen schreef, zei hij zelfs: „Stellig herinnert gij u onze arbeid en ons zwoegen, broeders. Door nacht en dag te werken, ten einde niemand van u een dure last op te leggen, hebben wij het goede nieuws van God tot u gepredikt.” — 1 Thess. 2:9.

19 Ja, Paulus was soms niet slechts overdag maar ook ’s avonds met werelds werk bezig, zoals het maken van tenten. Het is echter belangrijk dat wij ons afvragen: Waarom deed hij dat? Was het om materialistische redenen of wegens een verlangen naar luxe? Neen, want zoals hij zelf zegt, was het om zijn broeders geen „dure last op te leggen”. Hij gaf hierin het voorbeeld, zodat niemand hem ervan kon beschuldigen een makkelijk leventje te leiden dank zij de financiële steun van degenen aan wie hij het goede nieuws bekend maakte. Omdat zijn beweegreden en doel waren, de waarheid te bevorderen en in de geest van degenen die hij diende, elk struikelblok uit de weg te ruimen, kan er van hem worden gezegd dat hij zelfs in de uren die hij aan werelds werk besteedde, bezig was met het dienen van God. Maar als zijn beweegreden nu zelfzuchtig was geweest, als hij niet alle dingen als voor Jehovah en ter bevordering van de Koninkrijksbelangen had gedaan? Dan zou zijn werk in niets verschild hebben van elk ander werelds werk. Het zou geen „heilige dienst” zijn geweest.

20 Daar Paulus echter een rein geweten had en zijn werelds werk met de juiste beweegreden verrichtte, kon hij dit deel van zijn „heilige dienst” voor God in overeenstemming brengen met zijn door God geschonken opdracht door met grote vrijmoedigheid en ijver het goede nieuws te prediken. En die „heilige dienst” werd door God rijkelijk gezegend. Het is zoals Paulus in onze thematekst zei: „God, voor wie ik met mijn geest heilige dienst verricht in verband met [wat? met] het goede nieuws omtrent zijn Zoon” (Rom. 1:9). De vèrstrekkende resultaten van Paulus’ trouwe krachtsinspanningen om „heilige dienst” voor God te verrichten, doen ons allemaal inderdaad versteld staan.

21 Een ieder van ons moet zich daarom afvragen: Hoe bezie ik mijn werk en wat streef ik na? Het enige redelijke antwoord treffen wij aan in de raad die de apostel aan de jongeman Timótheüs gaf: „Oefen u . . . met godvruchtige toewijding als uw doel. Want . . . godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven.” — 1 Tim. 4:7, 8; Joh. 6:27.

22. Welke tweeledige doel bereiken wij door middel van onze godvruchtige toewijding?

22 Ja, het voornaamste doel van onze godvruchtige toewijding is, „heilige dienst” voor Jehovah te verrichten en zijn naam te eren, en daardoor anderen te helpen inzien wat voor soort van God hij is en in een intieme verhouding tot hem te komen. Door dit te doen, leiden wij echter ook nu, in deze tijd, een gelukkiger leven. En het betekent „het toekomende leven”, niet alleen voor ons, maar ook voor ons gezin en voor allen die door ons gedrag en onze prediking van het goede nieuws beïnvloed worden.

23, 24. Wat moedigt ons ertoe aan onszelf met betrekking tot de echtheid van onze „heilige dienst” te blijven beproeven?

23 Met betrekking tot „het toekomende leven”, en nog meer, de gelegenheid een onafgebroken levensduur te hebben van nu aan tot in alle eeuwigheid, is het visioen dat de apostel Johannes kreeg van de grote schare overlevenden een van de grootste aanmoedigingen om te ’blijven beproeven of wij in het geloof zijn’ en na te gaan of wij werkelijk ten volle „heilige dienst” verrichten (2 Kor. 13:5). Ja, God houdt ons de bekronende hoop voor, deel uit te maken van die grote en ongetelde menigte, die hij levend door de komende grote verdrukking heen zal brengen en zijn rechtvaardige nieuwe ordening zal binnenvoeren.

24 Wat een geweldig vooruitzicht wordt ons voor ogen gesteld wegens het doen van wat juist is, iets wat redelijk is en bijzonder aangenaam! Ja, iedereen op aarde zal spoedig „heilige dienst” voor God verrichten, en wat een waar paradijs zal de aarde dan zijn! — Openb. 22:1-3.

25. Wat moeten wij nu reeds doen om de naderende grote verdrukking te overleven?

25 Willen wij tot degenen behoren die tijdens de grote verdrukking aan de vernietiging ontkomen, dan moeten wij nú doen wat Johannes de grote schare zag doen nadat de verdrukking voorbij was. Zij riepen „met een luide stem . . ., zeggende: ’Redding hebben wij te danken aan onze God, die op de troon is gezeten, en aan het Lam’” (Openb. 7:10). Niet aarzelend, niet onzeker, maar als met een „luide stem”, aangedreven door vertrouwen en door innige liefde en algehele toewijding — zó willen wij de naam van Jehovah God en alle grootse dingen die deze naam vertegenwoordigt en al de heerlijke beloften waar die naam borg voor staat, in het openbaar bekendmaken. Wij willen Jehovah en zijn Zoon ’altijd’ loven, tegenover elkaar bij ons thuis, op onze vergaderingen, en tegenover allen die willen luisteren, daar waar wij wonen of waar wij ook zijn. En indien wij dit doen, zullen alle hemelse legerscharen, die „altijd het aangezicht aanschouwen van [Christus’] Vader”, ons alle steun verlenen en „Amen” zeggen op onze verkondiging van het goede nieuws als een speciaal aangeduid onderdeel van onze oprechte „heilige dienst” voor God. — Matth. 18:10; Openb. 7:12.

26. Wat zet duizenden personen over de hele aarde ertoe aan Jehovah in deze tijd te zoeken, en welke reden tot verheuging schenkt dit ons?

26 De „heilige dienst” die Jehovah’s volk verricht, trekt thans duizenden mensen tot hem. Zij zien de liefdevolle en behulpzame houding, de reinheid, de onvervalste rechtschapenheid en de vreedzaamheid van Jehovah’s Getuigen. Dan horen zij het goede nieuws dat Gods dienstknechten ijverig bekendmaken en voelen zij zich gedwongen ernaar te luisteren. Zo wordt Jehovah God thans verheerlijkt en zal hij alsnog overal op aarde met grotere luister worden verheerlijkt doordat hij op ontzagwekkende schaal geprezen zal worden door de dankbare overlevenden van de verdrukking — dit alles als het voortreffelijke, gelukkige resultaat van het werkelijk verrichten van „heilige dienst” voor God, dag en nacht.

[Voetnoten]

a In de Theological Dictionary of the New Testament wordt als volgt commentaar gegeven op het gebruik van het werkwoord latreuein (heilige dienst verrichten): „Het gebruik van latreuein in ruime zin voor het gehele gedrag van de rechtvaardige tegenover God wordt het eerst in Lk. 1:74 aangetroffen.” „. . . in Fil. 3:3 treffen wij latreuein opnieuw in een ruime, metafysische betekenis aan, waarin dit woord het geheel van het christelijk bestaan omvat.” — Deel IV, blz. 63, 64.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen