Het getuigenis van de schepping over de God met een voornemen
VEEL dingen vormen voor ons mensen een vraagteken — vooral het hoe en het waarom van de dingen — in het universum om ons heen, in verband met het leven in het algemeen en in verband met ons eigen leven en onze eigen toekomst. Hoe? en Waarom? vormen twee belangrijke vragen.
Het Hoe? kan gedeeltelijk door intelligente personen beantwoord worden. Op het terrein van de natuurwetenschappen en de geneeskunde zijn veel conclusies bereikt over hoe de dingen werkzaam zijn. Aan de andere kant wordt hierdoor weinig of geen antwoord gegeven met betrekking tot het waarom ervan.
Voor ons mentale en geestelijke welzijn hebben wij het antwoord op het waarom echter nog meer nodig dan op het hoe. Waarom is de aarde zo goed toegerust om het leven in stand te houden? Waarom is er zo’n onderlinge afhankelijkheid tussen het planten- en het dierenrijk, zodat elk zijn plaats inneemt voor het welzijn van de rest? Waarom heeft de wetenschap, aangezien ze deze feiten erkent, ons geen antwoord gegeven op de vraag: Heeft dit alles een doel, en Waarom zijn wij hier?
Ons bestaan hier moet een doel hebben. Een korte blik op enkele van de dingen om ons heen dient een nadenkend persoon er reeds van te overtuigen dat wij ons niet in een doelloze, toevallige situatie bevinden welke uitsluitend door blinde krachten wordt bestuurd.
DE GROEI VAN BOMEN WIJST OP EEN DOEL
Beschouwt u bijvoorbeeld eens de bomen. Evenals al het andere dat leeft, zijn bomen uit cellen samengesteld. Voor de groei van een boom moeten de cellen zich delen, te beginnen met de eerste cellen in het bevruchte zaad. In een groeiende boom bevindt zich tussen hout en bast een cellaag die het „cambium” wordt genoemd en uit „moeder”-cellen is samengesteld. De cellen van het één cellaag dikke cambium zijn alle precies aan elkaar gelijk en ze veroorzaken de celdeling die voor de diktegroei van de boom verantwoordelijk is. Een bepaald deel van de „dochter”-cellen die door de deling van de „moeder”-cellen worden voortgebracht, moet het hout van de boom vormen, en een veel kleiner deel van de cellen vormt de bast. Er is duidelijk een kenmerkend verschil tussen deze twee soorten van cellen, houtcellen en bastcellen. Tijdens de celdeling brengen de cambiumcellen veel meer houtcellen dan bastcellen voort, omdat er vanzelfsprekend meer hout dan bast aan een boom is. Aldus wordt de juiste verhouding in stand gehouden en groeit de boom naar behoren op. Elk van de miljoenen „moeder”-cellen produceert altijd in precies de benodigde verhouding bast- en houtcellen.
Wij weten vanzelfsprekend dat noch de boom noch de cellen ervan, verstand bezitten. De boom weet niet dat hij meer hout dan bast nodig heeft of dat er overeenkomstige bomen bestaan. Hij begrijpt niet dat hij te zamen met alle andere bomen een functionele plaats in de bosecologie inneemt, zodat hij zich op juiste wijze moet ontwikkelen. Als gevolg van welke factoren brengt een boom de cellen die hij nodig heeft in precies de juiste verhouding voort?
In dit geval is het hoe onbekend. Het waarom kan echter wel bekend zijn, mits wij erkennen dat het leven op aarde een doel heeft en dat er achter dit alles een Meesterintelligentie schuilt. Wij kunnen de reden inzien voor schaduwbomen, bomen voor de houtproduktie, vruchtbomen, notebomen, enzovoort. Wij weten ook dat bomen veel functies hebben die essentieel zijn voor het leven van de dieren en de mensheid. Als wij echter menen dat alles als gevolg van de werkzaamheid van wilde krachten tot stand is gekomen, is er in werkelijkheid geen waarom.
Zelfs al zou aangenomen kunnen worden dat de cellen van bomen als gevolg van toevallige krachten in precies de juiste verhouding hout- en bastcellen hebben voortgebracht (hoewel de kans dat dit mogelijk is, zo astronomisch klein is dat men deze gevoeglijk kan uitschakelen), hoe „weten” ze dan ook dat ze niet slechts één soort van houtcellen moeten vervaardigen, maar de vele verschillende cellen die nodig zijn om dat wat groeit tot een boom te maken? Veel van deze hout-cellen, die uit de „moeder”-cellen worden gevormd, dienen namelijk voor het vervoer van water of hebben de vorm van lange vezels voor het verlenen van stevigheid aan de boom of voor de opslag van voedingsstoffen. En dit alles gebeurt steeds weer opnieuw, in precies de juiste verhoudingen, en niet slechts één of twee keer, zoals het geval zou zijn als er toeval in het spel was. Dit proces blijft zich gedurende honderden of zelfs duizenden jaren bij dezelfde boom, en ook bij al zijn buren, zonder gebreken voordoen.
Indien er bovendien geen Schepper zou bestaan en er geen duidelijk, verstandelijk doel achter de groei van de boom zou zijn, waarom blijft hij dan onder afwisselende en zelfs ongunstige omstandigheden leven en groeien? Een dier kan naar een andere plaats of een ander gebied trekken, maar een boom moet blijven staan waar hij is uitgesproten. Hij moet van tevoren zo zijn ontworpen dat hij het hoofd kan bieden aan elke situatie die er zou kunnen rijzen. Als een boomzaadje op een heuvelhelling ontspruit of door de wind voortdurend in één richting wordt gebogen, zodat hij niet in een verticale richting groeit, valt hij dan om? Dit zou het geval zijn als hij zonder doel of verstand was ontworpen. Hij valt echter niet om. Hij brengt een abnormaal weefsel of „reactiehout” voort dat poogt de boomstam naar boven te doen krommen, zodat deze niet uit zijn evenwicht raakt.
Sommige bomen trachten deze stabiliteit op de ene manier te bereiken en andere weer op een andere manier. Bij naaldbomen wordt reactiehout aan de onderliggende zijde van de overhangende boom voortgebracht. Dit hout heeft, door de speciale samenstelling ervan een samendrukkende kracht en heeft de neiging de onderliggende zijde van de boom omhoog te drukken opdat de boom recht kan groeien. Bij loofbomen ontwikkelt het reactiehout zich daarentegen aan de bovenliggende zijde. Het heeft een andere samenstelling en heeft trekkracht, zodat het de neiging heeft de boom weer in een rechte stand terug te „trekken”. Heeft de boom eenmaal een verticale stand bereikt, of is hij bijna recht, dan beginnen de „moeder”-cellen in beide gevallen weer uitsluitend normaal hout voort te brengen. Hoe zou iets anders dan een intelligente Ontwerper kunnen weten dat beide methoden hun doel zouden dienen en er vervolgens — om de een of andere reden, ongetwijfeld een deugdelijk en noodzakelijk doel — de voorkeur aan kunnen geven voor elke boomsoort een andere methode te gebruiken?
Wij kunnen moeilijk redelijke personen genoemd worden, die de dingen beredeneren, als wij ons van dit alles met een schouderophalen afmaken en zeggen dat het een proces is dat „van nature”, helemaal uit zichzelf, tot stand is gekomen. Hierdoor wordt het probleem alleen maar omzeild en niet opgelost. Wij weten veeleer dat deze bomen geregeld en voortdurend een wezenlijk en nuttig doel dienen, en een doel moet voortspruiten uit de geest van iemand die het heeft ontworpen. Er moet een brein achter staan die de activiteit van de dingen coördineert, in dit geval de groei van bomen als een integrerend en essentieel onderdeel van de ecologie.
DE MENS DEGENE DIE ER HET MEESTE VOORDEEL VAN TREKT
Laten wij in dit onderzoek naar het doel van het planteleven om de mens tot voordeel te strekken, eens iets verder gaan en onze aandacht richten op bamboe, dat tot de grassen wordt gerekend. Deze stevige, taaie plant, met haar harde, glanzende oppervlak, wordt voor letterlijk honderden doeleinden gebruikt. Bamboespruiten zijn een smakelijke voedselsoort en een bron van enzymen. Bamboehalmen worden gebruikt voor de bouw van huizen, omheiningen en schepen, alsook voor het vervaardigen van waslijnen om er de was aan te drogen. Van bamboe worden ook meubels gemaakt en veel huishoudelijke voorwerpen, met inbegrip van bekers en zelfs messen. De van bamboe gemaakte hengels zijn voor de meesten van ons misschien wel het meest bekend. En bamboepulp en -vezels zijn waardevol voor de papierfabricage, voor het vervaardigen van bepaalde medicijnen en als chemische katalysator.
Of neem de kokospalm. Van de vruchtbolster maakt men touw, matten, manden, borstels en bezems. Kopra, het vruchtvlees van de kokosnoot, wordt benut als voedsel voor mens en dier, als meststof en voor het winnen van kokosolie — dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van zepen, haarmiddelen, wasmiddelen, margarine, plantaardig braad- en bakvet, synthetische rubber, glycerine, remolie en weekmakers voor veiligheidsglas. Welnu, zou een plant zulke eigenschappen bezitten als er geen sprake was van een doel?
Schijnt het u toe dat zulke waardevolle planten toevallig zijn ontstaan, terwijl al deze kenmerken van de plant er zonder enig doel, behalve misschien om de plant zelf in staat te stellen te leven, in tot ontwikkeling zijn gekomen? Of heeft een Schepper haar voortgebracht, opdat de mens van haar voortreffelijke produkten voordeel zou kunnen trekken en ervan zou kunnen genieten?
WIJ MOETEN VERDER GAAN DAN EEN STUDIE VAN DE „NATUUR”
Natuurlijk onthult een bestudering van bomen of andere natuurwonderen niet volledig waarom de Schepper deze dingen heeft gemaakt, maar wij worden hierdoor wel opmerkzaam gemaakt op het feit dat hij een superieure intelligentie bezit en werkelijk God is over zijn gehele schepping. De bijbel drukt dit als volgt uit: „[Gods] onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld af duidelijk gezien, omdat ze worden waargenomen door middel van de dingen die gemaakt zijn, ja, zijn eeuwige kracht en Godheid.” — Rom. 1:20.
Uit een heel korte beschouwing van slechts enkele vormen van planteleven kan een nadenkend persoon opmaken dat hierbij een enorme macht en een weergaloze wijsheid betrokken zijn. Nog belangrijker is echter dat een andere eigenschap, namelijk liefde, sterk op de voorgrond treedt. En die liefde is in de eerste plaats voor de mensheid bedoeld. Bomen, die geen verstand bezitten, en onredelijke dieren trekken hier ook voordeel van, hoewel zij geen waardering kunnen hebben voor de liefdevolle zorg die kenbaar is in de wijze waarop al het geschapene voor het welzijn van de andere scheppingsvormen werkzaam is. Mensen kunnen dit echter wel zien en zij dienen hier waardering voor te hebben. Zij dienen te beseffen dat God dingen heeft geschapen opdat ze dusdanig zouden functioneren dat de mens op aarde zou kunnen leven en van het leven zou kunnen genieten.
Als een voorbeeld van het doel van het geschapene haalt God de regencyclus aan. Hij zegt dat „de stromende regen, en de sneeuw, van de hemel neerdaalt en naar die plaats niet terugkeert, tenzij hij de aarde werkelijk drenkt en haar doet voortbrengen en uitspruiten, en er werkelijk zaad aan de zaaier en brood aan de eter wordt gegeven” (Jes. 55:10). Geleerden kunnen het Hoe van de regen niet ten volle verklaren, maar het Waarom is beslist duidelijk in de wijze waarop regen een uiterst belangrijk doel met betrekking tot de mensheid vervult.
Hoewel het heel goed is dingen zoals deze te bestuderen, omdat ze iemand dichter tot God kunnen brengen, onthullen ze slechts „de zomen van zijn wegen” en vormen ze een „gefluister” van wat God voor iemand is (Job 26:14). Een blik op het geschapene dient ons ertoe aan te sporen verder te gaan ten einde hem te leren kennen en in een goede verhouding tot hem te komen staan. Er zijn veel opwindender, veel bevredigender en veel nuttiger inlichtingen te vinden in Gods eigen openbaring aan ons — de bijbel. Veel ervan is in duidelijke, onomwonden verklaringen geschreven die iedereen onmiddellijk kan begrijpen.
Als wij God erkennen, zal hij ons erkennen. Hij zal ons zijn wegen leren en zal datgene wat hij zich oorspronkelijk had voorgenomen, met betrekking tot ons ten uitvoer brengen. Wat is dat voornemen? Niet alleen dat wij ons thans in het leven verheugen, en daarbij een doel in het leven hebben, maar dat mannen en vrouwen voor eeuwig in volledige harmonie met Hem en met al het geschapene op een verfraaide aarde leven. — Openb. 21:3, 4; Gen. 1:28.
Wij moedigen u ertoe aan de bijbel met een open en onderzoekende geest te beschouwen. De inhoud ervan zal u verbazen en bijzonder aanmoedigen. U zult begrijpen Waarom de toestanden thans zo slecht zijn en Hoe God ze zal oplossen. Jehovah’s Getuigen willen elke zoeker naar waarheid er graag zonder geldelijke vergoeding bij helpen om op een tijd dat het hem of haar schikt, de bijbel te beschouwen.
[Diagram op blz. 4]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
DWARSDOORSNEDE VAN BOOMSTAM
SCHORS beschermt de boom
SPINTHOUT vervoert water van de wortels naar de bladeren
BAST vervoert voedingsstoffen die door de bladeren zijn geproduceerd
KERNHOUT verleent steun aan de boom
[Illustratie op blz. 5]
Een boom die op een heuvelhelling ontspruit, stabiliseert zichzelf door reactiehout voort te brengen, dat ervoor zorgt dat de boom recht omhoog groeit