Inzicht in het nieuws
De bijbel door een gebeurtenis verklaard
● Vorig jaar zijn tijdens de aardbeving in Guatemala zelfs gestorven personen getroffen. Het tijdschrift Time bericht dat „verscheidene treurenden die hun doden in de familiegraven gingen bijzetten, bemerkten dat de kisten van reeds lang gestorven verwanten door de beving waren geopend”. Bij de aardbeving die op Jezus’ dood volgde, gebeurde er in de omgeving van Jeruzalem iets dergelijks. In die tijd werden dode lichamen gewoonlijk in grafkelders geplaatst, of in vertrekken die in de zachte kalkstenen rotsen van de heuvels van Palestina waren uitgehouwen. Een verslag in de bijbel, zoals vertaald door Johannes Greber, zegt dat toen Jezus stierf, „de aarde beefde en de rotsen vaneenspleten. Graven werden opengelegd, en vele lichamen van hen die waren begraven, werden overeind geworpen. In deze houding staken zij uit de graven en werden door velen die op hun terugweg naar de stad voorbij de plaats kwamen, gezien”. Zo schijnen de doden dus, in plaats van een opstanding te hebben gehad, zoals sommige bijbelvertalingen willen suggereren, net als in Guatemala voor voorbijgangers slechts zichtbaar te zijn geworden. — Matth. 27:51-53.
Eraan toevoegen en ervan afnemen
● Na zesentachtig jaar heeft de Mormoonse Kerk onlangs twee geschreven „openbaringen” aan haar geschriften toegevoegd. Beide „openbaringen” stellen mensen die het Evangelie niet gehoord of het verworpen hebben, of die bij hun dood nog te jong waren om ’aansprakelijk gesteld’ te worden, na de dood grotere kansen in het vooruitzicht.
Aan de andere kant zijn de mormoonse „openbaringen” niet zo vriendelijk geweest voor levende zwarte lidmaten als voor dode ongelovigen. Toen een protesterende mormoonse lekehogepriester onlangs zonder hiertoe gemachtigd te zijn een neger ordineerde, verwierpen de kerkelijke autoriteiten de ordinatie, in overeenstemming met hun regel om zwarte leden van het priesterschap buiten te sluiten. Door deze raciale ban blijken zij van de bijbel die zij eveneens aanvaarden, ’af te nemen, want daarin wordt duidelijk geleerd dat er „bij God geen aanneming des persoons is, maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig. . . . Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt”. — Hand. 10:34, 35; 17:26, Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap.