Zij herkenden de waarheid
ZO’N 1900 jaar geleden aanvaardden vele op rechte joodse priesters de waarheid die door de volgelingen van Jezus Christus bekendgemaakt werd. De bijbel vertelt ons: „. . . en een grote schare priesters werd het geloof gehoorzaam” (Hand. 6:7). Ook in deze tijd reageren tal van geestelijken gunstig op de activiteit van Jehovah’s christelijke getuigen.
Een man in een Latijns-Amerikaans land die voor inkopen naar de stad kwam, kreeg lectuur van Jehovah’s getuigen in handen. Hij en zijn gezin hadden er wat moeite mee de lectuur te begrijpen. Dus vroegen zij hun geestelijke van de Pinkstergemeente om uitleg, maar hij kon hen niet helpen. Daarom vroegen zij of een van Jehovah’s getuigen hen kon komen helpen. De Getuige die op hun uitnodiging inging, werd hartelijk verwelkomd door een groep van tweeëntwintig personen, met inbegrip van de geestelijke, die in de kerk waren bijeengekomen. Zij wilden meer omtrent Christus’ wederkomst weten. Na een uur en tien minuten aan de hand van de bijbel over dit onderwerp gesproken te hebben, gaven zij te kennen dat zij het met de uitleg eens waren en dat alles duidelijk was.
De volgende week hield de Getuige de lezing „Wie zijn Jehovah’s getuigen?” Zij die deze lezing bijwoonden, begrepen dat ware christenen dragers van de naam „Jehovah” dienen te zijn. Er werden regelingen getroffen om met behulp van het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt de bijbel te bestuderen. Kort daarna zei de geestelijke dat hij gedoopt wilde worden omdat hij besefte dat zijn vroegere doop geen waarde had. Hij werd in februari 1971 gedoopt en acht voormalige kerkleden hebben er samen met hem een aandeel aan datgene wat zij uit de bijbel geleerd hebben, aan anderen bekend te maken.