Moedig ondanks tegenstand
HOE zou u zich voelen als u in een land woonde waar uw aanbidding van de Schepper bij de wet was verboden? Zou u moedig voor uw geloof uitkomen? Zou u, hoewel u met overleg te werk zou gaan, toch een zeker risico nemen om anderen redenen voor uw op de bijbel gebaseerde hoop te geven? (1 Petr. 3:15) Of zou u uw geloof als u voor een mogelijk verlies van vrijheid kwam te staan, verloochenen? Er zou werkelijk moed voor nodig zijn om datgene te verdedigen waarvan u wist dat het de waarheid was. Deze moed is in recente maanden door velen van Jehovah’s christelijke getuigen aan de dag gelegd.
RIJKE BELONINGEN VOOR HET BETONEN VAN MOED IN WEST-AFRIKA
● Toen een christelijke getuige van Jehovah in Afrika bezig was personen te bezoeken die belangstelling voor de bijbel hadden getoond, zag hij een vrouw naast een politieagent staan. Plotseling riep deze vrouw met luide stem uit: ’Hé! Jehovah’s getuige, waar heb je je aktentas gelaten? Loop je nu stiekem met boekjes in je zakken rond om tot de mensen te prediken?’ Onbevreesd ging de Getuige naar de vrouw en de politieagent toe en vroeg haar: ’Wat heeft een aktentas met het verbieden van Jehovah’s getuigen te maken? Maakten de Getuigen voordat ons werk werd verboden soms gebruik van hun aktentas of van hun mond om van deur tot deur met de mensen te spreken?’
’Wij weten best dat het werk van Jehovah’s getuigen verboden is’, zei de politieagent, ’maar met hun mond prediken zij nog steeds’. Toen de vrouw deze woorden hoorde, ging zij haar huis binnen en liet de Getuige bij de politieagent.
De Getuige stelde toen de volgende vraag: ’Als de hoofdcommissaris van politie u een opdracht gaf en er kwam daarna een hoge militair die u probeerde te dwingen iets anders te doen, wat zou u dan doen?’ ’Ik zou niet met het werk dat de commissaris van politie mij had opgedragen, kunnen ophouden. Ik werk voor de politie, niet voor de militairen’, gaf hij ten antwoord.
In overeenstemming met dit antwoord, legde de Getuige uit dat Jezus Christus, de Zoon van God, de officiële opdracht had gegeven tot het werk dat hij als een van Jehovah’s christelijke getuigen verrichtte. Dit werk is belangrijk omdat alle natiën door rampspoed worden bedreigd. De Getuige legde uit dat hij als christen verplicht was tot zijn naasten te spreken, opdat zij wellicht gered konden worden. Hij verwees naar een bijbelse profetie die aantoont dat de goddeloze zelfs terwijl hij op zijn voeten staat, zou wegrotten. De Getuige legde uit dat hij niet met prediken kon ophouden enkel omdat de president van de republiek het werk van Jehovah’s getuigen had verboden. Als hij er nu mee zou ophouden, kon de president hem dan de beloning van eeuwig leven geven?
Onder de indruk, vroeg de agent hem hoe hij aan een bijbel zou kunnen komen. De Getuige ging onmiddellijk naar een protestantse predikant vlak in de buurt om met het geld dat de agent hem had gegeven een bijbel te kopen. Toen hij terugkwam, wilde de agent weten waar het in de bijbel stond dat de goddeloze terwijl hij nog op zijn voeten staat, zou wegrotten. De Getuige sloeg de bijbel open bij Zacharia 14:12. Toen de agent deze tekst met eigen ogen las, was hij verbaasd.
De Getuige vroeg vervolgens: ’Is de bijbel waaruit u zojuist hebt gelezen van Jehovah’s getuigen?’ ’Neen’, antwoordde de agent. De Getuige stelde nog een andere vraag: ’Heeft de dominee, aangezien hij deze bijbel in zijn kerk heeft en tot u heeft gepreekt, zijn lidmaten dit ooit geleerd?’ Weer antwoordde de agent ’Neen’. De Getuige wees erop dat Jehovah’s getuigen in de hele wereld worden vervolgd omdat zij de waarheid uit de bijbel onderwijzen. Door deze woorden bewogen, vroeg de agent in alle oprechtheid of hij voor Jezus kon werken.
Er werden regelingen getroffen voor een bijbelstudie. Drie maanden later begon deze politieagent de door Jehovah’s christelijke getuigen belegde vergaderingen te bezoeken. Thans verkondigt hij de waarheid van de bijbel aan anderen.
● In hetzelfde land begon een ziekenverpleger de bijbel met Jehovah’s getuigen te bestuderen. Zijn belangstelling was zó groot dat hij verschillende keren per week wilde studeren. Na slechts twee weken studie moest hij echter in een honderdtwintig kilometer verder gelegen plaats gaan werken, waar geen Getuigen waren. Niettemin spoorde zijn waardering voor de bijbelse waarheid hem ertoe aan om, ondanks dat het werk van Jehovah’s christelijke getuigen was verboden van huis tot huis te prediken. Overal ging het nieuws dat iemand een nieuwe religie beoefende. De assistent-prefect die dit ter ore kwam, liet de man op zijn kantoor komen, waar hij hem onder de aandacht bracht dat hij als ziekenverpleger een staatsambtenaar was en zich niet met illegaal werk mocht ophouden.
Rustig antwoordde de man dat zijn werk belangrijk was en dat God er de opdracht toe gegeven had. Hij zou onder geen omstandigheden zijn activiteiten staken.
Boos door het onbevreesde standpunt van de man, stuurde de assistent-prefect een uitgebreid rapport over hem naar zijn superieuren. Wat was het resultaat? Niet de ziekenverpleger maar de assistent-prefect werd overgeplaatst. En de verpleger werd tijdens een bezoek van een van de reizende bedienaren van Jehovah’s getuigen ’s avonds laat gedoopt.
VOLHARDING ONDANKS TEGENSTAND VAN DE FAMILIE
● Het is voor iemand in een land waar zijn aanbidding bij de wet is verboden, niet gemakkelijk Jehovah God getrouw te blijven, vooral niet als er bittere tegenstand van de zijde van de familie is. Dit ondervonden vier vleselijke zusters in een dorp in Hongarije. Drie van de zusters waren christelijke getuigen van Jehovah. De andere had veel belangstelling voor de boodschap van Jehovah’s getuigen, doch trouwde met een man wiens familieleden fijn katholiek waren.
Telkens als deze man zijn verwanten bezocht, stookten zij hem tegen Jehovah’s getuigen op. Na weer zo’n bezoek afgelegd te hebben, zei hij tegen zijn vrouw dat hij niet veel langer de schande zou dragen in een familie te zijn getrouwd die van de goede katholieke religie was afgestapt. Een andere keer haalde hij een touw uit zijn zak en dreigde zelfmoord te zullen plegen. Verschillende andere keren wurgde hij zijn vrouw bijna en eiste dat zij haar religie opgaf. Deze moeilijke situatie duurde twee jaar.
Al die tijd streefden de zusters, die in hetzelfde huis woonden, ernaar christelijke liefde en geduld ten toon te spreiden. Hoewel zij herhaaldelijk onheus werden bejegend, probeerden zij deze man de bijbelse boodschap te vertellen. Zij bleven bidden of hun geduld en liefde vrucht mocht dragen.
Op een avond kwam deze man, na zijn ouders te hebben bezocht, woedend op Jehovah’s getuigen thuis. Met een mes in zijn hand stond hij boven het bed van zijn vrouw en dochtertje en zei: ’Nu is het ogenblik gekomen dat wij met z’n allen moeten sterven.’ ’Als Jehovah het toelaat’, zei zijn vrouw rustig, ’doe dan wat je van plan bent, maar wij zullen de ware aanbidding niet opgeven’. Toen kwamen de andere zusters binnen. Zij begonnen hardop te bidden en riepen Jehovah’s naam aan voor hulp. Toen liet de man de hand die het mes vasthield langzaam langs zijn zij zakken. Na een poosje begon hij rustig te praten. Hij betuigde spijt voor wat er was gebeurd en erkende dat hij niet kon verklaren waarom hij zo had gehandeld.
Kort daarna moest deze man voor een bepaalde tijd naar een andere plaats. Hij zond zijn vrouw dikwijls brieven, waarin hij haar om vergeving vroeg en beloofde bij zijn terugkomst een nieuw leven te beginnen. Zijn beloften waren geen holle frasen. Hij begon de bijbel te bestuderen. Ten slotte werden hij en zijn vrouw gedoopt. Nu helpt hij anderen in te zien dat de levenswijze die hij eens boosaardig had tegengestaan de ware aanbidding is.
HET AANVAARDEN VAN DE WAARHEID VAN DE BIJBEL VEREIST MOED
● Als iemand een grote liefde voor rechtvaardigheid heeft, is hij in staat ondanks vermoedelijke tegenstand een standpunt voor de waarheid van de bijbel in te nemen. Dit was het geval met een ingenieur in Oost-Duitsland. Op een vergadering van de communistische partij vertelde hij zijn medeleden dat hij voor de partij ging bedanken. Toen hem gevraagd werd waarom, antwoordde hij moedig dat hij een van Jehovah’s getuigen werd. Hierop sprong een invloedrijke functionaris op en schreeuwde: ’Dat zult u moeten herhalen voor het districtsbureau; daar zal ik voor zorgen.’
De dag voor de partijvergadering van het districtsbureau — een partijorgaan dat meer invloed heeft dan de politiemacht — brak aan. De ingenieur en zijn gezin waren echter vastbesloten om, wat er ook van zou komen, met hun nieuwe levenswijze door te gaan. Op de plaats van samenkomst zag de ingenieur niet de, man die de actie tegen hem op touw had gezet. Toen hij iemand naast hem hierna vroeg, vertelde men hem: ’Weet u het niet? Hij komt niet. Hij heeft zijn verstand verloren en is gisteren naar een zenuwinrichting gebracht.’ Wat was de ingenieur blij dat hij niet voor de druk van mogelijke tegenstand was gezwicht!
Degenen die hun standpunt voor Jehovah God innemen, zullen stellig gezegend worden. Hoewel er misschien niet altijd een ommekeer komt, hebben zij de diepe voldoening te weten dat zij getrouw aan de opperste Soeverein van het universum zijn gebleken. En Hij kan hen zó overvloedig belonen dat hun lijden daarbij vergeleken in het niet schijnt te verzinken. De apostel Paulus schreef met betrekking tot de hemelse beloning in dit verband: „Ik [ben] van oordeel dat het lijden van de tegenwoordige tijd niets te betekenen heeft in vergelijking met de heerlijkheid die in ons geopenbaard zal worden.” — Rom. 8:18.