„Leraar van onrust” wordt beboet
„Hij die verachtelijke dingen beoefent, haat het licht, en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet bestraft mogen worden” (Joh. 3:20. NW). Deze woorden van Jezus, die zijn gericht tot een religieuze leider van zijn dagen, zijn even toepasselijk voor de hedendaagse religieuze leiders als voor de religieuze leiders uit Jezus’ dagen. Dit toont de volgende ervaring, die is opgedaan door een Koninkrijksverkondiger in Rhodesia, Zuid-Afrika, duidelijk aan:
„Ik moet jullie vertellen van de moeilijkheden die mij overkwamen toen ik op een dag het goede nieuws van het Koninkrijk op de straten bekend maakte. Ik was al een tijdje zeer prettig aan het werken toen er plotseling een Rooms-Katholieke priester naar mij toe kwam en vroeg: ’Wat bent u aan het doen?’ Ik antwoordde dat ik het getuigeniswerk verrichtte tor eer van het koninkrijk van God. Toen zeide hij: ’Jullie getuigen, zijn misleiders.’ Hij werd handtastelijk en begon mij te slaan nam me mijn boeken af en verscheurde ze. Er verzamelde zich een menigte mensen en al spoedig kwam er een blanke politieagent, die vroeg: ’Wat gebeurt hier?’ Enkele mensen uit de menigte vertelden hem dat daar een man van de Wachttoren was. Daarop vroeg de agent aan de priester: ’Wat heeft deze man gedaan?’ De priester vertelde hem dat hij mij zag prediken. Toen vroeg de politieagent mij of ik een van de getuigen van Jehovah was, en toen ik zeide dat ik dat was, vroeg hij naar mijn legitimatiebewijs. Ik liet hem mijn certificaat zien dat uitwees dat ik zowel een bedienaar van het evangelie als een onderwijzer was.
Toen keerde de politieagent zich tot de Rooms-Katholieke priester en zeide: ’Is u ook niet een onderwijzer?’ Toen hij had gezegd dat hij er een was, vroeg de politieagent hem: ’Waarom slaat u dan uw mede-onderwijzer? Wat brengt u er toe zijn boeken te verscheuren? Bent u een leraar van onrust?’ De zaak werd voor de rechtbank gebracht en de priester moest £2.2.6 (ongeveer ƒ 23,00) betalen voor de boeken die hij had vernield.”