De bediening versterken voor het vóór ons liggende werk
WAT geeft een dienstknecht van God de kracht om in de huidige wereld, met alle druk en moeilijkheden waarmee men thans te kampen heeft, een rein en eerlijk leven te blijven leiden? En wat geeft hem bovendien de kracht om naar de huizen van de mensen in zijn omgeving te gaan om zijn geloof aan anderen aan te bevelen en te onderwijzen?
Het is Gods geest, die wordt verkregen door een studie van zijn Woord de bijbel en door vervolgens de daarin opgetekende beginselen in praktijk te brengen. Dit alles maakt deel uit van de bediening van een christen. Er dient voortdurend aandacht aan deze bediening geschonken te worden. Daarom zijn Jehovah’s getuigen er heel ijverig in op vergaderingen bijeen te komen ten einde gezamenlijk de bijbel te bespreken.
Daarom organiseren Jehovah’s getuigen ook drie grote vergaderingen per jaar, waarvan een gewoonlijk een „districts”-vergadering of zelfs een nationale of internationale vergadering is waar duizenden personen bijeenkomen. In de zomer van 1971 bezochten 678.359 personen de „Goddelijke Naam”-vergaderingen in de Verenigde Staten en Canada. Deze vergaderingen werden ook in Europa gehouden, terwijl er voor andere delen van de aarde later congressen op het programma stonden.
DE INTERNE BEDIENING
Een van de belangrijkste doeleinden van de congressen was het versterken van de christelijke bediening. De „interne bediening” ontving speciale aandacht, en er werd een nieuwe zienswijze belicht — een bijbelser kijk op de bediening, vooral zoals die door de apostel Paulus in Eén Korinthiërs hoofdstuk twaalf wordt beschreven, waar hij over de „verscheidenheid van bedieningen” spreekt.
In een lezing waarin de bediening werd besproken, werd aangetoond dat, hoewel de prediking tot „buitenstaanders” en het onderwijzen van hen door middel van huisbijbelstudies belangrijk is, dit slechts een van de vele bedieningen van christenen is. De „interne bediening” omvat bijvoorbeeld de opleiding van iemands eigen gezinsleden, het bezoeken van anderen die ziek of behoeftig zijn, een aandeel hebben aan christelijke vergaderingen en het voorbereiden van lezingen, hetgeen allemaal bedieningen zijn. Het behartigen van andere verantwoordelijkheden in verband met de gemeente en de Koninkrijkszaal en zelfs iemands eerlijke, gewetensvolle gedrag in het voorzien van de behoeften van zijn gezin, zijn bedieningen. Een christen moet in alles wat hij doet, behoedzaam zijn, opdat er geen aanmerkingen op zijn bediening gemaakt kunnen worden.
Uit de opmerkingen die op het congresterrein werden gehoord, blijkt met welk een geest deze lezing de toehoorders vervulde. Een opziener in een gemeente in de stad New York zei: ’Misschien zijn sommigen van Jehovah’s dienstknechten in het verleden al te bezorgd geweest over getallen en het verrichten van diensten op een precies voorgeschreven manier, terwijl de beweegredenen van het hart, een diepe liefde voor Jehovah, het belangrijkste is.’
Een reizende vertegenwoordiger van het Wachttorengenootschap in Florida merkte op: „Een in het oog springend punt was het feit dat het gezin in geestelijk opzicht werd opgebouwd. . . . Soms raken de broeders ontmoedigd omdat zij niet zo veel in de velddienst kunnen doen. . . . Dit zal een geest in de gemeente doen ontstaan dat degenen die niet zoveel in de velddienst kunnen staan als zij wel zouden willen, getrouw zijn door de geestelijke gezindheid van hun gezin op te bouwen. Zij zullen zich niet uitgerangeerd voelen.”
Een andere afgevaardigde verklaarde dat hij er speciaal verrukt over was dat de klemtoon op liefdevolle aanmoediging en herderlijk werk werd gelegd in plaats van op louter berichten. „Er zijn zoveel broeders en zusters van ons”, zo zei hij, „die toch op allerlei manieren geweldig veel bijdragen tot de algehele gezondheid, de geestelijke gezindheid en het welzijn van de gemeente. Het is goed te zien dat hun bediening in deze opzichten een passende erkenning heeft gekregen. De nadruk die erop werd gelegd dat er geen ’speciale’ klasse is maar dat allen broeders zijn, was ook fijn.”
„Ik was blij de spreker te horen uiteenzetten”, zo zei een opziener, „dat wij niet willen zeggen dat onze pioniers [volle-tijdpredikers] meer waard zijn dan de andere leden van de gemeente. Wij hebben fijne broeders en zusters die niet al hun tijd aan de prediking kunnen besteden, net zoals wij fijne pioniers hebben.”
APOSTOLISCHE GEMEENTEN
De lezingen die handelden over de bestuursregeling die in de vroege christelijke gemeente bestond en die de toepassing ervan in deze tijd duidelijk maakten, brachten een enthousiaste reactie voort. Jehovah’s getuigen hebben zij altijd graag willen aanpassen aan de apostolische methode van gemeenteorganisatie en -werkzaamheid in de mate dat zij dit begrepen, en hun geestelijke voorspoed en toename vormen er een bewijs van dat God hen gunstig gezind geweest is.
In de afgelopen jaren heeft de regeling bestaan dat één rijpe man de opziener was, degene die voornamelijk voor het weiden van de gemeente verantwoordelijk was. Andere aangestelde „dienaren” assisteerden hem daarbij.
Een recente studie van de bijbelse, apostolische gemeentestructuur door het bestuurslichaam van Jehovah’s getuigen bracht echter aan het licht dat de gemeenten in één bepaald opzicht een wijziging moesten aanbrengen ten einde meer in overeenstemming te zijn met de bestuursvorm van de eerste-eeuwse gemeenten.
In overeenstemming met dit inzicht werd de congresgangers aan de hand van de bijbel onder de aandacht gebracht dat in apostolische tijden elke gemeente werd bestuurd door middel van een lichaam of groep van oudere, geestelijk rijpe mannen die uit de manlijke leden werden gekozen en aangesteld en die ook opzieners van de gemeente waren. Al dezen hadden dezelfde autoriteit en waren niet slechts assistenten van een man. Elk trad klaarblijkelijk op zijn beurt als voorzitter op maar wanneer hij in die hoedanigheid dienst verrichtte, was hij niet de opziener. Deze regeling had tot gevolg dat de verantwoordelijkheid werd gespreid en dat er een evenwichtiger bestuursregeling voor de gemeenten werd verschaft.
Hoe werd dit opmerkelijke bijbelse organisatorische beginsel door de bijeengekomen menigten ontvangen?
Wel, Jehovah’s getuigen beseffen dat Jehovah zijn volk op progressieve wijze leidt en zuivert. Zij hebben al eerder overeenkomstige wijzigingen meegemaakt en erkennen dat er door Gods leiding vooruitgang is gekomen. Zij zijn zich er ook van bewust dat zij geen ware vertegenwoordigers van God en zijn koninkrijk zouden zijn als zij zouden weigeren zulke veranderingen te aanvaarden.
Om te horen hoe men individueel tegenover de nieuwe regeling stond, werden velen van de verantwoordelijke mannen, degenen die als opzieners van verscheidene gemeenten dienst verrichtten, en ook anderen, geïnterviewd. De algemene opinie dat deze wijziging in de gemeentestructuur een stap voorwaarts was, werd goed samengevat in de uitspraken van de volgende drie mannen.
Een van hen, een reizende bedienaar die een aantal gemeenten in het gebied van Chicago bedient, zei: „De regeling zal beslist succes hebben; ze is van Jehovah afkomstig.” Een ander, die toezicht heeft op een groot gebied in het westen van de Verenigde Staten dat als een „district” bekendstaat, voorzag een grotere toevloed van Gods geest „als gevolg van een sterker gevoel dat er ’één Middelaar is tussen God en de mensen’”. Een afgevaardigde uit de Amerikaanse staat Oregon merkte terecht op dat er, nu de nadruk niet meer op de persoon lag, aangezien niemand de hoogste autoriteit in de gemeente heeft, „meer nadruk zal komen te liggen op het ware Hoofd van de gemeente, Jezus Christus”.
Anderen spraken over de voordelen voor de individuele bedienaar van het evangelie in de gemeente. „Het zal voor alle rijpe mannen een aanmoediging zijn verantwoordelijkheid te aanvaarden”, zei een Getuige met een jarenlange ervaring. De bijeengekomen congresgangers in Cincinnati verklaarden openlijk: „Wat zijn wij dankbaar deel te mogen uitmaken van een organisatie die zo intens geïnteresseerd is in het geestelijke welzijn van haar leden.”
GEORGANISEERD VOOR EEN VEELBEWOGEN TOEKOMST
Het is dus duidelijk dat de bediening van degenen die het goede nieuws van Gods Messiaanse koninkrijk prediken, wordt versterkt. Als er moeilijke tijden van vervolging komen, zullen de gemeenten hun werk kunnen blijven verrichten, ook al worden er sommigen van de verantwoordelijke mannen weggenomen. Een opziener met een negenentwintigjarige ervaring zei dan ook heel serieus: „Ik ben van mening dat deze inlichtingen ons precies op tijd werden gegeven omdat wij ons heel ver in de tijd van het einde bevinden. Het is voor ons beslist noodzakelijk om dichter tot elkaar te komen ten einde de vijand een verenigd front te bieden.”
De schokkende gebeurtenissen die in de onmiddellijke toekomst staan te geschieden, worden in de bijbelse profetie van Ezechiël vermeld. Deze profetie vormde de basis van een boek dat op de vergaderingen verkrijgbaar werd gesteld, getiteld „The Nations Shall Know that I Am Jehovah” — How? In Ezechiëls profetie wordt het werk dat Gods volk thans verricht, figuurlijk afgebeeld als een ’kentekeningswerk’ voor het behoud van alle mensen die naar een wereld van rechtvaardigheid en vrede verlangen en die hun eigen leven met Gods weg in overeenstemming willen brengen (Ezech. 9:4-6; Kol. 3:10). Op de congressen in Canada en de Verenigde Staten werden in totaal 12.556 personen die deze levenswijze pas zijn gaan volgen, gedoopt.
Hoewel de tijd voor het huidige samenstel van dingen kort is, hebben Jehovah’s getuigen veel te doen. Er zijn veel nadenkende mensen die ’het handschrift op de muur’ voor dit samenstel van dingen zien en die het goede nieuws van het Koninkrijk moeten horen. Degenen die aan de voorbereidingen voor de „Goddelijke Naam”-vergaderingen hadden deelgenomen, waren onder de indruk van het feit dat de zakenlieden met wie zij te maken hadden gehad, niet „puur zakelijk” waren zoals in het verleden. Sommigen gaven als hun mening te kennen: „Wij zien geen toekomst in de zakenwereld.” Velen beseffen tevens dat de religies van de christenheid hard achteruitgaan. Zoals Ezechiëls profetie aantoont, moeten zulke personen bereikt worden met de bijbelse waarschuwing deze religies te verlaten als zij de val van de christenheid willen overleven.
De algemene opinie van de congresgangers aan het eind van het congres werd tot uitdrukking gebracht door een gemeenteopziener die Ezechiëls profetie klaarblijkelijk vers in het geheugen had: ’De christenheid zal ten onder gaan omdat ze koppig weigert zich overeenkomstig de geopenbaarde waarheid te veranderen, terwijl de maatschappij van Jehovah’s getuigen zal groeien en eeuwig voorspoed zal genieten omdat ze wijzigingen aanbrengt ten einde zich aan Jehovah’s weg aan te passen. Ik geloof dat de „Goddelijke Naam”-vergaderingen nog lang in onze herinnering zullen blijven.’
[Illustratie op blz. 27]
Vijfenveertig „Goddelijke Naam”-congressen van Jehovah’s getuigen werden in Canada en de V.S. gehouden; hier in Cincinnati waren 36.335 personen aanwezig
[Illustratie op blz. 28]
In gezinsverband de bijbel lezen, werd door het congresprogramma aangemoedigd
[Illustratie op blz. 29]
Op de congressen in Canada en de Verenigde Staten werden 12.556 personen gedoopt
[Illustratie op blz. 29]
In Philadelphia bespreken zendelingen uit West-Afrika het nieuwe boek „Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool”