Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 15/1 blz. 35-36
  • Waarom verlaten zij de kerken?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waarom verlaten zij de kerken?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bezoek van de paus brengt de Filippijnse kerk in de publiciteit
    Ontwaakt! 1971
  • Wat komt eerst — uw kerk of God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Wat zij over hun kerken zeggen
    Ontwaakt! 1970
  • Het kenteken van de geest
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 15/1 blz. 35-36

Waarom verlaten zij de kerken?

GEDURENDE de bijna 450 jaar sinds Fernão de Magalhães op het Filippijnse eiland Cebu het eerste kruis plaatste en de eerste mis bijwoonde, zijn de Filippijnen vaak „het enige christelijke land in het Verre Oosten” genoemd. En klaarblijkelijk niet zonder goede reden, want 83 percent van de Filippino’s van thans zijn katholiek, terwijl nog eens 10 percent eveneens beweert het christelijke geloof aan te hangen.

Aangezien de Filippino’s zeer religieus zijn, stromen zij op zon- en feestdagen met miljoenen tegelijk naar de kerken, waardoor de indruk wordt gewekt dat er een krachtig en bloeiend christendom bestaat. In tegenstelling tot Engeland, waar het kerkbezoek in het tijdschrift Time „een verdwijnende levenswijze” wordt genoemd, zijn de kerken op de Filippijnen meestal tot de laatste plaats toe bezet.

Ondanks deze schijnbaar sterke positie van de Filippijnse kerken zijn er aanwijzingen dat niet alles in orde is. Velen verlaten de kerken en zien uit naar iets waardoor hun behoeften beter worden bevredigd. In 1969 verliet bijvoorbeeld een achtenzestigjarige vrouw in Tayabas, Quezon, die het grootste gedeelte van haar leven een katholieke lekenleidster was geweest, de kerk om een andere religie aan te hangen. Ook een man in de stad Caloocan, die sinds hij in zijn tienerjaren koorknaap was, een actief lid van de kerk is geweest en president van de Katholieke Actie op de Araneta-universiteit was, veranderde in 1969 van religie. Een andere trouwe kerkgangster, die elke week twee maal op haar knieën van de kerkdeur naar het altaar kroop en die een tijd in een klooster is geweest, heeft het katholicisme eveneens verlaten.

Waarom verlaten zulke vrome mensen de kerk? Is dit soms ook aan de kerk te wijten? Dat dit het geval kan zijn, wordt te kennen gegeven door wat M. Soliven in zijn dagelijkse rubriek „Tussen twee haakjes” in de Manila Times van 27 maart 1970 zei: „Het christendom op de Filippijnen is helaas net zo gerieflijk en vertrouwd geworden als een oude schoen.” Hij voegde hieraan toe: „Wanneer de christelijke kerk eenmaal welgedaan en zelfvoldaan is geworden en een integrerend deel is gaan vormen van de establishment, begint ze te verkwijnen en aan kracht in te boeten.” Deze houding met die van Christus vergelijkend, merkte hij op: „Jezus kwam naar de aarde om een revolutie in het hart van de mens teweeg te brengen; hij was een manlijke en krachtige Christus, niet een verwijfde en verwekelijkte asceet. Hij vroeg zijn volgelingen niet alleen te bidden, maar ook te HANDELEN.”

In dezelfde trant werd twee dagen later een klacht geuit door een protestantse leider, de verantwoordelijke secretaris van het Nationale Genootschap voor Filippijnse Evangelisatie: „Hoewel wij belijden in de opstanding en de rest van de apostolische geloofsbelijdenis te geloven, zijn wij toch in gebreke gebleven overeenkomstig ons geloof te leven. . . . De christelijke kerk van onze tijd heeft gefaald in haar zending ten opzichte van de mens en de maatschappij.”

Dat deze commentaren in verband met de kerken van de christenheid niet overdreven zijn, blijkt uit het feit dat de gemiddelde Filippijnse katholiek weinig van de bijbel af weet. Weinigen hebben thuis een exemplaar. Een man uit Santa Cruz, Manila, zegt: „Ik ben nu zestig jaar. Mijn ouders en grootouders waren allemaal katholiek. Toch heb ik op deze leeftijd de katholieke religie verlaten, omdat ik weinig heb geleerd, behalve hoe ik het gebedenboek en de rozenkrans moet gebruiken, die zonder enige verandering altijd op dezelfde wijze zijn gebruikt.”

Veel geestelijken en lekenleiders zijn zich ervan bewust dat de katholieke leek in geestelijk opzicht is verwaarloosd. „Zolang als wij ons kunnen herinneren”, zegt lekenleider J. Montimayor, „werd er van de bisschoppen en priesters verwacht dat zij spraken, terwijl de leek moest luisteren. Van de bisschoppen en priesters werd verwacht dat zij beslissingen namen en van de leek dat hij deze opvolgde” (hij cursiveert). In een poging hier verandering in te brengen, werd in 1964 de cursillo ingevoerd, een driedaagse cursus voor leken in de katholieke leer. Na een recente vergadering van tweehonderd leiders van de cursillo-beweging in Manila merkte priester B. A. Carreon, O.M.I., op: „Sommigen van de leiders, met inbegrip van de bisschoppen en priesters, moeten toegeven dat veel cursillistas [afgestudeerden van de cursillo] geneigd zijn gunstige resultaten te zien in het aantal bekeringen in plaats van een versterking van het geloof in een reeds overtuigde christen.” Hebt u het gevoel dat uw kerk meer belangstelling heeft voor het winnen van lidmaten dan in „een versterking van het geloof”?

Rufino kardinaal Santos van het aartsbisdom Manila zei in zijn „Paas”-boodschap van vorig jaar dat „hoewel de moederkerk de nadruk legt op de voorrang van de geest, ze er niettemin naar heeft gestreefd ’s mensen aardse welzijn en ontwikkeling te bevorderen”. Zou het echter ook kunnen zijn dat de kerk, door „’s mensen aardse welzijn . . . te bevorderen”, afstand heeft gedaan van haar belangrijkste verantwoordelijkheid, namelijk om geloof en geestelijke gezindheid op te bouwen? Een vroegere leider van de Katholieke Actie, die op zijn leven als katholiek terugkijkt, denkt van wel. Hij zegt: „Mijn katholieke geloof was gespeend van alle geestelijke gezindheid. Wij muntten uit in het vermeerderen van iedereens plezier door picknicks, programma’s en partijtjes te organiseren. Mijn vroegere kerk is meer een buitensociëteit dan een religieuze vereniging.” Vindt u dat dit ook met uw kerk het geval is?

Andere oprechte katholieken maken zich er zorgen over dat hun kerk zich te veel met wereldse aangelegenheden bemoeit. Een van hen schreef: „Persoonlijk stel ik geen vertrouwen in priesters die zich rechtstreeks inlaten met nationale geschillen, en wel in het bijzonder met de recente studentenonlusten.” Gelooft u dat Christus, die heeft gezegd: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld”, zich met zulke dingen zou inlaten als hij thans op aarde was? — Joh. 18:36.

Heel wat Filippino’s vragen zich openlijk af waarom in een land dat de naam heeft voor 93 percent christelijk te zijn, misdaad en gewelddaad toeneemt, waarom gevangenissen even vol zijn als de kerken, waarom er meer nadruk wordt gelegd op materiële waarden dan op geestelijke waarden. Veel katholieken klagen over huichelarij in de kerk en vele duizenden gaan niet langer naar de kerk, omdat zij erin teleurgesteld zijn. Toch blijven zij „in naam” katholiek, omdat zij klaarblijkelijk denken dat zij deloyaal zouden zijn jegens God, de kerk en hun ouders als zij tot een andere religie zouden overgaan. Is dat waar? Is het verkeerd van religie te veranderen?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen