Aan het goddelijke vereiste van gehoorzaamheid voldoen
„Gehoorzaamt mijn stem en ik wil uw God worden en gij zult mijn volk worden; en gij moet heel de weg bewandelen die ik u gebieden zal, opdat het u goed moge gaan.” — Jer. 7:23.
1. (a) Welke situatie bestaat er thans met betrekking tot gehoorzaamheid? (b) Met welk gevolg?
GEHOORZAAMHEID is in deze twintigste-eeuwse wereld bijna even zeldzaam als een kostbaar juweel. Regeringen hebben op allerlei manieren geprobeerd deze wenselijke hoedanigheid bij hun onderdanen op de voorgrond te doen treden. Instellingen tot handhaving van de wet bemerken dat vrees en geweld geen gehoorzame burgers voortbrengen. Religieuze organisaties treffen in hun kudden veel ongehoorzaamheid aan. Ongeacht de geografische plaats, het financiële niveau of de maatschappelijke status, overal blijken er thuis gespannen verhoudingen te bestaan, waar de spanningen het breekpunt bereiken, waar de jongeren de ouderen tarten en waar liefde langzamerhand op de achtergrond geraakt en verdwijnt. De oorzaak van deze ernstige situatie moet in de kwestie van gehoorzaamheid worden gezocht. Onderworpen te moeten zijn aan hun man heeft bij veel vrouwen ergernis verwekt, omdat dit betekende gehoorzame echtgenotes te zijn. Gehoorzaamheid aan God wordt met behulp van door mensen ontworpen theorieën opzij geschoven, en wel in zulk een mate dat het merendeel der mensheid niet weet wat God van hen verlangt.
2, 3. Wat heeft ongehoorzaamheid vanaf het begin tot nu toe voor de mensen tot gevolg gehad, en waar bevinden wij ons nu?
2 Ongehoorzaamheid is niet iets nieuws. Ze bestaat hier op aarde even lang als de mens. In Romeinen 5:19 kunnen wij de duidelijke beschrijving van de komst ervan lezen: „Door de ongehoorzaamheid van de ene mens [werden] velen tot zondaars . . . gemaakt.” Vanaf de tijd van Adams ongehoorzaamheid tot nu toe is ongehoorzaamheid in zulk een tempo onder de mensheid gegroeid dat gehoorzame mensen Gods als anders en opmerkenswaardig op de voorgrond zijn getreden. In Hebreeën hoofdstuk elf noemt de bijbel enkelen van hen. Over een van hen, Abraham, zegt 11 vers acht: „Door geloof heeft Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaamd.” Een andere in het oog springende gehoorzame man, Jezus, zei dat de tijd zou komen waarin, „wegens het toenemen der wetteloosheid . . . de liefde van de meesten [zal] verkoelen” (Matth. 24:12). Het ziet ernaar uit alsof wij ons reeds ver in die tijd bevinden.
3 In de loop van ongeveer zesduizend jaar is er dus een toename geweest in ongehoorzaamheid, en wel in zulk een mate dat ze vergeleken kan worden met het verontreinigde water en de verontreinigde lucht van de aarde. Zorgeloze mensen ledigen voortdurend ongewenste afval in hun water- en voedselvoorraad, terwijl zij in veel gevallen toch klagen over de slechte kwaliteit van deze voor het levensonderhoud onontbeerlijke dingen. Vanaf ’s mensen eerste opstand tot nu toe heeft de mens de zuivere aanbidding veronachtzaamd en zowel als gevolg van overgeërfde zondige eigenschappen alsook door zijn opzettelijke verlangen om zijn eigen onafhankelijke weg te gaan, tot ongehoorzaamheid bijgedragen.
4. (a) Definieer gehoorzaamheid. (b) Welk plaats neemt vrees in onze gehoorzaamheid aan God in?
4 Het woordenboek definieert gehoorzaamheid als volgt: „Het gewillig opvolgen van iemands gebod, bevel of last, het volbrengen van zijn wil in een bijzonder geval of als blijvende gezindheid.” Gehoorzamen is „bereidwillig zijn in het opvolgen, nakomen, volbrengen van een bevel, last of gebod; zich voegen naar, juist reageren op de besturende werking; zoals: de rede gehoorzamen, de wet der zwaartekracht gehoorzamen.” De bijbel brengt het als volgt onder woorden: „Het slot van de zaak, nu alles is gehoord, is: Vrees de ware God en onderhoud zijn geboden. Want dit is de gehele verplichting van de mens” (Pred. 12:13). Sommigen hebben er bezwaar tegen, God uit vrees te gehoorzamen. Toch gehoorzamen wij de wetten die de zwaartekracht beheersen, en elke dag van ons korte bestaan hebben wij een eerbiedig respect voor deze kracht. Wij doen dit als een onderdeel van ons leven terwijl wij het feit accepteren, en zelden hoort men iemand klagen; toch is de zwaartekracht streng en veeleisend. Als wij Gods vereisten even goed zouden begrijpen als de werking van de zwaartekracht, zouden wij in Psalm 112:1 een beschrijving van onze houding aantreffen: „Gelukkig is de man die Jehovah vreest, in wiens geboden hij zeer veel behagen heeft gevonden.”
5. Hoe legde rechter Samuël de nadruk op gehoorzaamheid?
5 Jehovah God eist gehoorzaamheid van zijn volk. Hij liet rechter Samuël aan de ongehoorzame koning Saul mededelen: „Gehoorzamen is beter dan een slachtoffer, aandacht schenken beter dan het vet van rammen; want weerspannigheid is hetzelfde als de zonde van waarzeggerij, en aanmatigend vooruitdringen hetzelfde als het gebruiken van magische kracht en terafim. Daar gij het woord van Jehovah hebt verworpen, verwerpt hij dienovereenkomstig u als koning” (1 Sam. 15:22, 23). Er werd van de Israëlieten vereist dat zij gehoorzaam waren (Deut. 10:12, 13). Jezus was gehoorzaam (Hebr. 5:8). De apostelen gehoorzaamden (Hand. 5:29). Duizenden getrouwe dienstknechten van God zijn onder allerlei omstandigheden gehoorzaam geweest aan God.
6. Welke vragen rijzen er met betrekking tot gehoorzaamheid?
6 Waaruit spruit gehoorzaamheid voort? Gaat het bij een christen net zoals bij een kind, zodat hij dingen doet omdat dit hem door een superieur wordt opgedragen? Is gehoorzaamheid een houding die alleen christenen hebben? Is het, met het oog op het feit dat alle mensen in zonde worden geboren, eigenlijk wel mogelijk om te midden van het huidige ’wetteloze’ geslacht gehoorzaamheid te beoefenen? (Matth. 24:12) Gods Woord verschaft ons de antwoorden, te zamen met veel moed schenkende raad.
7. (a) Leg uit welk punt Paulus in Romeinen 2:8-11 bespreekt. (b) Waaruit spruit volgens Romeinen 6:17 godvruchtige gehoorzaamheid voort?
7 Slaat u de hoofdstukken vijf en zes van Romeinen eens op. Daar bespreekt de apostel Paulus de kwestie van gehoorzaamheid. Zal er gehoorzaamheid geschonken worden aan de Wet, die aan de Israëlieten was gegeven en waaraan velen zich lange tijd hebben vastgehouden, of zal ze geschonken worden aan de onverdiende goedheid van God, welke beschikbaar is gesteld door middel van de voorziening waardoor de mensheid geholpen wordt aan God gehoorzaam te worden, dat wil zeggen, de loskoopregeling welke Jehovah door bemiddeling van Christus Jezus heeft ingesteld? Iedereen moet in deze tijd beslissen of hij God wil gehoorzamen of zich bij de ongehoorzame, wetteloze massa van dit huidige samenstel van dingen wil aansluiten. Het gaat er niet slechts om tussen Gods oude Wetsverbond en Zijn nieuwe verbond te kiezen, maar het gaat om gehoorzaamheid aan de waarheid van God. Merk op hoe duidelijk dit in Romeinen 2:8-11 wordt beschreven: „Hun echter die twistziek zijn en die ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan onrechtvaardigheid zijn, wacht gramschap en toorn, verdrukking en benauwdheid, over de ziel van ieder mens die het schadelijke bewerkt, eerst van de jood en ook van de Griek; maar heerlijkheid en eer en vrede voor een ieder die het goede werkt, eerst voor de jood en ook voor de Griek. Want er is bij God geen partijdigheid.” Waardoor wordt iemand er echter toe bewogen Jehovah gehoorzaam te zijn en dit bereidwillig te doen? Romeinen 6:17 helpt ons een heel eind in de goede richting door te zeggen: „Maar God zij gedankt dat gij slaven van de zonde waart, doch van harte gehoorzaam zijt geworden aan die vorm van leer waaraan gij werdt overgeleverd.”
GEHOORZAAMHEID UIT HET HART
8. Waarom is gehoorzaamheid aan God niet een handelwijze waartegen wij moeten opzien?
8 Gehoorzaamheid komt dus uit het hart. Een christen is niet van mening dat hij ertoe wordt gedwongen aan regels of voorschriften te voldoen. Psalm 112:1 zegt: „Gelukkig is de man die Jehovah vreest, in wiens geboden hij zeer veel behagen heeft gevonden.” Verder onthult Psalm 119:33, 34: „Onderricht mij, o Jehovah, in de weg van uw voorschriften, opdat ik die moge bewaren tot het einde toe. Geef mij verstand, opdat ik uw wet moge nakomen en opdat ik haar met het gehele hart moge onderhouden.” Als wij het hart vullen met de wijsheid die thans in Jehovah’s Woord beschikbaar is en deze als voedsel tot ons blijven nemen, móet er groei komen. Zulk een kennis vervult het juiste soort van hart met waardering en heeft een bereidwillige gehoorzaamheid tot gevolg.
9. (a) Beschrijf enkele van de fysieke wetten die wij in werking zien. (b) Wat betekenen ze voor ons?
9 In de chemie zijn er op evenwichtige en betrouwbare wijze wetten werkzaam die bepaalde veranderingen teweegbrengen, en de mensheid stelt deze op prijs. Zuurstof produceert roest op ijzer en doet een omgevallen boom rotten. Ze is ook belangrijk bij de ademhaling. Het plantenleven geeft zuurstof af, die door mens en dier wordt ingeademd. Zij verkrijgen hun zuurstof uit de lucht; vissen ademen zuurstof in die het water uit de lucht heeft opgenomen of die is afgegeven door groene planten welke in het water groeien. De ingeademde zuurstof wordt door de hemoglobine van het bloed opgenomen en door het gehele lichaam vervoerd. Er vindt in de weefsels een langzame oxydatie plaats waardoor warmte wordt geproduceerd en het lichaam op temperatuur wordt gehouden. Deze processen bestaan reeds sinds Jehovah ze in werking heeft gesteld, maar er is onderzoek voor nodig om ze te leren kennen en ons op de hoogte te stellen van de uitwerking die ze op ons hebben voordat wij er volledig mee kunnen samenwerken. Wanneer wij in ons leven een volledig gebruik maken van deze dingen, schenkt dit ons meer tevredenheid en geluk. Deze regels worden niet veranderd om de mens te behagen. Misschien is hij wel te lui of te koppig om er in overeenstemming mee te leven. Het is veeleer zo dat de mens zich verandert ten einde zich aan de vaststaande beginselen van de werking der schepping aan te passen. Gehoorzaamheid aan deze vastgestelde regels volgens welke deze processen werkzaam zijn, betekent in werkelijkheid leven voor zowel de ontvanger als de gever. Gehoorzaamheid kan dus niet slecht zijn maar heeft het goede tot gevolg voor degenen die de nuttige werking ervan inzien.
10. Wat gaat redelijkerwijs aan een handelwijze van gehoorzaamheid aan God vooraf, en waar kan het benodigde bewijs worden aangetroffen?
10 Er kan gemakkelijk worden ingezien dat er voor gehoorzaamheid aan God onderzoek nodig is waardoor onomstotelijk komt vast te staan dat God bestaat en dat hij belangstelling heeft voor degenen die hem willen dienen. Dat feit komt snel vast te staan wanneer wij de zichtbare schepping om ons heen aan een gedetailleerd onderzoek onderwerpen. Alleen een buitengewoon intelligent persoon met een grote verscheidenheid aan hoedanigheden zou de talloze dingen kunnen voortbrengen die op aarde te zien zijn en die door de mens bestudeerd kunnen worden. Ook de bijbelse profetieën, die van tevoren opgetekende geschiedenis vormen, bewijzen Gods bestaan. Overal in de schepping treffen wij overvloedig veel meer dan het benodigde bewijs aan om het bestaan van God aan te tonen. — Jes. 45:18; Rom. 1:20; Ps. 19:1-4; Jes. 40:26.
11. Welke verantwoordelijkheid bezit elkeen met betrekking tot de bijbel?
11 Aangezien de bijbel Jehovah’s woord is, bezit elkeen de verantwoordelijkheid voor zichzelf te bewijzen dat dit de authentieke geïnspireerde communicatie van God met de mens is. Ondanks het ongefundeerde praatje dat de bijbel zichzelf tegenspreekt, blijft hij één harmonisch geheel vormen en verschaft hij een duidelijk beeld van Gods voornemens en van wat hij van de mens verlangt. Een voortdurende vergelijking van de bijbel met de ontdekkingen van manuscripten, karakteristieke kenmerken van bijbelse landen, archeologische ontdekkingen en opgegraven kunstvoorwerpen, verschaft in alle gevallen een bevestiging van de waarheidsgetrouwheid van de bijbelse verslagen. (Zie „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”, bladzijde 331.)
12, 13. Hoe laat Ezra gehoorzaamheid aan God duidelijk uitkomen? Beschrijf het resultaat.
12 Er zijn voorbeelden in de bijbel van gehoorzaamheid aan Jehovah’s wensen. In het boek Ezra, en wel in het verslag over de terugkeer van de bannelingen naar Jeruzalem om de tempel te herbouwen en de stad te herstellen, wordt gehoorzaamheid meer dan eens beklemtoond. In vers tien van hoofdstuk zeven wordt over Ezra gezegd: „Want Ezra zelf had zijn hart bereid om de wet van Jehovah te raadplegen en haar te volbrengen en om in Israël voorschrift en gerechtigheid te onderwijzen.” Hier was een man die weigerde zich op de wijsheid of kracht van de mens te verlaten maar die veeleer getrouw Jehovah’s woord gehoorzaamde en voor bescherming naar hem opzag. Toen Ezra gereed was om de lange reis naar Jeruzalem te ondernemen, zei hij: „Ik schaamde mij, de koning om een krijgsmacht en ruiters te vragen, om ons onderweg tegen de vijand te helpen, omdat wij tot de koning hadden gezegd: ’De hand van onze God is ten goede over allen die hem zoeken, maar zijn sterkte en zijn toorn zijn tegen allen die hem verlaten.’” — Ezra 8:22.
13 Welnu, Jehovah heeft Ezra en zijn kleine groep, die een rijke schat bij zich hadden toen zij naar Jeruzalem terugkeerden, inderdaad beschermd. „Het was de hand van onze God die over ons bleek te zijn, zodat hij ons bevrijdde uit de handpalm van de vijand en de belager op de weg” (Ezra 8:31). In Jeruzalem aangekomen, gaf Ezra het goud, het zilver en de tempelvoorwerpen aan de priester aldaar en de wetten van de koning gaf hij aan diens satrapen.
14, 15. Wat kunnen wij leren uit Ezra’s optreden in Jeruzalem na zijn terugkeer aldaar?
14 Vervolgens komt Ezra te weten dat die bannelingen en hun leiders, die voordien waren teruggekeerd en nu ongeveer negenenzestig jaar in Jeruzalem woonden, Jehovah’s geboden niet hadden gehoorzaamd. Zij hadden met personen uit vijf van de zeven natiën die zij volgens Jehovah’s gebod moesten mijden, huwelijken gesloten (Deut. 7:1-4; Ezra 9:1, 2). Ezra zegt heel berouwvol: „O mijn God, ik voel mij werkelijk beschaamd en verlegen om mijn aangezicht tot u op te heffen, o mijn God, want onze dwalingen zelf zijn vermenigvuldigd tot boven ons hoofd en onze schuld is groot geworden tot aan de hemel toe.” — Ezra 9:6.
15 Deze zelfde nederige man had gehoopt zegeningen van Jehovah te ontvangen nu alles zo goed ging, zoals hij zei: „En nu is er voor een kort ogenblik gunst gekomen van de zijde van Jehovah, onze God, door voor ons ontkomenen over te laten en door ons een pin te geven in zijn heilige plaats, om onze ogen te doen stralen, o onze God, en om ons een kleine opleving te geven in onze dienstbaarheid. En nu, wat zullen wij hierna zeggen, o onze God? Want wij hebben uw geboden verlaten” (Ezra 9:8, 10). Ezra trad onmiddellijk handelend op en begon de kwestie in het reine te brengen, terwijl hij deze zaak de eerste plaats in zijn leven toekende totdat Gods wet weer werd gehoorzaamd.
16. (a) Beschrijf hoe Jezus gehoorzaamheid bezag. (b) Hoe reageerden de apostelen in dit opzicht op Jezus’ leer?
16 Jezus Christus was bijzonder zachtaardig en nederig van hart (Matth. 11:29). Zowel door zijn woorden als door zijn daden moedigde hij voortdurend aan tot gehoorzaamheid. In Hebreeën 5:8, 9 wordt zelfs gezegd: „Hoewel hij een Zoon was, heeft hij gehoorzaamheid geleerd uit de dingen die hij heeft geleden, en nadat hij tot volmaaktheid was gebracht, is hij voor allen die hem gehoorzamen, oorzaak geworden van eeuwige redding.” Enkele jaren later legt Paulus uit hoe energiek de apostelen gehoorzaamheid onderwezen: „Want wij werpen redeneringen omver en elke hoogte die wordt opgericht tegen de kennis van God, en wij brengen elke gedachte in gevangenschap ten einde ze gehoorzaam te maken aan de Christus, en wij houden ons gereed om bestraffing toe te dienen voor elke ongehoorzaamheid, zodra uw eigen gehoorzaamheid volledig is betracht.” — 2 Kor. 10:5, 6.
17. Dienen wij het gevoel te hebben dat gehoorzaamheid aan God een last vormt?
17 Zou dit iets moeilijks zijn? Klinkt het alsof men een gevangenisstraf gaat uitzitten wanneer men besluit God te dienen? De mens zou het met zijn vele regels en voorschriften hierop doen lijken. ’s Mensen neiging om voor alles regels te maken, te zamen met de talloze manieren waarop men tegenwoordig op grond van bijgehouden berichten tot bepaalde bevindingen komt, hebben ertoe bijgedragen dat velen van de duidelijke, eenvoudige onderwijzingen uit Gods Woord en gehoorzaamheid uit het hart zijn afgeweken (Ps. 119:11, 12; Rom. 6:17). 1 Johannes 5:2-4 geeft de weg aan, doch erkent tevens de problemen en verschaft daarbij de oplossing door te zeggen: „Hierdoor komen wij te weten dat wij de kinderen van God liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden volbrengen. Want dit betekent de liefde tot God, dat wij zijn geboden onderhouden; en toch zijn zijn geboden geen drukkende last, want alles wat uit God is geboren, overwint de wereld. En dit is de overwinning die de wereld heeft overwonnen, ons geloof.”
18, 19. Wat neemt de allerbelangrijkste plaats in ons leven in, en welke verkeerde standpunten zouden een belemmering kunnen vormen?
18 Het allerbelangrijkste in ons leven als wij onze God Jehovah dienen, is dus deze liefdevolle toewijding waarmee wij ons geloof opbouwen en voor eeuwig in stand houden. Wij verrichten geen dienst omdat dit oude samenstel nog maar kort zal bestaan of omdat een ander onvolmaakt zondig schepsel op ons let (Tit. 3:3-6). Als wij aan God gehoorzaam zijn omdat wij hem liefhebben, zullen wij er vreugde uit putten met onze christelijke broeders samen te werken en zullen wij ten volle van deze omgang genieten.
19 Denk hier eens over na: Als u God snel dient omdat u plotseling op de tijdklok hebt gekeken, wat zult u dan doen wanneer dit oude samenstel is verdwenen en er nog duizenden jaren voor de boeg liggen? Als u Gods geboden nakomt omdat een ander menselijk schepsel u blijft aansporen naar de vergaderingen te gaan of te studeren of het Woord te prediken, wat zult u dan doen wanneer die persoon ermee ophoudt u hiertoe aan te sporen of wanneer het tijd is om vanuit het hart te handelen? Als u ijverig veel tijd aan de prediking van het goede nieuws van Gods koninkrijk besteedt en u er voortdurend om bekommert uw uren te halen, hoe zou u dan handelen als u geen berichten meer zou hoeven in te leveren? Veel broeders hebben jaren van vervolging overleefd waarin zij ondergronds werkten en zich voornamelijk bekommerden om het bewaren van hun geloof, niet om berichten, en Jehovah heeft hen stellig gezegend. Als er voor uw aanbidding een andere reden dan liefdevolle toewijding bestaat, plaats die reden dan onder de onthullende kracht van Gods Woord en onderwerp haar aan een nauwkeurig onderzoek.
20. (a) Waar kunnen wij voorbeelden en raad aantreffen waardoor wij zullen worden geholpen evenwichtig te blijven? (b) Is de dienst van God gecompliceerd, zoals door Jezus werd aangetoond?
20 Kijk eens terug naar de eerste christenen, naar de apostelen. Deze getrouwe broeders waren door Jezus Christus opgeleid. De tijd was ook voor hen kostbaar. Er bestonden veel redenen voor, hun werk als iets dringends te bezien, en zij hielden zich er ook als met een dringende zaak mee bezig. Maar zij hadden het nooit te druk om liefde jegens elkaar tentoon te spreiden. Hun aanbidding was eenvoudig, niet gecompliceerd als gevolg van moderne vervoer- of communicatiemiddelen. Waarom zouden wij toelaten dat druk van de zijde van het waanzinnige stelsel van thans een verandering brengt in de situatie? Wij gebruiken dezelfde bijbel, aanbidden dezelfde God en volgen dezelfde leider, Christus Jezus. Louter het feit dat er thans snelle en efficiënte mechanische hulpmiddelen bestaan en dat de populariteit ervan groot is in de wereld, waarbij miljoenen mensen gehoorzaam moeten zijn aan allerlei specificaties waarvan deze hulpmiddelen vergezeld gaan, betekent nog niet dat wij zakelijke christenen moeten worden. Christus Jezus is ons volmaakte voorbeeld en hij heeft de te volgen handelwijze aangegeven, terwijl hij zelf heeft verklaard: „Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht.” — Matth. 11:30.
21. Wat dient derhalve onze belangrijkste zorg te zijn, en hoe kunnen wij dit bij anderen tot ontwikkeling brengen?
21 Indien wij er dus bezorgd om zijn Jehovah met liefderijke toewijding te dienen, zullen wij er nauwlettend op toezien ons geloof sterk te houden door geregeld geestelijk voedsel tot ons te nemen. Wanneer wij anderen onderwijzen, zullen wij alle gedachten die wij op deze nieuwelingen overbrengen, met schriftuurlijke bewijzen ondersteunen. Naarmate er vorderingen worden gemaakt en de gehoorzaamheid jegens God groter wordt, zal deze uit het hart komen (Hebr. 4:11, 12). Merk op hoe Paulus aantoont hoe noodzakelijk het voor iemand is door liefdevolle toewijding tot handelen te worden aangezet, zeggende: „En hij zal een ieder vergelden naar zijn werken: eeuwig leven aan hen die door volharding in werk dat goed is, heerlijkheid en eer en onverderfelijkheid zoeken; hun echter die twistziek zijn en die ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan onrechtvaardigheid zijn, wacht gramschap en toorn . . . Want er is bij God geen partijdigheid” (Rom. 2:6-11). Een mechanische uitrusting kan de mens alleen maar helpen als deze zijn dienstknecht is. Christenen dienen deze dan ook als zodanig te bezien en niet plotseling tot de ontdekking te komen dat zij met handen en voeten gebonden zijn om aan de behoeften van een machine en de daaraan verbonden bepalingen te voldoen.
DOOR LIEFDE AANGEDREVEN
22, 23. Wat is de juiste drijfveer voor gehoorzaamheid?
22 Laten wij het als volgt illustreren. Een wagen is een vervoermiddel, maar deze gaat niet uit zichzelf vooruit of wordt niet uit eigen kracht voortgestuwd. Wil men er ergens mee komen, dan moet er een paard, een os of een andere kracht gebruikt worden om hem te trekken of te duwen. Zonder drijfkracht is de wagen een waardeloos uitrustingsstuk. Als christenen moeten wij door liefdevolle toewijding jegens Jehovah worden aangedreven, welke snel wordt herkend aan het verlangen Gods wil te doen. Wij hebben misschien enkele liefdevolle rukjes of duwtjes nodig om de weg van gehoorzaamheid te gaan bewandelen, maar het is toch niet redelijk dat een christelijke bedienaar in verband met elke bijbelvergadering of elk onderdeel van de christelijke bediening een ruk of een duw nodig heeft. Wij dienen door een innerlijk verlangen aangedreven te worden; het is ons verlangen Jehovah te dienen; het wordt ons leven. In plaats van geïrriteerd te raken wanneer er gehoorzaamheid wordt verlangd, zal waardering voor leiding ons dichter tot onze hemelse Vader trekken.
23 Houd Psalm 112:1 in gedachten: „Gelukkig is de man die Jehovah vreest, in wiens geboden hij zeer veel behagen heeft gevonden.” Zo iemand zal niet inactief of onverschillig zijn, maar iemand zijn die zich heeft voorgenomen Jehovah onder alle omstandigheden eeuwig te dienen. Deze drijfveer is niet van de mens afkomstig, ongeacht welke druk hij kan uitoefenen of welke verlokkingen hij heeft te bieden, maar ze is veeleer afkomstig van Jehovah, door middel van zijn Woord en zoals ze door zijn geest wordt toegepast.
24, 25. Welke voordelen heeft het wanneer een christen gehoorzaam is aan God en vrij is van de regels van mensen?
24 De voordelen van zulk een handelwijze zijn zonder tal. Het stelt de mensen in staat zichzelf te zijn en hun ware, door de Schrift geoefende persoonlijkheid niet te vervormen naar de kortzichtige sympathieën of antipathieën van hun medemens. Hierdoor worden de gemeenten gevuld met zo’n kleurrijke verscheidenheid, mensen met de verfrissende hoedanigheid dat zij niet bang zijn op natuurlijke en ongeremde wijze zichzelf te zijn. Een van de dingen die kleine kinderen zo beminnelijk maken, is dat zij geen vrees hebben voor wat anderen van hen denken. Jezus hield van kinderen en van hun manier van doen. Lees alstublieft wat hierover in Matthéüs 19:13, 14 staat opgetekend.
25 Kijk eens naar de verscheidenheid van mensen die thans in de verschillende delen der aarde wonen. Zij verschillen van elkaar. Hun gebruiken en gewoonten variëren; zij doen dingen op verschillende manieren en in een verschillend tempo. Toch staat Jehovah het hun toe de waarheid te leren kennen en hem te dienen. Waarom zou u een karakteristiek kenmerk in uw broeder met een door mensen ingestelde maatstaf onderdrukken? Dat de mens in dit opzicht erg meegaand is, blijkt wel uit zijn bereidheid en masse de een of andere rage te volgen die in de wereld opgang maakt, om daarna echter weer van het toneel te verdwijnen doordat een andere rage de kop opsteekt. De commerciële elementen van dit samenstel verdienen een fortuin door erop te vertrouwen dat zij de individuele persoonlijkheid kunnen verstikken door de mensen als een massa te laten handelen.
26, 27. (a) Volgen christenen een vaste lijn in hun manier van aanbidding, en laat gehoorzaamheid een kleurrijke verscheidenheid in Gods gemeente toe? (b) Wat valt er nog meer over dit onderwerp te zeggen?
26 Gehoorzaamheid aan God neemt dit gevaar weg. Het is waar dat er een overeenkomst bestaat in de manier waarop deze bedienaren hun werk ten uitvoer brengen, maar de individuele uitingswijze, de diepte van toewijding, de mate van groei tot rijpheid, de bekwaamheid van het schepsel, de kleurrijke achtergrond van de persoon en het doel waarmee hij het werk verricht, maken een grote verscheidenheid en een aangename omgang mogelijk.
27 Beschouw de getrouwe mannen die in Hebreeën hoofdstuk elf worden genoemd. Zij hadden één ding gemeen: hun geloof in Jehovah. Maar in persoonlijke aard en wat hun leven betreft, verschilden zij in veel opzichten van elkaar. Kijk maar eens naar de mannen die werden gebruikt om de bijbel te schrijven. Zij waren getrouw en gehoorzaam, inderdaad, maar in zoveel andere opzichten verschilden zij van elkaar. Als Jehovah zulke mensen niet alleen toestaat hem te dienen maar hen er zelfs toe uitnodigt, waarom zouden wij dan moeten proberen robotten te maken van mensen die God in deze tijd wensen te dienen? Petrus zei: „Weest als vrije mensen, en gebruikt toch uw vrijheid niet als een voorwendsel voor zedelijke verdorvenheid maar als slaven van God” (1 Petr. 2:16). Welnu, hoe zijn deze waarheden van toepassing op ons leven als bedienaren van het evangelie die leren God gehoorzaam te zijn? Hoe zijn ze van invloed op ouders die kinderen onderwijzen? Waar past de gemeente in het beeld? Houden ze ook verband met de verhouding waarin een vrouw tot haar man staat? Wordt het hierdoor anders onder de verschillende regeringen van dit samenstel van dingen te werken? Wij dienen deze vragen in gedachten te houden als wij het volgende artikel bestuderen, namelijk „Gehoorzaamheid de gewenste handelwijze”.
[Illustratie op blz. 618]
„Gehoorzamen is beter dan een slachtoffer”, zei rechter Samuël tot koning Saul, die in gebreke bleef aan Gods vereiste van gehoorzaamheid te voldoen
[Illustratie op blz. 622]
Iemand die Jehovah werkelijk liefheeft, behoeft niet voortdurend door anderen te worden aangespoord actief in de dienst van God te blijven