Een verward godsbegrip
ER HEERST tegenwoordig veel verwarring ten aanzien van God. De meeste mensen zeggen wel dat zij in zijn bestaan geloven, maar over het algemeen is hun begrip van hem vaag. Hier is de leer van de kerken grotendeels verantwoordelijk voor.
De theoloog G. H. Boobyer gaf dit openhartig toe, door te zeggen: „Is het niet zo dat wij de orthodoxe leerstelling van de persoon van Christus voor onderzoekende niet-christenen en voor velen die als christelijke gelovigen worden onderwezen, een bron van veel verwarring vinden? ’Waarachtig God uit waarachtig God, niet gemaakt maar geboren, één van wezen met de Vader’ en ’gelijkelijk God en mens, volmaakte God, volmaakte mens’ — zoals de bekende woorden luiden . . . Moet niet worden toegegeven dat dit vele intelligente leken pure misleiding toeschijnt?” — Bulletin of the John Rylands Library, lente 1968, blz. 248.
Professor N. L. Norquist, verbonden aan een luthers seminarie, maakte in The Lutheran een soortgelijke opmerking: „Als iemand die nog nooit heeft gehoord wat christenen geloven, zich plotseling tijdens een zondagochtenddienst te midden van een lutherse gemeente zou bevinden, zou hij grondig in verwarring worden gebracht.”
Hoe denkt u hierover? Bent ook u in verwarring gebracht door hetgeen de kerken over God leren? Wat is uw begrip omtrent God? Komt het overeen met hetgeen uw religieuze organisatie leert?
HET KERKELIJKE GODSBEGRIP
Het feit doet zich voor dat velen tegenwoordig niet werkelijk weten wat hun kerk over God leert. Er is opgemerkt dat in veel kerken slechts weinig over Hem wordt gesproken. Zo stond op de omslag van Ladies’ Home Journal van maart dit jaar: „1000 VROUWEN MENEN: ’IN DE KERK KUNT U GOD NIET MEER VINDEN.’” Een lid van de congregationalistische kerk in Claremont, Californië, zei zelfs: „In de vergaderzaal van onze ’Senior Groep van Gehuwden’ hangen aanplakbiljetten met de woorden GOD IS DOOD.”
Klaarblijkelijk hebben de kerken het er bij het onderwijzen van hun mensen over God, niet zo best afgebracht. Eén belangrijke reden hiervoor is het door henzelf toegegeven verwarde begrip dat zij van Hem hebben. Welk begrip is dat?
Het is de opvatting dat God ’drie personen in één’ is. Dit wordt door alle vooraanstaande kerken der christenheid onderwezen, ook door de Rooms-Katholieke Kerk. En als basis voor toetreding tot de 237 leden tellende Wereldraad van Kerken wordt gesteld: „De Wereldraad van Kerken is een gemeenschap van kerken die de Heer Jezus Christus volgens de Schrift aanvaarden als God en Heiland en bijgevolg gezamenlijk hun gemeenschappelijke roeping trachten te vervullen, tot heerlijkheid van de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest.”
Aldus beweren de religieuze organisaties waartoe de grote meerderheid der mensen in de christenheid behoort, dat de „Vader, Zoon en Heilige Geest”, hoewel drie personen, slechts „één God” zijn. Is dit ook uw godsbegrip? Begrijpt u het werkelijk?
UW GELOOF AAN ANDEREN VERKLAREN
Als iemand u zou vragen hem dit godsbegrip te verklaren, zou u daar dan toe in staat zijn? Volgens professor Norquist zou iemand die een kerk bezoekt, het volgende aan een lidmaat kunnen vragen:
„U verkondigt dat de Vader God is, de Zoon God is en de Heilige Geest God is, en toch probeert u mij te vertellen dat u niet in drie Goden gelooft, maar in één. Bedoelt u daarmee dat uw God twee of wellicht drie gezichten heeft, dat hij een en dezelfde God is maar met verschillende soorten mensen op verschillende manieren handelt en dat hij, al naargelang de verschillende situaties, van gezicht verandert?”
Als u een kerklid bent, wat zou u dan antwoorden? Zou u een bevredigend antwoord kunnen geven?
Mensen verlangen verklaringen. Wil iemand een basis voor geloof hebben, dan heeft hij antwoorden nodig die zijn vragende geest bevredigen. In Gods Woord wordt er bij christenen op aangedrongen „altijd gereed [te zijn] u te verdedigen voor een ieder die van u een reden eist voor de hoop die in u is” (1 Petr. 3:15). Is er echter een verklaring voor hoe God drie personen en toch één kan zijn? Kunt u dit verklaren?
Merk op tot welke conclusie de theoloog Norquist ten slotte komt: „Welnu, wij zullen moeten toegeven dat wij het niet kunnen verklaren. De leerstelling van de Drieëenheid kan niet worden ’uitgeknobbeld’. . . . Het oogmerk van degenen die deze leerstelling hebben ontworpen was, ze als een wapen tegen ketters te gebruiken.
Bij het bestrijden van de ketterij experimenteerden zij net zo lang met woorden en verduidelijkten net zo vaak zinsneden, totdat zij de relatie tussen de drie ’personen’ van de Drieëenheid zodanig hadden omschreven dat zij ten slotte konden zeggen: ’Als u dit niet gelooft, dan bent u geen ware gelovige.’” — The Lutheran van 15 juni 1960, blz. 11 en 12.
Lijkt er niet iets verkeerd te zijn aan een godsbegrip dat niet verklaard kan worden? Is het dan geen wonder dat er zo’n achteruitgang in religie waar te nemen is, als haar leer omtrent God zo verwarrend is?
FORMULERING VAN GELOOFSBELIJDENISSEN
Wat betekent het dat ’degenen die deze leerstelling hebben ontworpen, net zo lang met woorden experimenteerden en zinsneden verduidelijkten, totdat zij de relatie tussen de drie „personen” van de Drieëenheid hadden omschreven’? Wat voor mensen hebben dit godsbegrip ontworpen?
Het waren in werkelijkheid kerkleiders die na de dood van Jezus leefden. Deze mensen formuleerden verklaringen of geloofsbelijdenissen die met de woorden „Ik geloof” begonnen. Deze uitdrukking „Ik geloof” is in het Latijn „credo”, met welk woord de geloofsbelijdenissen ook worden aangeduid. In deze „credo’s” of geloofsbelijdenissen nu ontwikkelde zich de opvatting omtrent de Drieëenheid.
Bent u met deze geloofsbelijdenissen bekend? Wat houden ze in? Vormt hetgeen erin wordt uiteengezet, een hechte basis voor geloof?