Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w73 1/9 blz. 543-544
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Vergelijkbare artikelen
  • Schenkt God beloningen?
    Ontwaakt! 1994
  • Ontvangt u dankbaar wat Jehovah verschaft?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Jehovah beloont degenen die hem echt zoeken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2016
  • Hard werken voor de beloning van eeuwig leven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
w73 1/9 blz. 543-544

Vragen van lezers

● Prediker 3:11 zegt dat God „onbepaalde tijd” in het hart van de mens gelegd heeft. Wat wordt hiermee bedoeld? — V.S.

Prediker 3:11 luidt: „Alles heeft hij [Jehovah] fraai gemaakt op zijn tijd. Zelfs onbepaalde tijd heeft hij in hun hart gelegd, opdat de mensheid het werk dat de ware God heeft gemaakt, nooit van het begin tot het eind kan doorgronden.” Het Hebreeuwse woord dat hier en elders in de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift met „onbepaalde tijd” is weergegeven, is ’olam. Het heeft betrekking op tijd en houdt de grondgedachte in van „verborgen” of „bedekt”. De term is dan ook gedefinieerd als betekenend „verborgen tijd, i.e. onbekend en lang, waarvan het begin of het einde onzeker of onbepaald is” (A Hebrew and English Lexicon of the Old Testament, William Gesenius, 1836, blz. 746). Sommige vertalingen van Prediker 3:11 (zoals bijvoorbeeld de Petrus-Canisiusvertaling) geven als vertolking dat God „eeuwigheid” in het hart van de mens gelegd heeft. Uit de context blijkt dat het hier om een beschouwing van de tijd gaat (Pred. 3:1-8, 17). Om deze reden en vanwege de grondbetekenis van ’olam, wordt in Prediker 3:11 volkomen terecht de uitdrukking „eeuwigheid” of „onbepaalde tijd” gebruikt.

Jehovah heeft voor alle dingen een vastgestelde tijd (Dan. 2:21, 22; Hand. 17:26, 31). Ook heeft hij alles fraai of goed-geordend gemaakt op zijn tijd. De ordelijkheid en pracht van de schepping, zoals de opeenvolging van de seizoenen, illustreert dit. Natuurlijk wordt met de woorden in Prediker 3:11 niet bedoeld dat God letterlijk een tijdmechanisme in iemands hart plaatst. Blijkbaar gaat het hier om de wijze waarop de waardering van de mens voor diverse dingen door het verstrijken van de tijd beïnvloed zou worden. Deze tekst helpt ons te beseffen dat God nooit volledig door de mens doorgrond kan worden. Jehovah’s werken zijn volmaakt, maar zelfs volmaakte mensen zullen in Gods beloofde nieuwe ordening niet in staat zijn de diepten van Gods wijsheid te doorgronden (Deut. 32:4; Jes. 40:28; 55:8, 9; Rom. 11:33-36). Om het met de woorden van Prediker 3:11 te zeggen, zal de mensheid „het werk dat de ware God heeft gemaakt, nooit van het begin tot het eind . . . doorgronden”. Er zal altijd iets over Jehovah’s werken te leren zijn. Om die reden zal de mens nooit zijn belangstelling verliezen om over God te leren of naar de wonderen van zijn schepping te vorsen. Hoewel de bewoners van Gods nieuwe ordening nooit volledig ’het werk dat de ware God heeft gemaakt, zullen doorgronden’, zullen zij, met het verstrijken van ieder jaar, meer en meer over de wijsheid van God, in al haar grootse verscheidenheid, te weten komen en deze meer en meer gaan waarderen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen