Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w73 1/9 blz. 542-543
  • Kunt u zich dit herinneren?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kunt u zich dit herinneren?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
w73 1/9 blz. 542-543

Kunt u zich dit herinneren?

Hebt u de laatste uitgaven van De Wachttoren zorgvuldig gelezen? Zo ja, dan zult u zich de volgende punten stellig herinneren:

● Waarom kan een ware christen gokken niet goedkeuren?

Gokken is een vorm van hebzucht, en hebzucht en begerigheid worden in de Schrift op één lijn gesteld met afgoderij (1 Kor. 6:9, 10; Kol. 3:5). Gokken is in strijd met de bijbelse voorschriften dat wij onze naaste moeten liefhebben als onszelf en voor het verkrijgen van winst eerlijke, produktieve arbeid moeten leveren. — Blz. 13, 14.a

● Waardoor wordt bepaald of iemand wel of niet uit de christelijke gemeente wordt gesloten?

Het is niet de ernst van de overtreding, noch de slechte publiciteit die er het gevolg van is. De bepalende factor is het wel of niet aanwezig zijn van oprecht berouw. — Blz. 53.

● Waardoor wordt oprecht berouw teweeggebracht?

De berouwvolle persoon heeft wegens zijn liefde voor God het vurige verlangen weer in Gods gunst te komen. Hij voelt smart doordat hij smaad op Gods naam heeft gebracht, hij verwerpt de slechte handelwijze en hij herstelt het onrecht zoveel mogelijk. — Blz. 54, 55.

● In welk opzicht is de man op unieke wijze naar Gods beeld geschapen?

Dit is in de kwestie van de positie als hoofd, waarin de man Gods positie ten opzichte van zijn schepselen kan weerspiegelen. In de gezinsregeling heeft de man geen ander hoofd boven zich; zijn vrouw en kinderen zijn aan hem, als het gezinshoofd, onderworpen. — Blz. 60.

● Hoe kan men, zoals in Romeinen 15:2 wordt aanbevolen, „zijn naaste behagen in datgene wat zijn opbouw ten goede komt” wanneer het op kleding aankomt?

Iemands kleding dient een aangename indruk te maken op toeschouwers. Dit betekent dat men het moet vermijden er slordig uit te zien of anderen onnodig te kwetsen, terwijl men ook geen kleren moet dragen waardoor anderen zich als gevolg van hun eigen voorkomen verlegen of inferieur voelen; wij dienen in de keuze van onze kleren met de gevoelens van anderen rekening te houden. — Blz. 83, 84.

● Waarom houdt onze opdracht aan God door bemiddeling van Christus een „verzoek aan God om een goed geweten” in?

Dit komt doordat Jehovah, als wij berouw hebben van zonde, ons omkeren of bekeren en ons aan God opdragen, ons van de veroordeling van zonde bevrijdt door het reinigende bloed van Christus’ slachtoffer aan te wenden, waardoor hij ons een goed geweten ten opzichte van Hem schenkt. — Blz. 123, 124.

● Hoe kan iemand, zoals in Micha 4:5 staat, besluiten ’in de naam van Jehovah te wandelen’?

Hij doet dit door een opgedragen dienstknecht van Jehovah God te worden en het te verkiezen een pad te volgen in navolging van het voorbeeld dat zijn Zoon Jezus Christus heeft gegeven. — Blz. 147.

● Wat werd afgebeeld door de door Mozes gebouwde tabernakel en de latere tempels die deze vervingen?

Ze waren een afbeelding van Jehovah’s grote geestelijke tempel of zijn regeling voor verzoening en aanbidding op basis van het zoenoffer van Jezus Christus; dit geestelijke bouwwerk ontstond in 29 G.T. — Blz. 200-204.

● Wat werd afgebeeld door het Allerheiligste, het Heilige, het voorhof der priesters en het altaar van de tabernakel en de latere tempels van Jehovah te Jeruzalem?

Het Allerheiligste beeldde dat deel van de hemelen af waar Jehovah zijn heilige woonplaats heeft als de God die verzoend moet worden. Het Heilige beeldde de geestverwekte toestand van Jezus Christus en de 144.000 gezalfde christenen terwijl zij nog in het vlees zijn af. Het voorhof der priesters beeldde de rechtvaardige positie van Jezus Christus en de 144.000 geestelijke onderpriesters met betrekking tot hun vleselijke lichaam af. Het altaar vertegenwoordigt Gods wil, dat wil zeggen, zijn bereidheid Jezus’ menselijke slachtoffer te aanvaarden. — Blz. 209.

● Wat beeldde het voorhof der heidenen in de door koning Herodes herbouwde tempel af ?

De rechtvaardige positie waarin de gehele mensheid moet komen om God op een aanvaardbare wijze te aanbidden. — Blz. 210.

● Waarom stond Jezus er niet op in het land van de Gadarénen te blijven toen bleek dat hij er niet gewenst werd? — Luk. 8:37-39.

Er waren elders personen die het waard waren dat Jezus tot hen predikte. Hij had bovendien een gelovige man achtergelaten die hij van demonen had bevrijd, en deze man kon aan zijn familieleden en anderen die in de Dekápolis woonden, getuigenis geven. — Blz. 173, 174.

● Wat vertegenwoordigt Jezus’ „naam”?

Deze vertegenwoordigt niet alleen de persoon die de naam draagt, maar ook zijn autoriteit om Gods wil ten uitvoer te brengen. Deze autoriteit omvat Jezus’ positie als Koning en Gods „Voornaamste Bewerker van het leven”. — Blz. 294-296.

● In welk opzicht kunnen overmatig eten, overmatig drinken en zorgen des levens ’het hart bezwaren’? — Luk. 21:34.

Excessen in eten en drinken overladen het hart met schuldgevoelens en verdringen goede beweegredenen. Door zich overmatig bezorgd te maken over dagelijkse behoeften, kunnen de beweegredenen van het hart op materiële dingen gericht worden. Aldus wordt het hart beroofd van de verzekerdheid dat Jehovah God voor zijn dienstknechten zal zorgen. — Blz. 316, 317.

● Waarom nemen Jehovah’s getuigen een definitief standpunt in tegen drugmisbruik?

Hoewel drugmisbruik niet met name in de bijbel wordt genoemd, brengt het iemands verhouding tot Jehovah God in gevaar. Het kan niet alleen in fysiek opzicht schade berokkenen, maar het kan ook het denkvermogen aantasten en iemand beletten met zijn volledige „denkvermogen” tot God te naderen (Rom. 12:1). Druggebruikers raken vaak betrokken bij spiritistische praktijken. Volgens Galáten 5:19-21 is de „beoefening van spiritisme” een werk van het „vlees” waardoor iemand wordt verhinderd Gods goedkeuring en leven te verwerven. — Blz. 370-373.

● Wat wordt in Spreuken 10:7 bedoeld met de woorden „de naam van de goddelozen — die zal verrotten” ?

De naam of reputatie van de goddelozen wordt geen prettige herinnering maar wordt iets walgelijks, als een verpestende stank. Dit blijkt uit de contrasterende verklaring in het eerste deel van het vers: „De gedachtenis van de rechtvaardige is tot zegen.” — Blz. 403.

● In welke opzichten is het nieuwe verbond superieur aan het oude Wetsverbond?

Onder de nieuwe verbondsregeling is Jezus Christus de onsterfelijke Hogepriester, die geen opvolgers nodig heeft. Zijn volmaakte menselijke slachtoffer hoeft niet herhaald te worden en maakt werkelijke vergeving van zonden mogelijk. Jehovah heeft in het geval van degenen die onder het nieuwe verbond staan, zijn wetten in hun hart en geest gelegd; er is geen uitgebreid geschreven wetboek. — Blz. 431.

[Voetnoten]

a Alle verwijzingen zijn naar De Wachttoren van 1973.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen