Jongeman ’brengt verschillende schriftuurplaatsen met elkaar in verband’
● Door een juist gebruik te maken van schriftuurplaatsen wordt er steeds een duidelijk licht op een bepaald bijbels onderwerp geworpen. Dit blijkt wel duidelijk uit datgene wat er in de achtste klas van een school in Kentucky (V.S.) voorviel. Iedere morgen werd er door een van de vierendertig leerlingen een stuk uit de bijbel voorgelezen of een bijbels verhaal verteld. Een toewijzing hiervoor werd dan de dag ervoor gegeven. Op zekere dag had de onderwijzer helemaal vergeten iemand aan te wijzen en hij vroeg toen of Jaap, een getuige van Jehovah, voor de vuist weg een toespraakje wilde houden.
● Jaap bracht op tactische wijze naar voren dat Gods naam Jehovah is. De reacties van zijn medeleerlingen waren opmerkenswaardig. Een riep uit „Wij moeten dus allemaal predikers zijn!” en een ander vroeg „Waarom heeft men ons in de kerk nooit verteld wat Gods naam is?” „Waarom heeft God een naam?” vroeg weer een ander. Het commentaar dat de onderwijzer gaf luidde: „Ik ben blij dat we een leerling in de klas hebben die verschillende schriftuurplaatsen met elkaar in verband kan brengen. Ik ken deze teksten mijn hele leven al maar was tot nog toe niet in staat er een logisch verband tussen te leggen.”
● Al gauw had Jaap zeven toespraakjes gehouden, zeven weken achter elkaar iedere week een. Er werd hem verzocht er nog meer te houden. Hij behandelde onder meer de volgende onderwerpen „Wie veroorzaakt de wereldellende?” „Nieuwe hemelen en een nieuwe aarde”, „Een aantal mensen zal voor eeuwig op aarde leven,” en „144.000 zullen naar de hemel gaan”. Vele leerlingen gaven, nadat ze de door Jaap aangehaalde schriftuurplaatsen hadden onderzocht, te kennen: „Dat is precies wat er mee bedoeld wordt!”