Wordt de openluchtprediking erkend?
De prediking in de kathedralen en kerkgebouwen wordt al lang erkend en heeft een eerbare en bevoorrechte status verkregen. Welke positie neemt de openluchtprediking in?
BEZOEKERS van Londen staan er dikwijls paf van dat er daar zo veel in de openlucht wordt gepredikt. Heel vaak zien zij een geestelijke op het plein voor een kerk, in de openlucht tot een op een grasperk of het trottoir staande schare mensen prediken. In Nederland en elders is de activiteit van de predikers van het Leger des Heils op de hoeken der straten welbekend. Sommige mensen zullen het hebben meegemaakt dat er mormoonse predikers of zendelingen bij hen op bezoek kwamen. En wie heeft er niet een van Jehovah’s getuigen aan de deur gehad, die van huis tot huis gaan om het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken? Er rijst echter een interessante vraag.
Wordt de openluchtprediking erkend? Hiermee bedoelen wij: Hoe staat het met deze vorm van prediken in vier belangrijke opzichten? 1. Wordt deze predikingsvorm door de geschiedenis gewettigd en is ze doeltreffend gebleken? 2. Welke noodzaak is er thans voor, nu toch nagenoeg ieder binnen het onmiddellijke bereik van een kerk woont? 3. Wordt het wettelijk erkend door regeringsinstellingen en rechtbanken? En 4. Wat vermeldt Gods Woord, de bijbel, over de openluchtprediking?
Op het ogenblik denkt men meestal dat de openluchtprediking van tamelijk recente datum is. Wanneer men de geschiedenis echter eens nauwkeurig onderzoekt, komt men tot een geheel andere opinie. „De openluchtprediking is niet een der ’nieuwe methoden,’” schreef Edwin Hallock Byington in Open-Air Preaching. „Het was de oorspronkelijke manier waarop de geopenbaarde wil Gods onder de mensen werd verbreid. Niet alleen is ze ’zo oud als de prediking zelf’ maar eeuwenlang was dit de enige soort van prediking. Spurgeon zegt: ’Wij hebben de volledige vrijheid om te geloven dat Henoch, de zevende van Adam, toen hij profeteerde om geen betere preekstoel vroeg dan een heuvelrug, en dat Noach een prediker van rechtvaardigheid was die bereid was op de scheepswerf met zijn tijdgenoten te redeneren.’”1
HET GEBRUIK GEDURENDE DE MIDDELEEUWEN EN DE HERVORMING
Wanneer men de geschiedenis grondig bestudeert op het al dan niet voorkomen van de openluchtprediking, beseft men spoedig dat er in de middeleeuwen in behoorlijk veel grotere mate van deze methode gebruik werd gemaakt. De geschiedschrijver Byington vestigt er onze aandacht op dat de rooms-katholieke St. Franciscus met zijn zendingswerk begon door in de straten van Assisi te prediken. „Van St. Dominicus wordt gezegd dat hij tot alle mensen die hij . . . langs de openbare weg ontmoette, predikte.”2
De „morgenster der Hervorming,” de Engelse theoloog John Wiclif, had grote belangstelling voor de openluchtprediking. Hij trok veel oprechte mensen van zijn tijd tot zich, leidde hen op als predikers en zond hen uit om het evangelie te verkondigen. Professor Lechler zegt over hen: „Zij zwierven van dorp tot dorp, van stad tot stad en van buurtschap tot buurtschap, zonder ergens te blijven en zonder rust, predikend, lerend en waarschuwend waar zij maar gewillige luisteraars konden vinden, soms in een kerk of kapel, soms op het kerkplein, wanneer zij bemerkten dat de kerk zelf gesloten was, en soms op de openbare straat en op de markt.”3
Een andere autoriteit schrijft over hen: „Zeer eenvoudig gekleed en zonder een vergunning van de plaatselijke ordinarii, waren zij gewoon hun leer in het openbaar te prediken, niet alleen in kerken en op kerkpleinen, maar ook midden op markten en kermissen, ja werkelijk, overal waar grote groepen mensen bij elkaar waren.”4
Gedurende de Hervorming predikte men veel in de openlucht (hagepreken). Uit het werk Open-Air Preaching vernemen wij dat er van Maarten Luther wordt bericht dat hij op de markt in Zwickau een gehoor van 25.000 personen had. Ook Johannes Huss predikte in de stedelijke winkelcentrums. Ja, in geheel Europa predikten gedurende de Hervorming zendelingen langs de weg en hoe doeltreffend was die prediking! Om de uitwerking hiervan te niet te doen, begon de Katholieke Kerk ook met de openluchtprediking. „Rome zond haar eigen openluchtpredikers uit,” aldus Byington, „die hun invloed te niet deden door hen ten aanhoren van het volk op straat en op de markt tegen te staan. . . . Zo kreeg Robert, de stichter der Cisterciënser monnikenorde, van paus Urbanus II permissie om overal te prediken. Reizend van stad tot stad en van provincie tot provincie, beschouwde hij zijn permissie niet als zijnde beperkt tot de kerken, maar predikte ook op de openbare wegen en in de bossen.”5
De Jezuïeten wisten ook wat voor voordelen de openluchtprediking met zich bracht. Zo schreef een zekere geschiedschrijver: „De leden er van waren een soort van veldmonniken, die bereid waren predikers, leraars, zendelingen, handelslieden, ontdekkingsreizigers of politici te zijn. De orde gebruikte alle middelen tot het winnen en iedere methode tot het regeren van zowel natiën als kerken.”6
Na de Hervorming vergaten de protestanten de waarde van openluchtprediking niet. De stichter der methodistische kerk, John Wesley, predikte actief in de openlucht, in de parken en op de straten. Hij beschouwde de wereld inderdaad als zijn parochie.7 Ten slotte organiseerde Wesley een grote groep van plaatselijke en rondtrekkende predikers. Zij predikten buitenshuis, in privé-woningen en overal waar zij maar toehoorders konden vinden. Eén geschiedschrijver zegt over hen: „Het land werd in kringen verdeeld, waarin de predikers, ieder voor een bepaalde tijd, rondtrokken. In 1765 waren er in Engeland vijfentwintig kringen, twee in Wales, vier in Schotland, en acht in Ierland, en ondanks de felle vervolging namen de aantallen snel toe. Opstootjes waren niet zeldzaam, en Wesley’s leven verkeerde dikwijls in gevaar.”8
Niet alleen de methodisten, maar, volgens de brochure Preaching in the Open Air, ook de baptisten, presbyterianen, episkopalen en andere kerken hebben sedert onheuglijke tijden op straten en in de parken gepredikt.9
De geschiedenis getuigt er dus ten overvloede van dat men in aloude tijden al in de openlucht predikte, en met succes! En dan te denken dat velen veronderstellen dat het iets nieuws is.
WELKE NOODZAAK BESTAAT ER THANS VOOR?
Aangenomen dat de openluchtprediking doeltreffend is gebleken om mensen tot religie te keren, maar is er thans nog wel enige noodzaak toe, nu nagenoeg iedereen in zijn naaste omgeving wel een kerktoren kan ontdekken? Hierdoor rijzen enkele diepgaande vragen.
Waarom hebben de geestelijken de orthodoxe religiën vaak hun toevlucht genomen tot allerlei onkerkelijke manieren om de kerk te vullen? Waarom laat men het bekeringsteam van Billy Graham overkomen? Waarom zei deze evangelist aan het begin van zijn kruistocht in New York dat ’de dominees ontmoedigd en teleurgesteld zijn. . . . Toen wij met velen van hen spraken, bemerkte wij dat men haast wanhopig was. Predikanten die het op theologisch gebied niet eens met ons konden zijn . . . zijn bereid met ons samen te werken, eenvoudig omdat er niets anders in het vooruitzicht schijnt te zijn’?10
Waarom zijn grote aantallen mensen niet bij enige religie aangesloten? Waarom hoort men de laatste tijd steeds meer van zendingsposten van het hindoeïsme, boeddhisme en de islam in Europa en Amerika? Waarom zijn de protestantse kerken in Engeland, Schotland en Scandinavië merendeels leeg?11
Waarom verklaarde de geschiedschrijver Arnold Toynbee: „Er is een geestelijk vacuüm in de wereld”?12 Waarom schreef Marcus Bach in The Christian Century dat ’Jehovah’s getuigen een uitdaging vormen, waardoor nogmaals een beroep op de traditionele kerk wordt gedaan om te — getuigen!’?13
Miljoenen mensen zijn in gebreke gebleven iets aan religie te doen! Zij zijn niet naar de traditionele religieuze gebouwen gegaan, en kerkleiders zien in dat het noodzakelijk is hen op een andere methode dan de conventionele prediking in kerken tot de religie te trekken. Treffend is het volgende commentaar: „Tot dezulken moet het evangelie aan de wegkant, op de hoeken der straat, aan de zeekust, op de bergen en in de bossen worden gepredikt.”14 Thans geldt nog meer dan vroeger wat een bekende straatprediker in New York, de burgemeester van die stad rapporteerde: „Het overgrote deel van het publiek heeft bijna eenstemmig toegegeven dat deze methode noodzakelijk, nuttig en waardevol is en het meest geschikt is om aan de vereisten van de ’massa’ te voldoen, . . . Door deze straatdiensten bereikt men de klasse van personen in de onderste lagen van uw gemeenschap, die door geen van onze commissies, verenigingen en zendelingen worden benaderd of bereikt.”15
Men erkent dus dat deze openluchtprediking onontbeerlijk is en dat ’zij die buiten de invloed van de kerk staan, hierdoor het snelst worden bereikt.’16
WETTELIJK EN RECHTERLIJK ERKEND
Zoiets belangrijks als de openluchtprediking verdient wettelijke erkenning, welke ze dan ook veelal heeft verworven. Het krachtigst is dit onder woorden gebracht door de indelingsraad der Verenigde Staten:
„Gewoonlijk vindt men dat er van de preekstoel of het podium af ’gepredikt en onderwezen’ dient te worden. Dit is echter niet de toetssteen. De prediking en het onderwijs zijn niet aan plaats gebonden noch tot het gesproken woord beperkt. De waarde en het doel van kennis worden niet bepaald door de manier waarop ze tot ons komt. Men mag prediken of onderwijzen vanaf de kansel, het trottoir, in het veld of de deftige wijken. Men mag zijn boodschap ’van de daken der huizen’ af schreeuwen of ’op stenen tafelen’ schrijven. Men mag zijn ’rede op de berg’ houden. . . . Men mag op straat wandelen en een gewoon gesprek beginnen met de omstanders, hun daarbij vertellend over de idealen welke aan zijn religieuze overtuiging ten grondslag liggen, of men mag zijn boodschap via de geschreven of gedrukte bladzijde overbrengen, maar hoe dan ook, men is een bedienaar van het evangelie wanneer men dit een doeltreffende manier acht om de beginselen van religie in de geest en het hart der mensen te prenten.”17
Sprak Christus de beroemdste rede aller tijden in een kathedraal of religieus gebouw uit? Neen! Zijn „berg”-rede sprak hij in de openlucht uit. Omdat zo weinig geestelijken net als Christus Jezus zeggen, „Zie! Ik sta aan de deur en klop” is het geen wonder dat de noodzaak voor van huis tot huis predikende bedienaren van het evangelie zo acuut is.
Opvallend was de meerderheidsuitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1943:
„Deze vorm van religieuze activiteit neemt onder het Eerste Amendement dezelfde hoge positie in als de aanbidding in de kerken en prediking vanaf de kansels. Ze kan evenveel aanspraak op bescherming maken als de orthodoxer en conventioneler uitoefeningen van religie. . . . Wij beweren slechts dat de prediking van iemands religieuze overtuiging of het evangelie door de verspreiding van religieuze lectuur en het afleggen van persoonlijke bezoeken een eeuwenoude evangelisatievorm is welke evenveel aanspraak op grondwettelijke bescherming heeft als de orthodoxer vormen. . . . Louter het feit dat de religieuze lectuur door rondtrekkende predikers wordt ’verkocht’ in plaats van ’gegeven,’ doet evangelisatie niet veranderen in een commerciële onderneming. Ware dit zo, dan zou het laten rondgaan van de collecteschaal in de kerk de kerkdienst tot een commercieel project maken. . . . Wij kunnen de vrijheden van rondtrekkende evangelisten, die hun religieuze overtuiging en de doelstellingen van hun geloofsrichting door de verspreiding van lectuur verbreiden, weer herstellen tot hun hoge grondwettelijke positie.”19
DE ERKENNING DIE TELT
Zelfs al werd de openluchtprediking door mensen niet wettelijk erkend, dan telt toch in laatste instantie wat Gods Woord er over te zeggen heeft. De Stichter van het christendom gebruikte alle mogelijke methoden om het goede nieuws van het Koninkrijk te verbreiden. Soms predikte hij in synagogen; vaker was hij echter buiten in de openlucht, want hij „ging in het rond naar de dorpen in een kring, terwijl hij onderwees.”20 Waar Christus ook mensen trof, predikte hij: „Toen hij de scharen zag, ging hij de berg op; en nadat hij was gaan zitten, kwamen zijn discipelen tot hen; en hij opende zijn mond en begon hen te onderwijzen.”21
Bij een andere gelegenheid ’zat Jezus, nadat hij het huis had verlaten, aan de zee, en grote scharen verzamelden zich om hem heen, zodat hij aan boord van een boot ging en nederzat, en de gehele schare stond op de oever. Toen vertelde hij hun veel.’22
Jezus zond zijn apostelen en discipelen uit om evenals hij te prediken. Over Paulus lezen wij: ’Hij begon in de synagoge te redeneren met de joden en de anderen die God aanbaden, en iedere dag op de markt met hen die daar juist aanwezig waren.’23 „Ik heb mij er niet van weerhouden u al wat nuttig was, te vertellen en u in het openbaar en van huis tot huis te onderwijzen.”24 En over de apostelen staat geschreven: „Zij bleven zonder ophouden iedere dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken.”25
Gezien het bovenstaande is het vreemd dat velen geloven dat de prediking der religie beperkt dient te worden tot kathedralen en kerkgebouwen. Waarom dient Gods Woord gebonden te zijn, wanneer de Zoon van God zei: „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak welke uit Jehovah’s mond voortkomt”?26 Geestelijk voedsel is noodzakelijk. Stoffelijk voedsel eveneens, maar dit kan men dan ook overal verkrijgen. Dient het belangrijke geestelijke voedsel op minder doeltreffende wijze te worden uitgedeeld, vooral wanneer wij staan tegenover wat een geestelijke een „religieus vacuüm” „op ongekende schaal” noemde?27 A.F. Schauffler geeft hierop een wijs antwoord:
„Indien nu de prediking in de openlucht iets nieuws of onschriftuurlijks zou zijn, zouden wij er goed aan doen even te pauzeren en deze aangelegenheid zorgvuldig te overdenken alvorens wij ze beproeven. Aangezien ze echter ’zo oud als de weg naar Rome’ is, en een overvloedige schriftuurlijke machtiging en de persoonlijke sanctie van onze Meester heeft, waarom zou iemand onder de zon dan ook maar een ogenblik weifelen?
Ik stel me zo voor dat wanneer ik de apostel Paulus in een hedendaagse bijeenkomst van bedienaren van het evangelie zou zien . . . hij enkele scherpe woorden zou spreken over de lusteloosheid der hedendaagse kerk, die niet elke gelegenheid aangrijpt om het evangelie van de gezegende Heer bekend te maken. . . . Dit doe ik met mijn gehele hart . . . het gebruik aanbevelen aan allen die de uitdrukkelijke bevelen van hun Meester wensen te gehoorzamen en ’uitgaan naar de openbare wegen en heggen en hen dwingen naar binnen te komen.’”28
[Verwijsbronnen]
1 Open-Air Preaching, door Edwin Hallock Byington (Hartford, Connecticut, 1892; Hartford theologisch seminarie), blz. 9.
2 Idem, blz, 30.
3 John Wyclif, door professor Lechler (Londen, 1878; Kegan Paul & Co.), Deel 1 blz. 310.
4 Life of John Wycliffe, door Robert Vaughan (Londen, 1881; Holdsworth and Vaughan), Deel II, blz. 163.
5 Open-Air Preaching, blz 29, 30.
6 History of the Christian Church, Blackburn (New York, 1879; Cranston & Stowe).
7 Open-Air Preaching, blz. 71.
8 History of the Christian Church, blz. 629.
9 Preaching in the Open Air, een pamflet geschreven door George Charles Smith (Londen, 1829; W.K. Wakefield), blz. 4, 9, 10, 12, 25-28.
10 The Nation van 11 mei 1957.
11 The New Ordeal of Christianity, door Paul Hutchinson (New York, 1957; Association Press).
12 The Christian Century van 20 februari 1957.
13 The Christian Century van 13 februari 1957.
14 Empty Churches and How to Fill Them, door J. Benson Hamilton (New York, 1879; Phillips and Hunt), blz. 64.
15 Report of Four Years’ Labor of Love and Deeds of Mercy, een pamflet geschreven door dr. John W. Kennion (Brooklyn Job and Book Printing Department, 1880), blz. 3 van de inleiding.
16 Open-Air Preaching, blz. 25.
17 Selective Service in Wartime, Tweede rapport van de algemene directeur der indelingsraden, 1941-42, blz. 239-241, onder het opschrift „Speciale classificatieproblemen.”
18 Openb. 3:20.
19 Murdock c. Pennsylvania, 319 V.S. 105 (3 mei 1943).
20 Mark. 6:6.
21 Matth. 5:1, 2.
22 Matth. 13:1-3.
23 Hand. 17:17.
24 Hand. 20:20.
25 Hand. 5:42.
26 Matth. 4:4.
27 New York Times van 21 januari 1957, Presbyteriaans predikant David H.C. Reed.
28 Open-Air Preaching, inleiding op het boek door A.F. Schauffler.