Keert u tot de Nieuwe-Wereldmaatschappij
1. Wat voor organisatie is de christelijke gemeente?
DE organisatie der theocratische christelijke gemeenten is de ene organisatie op aarde welke zich voor altijd heeft toegewijd aan het ten uitvoer brengen van Jehovah’s voornemens en het bewaren der goddelijke deugden. Jezus zinspeelde er op dat christenen de bewaarders zijn van het menselijk leven, van Jehovah’s aanbidding en van deugdzaamheid, toen hij zeide: „Gij zijt het zout der aarde” (Matth. 5:13, NW). Op dit „zout,” de Nieuwe-Wereldmaatschappij van thans, rust de onontkoombare verantwoordelijkheid Jehovah’s rechtvaardigheid hoog te houden. Allen die de christelijke aanbidding op zich nemen, valt dit voorrecht en deze verplichting te beurt.
2. In welke behoeften moest er worden voorzien in de vroege christelijke gemeente?
2 Christus Jezus richtte de christelijke gemeente op. Nadat hij aan de paal was genageld, was opgewekt en tot de hemel verhoogd, zond hij zijn metgezellen de geest of kracht van zijn hemelse Vader opdat zij als de vroege christelijke gemeente ijverig de ware aanbidding zouden uitbreiden. Het christelijke goede nieuws moest gepredikt worden, mensen moesten geestelijk sterk worden zodat zij opgewassen zouden zijn tegen de corruptie van het aan het bewind zijnde Romeinse Rijk, er dienden gemeenten georganiseerd te worden en de leden waaruit die gemeenten bestonden, moesten onderwezen en opgeleid worden in de christelijke bediening. Zowel zij die pas tot het christendom waren overgegaan als zij die er al langer mee verbonden waren, moesten binnen de grenzen van de christelijke welvoeglijkheid blijven en volgens theocratische beginselen te werk gaan; anders zou bederf een remmende werking hebben op het behalen van de zegepraal door de christelijke gemeente in haar van God afkomstige toewijzingen.
3. Toon aan welke voorziening er was getroffen ten einde aan de behoeften en vereisten van de christelijke gemeente te voldoen.
3 In de christelijke gemeente werden er daarom plichten, speciale voorrechten of verantwoordelijkheden overgedragen en toegewezen aan mannen die zich aan God hadden opgedragen en blijk hadden gegeven van geestelijke rijpheid en getrouwe plichtsbetrachting. Zulke aanstellingen waren afkomstig van het in Jeruzalem gevestigde besturende lichaam van de vroege christelijke gemeente, hetwelk werd gevormd door de apostelen, andere rijpe christelijke mannen en in hun plaats optredende vertegenwoordigers. Deze aangestelden hadden net als alle andere christenen een aandeel aan de bediening van het evangelie. In hun gemeente bestond hun dienst in het zich kwijten van organisatorische plichten. De christenen die opzieners waren over de respectieve gemeenten, moesten er voor zorgen en er op toezien dat de gemeente en de enkelingen daarin de paden der deugd bewandelden.
4. Wie kunnen terecht worden aangesteld in een speciaal dienstambt?
4 In het derde hoofdstuk van Eén Timotheüs staat opgetekend over welke hoedanigheden iemand moet beschikken alvorens hij als een opziener in de christelijke gemeente aangesteld kan worden. Er dient niets op hem aan te merken te zijn, hij moet geen bigamist, onmatig en zonder zelfbeheersing, onstandvastig van geest of wanordelijk zijn, iemand die zijn naaste haat, een dronkaard, iemand die twistziek is of het geld liefheeft, die de jeugdmisdadigheid in de hand werkt, noch een nieuweling of oplichter in zakenaangelegenheden. Over opzieners wordt er gezegd: „Laten dezen ook eerst op hun geschiktheid worden beproefd, en laat hen wanneer er daarna geen aanklachten tegen hen zijn, als bedienaren dienen” (1 Tim. 3:10, NW). „Vertrouw hetgeen gij van mij hebt gehoord met ondersteuning van vele getuigen, toe aan getrouwe mensen, die op hun beurt voldoende bekwaam zullen zijn anderen te onderwijzen.” — 2 Tim. 2:2, NW.
5, 6. Hoe algemeen was deze aanstellingsprocedure en tot op welke hoogte konden de aangestelden met de geestelijken van de christenheid worden vergeleken?
5 Uniform werden aldus in alle christelijke gemeenten verantwoordelijke mannen aangesteld om voor elk van de gemeentelijke kudden zorg te dragen, zelfs in het verre Antiochië, waarover wij lezen: „In Antiochië nu waren er in de plaatselijke gemeente profeten en leraars” (Hand. 13:1, NW). De Filippenzen toesprekend, zegt Paulus: „Heiligen in eendracht met Christus Jezus, die te Filippi zijn, tezamen met de opzieners en dienaren in een geestelijk ambt” (Fil. 1:1, NW). Deze dienaren in een geestelijk ambt, opzieners en assistenten zijn in geen enkel opzicht te vergelijken met de geestelijken der christenheid. De theocratische dienaren beweren noch pogen hun kudden voor te gaan in de politiek, sociale hervormingsbewegingen, psychiatrie, gokken of heidense religieuze leerstellingen en praktijken. Zij zijn veeleer te herkennen omdat zij Gods Woord en Christus’ wetten hebben bestudeerd en geleerd; zij hebben gepredikt over Jehovah’s koninkrijk, Christus’ rantsoenoffer, de opstanding, de Nieuwe Wereld en hebben er op gestaan dat de personen waaruit de christelijke gemeente bestond, deugdzaam zouden zijn of anders werden verwijderd.
6 Dit was dus de organisatie en werkzaamheid der vroege kerk en noch deze kerk noch het woord Gods dat ze predikte, was te laken voor de toestanden na de dood van de apostelen. Toen geraakte de christelijke organisatie gevangen aan de heidense wereld en ontstond er een bastaardreligie, een fusie-religie, ontstaan uit het heidendom en het afvallige christendom. De christenheid en het christendom zijn niet hetzelfde; integendeel, zij staan lijnrecht tegenover elkaar in de strijdvraag met betrekking tot de reine aanbidding en deugdzaamheid.
7. (a) Bespreek de omstandigheden en de inhoud van Paulus’ profetie in Handelingen hoofdstuk 20. (b) Ging ze zodanig in vervulling dat waarheid en deugdzaamheid verloren gingen?
7 De apostel Paulus, die de geest van zijn God bezat, zich bewust was van Satans tegenkanting en de toestanden welke de christelijke organisatie omringden, het oog op de toekomst gericht hield en onder inspiratie sprak, ontbood de rijpe mannen van de gemeente te Efeze naar Milete en zeide tot hen: „Nu, zie! ik weet dat gij allen, onder wie ik het koninkrijk predikend, ben rondgegaan, mijn gezicht niet meer zult zien. Op deze dag roep ik u daarom tot getuigen dat ik rein ben van het bloed van u allen, want ik heb mij er niet van weerhouden u al de raad Gods te vertellen. Schenkt aandacht aan u zelf en aan de gehele kudde, over wie de heilige geest u tot opzieners heeft aangesteld, opdat gij de gemeente Gods zoudt weiden, welke hij heeft gekocht met het bloed van zijn eigen [Zoon]. Ik weet dat na mijn heengaan onderdrukkende wolven bij u zullen binnenkomen en de kudde niet teder zullen behandelen, en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan en verdraaide dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken. . . . gij [moet] . . . de zwakken . . . bijstaan en de woorden van de Here Jezus indachtig zijn, die zelf zeide: ’Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen’” (Hand. 20:18-35, NW). In overeenstemming hiermee werd de kudde Gods zowel van binnen uit als van buiten af door wolven aangevallen en de geschiedenis getuigt er van hoe betrekkelijk zwak het waarheidslicht gedurende de daaropvolgende eeuwen gloeide. Ondanks deze gevangenschap van de christelijke gemeente zijn de beginselen van het christendom toch blijven bestaan en werd Gods Woord door de eeuwen heen door zijn macht bewaard en is thans in zuivere en betrouwbare toestand voorhanden.
GIJ KUNT U HIERHEEN KEREN
8. Welke voorziening is tegenwoordig ook nog onder ons aanwezig?
8 Behalve dit Woord Gods hebben wij thans door toedoen van Jehovah’s geest nog iets: De zich over de gehele aarde uitstrekkende Nieuwe-Wereldmaatschappij van mannen en vrouwen uit alle natiën, die tot Jehovah God zijn gekomen en zich aan hem hebben opgedragen, en er blijk van geven zijn goedkeuring en geest te bezitten daar zij allen een aandeel hebben aan de uitbreiding van de ware aanbidding. Hoe kan er in een wereld welke een nieuw dieptepunt in verdorvenheid heeft bereikt, een maatschappij zijn welke is toegewijd aan de nieuwe wereld waarin rechtvaardigheid zal wonen? (2 Petr. 3:13, NW) Bestaat er op aarde werkelijk een maatschappij of groep christenen welke er op staat dat haar leden en verbondenen deugdzaam zijn en waarheen gij u kunt keren? Ja!
9, 10. Welke ontwikkeling leidde er toe dat het theocratische bestuur wederom werd hersteld?
9 De apostel Paulus zette in zijn slottoespraak aan de rijpe mannen van de gemeente te Efeze uiteen dat hij de boodschap van het Koninkrijk predikte. Zij die geloof in Jehovah’s belofte stelden, geloofden in en zagen uit naar de oprichting van het koninkrijk des hemels op Jehovah’s bestemde tijd. Tegen de tijd dat deze rechtvaardige regering geboren zou worden, liet Jehovah op aarde een werk verrichten, doordat hij christenen door hun inzicht in zijn waarheidswoord te geven, er toe bewoog vorderingen te maken in de christelijke leer, organisatie en levenswijze. In de laatste jaren der negentiende eeuw werd erop kleine doch stellig niet te verachten schaal begonnen met het voorbereidende werk voor het aankondigen van Gods koninkrijk over de aarde. Christenen verenigden zich in een niet-sektarische maatschappij en in gemeenten om systematisch de bijbel te bestuderen en het evangelie te prediken. Daar zij hadden gezien hoeveel onheil er wordt gesticht door het bestuur van een geestelijkenstand, organiseerden zij zich eerst op democratische wijze, zodat elke gemeente op grond van een democratische stemming haar eigen aangelegenheden regelde. Later werden er enige vorderingen gemaakt in de richting van een theocratisch bestuur. In 1931 deed het Genootschap dat zij officieel hadden opgericht om hun werk systematisch ten uitvoer te brengen, een stap vooruit in de richting van het herstel van het theocratische bestuur onder christenen op aarde.
10 Het daaropvolgende jaar, 1932, stemden de gemeenten van Jehovah’s getuigen over de gehele wereld er met de duidelijk waarneembare zegen van Jehovah mee in hun zaken op theocratische wijze te regelen, zodat de Nieuwe-Wereldmaatschappij thans over de gehele aarde op dezelfde wijze als de vroege christelijke gemeente werkzaam is, geen commerciële of politieke doeleinden nastreeft, terwijl iedereen afzonderlijk vrijwillig zijn deel bijdraagt. Nu kent de christelijke gemeente dus wederom het juiste theocratische bestuur, dat sinds de door Paulus voorzegde gevangenschap niet meer had bestaan.
11. Wie leidt de christelijke Nieuwe-Wereldmaatschappij?
11 Wie bestuurt en leidt de organisatie? Wie staat er aan het hoofd van? Een man? Een groep mensen? Een klasse geestelijken? Een paus? Een hiërarchie? Een synode? Neen, niets van dit alles. Hoe dat mogelijk is? Is er in elke organisatie geen hoofd of lichaam nodig om richtlijnen aan te geven en de organisatie te besturen en te leiden? Ja. Is de levende God, Jehovah, de Bestuurder van de theocratische christelijke organisatie? Ja!
12. Door welke belangrijke feiten wordt het voorgaande antwoord bewezen?
12 Daar de werkzaamheden van de theocratische Nieuwe-Wereldmaatschappij worden geregeld naar de wet van het Woord van Jehovah God en daar de in de hemel op de troon geplaatste Christus Jezus Jehovah’s Uitvoerende Dienaar is, die zijn werk op aarde laat verrichten, en daar bovendien de door bemiddeling van Christus Jezus gegeven geest van God via zijn Woord inwerkt op het hart en de geest van zijn dienstknechten die zich aan hem hebben opgedragen, is de Nieuwe-Wereldmaatschappij theocratisch, wat wil zeggen door „God geregeerd.”
13. (a) Hoe worden dienaren in een geestelijk ambt aangesteld? (b) Bewijs dat zulke aanstellingen theocratisch zijn. (c) Wie staan onder het theocratische bestuur?
13 Komt Christus Jezus dan naar de aarde en stelt hij in alle gemeenten op aarde de afzonderlijke dienaren in een geestelijk ambt, opzieners, assistenten en andere dergelijke bedienaren aan? Neen. Hoe worden zij dan wel aangesteld? Hun aanstellingen komen van het zichtbare besturende lichaam dat is verbonden met de wettelijke instelling of het Genootschap, hetwelk de getuigen van Jehovah in 1884 te dien einde als rechtspersoon lieten erkennen en thans de „Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania” wordt genoemd. Zij zijn theocratisch omdat zij handelen naar het opgetekende Woord van de grote Theocraat en de modelorganisatie van de door Christus Jezus gestichte vroege christelijke kerk of gemeente. „Dat is wel erg ver gezocht,” zeggen enkelen wellicht. Laten zij die beweren dat Jehovah’s getuigen geen theocratische organisatie vormen, echter eens aantonen in welk opzicht dan niet. In woord, daad, leer, organisatie en levenswijze tracht de Nieuwe-Wereldmaatschappij oprecht zich naar het Woord van Jehovah God te schikken en zich aan de daarin opgetekende beginselen te houden, waarom het een schriftuurlijke, christelijke, theocratische of door God geleide organisatie is. Via zijn Woord brengt Jehovah zijn gedachten aan zijn volk over. In de christenheid is er geen andere organisatie te vinden welke zich naar het bijbelse voorbeeld of model richt; slechts de Nieuwe-Wereldmaatschappij van Jehovah’s getuigen staat er op dat degenen die zich in haar gelederen bevinden, zich zowel in privé- als in gemeente-aangelegenheden naar het schriftuurlijke voorbeeld richten. Dit theocratische bestuur of deze leiding strekt zich niet over alle mensen uit, zelfs niet over allen die met deze maatschappij in contact komen, met de gemeenten van Jehovah’s getuigen zijn verbonden of hun vergaderingen bezoeken. Een persoon moet zich vrijwillig onder dit weldadige bestuur plaatsen door zich aan Jehovah God op te dragen, en daarom strekt het theocratische bestuur of de theocratische leiding zich alleen uit over hen die zich aan God hebben opgedragen.
14. Waarom worden er theocratische aanstellingen gedaan?
14 Om speciale redenen worden er in deze tijd plichten overgedragen aan dienaren in de gemeente en andere speciale vertegenwoordigers van de theocratische organisatie. Zij moeten de kudde Gods voeden en in getrouwheid en met liefde weiden. Zij moeten Jehovah’s volk waar ook, helpen bij het bestuderen van de bijbel, bij het tot rijpheid groeien, bij het opleiden in de velddienst en het prediken van het goede nieuws van het Koninkrijk aan anderen, en overal in de organisatie van de Nieuwe-Wereldmaatschappij moeten zij er noodzakelijkerwijs voor waken dat de deugdzaamheid in de gemeente bewaard blijft, opdat er geen enkel soort van bederf of onwelvoeglijkheid kan binnensluipen en een verderfelijke invloed gaat uitoefenen.
15. In welk opzicht wordt het theocratische beginsel van afsnijding in de Nieuwe-Wereldmaatschappij aangetroffen?
15 Wij hebben hierboven vernomen dat degene die in de voorbeeldige natie Israël de ware aanbidding verdierf, voor zijn kwaad met de dood werd gestraft. In de christelijke gemeente wordt een overtreder echter niet door de leden der gemeente ter dood gebracht, maar zij worden van de gemeenschap afgesneden of er uit gesloten. Hierdoor wordt hen het leven niet ontnomen maar de omgang ontzegd met de gemeente van dienstknechten die zich aan Jehovah God hebben opgedragen, hij wordt uit de Nieuwe-Wereldmaatschappij gesloten. Zulks wordt noodzakelijk nadat de andere voorzieningen welke er onder een christelijk bestuur zijn getroffen om zulke aangelegenheden te behandelen, uitgeput zijn; het wordt gedaan na rijp overleg en door de weldoordachte actie van de zijde der aangestelde dienaren in de christelijke gemeente. Op hen rust de verantwoordelijkheid. Zij moeten zich getrouw van hun verantwoordelijkheid kwijten, zonder zich door hun gevoelens te laten leiden, zodat de belangen van alle betrokkenen worden gediend, Jehovah wordt geëerd en zijn organisatie rein wordt gehouden.
ONZE HOUDING TEN OPZICHTE VAN HET UIT DE GEMEENSCHAP SLUITEN
16. Noem overtredingen welke een reiniging noodzakelijk maken.
16 Tot de overtredingen waarop uitsluiting uit de gemeenschap volgt, behoren die welke deze straf in de vroege christelijke gemeente met zich brachten. Daaronder vielen aanhoudend liegen, stelen, op oneerlijke wijze zaken doen, overtredingen op seksueel gebied, het verkondigen van een valse leer, het verwerpen van Jehovah’s voorziening door bemiddeling van Christus Jezus, opstand tegen de theocratische organisatie, het veroorzaken van onenigheid, kwaadspreken, achterklap en andere vergrijpen. Wij weten dat het begaan van zo iets geen deugd is en wij zouden het ons moeilijk kunnen voorstellen dat Jehovah God en zijn Zoon Christus Jezus zo iets zouden doen.
17. In welke opzichten is het uit de gemeenschap sluiten een daad van liefde?
17 De in deze aangelegenheden toegepaste christelijke wet houdt wel degelijk rekening met de menselijke zwakheden, de voorziening van het door Christus Jezus verschafte rantsoen en de vergevensgezindheid en barmhartigheid van Jehovah. Dit is alles van invloed bij het uit de gemeenschap sluiten; het is werkelijk de laatste toevlucht nadat alle andere voorzieningen om reinheid en deugd te bewaren of te herstellen, hebben gefaald. Het uit de gemeenschap sluiten is daarom eigenlijk een daad van liefde, liefde van de zijde van Jehovah God en Christus Jezus, van de theocratische organisatie en van de dienaren in de gemeente die terecht rechtstreeks handelend optreden, mede omdat het niet uit boosaardigheid of onvriendelijkheid wordt gedaan, doch in gehoorzaamheid aan Jehovah’s, rechtvaardige wetten. Het is een daad welke van getrouwheid getuigt; wanneer de organisatie niet rein wordt gehouden, zou dit van ontrouw getuigen. Er wordt een drievoudig doel door gediend, namelijk: 1. de christelijke gemeente van de Nieuwe-Wereldmaatschappij rein te houden, 2. door deze drastische maatregel de overtreder, indien mogelijk, te helpen, zodat hij van zijn dwaling wordt doordrongen en daarvan voor het aangezicht van Jehovah God op de juiste wijze berouw heeft, 3. het is in het belang van degenen die getuige zijn van dit handelend optreden, hetgeen hun de verzekering geeft dat de theocratische organisatie juist te werk gaat en tevens voor hen een waarschuwing is dat het iets zeer ernstigs is van een juist gedrag af te wijken.
18. Vergelijk overtredingen op seksueel gebied met andere overtredingen der christelijke wet.
18 Er bestaan dus verschillende overtredingen waarvan wij er enkele hebben genoemd en waardoor de enkeling en de gemeente wanneer men er mee blijft doorgaan, worden ondermijnd. De meeste er van kunnen wij herkennen als tegen een andere persoon begane overtredingen, waardoor iemand anders van bepaalde rechten wordt beroofd en die derhalve van gebrek aan liefde getuigen. Enkelen schijnen echter moeilijk te kunnen begrijpen waarom overtredingen op seksueel gebied voor de christelijke organisatie zo verwerpelijk zouden zijn en waarom ze door God in zijn Woord, de bijbel, zo sterk worden afgekeurd. De grote Schepper en Vader heeft zelf de voorziening getroffen dat het menselijk leven overgedragen kan worden, hetgeen iets zeer wonderbaarlijks en heiligs is. Wij allen hebben de voordelen daarvan ontvangen, omdat wij leven. Indien wij de voordelen er van aanvaarden, nemen wij vanzelfsprekend Gods methode aan, hetgeen ons tevens de verplichting oplegt Gods regeling van het gehele proces aan te nemen. Sommigen betogen wellicht dat overtredingen op seksueel gebied geen kwaad doen, zelfs niet aan de partijen die er in toestemmen; in welk opzicht is het daarom zo verkeerd? Liegen, ja! Stelen, ja! Daardoor berooft men iemand anders van wat hem toekomt. Is een overtreding zoals overspel of hoererij niet iets heel anders? Hoe kan het, daar het in de oude wereld zo algemeen voorkomt, zo slecht zijn voor de leden van de Nieuwe-Wereldmaatschappij?
19. Hoe toont Paulus aan dat dit wel degelijk iets met religie te maken heeft?
19 Waarschijnlijk heeft de apostel Paulus een soortgelijke redenatie moeten overwinnen. In elk geval toont hij in het zesde hoofdstuk van Eén Korinthe aan dat er religie bij betrokken is en een gedeelte van zijn woorden luidt: „Ontvliedt de hoererij. Elke andere zonde welke een mens kan begaan, gaat buiten zijn lichaam om, maar wie hoererij pleegt, zondigt tegen zijn lichaam. Wat! Weet gij niet dat ulieder lichaam de tempel van de heilige geest binnenin u is, die gij van God hebt? Zo behoort gij ook u zelf niet toe want gij werdt met een prijs gekocht. Verheerlijkt dus alleszins God in uw lichaam.” — 1 Kor. 6:9-20, NW.
20. Waarom moeten de „andere schapen” des Heren zich afzijdig houden van seksuele onreinheden?
20 Paulus richt hier het woord tot leden van Christus’ lichaam. Betekent dit echter dat dit gebod, zich van seksuele onreinheden te onthouden, niet geldt voor de andere schapen des Heren, waaruit het overgrote deel der Nieuwe-Wereldmaatschappij bestaat? Dit zou nooit de juiste gevolgtrekking kunnen zijn. Dit nadrukkelijke bevel moreel rein te zijn, geldt voor alle dienstknechten die zich aan God hebben opgedragen, in even sterke mate. Waarom? Omdat zijn geest op zijn toegewijde volk als groep of lichaam en als enkelingen rust. De andere zonden welke worden veroordeeld, zoals liegen, stelen, het verkondigen van valse leerstellingen en opstand, worden buiten het lichaam van het afzonderlijke lid van des Heren „andere schapen” begaan, maar overspel en hoererij zijn zonden welke worden bedreven tegen iemands eigen lichaam, dat ter verheerlijking van God gebruikt dient te worden.
21. Wat moeten wij doen om God te verheerlijken?
21 Wij kunnen God in deze of in een andere aangelegenheid niet verheerlijken wanneer wij weigeren ons te onderwerpen aan de door hem vastgestelde regelingen. Rust Jehovah’s geest op de leden van zijn andere schapen? Ongetwijfeld. Daarom mogen zij niet tegen hun lichaam zondigen. In de kritieke en moeilijk door te komen tijd waarin wij leven, is het een vereiste dat wij onze deugdzaamheid nauwgezet bewaren; niet alleen de leden van het overblijfsel van „Christus’ lichaam” maar ook de leden van de „andere schapen” des Heren, allen die de Nieuwe-Wereldmaatschappij vormen of hopen te vormen. Reeds in zijn tijd maakte Paulus gewag van wat hij het veelvuldig voorkomen van hoererij noemde. Thans is dit niet in mindere mate het geval.
22. Wat valt er te zeggen over het voorrecht en de verantwoordelijkheid welke de gehele gemeente heeft ten aanzien van het bewaren van deugdzaamheid?
22 Welk voorrecht of welke verantwoordelijkheid rust er op de gehele gemeente ten aanzien van het bewaren der deugdzaamheid? Wij herinneren er aan dat bij de voorbeeldige natie Israël de gemeente of het volk het doodsoordeel voltrok aan de overtreders, die krachtens de wet van Jehovah God des doods schuldig waren. In de christelijke gemeente dienen allen de oprechte wens te koesteren Jehovah’s deugden onder de mensen te bewaren. Zij moeten bijvoorbeeld in een uitsluitingsgeval de door de dienaren genomen beslissing eerbiedigen, welke gedachte wordt ondersteund door datgene wat in Titus 1:5-16 (NW) wordt gezegd: „Mannen zoudt aanstellen . . . opdat hij bekwaam zij zowel te vermanen door de gezonde leer alsook om de tegensprekers terecht te wijzen. . . . Onhandelbare mannen, . . . sluit hun mond, . . . blijf hen met strengheid terechtwijzen, . . . Zij maken in het openbaar bekend dat zij God kennen, maar loochenen hem met hun werken, daar zij verfoeilijk . . . zijn.” Hieruit vernemen wij dat onhandelbaarheid of weerspannigheid niet toegestaan kan worden. Het zou een tweede overtreding zijn, welke geen goed zou doen aan de eerste overtreding van Gods wet die er de aanleiding toe vormde dat men uit de gemeenschap werd gesloten, noch die ongedaan maken. Het zou in verband met een uitsluitingsgeval niet consequent zijn de genomen beslissing in twijfel te trekken en tegelijkertijd te belijden dat men in God en zijn woord gelooft en graag ziet dat het woord van God onder zijn volk werkzaam is. Het zou er niet mee stroken dat wij met de Nieuwe-Wereldmaatschappij een aandeel zouden hebben aan het door haar verrichte wonderbaarlijke werk dat er in bestaat de reine aanbidding uit te breiden. Er wordt gebrek aan vertrouwen door getoond, terwijl degenen die in de gemeente met elkaar in gemeenschap staan, vertrouwen zouden tonen door mee te werken en in overeenstemming te handelen met de bekendgemaakte uitsluiting, wat in het belang van allen werd gedaan. Daarom dienen allen in de gemeente de gedragslijn er van te aanvaarden. Paulus schreef aan de Thessalonicenzen: „Nu verzoeken wij u, broeders, achting te hebben voor hen die onder u hard werken en de leiding over u hebben in de Heer en u vermanen, en hun wegens hun werk meer dan buitengewone attentie in liefde te geven.” — 1 Thess. 5:12-27, NW.
23. Hoever moet het berouw van een dwalende persoon wegens zijn zonde gaan?
23 Een uitgesloten persoon kan niet tegelijkertijd boos zijn en berouw hebben. Berouw en boosheid gaan niet samen; er dient daarom geen misplaatst medelijden en misplaatste sympathie te bestaan. Moet het hart dan bedroefd worden gemaakt? Ja, en het uit de gemeenschap sluiten dient het hart bedroefd te maken. De dwalende persoon moet voor elke kleine of ernstige overtreding van Gods wetten werkelijk berouw tonen, dat wil zeggen bedroefd van hart zijn. Wanneer iemand uit de gemeenschap is gesloten, moet zijn hart, wil de uitsluiting hem werkelijk ten goede komen en mogelijk tot herstel leiden, diep getroffen zijn, zijn geest moet pijn lijden en hij moet er werkelijk oprecht naar verlangen deugdzaam te leven, want dit verlangen zal tot berouw leiden.
24. Waardoor kunnen wij tonen dat wij ons vertrouwen op Jehovah stellen en dat wij zijn deugden liefhebben?
24 De gehele gemeente wordt beproefd ten aanzien van de oprechte aanbidding en het bewaren van goddelijke deugden. Gehoorzaamheid brengt Jehovah’s zegen mee. Daardoor tonen allen in de gemeente op consequente wijze dat zij voor alles door bemiddeling van Christus Jezus op Jehovah vertrouwen voor de waarheid, voor zijn geest, waardoor wij onze rechtschapenheid kunnen handhaven en onze bediening kunnen verrichten, en zelfs voor de normale zegeningen van het leven. Wanneer er raad en leiding worden gegeven en gevolgd en er streng onderricht wordt toegediend, is ’welke deugd er ook is en al wat loffelijk is,’ door bemiddeling van Christus Jezus van Jehovah God afkomstig. De theocratische Nieuwe-Wereldmaatschappij verdient het dat wij ze jaar in jaar uit steeds weer van ganser harte ondersteunen en er mee samenwerken als christenen die Jehovah God aanbidden in het bewaren van deugd, in zijn deugdzame zegevierende koninkrijk. Keert u tot de Nieuwe-Wereldmaatschappij!