Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 1/4 blz. 148-150
  • Is het voldoende om volgens de gulden regel te leven?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is het voldoende om volgens de gulden regel te leven?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’NAAR ZIJN WOORD LUISTEREN’
  • HET GROOTSTE GEBOD
  • VEREISTEN VOOR HET LEVEN
  • Maria kiest „het goede deel”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
  • Martha
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • „Ik heb geloofd”
    Volg hun geloof na
  • Martha
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 1/4 blz. 148-150

Is het voldoende om volgens de gulden regel te leven?

Velen leiden wat zij een „goed” leven noemen. Zij bedoelen hiermee dat zij anderen geen kwaad doen en hen vaak in stoffelijk opzicht goed doen. Zal dit tot eeuwig leven leiden? of moet men aan meer vereisten voldoen?

CHRISTUS Jezus heeft de zogenaamde gulden regel bekendgemaakt: „Al wat gij derhalve wilt dat u de mensen doen, moet ook gij hun desgelijks doen” (Matth. 7:12, NW). Ten einde eeuwig leven in Gods nieuwe wereld te verkrijgen, is het noodzakelijk volgens deze regel van naastenliefde te leven. Sommigen denken evenwel dat God dit alleen maar verlangt. Hebben wij ons echter werkelijk van onze plicht ten opzichte van God gekweten wanneer wij slechts anderen goeddoen? Blijkt uit de Schrift dat het voldoende is volgens de „gulden regel” te leven?

Wanneer wij ons tot Gods Woord wenden, bemerken wij echter dat men het eeuwige leven kan verbeuren ook al is men druk bezig met een programma van opbouwende goede werken. Christus Jezus zelf heeft hier zeer sterk de nadruk op gelegd. De bijbelschrijver Lukas verhaalt ons hoe Jezus eens werd uitgenodigd ergens binnen te komen:

„Een zekere vrouw, Martha genaamd, [ontving] hem als gast in het huis. Deze vrouw had ook een zuster, Maria genaamd, die evenwel aan de voeten van de Meester neerzat en naar zijn woord bleef luisteren. Martha daarentegen werd afgeleid door het nakomen van vele plichten. Zij kwam dus naderbij en zeide: ’Meester, hindert het u niet dat mijn zuster mij alleen heeft gelaten om de dingen te verzorgen Zeg haar daarom dat zij mij komt helpen.’ De Meester gaf haar ten antwoord: ’Martha, Martha, gij zijt over vele dingen bezorgd en verontrust. Weinige echter zijn nodig, of slechts één. Want wat Maria aangaat, zij heeft het goede deel gekozen, en het zal niet van haar worden weggenomen.’” — Luk. 10:38-42, NW.

Blijkbaar volkomen in beslag genomen door het bereiden van de vele schotels voor een maaltijd, was Martha „afgeleid door het nakomen van vele plichten.” Zij bedoelde het goed; zij wilde Jezus zoveel mogelijk goed doen. Martha’s zuster Maria zat echter neer aan de voeten van de Meester en ’bleef naar zijn woord luisteren.’ Maria besefte hoe belangrijk het was kennis te hebben van God en zijn voornemens. Martha, die door zovele huishoudelijke plichten in beslag werd genomen, werd hierdoor geïrriteerd en vroeg Jezus Maria terecht te wijzen en haar te zeggen ’haar te komen helpen.’ De Meester gaf Martha toen te kennen wat werkelijk belangrijk was. Hij zei dat zij ’over vele dingen bezorgd en verontrust was,’ maar dat er slechts één ding werkelijk belangrijk was en dat Maria dit goede deel had gekozen.

Welke lering moeten wij dan hieruit trekken? Deze: dat het bedienen van anderen niet voldoende is; dat het mogelijk is ’afgeleid te worden door het nakomen van vele plichten,’ welke op zich goed en waardevol zijn maar er toe kunnen leiden dat wij het eeuwige leven verbeuren. Het is niet voldoende wanneer uw programma alleen maar gevuld is met zeer nuttige bezigheden.

’NAAR ZIJN WOORD LUISTEREN’

Jezus zeide Martha dat Maria ’het goede deel had gekozen’ omdat Maria „naar zijn woord bleef luisteren.” Maria had terecht een goed deel gekozen, want zoals Simon Petrus Jezus eens zei: „Gij hebt woorden van eeuwig leven.” Aangezien de Zoon Gods het tot zich nemen van deze kennis van de „woorden van eeuwig leven” hoger aansloeg dan het bedienen van anderen, blijkt hieruit dat Jezus ons te kennen wilde geven dat het goeddoen aan onze naasten in de juiste verhouding moet staan tot ons geregelde neerzitten „aan de voeten van de Meester” om ’naar zijn woord te luisteren.’ — Joh. 6:68, NW.

Een ware christen moet dus gelijk Maria handelen. Door zijn handelwijze moet hij er blijk van geven dat hij waarlijk gelooft in Jezus’ woorden: „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die door Jehovah’s mond uitgaat.” — Matth. 4:4, NW.

Jehovah’s woorden staan in de bijbel en wij moeten ons dus tot dat Boek wenden. Daaruit kunnen wij kennis over Jehovah en zijn voornemens verwerven. Er is niets wat deze kennis kan vervangen. Ze is van levensbelang. Onze redding hangt er van af. Een apostel van Christus verklaarde: „Dit is goed en aangenaam in de ogen van onze Redder, God, wiens wil het is dat alle soorten van mensen gered zullen worden en tot een nauwkeurige kennis der waarheid komen” (1 Tim. 2:3, 4, NW). Toen Jezus tot zijn hemelse Vader bad, legde hij de nadruk op de belangrijkheid van het bezitten van nauwkeurige kennis: „Dit betekent eeuwig leven dat zij kennis tot zich nemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” — Joh. 17:3, NW.

Aangezien kennis leven betekent, moet ook het omgekeerde waar zijn, namelijk, dat gebrek aan kennis de dood inhoudt. Zo was het inderdaad met de natie Israël uit de oudheid. Toen zij halsstarrig werden en weigerden Jehovah’s leer te aanvaarden, deelde God hun bij monde van zijn profeet mede: „Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen” (Hos. 4:6). Wanneer wij geen krachtsinspanningen doen om een nauwkeurige kennis te verkrijgen, zal God ons ook verwerpen; zijn oordeel over ons zal dan zijn dat wij niet ’de juiste gezindheid voor het eeuwige leven’ bezitten. — Hand. 13:48, NW.

HET GROOTSTE GEBOD

Wanneer wij door een studie van de Schrift tot een nauwkeurige kennis van de waarheid geraken, beseffen wij dat er een in omvang en belangrijkheid groter gebod is dan de „gulden regel” der naastenliefde. De Zoon Gods gaf ons de juiste kijk op deze aangelegenheid toen hij verklaarde: „’Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw geest.’ Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede, hieraan gelijk, is dit: ’Gij moet uw naaste liefhebben als u zelf.’ Aan deze twee geboden hangt de gehele Wet en de Profeten.” — Matth. 22:37-40, NW.

Hoe simpel is het nu! Er zijn twee geboden om het leven te kunnen verkrijgen. Beide zijn belangrijk, want wij moeten ons aan beide houden opdat ons het eeuwige leven waardig geacht wordt. Eén gebod is echter groter dan de „gulden regel” der naastenliefde, namelijk het gebod Jehovah God lief te hebben „met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw geest.”

Hoe betonen wij God deze liefde? De bijbel geeft hierop het volgende antwoord: „Liefde voor God betekent dat wij zijn geboden nakomen; en toch zijn zijn geboden geen drukkende last” (1 Joh. 5:3, NW). Alhoewel wij ons wellicht zoveel als in ons menselijk vermogen ligt aan de „gulden regel” houden, zullen wij in onze liefde voor God te kort schieten wanneer wij zijn andere geboden niet gehoorzamen. Dit is dus een ernstige zaak.

Eer men Gods geboden kan nakomen, moet men weten hoe ze luiden. Dit legt er nog eens te meer de nadruk op hoe belangrijk het is een nauwkeurige kennis van Gods Woord te verwerven. Nu kunnen wij begrijpen waarom Jezus tot de zich aan de gulden regel houdende Martha zei dat Maria het goede deel had gekozen, omdat Maria het verkoos kennis op te doen. Zonder kennis kunnen wij niet weten wat Gods geboden zijn en kunnen wij ze ook niet houden, en dientengevolge blijven wij in gebreke ten aanzien van het grootste gebod.

VEREISTEN VOOR HET LEVEN

Gods vereisten gelden niet voor één dag in de week, maar strekken zich tot het dagelijkse leven uit. Het ware christendom is in het leven van een persoon een belangrijke factor; hij wordt er door veranderd. Zijn kijk op het leven verandert totaal, hij wordt een nieuwe persoonlijkheid. Merk op hoe diepgaand Gods gebod is: „Trekt de oude persoonlijkheid met haar praktijken uit, en bekleedt u met de nieuwe persoonlijkheid die door nauwkeurige kennis wordt vernieuwd overeenkomstig het beeld van degene die ze schiep” (Kol. 3:9, 10, NW). Hiertoe moet men oprecht nederig zijn en rechtvaardigheid minnen, hetgeen door God wordt verlangd: „Voordat over u komt de dag van den toorn des HEREN [van Jehovah] Zoekt den HERE [Jehovah], alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordeningen volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op den dag van den toorn des HEREN [van Jehovah].” — Zef. 2:2, 3, NBG.

De nieuwe wereld zal geheel rechtvaardig zijn. Deze oude goddeloze wereld moet tenondergaan. Ze zal nu spoedig te Armageddon worden vernietigd. Daarom stelt God de eis: „Daar dit alles aldus zal worden opgelost, wat voor mensen dient gij dan wel te zijn in heilige gedragingen en daden van godvruchtige toewijding, verbeidend en goed in gedachten houdend de tegenwoordigheid van de dag Jehovah’s, waardoor de hemelen, brandend, zullen worden opgelost en de elementen, intens heet zijnde, zullen smelten!” — 2 Petr. 3:11, 12, NW.

Wij moeten Gods Woord voortdurend bestuderen en anderen in geestelijk opzicht helpen. Anderen dienen over Gods nieuwe wereld te vernemen en te horen dat Armageddon voor de deur staat. Wij tonen onze naastenliefde en liefde voor God door anderen over Jehovah’s voornemens in te lichten. Dat heeft de Nieuwe-Wereldmaatschappij van Jehovah’s getuigen zich tot taak gesteld. U kunt een aandeel hebben in het werk dat volgens Jezus’ bevel in deze laatste dagen zou geschieden: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt met het doel een getuigenis aan alle natiën te geven, en dan zal het volbrachte einde komen.” — Matth. 24:14, NW.

Door in geestelijk opzicht te geven, volgt u de „gulden regel” op. Wanneer wij het echter daarbij gepaard laten gaan met „heilige gedragingen,” tonen wij stellig dat onze liefde voor God volledig is. Slechts volgens de engste betekenis van de „gulden regel” te leven door anderen alleen fysiek goed te doen, is niet voldoende.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen