Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 1/3 blz. 116-120
  • Deel 25: Expansie in Europa en Afrika (1945-1955)

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Deel 25: Expansie in Europa en Afrika (1945-1955)
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • AFRIKA
  • Deel 26: Uitbreiding in Azië en de Stille Oceaan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Deel 24: Uitbreiding op het westelijk halfrond
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Neemt u deel aan de grote strijd van het geloof?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Deel 31: Het einde van het vierde en het begin van het vijfde tiental jaren dat het Koninkrijk in werking is
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 1/3 blz. 116-120

De moderne geschiedenis van Jehovah’s getuigen

Deel 25: Expansie in Europa en Afrika (1945-1955)

Europa met haar bevolking van bijna 400 miljoen mensen is het vaderland van de westerse beschaving. Politiek gezien schijnt Europa sedert de tijd dat de Grieken onder Alexander de Grote bijna 2300 jaar geleden de Europese suprematie over de Aziatische en Afrikaanse machten zochten te bevestigen, het middelpunt te zijn van de strijd om de wereldmacht. Cultureel is Europa de zetel van de wetenschap, muziek, kunst, het toneel, de sport en de filosofie der oude, door heidense invloeden besmette wereld, waardoor de geest van miljoenen mensen wordt beziggehouden. De volledige gamma der Europese denkwijzen omvat de ultrarechtse conservatieve geest — geworteld in de oude familie-aristocratie, klassevoorrechten (kasten) en door het rooms-katholicisme bestendigde tradities — welke veranderingen en inbreuken daarop haat, en die denkt dat ze voornaam en ver boven de anderen verheven is en daarom elke nieuwe denkwijze schuwt. Deze gamma omvat ook de verschillende denkwijzen welke naar het centrum neigen, met de liberale geest welke grotendeels het gevolg is van de protestantse hervorming, die democratisch geleidelijk aan progressieve veranderingen wil aanbrengen en wier theorie is dat alle mensen gelijk zijn geschapen en dat elk door zijn kapitalistische of socialistische krachtsinspanningen veiligheid en redding kan verwerven. Uiterst links op de toonladder der Europese denkwijzen treffen wij de radikale geest der atheïstische gedachte aan, welke een revolutionaire verandering voorstaat ten gunste van de heerschappij der massa en de verdeling der rijkdommen. Door het materialistische stelsel wordt de mens slechts een nummer of rad in een grote nationale machinerie.

Welke kans maakt de ware christelijke denkwijze in de strijd tegen zulke verschanste, machtige stellingen der Europese geest?

Sinds 1880 vindt de lectuur van het Wachttorengenootschap zijn weg in Europa.a Mettertijd werden drie centrums de bolwerken van Jehovah’s getuigen, Engeland, Midden-Europa (met als middelpunt Zwitserland) en Noord-Europa (met als middelpunten Denemarken en Zweden). Vanuit deze punten werd het gehele continent bediend, waarbij Duitsland op den duur een bijzonder vruchtbaar veld van expansie bleek te zijn. Gedurende de beide Wereldoorlogen bleven deze drie centrums intact en waren de uitgangspunten voor een snelle herleving van het werk in alle andere delen van Europa. In 1942 waren er in dertien landen op het continent van Europa 22.796 bedienaren van het evangelie werkzaam, waarbij de Duitse metgezellen, die door Hitler waren verbannen en gevangengezet, niet zijn meegeteld. Na afloop van de tweede wereldoorlog herleefden de werkzaamheden in de door een verbod getroffen landen snel, wat nog werd bespoedigd door het bezoek van president Knorr en zijn secretaris M.G. Henschel in de winter van 1945-1946, toen dezen een overzicht van de algehele toestand wilden verkrijgen.b Eind 1946 waren er in negentien Europese landen 74.196 getuigen weer levend en actief in de velddienst. In 1946 begon het Genootschap enkele in Gilead opgeleide zendelingen naar Europa te zenden en besteedde ongeveer honderdduizend dollar aan het oprichten van bijkantoren en het aankopen van drukinstallaties.c Het werk herstelde zich snel. Ontzagwekkend zijn de resultaten in het bijeenvergaderen der andere schapen geweest. In 1955 waren er in Europa 227.374 actieve getuigen, waaronder 278 in Gilead opgeleide zendelingen, die hun gehele tijd aan de prediking besteedden.

Dit verbazingwekkende naoorlogse expansiewerk heeft van communistische zijde veel tegenstand ondervonden. Naarmate Rusland het IJzeren Gordijn in Europa na 1948 geleidelijk aan steeds meer liet zakken, werd tegen duizenden getuigen een vervolging ingezet welke even erg, zo niet erger, is als die onder de nazi-bezetting. Na slechts drie of vier jaar uit de concentratiekampen bevrijd te zijn geweest, konden duizenden weer naar dergelijke duivelse instellingen terugkeren om als slaven in de Russische mijnen te werk gesteld te worden, of nog erger, naar Siberië verbannen te worden. Alleen al in de Oostzone van Duitsland zijn 1016 mannen en vrouwen der getuigen tot een totaal van 6865 jaar gevangenisstraf veroordeeld en zijn er veertien gedood.d

Denk bijvoorbeeld eens aan de tragische geschiedenis van de getuigen in Polen. In 1939, voor de tweede Wereldoorlog, waren er 1039 verkondigers die de bittere vervolging der fanatieke katholieke Hiërarchie weerstonden, door welke vervolging zij jarenlang tot een catacombenbestaan gedwongen waren.e De bevrijding van de nazi-tirannie in 1945 was zoet doch slechts van korte duur. De Poolse getuigen begonnen de theocratische aanbidding in hun land spoedig te reorganiseren. In 1946 bereikten zij een nieuw hoogtepunt van 6014 verkondigers. Toen arriveerden er in 1947 Gilead-zendelingen om hen verder te helpen zich voor de expansie te organiseren. Eind 1947 predikten er 10.385 actieve getuigen en in 1950 werd het verbazingwekkende aantal van 18.116 predikers bereikt.f Niets scheen deze moedige Poolse strijders voor de ware aanbidding te kunnen tegenhouden Jehovah’s „schapen” bijeen te vergaderen. In 1950 verdween Polen achter het IJzeren Gordijn. Toen werden de getuigen verboden, het bijkantoor gesloten en de leiders gearresteerd, waarna er niets meer van hen werd gehoord, en de zendelingen van Gilead werden verbannen. Wederom werden de Poolse getuigen tot hun vroegere ondergrondse „catacomben”-werkzaamheden gedwongen om de toorts van de christelijke aanbidding helder brandende te houden voor de vele andere schapen die nog graag naar Jehovah’s plaats van veiligheid wilden vluchten. In oktober 1956 werd het nieuws bekend dat de bijkantoordienaar van Polen en zijn metgezellen waren vrijgelaten en dat men pogingen deed het bijkantoor te heropenen.

In Tsjechoslowakije betoonden de getuigen zich eveneens ware strijders voor de christelijke vrijheid. Voordat Hitler deze progressieve democratie in Midden-Europa in 1938 zijn vrijheid ontnam, waren er 1166 verkondigers actief bezig. Tijdens de Hitler-tijd bleef er door de ondergrondse activiteit der getuigen Jehovah’s in Tsjechoslowakije een beperkt contact bestaan. Met de val van Hitler in 1945 herstelde het werk zich snel en in 1946 waren er 1209 getuigen werkzaam. Toen Tsjechoslowakije in 1948 achter het IJzeren Gordijn begon te verdwijnen, werden de getuigen verboden, hun bijkantoor werd gesloten en velen werden er gearresteerd.g Werd de expansie van het bijeenvergaderingswerk hierdoor een halt toegeroepen? Neen. In 1950 waren er 2882 actieve predikers van Jehovah’s koninkrijk en in 1951 groeide hun aantal aan tot 3705.h Soortgelijke ervaringen werden er door de getuigen opgedaan in communistisch Joegoslavië,i Bulgarije, Hongarijej en Roemenië.k Zelfs in Rusland waren er in 1948 meer dan achtduizend aankondigers van Jehovah’s koninkrijk actief bezig, vaak op schrandere en ingenieuze wijze het bijbelse predikingswerk voortzettend.l Er zijn ook berichten binnengekomen dat er duizenden naar Siberië zijn verbannen, met wie wij geen enkel contact hebben kunnen opnemen. Het was indrukwekkend te zien dat er in 1954 nog steeds 64.123 getuigen van Jehovah werkzaam waren in al deze landen achter het IJzeren Gordijn.a

Uit de onderstaande tabel blijkt hoe wonderbaarlijk de expansie in de Europese landen is geweest.b

Aantal Aantal Aantal

Jaar landen verkondigers predikingsuren

1942 13 22.796 5.344.006

1947 19 74.196 12.819.994

1952 24 158.867 19.147.879

1955 24 227.374 23.720.651

Bijna vierentwintig miljoen uren christelijke prediking per jaar is stellig een krachtig bombardement op de Europese geest. Wanneer Jehovah’s barmhartigheid dit toestaat, zal deze veldtocht voortgaan, zodat eerlijke Europeanen zich zelf mogen bevrijden uit hun gevangenschap aan verkeerde denkwijzen en een nieuwe hoop mogen gaan koesteren op eeuwig leven in Gods nieuwe wereld. In 1955 was er voor elke 1746 bewoners in Europa één actieve getuige van Jehovah. In 1956 werd zeer zeker aan beide zijden van het IJzeren Gordijn door Jehovah’s getuigen het grootste getuigenis gegeven dat zij ooit hebben gegeven. Hoewel zij slechts een kleine minderheid zijn, is het een groeiende minderheid, welks stem in elk deel van het continent wordt gehoord.

AFRIKA

Gewoonlijk noemt men Afrika vanwege zijn heidendom figuurlijk het „donkere” werelddeel. Sedert het ware christendom in 1945 door toedoen van Jehovah’s getuigen grote vooruitgang heeft geboekt, is, dit continent van 203 miljoen bewoners niet langer een donker werelddeel gebleven. In het noordelijke deel van dit grote continent overheerst de Mohammedaanse geest. Hun denkwijze is fanatiek, religieus, onredelijk en uitermate sensueel. De vrouw bekleedt een minderwaardige positie en de polygamie is wijd en zijd gewoon. De zedelijke toestand is zeer verdorven, er heersen ziekten, men kan er moeilijk in zijn levensonderhoud voorzien, er is gebrek aan onderwijs en hoge geestelijke waarden worden niet gewaardeerd. De Europeanen op dit continent leggen een superieure houding aan de dag, houden er een zelfde denkwijze op na als hun geestverwanten in Europa, en houden zich afzijdig van de zwarte en anders gekleurde inlanders. Wat de Afrikaan betreft, zijn geest is diep geworteld in heidense gewoonten en bijgeloof. Hij blijft trouw aan zijn patriarchale stelsel van de stamgemeenschap. Hij heeft een natuurlijke afkeer van en argwaan tegen zijn op verovering en winstbejag uitzijnde blanke meesters. De Afrikaan heeft van nature weinig liefde en hij begrijpt niet wat het betekent zijn naaste of zelfs zijn vrouw en kinderen lief te hebben. Vrouwen worden naar de gewoonten der stam, gekocht in ruil voor vee, om kinderen voort te brengen, en aldus het plaatselijke dorp op te bouwen. Zij geloven dat de heengegane „geesten der voorvaderen” hen kunnen helpen of straffen, hetgeen afhangt van de voorbeden der levenden. Voorts heeft men er nogal slag van met die „geesten” te „onderhandelen,” niet omdat zij liefde voor hen hebben, maar omdat zij hen vrezen en in ruil voor de voorgeschreven dieroffers materieel gewin verwachten. Gruwelijke medicijnmannen zijn de liefdeloze werktuigen geweest om dit stelsel op de been te houden.

Hoe hebben Jehovah’s getuigen het hoofd geboden aan zulk een verscheidenheid van Europese, Mohammedaanse en primitief-heidense denkwijzen? In het begin van de jaren 1900 begon het Wachttorengenootschap metgezellen te krijgen in Zuid-Afrika en werd er daar een bijkantoor gevestigd, terwijl in de jaren rond 1920 het onderwijzende werk zich verder noordwaarts in de Afrikaanse gebieden begon te verbreiden. Ook werd er in diezelfde jaren in Brits West-Afrika een begin met het werk gemaakt, waar al gauw een bijkantoor werd opgericht en het werk naar het binnenland uitgebreid. In het begin van de 30-er jaren werd het werk in Egypte begonnen om zich dan langzaam over het bovenste deel van Afrika te verbreiden. Ten gevolge van deze uit drie punten oprukkende beweging werden er tegen 1942 in elf Afrikaanse landen ongeveer 10.070 getuigen aangetroffen. In 1947 werden om te beginnen twintig zendelingen naar Afrika gezonden. In december 1947, januari 1948 en dan weer in 1952 bezocht de president van het Genootschap bijna alle bijkantoren in Afrika, sprak met de Afrikaanse getuigen en bestudeerde welke moeilijkheden de prediking daar met zich bracht.c Het aantal actieve getuigen bleef groeien totdat er in 1955 in vierendertig landen 98.146 getuigen waren, waaronder 108 Wachttoren-zendelingen. Dit is een toename van 875 percent in dertien jaar!

Hiervoor moesten de onzelfzuchtige Europese bedienaren van het evangelie van Jehovah’s getuigen en hun Gilead-zendelingen een groot opvoedkundig werk verrichten en veel geduld tonen. Er moesten scholen worden opgericht om vele Afrikanen te leren lezen en schrijven. Nagenoeg elk onderdeel der gemeente-organisatie moest vereenvoudigd worden en er moesten regels en gewoonten worden ingevoerd voor mensen die voordien van bijbelse aangelegenheden geen enkel idee hadden. De christelijke zedelijke maatstaven moesten ingevoerd worden, dat een man met één vrouw getrouwd mocht zijn en dit wettelijk moest laten voltrekken, voorts dat overspel gemeden moest worden en dat men zich in een reine toestand moest houden, wilde men zich duurzaam met het Genootschap kunnen verbinden. Een opvallende trek der Afrikaanse geest is dat hij imiteert. De blanke en de reeds een langere opleiding genoten hebbende inlandse bedienaren van het evangelie gaan zeer vriendschappelijk om met deze ijverige pasgeïnteresseerde Afrikanen en geven hun een goed voorbeeld van christelijke liefde en liefdevolle omgang. De Afrikaan ontdekte snel dat zij zich niet huichelachtig gedroegen, maar dat zij het oprecht meenden. Wanneer de Afrikanen rijp zijn geworden, ontvangen zij dezelfde christelijke waardigheid. Aldus wordt hun christelijke liefde en een warme omgang bijgebracht ten einde een juiste christelijke denkwijze en hogere omgangsmaatstaven aan te kweken, opdat zij op een zelfde voet mogen komen te staan met hun broeders en zusters van de Nieuwe-Wereldmaatschappij in andere delen der aarde. Daar deze Afrikanen niet belast zijn met het moderne „levenscomfort,” hebben zij de tijd om de bijbel te bestuderen en kennis op te doen van Gods nieuwe wereld. Zij ontwikkelen hun hoop op eeuwig leven.

De zedelijke en intellectuele omvorming van de Afrikaanse getuigen is zelfs voor de wereldlijke regeringsautoriteiten een verbazingwekkend schouwspel. Uit de onderstaande tabel blijkt hoe het aantal christenen in Afrika is gegroeid en welke beloften er zijn dat er nog veel meer van Jehovah’s andere schapen in dat continent in de ’ene kudde’ worden bijeenvergaderd.

Aantal Aantal Aantal

Jaar landen verkondigers predikingsuren

1942 11 10.070 2.200.163

1947 17 24.896 6.298.189

1952 32 72.228 15.460.243

1955 34 98.146 20.222.817

De prediking van huis tot huis door Jehovah’s dienstknechten en het brengen van nabezoeken en leiden van bijbelstudies met de pasgeïnteresseerden geschiedt in Afrika op precies dezelfde wijze als in de andere delen der aarde, naar het voorbeeld dat Jezus en de apostelen negentienhonderd jaar geleden hebben gesteld. Op deze wijze werd er in 1955 in het voormalige „zwarte” Afrika meer dan twintig miljoen uur besteed om de christenen aan de hand van de in de verschillende inlandse vertalingen voorkomende bijbel te prediken. In 1955 was er voor elke 2068 inwoners in Afrika één verkondiger van Jehovah’s getuigen.

(Wordt vervolgd)

[Voetnoten]

a Watch Tower van oktober-november 1881 de bladzijden 5, 6; Wachttoren van 15 januari 1956, blz. 47.

b W 1946, de bladzijden 14-16, 28-31, 45-48, 63, 64, 92-95, 110-112, 141-143.

c Yearbook van 1947, blz. 254.

d Yearbook van 1954, blz. 161.

e Yearbook van 1940, blz. 160.

f Yearbook van 1951, blz. 26.

g Yearbook van 1950, de bladzijden 141-143.

h Yearbook van 1952, blz. 246.

i Een toename van 130 predikers in 1944 tot 1164 in 1954.

j Een groei van 837 bedienaren van het evangelie in 1946 tot 3265 in 1954.

k Een expansie van 2191 predikers in 1946 tot 6072 in 1954.

l Yearbook van 1949, blz. 223.

a Yearbook van 1955, blz. 38.

b Yearbook van 1954, blz. 273.

c wO 1948, de bladzijden 157, 158, 172-174, 188-190, 204-207.

[Grafiek op blz. 117]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

POLEN

ACTIEVE GETUIGEN

29.460 1954 ONDERGRONDS

18.116 1950 COMM. VERBOD

10.385 1948

1947 AANKOMST ZENDELINGEN

6014 1946

1945 BEVRIJD VAN DE NAZI’S

1039 1939 KATHOLIEKE VERVOLGING ONDERGRONDS

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen