Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w56 15/10 blz. 463-466
  • Deel 17: Christelijke neutraliteit tijdens de tweede Wereldoorlog

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Deel 17: Christelijke neutraliteit tijdens de tweede Wereldoorlog
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het kwaad van het nazisme aan de kaak gesteld
    Ontwaakt! 1995
  • Bevrijding van totalitaire inquisitie door geloof in God
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Getuigen aangevallen door nazi’s en fascisten
    Ontwaakt! 1985
  • De Holocaust — Slachtoffers of martelaren?
    Ontwaakt! 1989
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
w56 15/10 blz. 463-466

De moderne geschiedenis van Jehovah’s getuigen

Deel 17: Christelijke neutraliteit tijdens de tweede Wereldoorlog

JEHOVAH’S Christus, Jezus, was neutraal ten aanzien van de politieke twisten van de wereld van zijn tijd (Joh. 18:36; Openb. 11:15). Jezus’ apostelen waren eveneens neutraal, want de eerste christenen werden juist vervolgd omdat zij weigerden in de keizerlijke Romeinse legers te strijden. Jezus heeft in Johannes 17:16 (NW) wel zeer duidelijk het beginsel van neutraliteit ten aanzien van de wereld voor zijn volgelingen bekendgemaakt: „Zij zijn geen deel van de wereld evenals ik geen deel van de wereld ben.” De tweede Wereldoorlog was voor hen die zich aan dit beginsel hielden, een wel zeer zware beproeving.

Toen de Duitse troepen op 1 september 1939 tot de aanval overgingen en Polen binnentrokken, was dit de vonk welke de tweede wereldoorlog deed ontbranden. Groot-Brittannië en Frankrijk verklaarden Duitsland op 3 september 1939 de oorlog en weldra bevond geheel Europa zich in staat van oorlog. Na de snelle ineenstorting van Polen stagneerde de strijd enkele maanden, waardoor velen dachten dat het allemaal niet veel te betekenen had. Op 9 april 1940 begonnen de nazi’s echter hun lente-offensief en snel bezetten zij Denemarken, Noorwegen, Nederland, België en Luxemburg. Door snelle manoeuvres werd Frankrijk er vervolgens toe gedwongen op 22 juni 1940 een wapenstilstand te tekenen. Doordat de Britse strijdkrachten zich op 4 juni 1940 vanuit het Franse Duinkerken over het Kanaal hadden teruggetrokken, werd Groot-Brittannië een democratisch eiland in een zee van totalitaire machten. De Verenigde Staten hielden zich bezijden de oorlog.a Aan Groot-Brittannië was dus de taak de door de oorlog tot expansie gekomen reus van het katholiek-fascistisch-nazistische Europa alleen het hoofd te bieden. Zwitserland en Zweden bleven eveneens eilanden in de fascistische zee; terwijl de getuigen van Jehovah in het belang van de geestelijke voeding contacten onderhielden door in de bezette landen ijverig ondergronds werkzaam te zijn.

Toen de nazistisch-fascistisch-Vaticaanse drievoudige wals in 1940 over Europa rolde, moest het ene bijkantoor van het Wachttorengenootschap na het andere gesloten worden. Er was ternauwernood contact met het hoofdbureau in Brooklyn. De Duitsers verboden het getuigeniswerk in het ene land na het andere, evenals voordien reeds in Duitsland, Oostenrijk en Tsjechoslowakije. De vloed van van katholieke zijde afkomstige acties welke sinds 1922 op Jehovah’s getuigen afkwam (zoals in Openbaring 12:15, 16 stond voorzegd), kwam al hoger en scheen hen totaal te overspoelen en hun werk volledig stil te leggen. Welke handelwijze zouden de duizenden getuigen op het Europese vasteland volgen? In De Wachttoren van januari 1940 werd juist op tijd een volledige schriftuurlijke studie over „Neutraliteit” gepubliceerd waardoor alle lezers in West-Europa vlak voor de ineenstorting der democratieën in de lente van dat jaar krachtige raad ontvingen. Hierdoor waren de getuigen er op voorbereid de apostolische handelwijze van neutraliteit te volgen in de nu aanbrekende moeilijke tijden onder de Duitse bezetting.

Overal volgden de getuigen de beproefde handelwijze van hun Duitse broeders en zusters, die toen, om aldus een zekere mate van geestelijke vrijheid te handhaven, reeds zes jaar een intensieve training in doeltreffende ondergrondse activiteit hadden gehad. Naarmate de tijd verstreek, werden vele der niet-Duitse getuigen door de nazi-Gestapo (SS of geheime politie) gearresteerd en naar de Duitse concentratiekampen gestuurd. Op den duur werden de verschillende schandelijke, beruchte concentratiekampen zoals Buchenwald, Ravensbrück, Sachsenhausen, Dachau, Belsen en andere, internationale verzamelplaatsen van Duitse Jehovah’s getuigen en van gevangenen uit Rusland, Polen, Tsjechoslowakije, Nederland, België, Frankrijk, Noorwegen en andere landen. De kunst om door middel van naar binnen gesmokkelde Wachttorens geestelijk contact te hebben, hadden de Duitse broeders en zusters al in grote mate aangekweekt en daardoor konden zij hun niet-Duitse metgezellen binnen het kamp en de gevangenis liefderijk helpen. Door deze internationale familieband tussen de gezamenlijk lijdende getuigen bleven zij geestelijk wakker en maakten zij plannen voor een grotere activiteit in de theocratische aanbidding wanneer zij eenmaal maar weer bevrijd zouden zijn.

Er is veel geschreven over de gruwelijke ervaringen welke de getuigen in Hitlers „Groot-Duitse Rijk” hebben opgedaan, alwaar zij in deze moderne tijd door hun geloof, moed en kracht legendarische figuren zijn geworden. In dit geschiedkundige bericht worden slechts bepaalde bijzonderheden opgenomen.b De getuigen die de militaire dienst weigerden, kregen lange gevangenisstraffen en werden naar concentratiekampen verbannen. Zo beschouwde men het ook als een misdaad tegen de staat, wanneer iemand weigerde de Hitlergroet te brengen, en strenge straffen werden hiervoor gegeven. Wanneer men ontdekte dat iemand publikaties van het Genootschap in zijn bezit had, kon deze van detentie verzekerd zijn. Enkele leden van de „boze slaaf”-klasse, die zich in vroeger jaren tegen het Genootschap hadden gekeerd, verraadden de getrouwen aan de politie, waarna ze snel uit de maatschappij verdwenen. Kinderen van Jehovah’s getuigen werden de ouders ontnomen om door nazi-gezinnen geadopteerd te worden. Velen van die jonge broeders en zusters die een christelijke opvoeding hadden gehad, weigerden bij de Hitler-jeugdbeweging te gaan, ook al probeerde men hen hiertoe te dwingen. Ondanks Hitlers uitkammethoden van 1933 tot 1945 kon hij op een bepaald ogenblik slechts ongeveer de helft van de getuigen gevangenzetten of verbannen. Dit betekent dat er ongeveer tienduizend werden opgesloten terwijl een even groot aantal vrij bleef om buiten kampen en gevangenissen de ondergrondse activiteit voort te zetten. Begrafenissen greep men aan als een gelegenheid om de nog in vrijheid verkerende getuigen in grote groepen te vergaderen waarbij men dan naar bijbellezingen luisterde en korte tijd van elkaars nabijheid genoot. ’s Avonds of in de bossen werden er kleine geheime vergaderingen gehouden. Als door de voorzienigheid bewerkstelligd, bereikten hen in gestencilde vorm, porties van het laatste geestelijke voedsel dat in de Amerikaanse Wachttoren stond gepubliceerd, en dit gaf hun de kracht tegen de bergenhoge tegenstand in voort te gaan.c

De SS-officieren in de kampen gebruikten een standaardmethode om de getuigen zover te krijgen dat zij de onderstaande „Verklaring” zouden ondertekenen, waardoor zij hun vrijheid zouden herkrijgen:

„Ik erken dat het Internationale genootschap van bijbelonderzoekers een dwaalleer verbreidt, dat ze staatsgevaarlijke doelstellingen nastreeft en dat ze zich hierbij verschuilt achter religieuze handelingen. Dientengevolge heb ik mij totaal van deze organisatie afgekeerd en mij zelf volledig van hun leer losgemaakt. Hierbij verzeker ik om nimmer wederom actief voor het Internationale bijbelonderzoekersgenootschap werkzaam te zullen zijn. Ik beloof om iedereen die deze dwaalleer in mijn omgeving bekendmaakt of op een andere wijze de neiging vertoont een bijbelonderzoeker te zijn, onmiddellijk aan te geven. Ik zal alle mij gegeven geschriften van de bijbelonderzoekers aan het dichtstbijzijnde politiebureau afgeven. Van nu af aan zal ik alle wetten van de staat volledig gehoorzamen om ten volle een lid van de volksgemeenschap te kunnen zijn. Ook is mij gezegd dat ik kan verwachten dat ik wederom gearresteerd zal worden ingeval ik mij niet houd aan de heden door mij afgelegde verklaring.”d

Het is onnodig te vermelden dat zeer weinig getuigen deze totale afzwering van gemeenschap met Jehovah’s theocratische Nieuwe-Wereldmaatschappij ondertekenden. Zulk een verklaring te ondertekenen zou zoveel hebben betekend als geestelijke zelfmoord.

Ten bewijze dat er in deze grote concentratiekampen met hun duizenden politieke gevangenen en andere ten onrechte gestraften, die men gevaarlijk achtte voor de Hitler-regering, werd gepredikt en dat dit resultaten had, gelieve men het volgende bericht te lezen:

„Uit de gebeurtenissen in het vrouwenkamp te Ravensbrück blijkt wel welke gemene praktijken de katholieke SS-troepen tegen Jehovah’s getuigen gebruikten. Alleen al in dit vrouwenkamp waren 50 Poolse vrouwen, 15 Oekrainse, 10 Tsjechische, 10 Hongaarse, 25 Hollandse, 2 Belgische, 500 Duitse en 300 jonge Russische Jonadabs in de waarheid die deze in het kamp zelf hadden leren kennen. Hier ondergingen bijna duizend christelijke vrouwen de folteringen van een katholiek ’vagevuur.’ . . . Om vijf uur ’s morgens was er appèl. . . . Overdag moesten deze vrouwen hard werken: ze moesten graafwerk verrichten voor de fundering van grote gebouwen, wegen aanleggen, brandstof aanvoeren, zware koffers en kisten dragen in de bagageafdeling, barakken bouwen en veel ander werk verrichten dat veel te zwaar was voor ondervoede, slecht geklede en honds behandelde mensen. Omdat 495 getuigen van Jehovah weigerden ammunitiehulzen te maken, werden zij tot acht weken donker arrest veroordeeld (hetwelk inhield dat men werd afgezonderd in een cel zonder ramen).”e

De Franse mademoiselle Genevieve de Gaulle, een niet-theocratische bewoonster van Ravensbrück, legt het volgende getuigenis af:

„Het verheugt mij u mijn getuigenis te kunnen geven betreffende de bijbelonderzoekers die ik in het kamp te Ravensbrück heb ontmoet. Ik heb werkelijk grote bewondering voor hen. Zij behoorden tot verschillende nationaliteiten: Duits, Pools, Russisch en Tsjechisch en zij hebben wegens hun geloof veel lijden ondergaan. Tien jaar geleden begonnen de eerste arrestaties en het merendeel van hen dat toen in het kamp was ondergebracht, stierf door de slechte behandeling die zij ondergingen, of werd terechtgesteld. Ik heb evenwel enkele overlevenden van die tijd en andere later aangekomen gevangenen gekend. Allen toonden zeer grote moed en hun houding dwong ten slotte zelfs de SS respect af. Zij hadden onmiddellijk vrijgelaten kunnen worden, wanneer zij hun geloof hadden verloochend. Zij bleven zich echter verzetten, terwijl zij er zelfs in slaagden boeken en traktaten het kamp binnen te brengen, ten gevolge waarvan verscheidenen van hen werden opgehangen.”f

Het is onloochenbaar dat de internationale groep van getuigen wereldbekend is geworden door hun geloof in hun God Jehovah en hun rechtschapen houding jegens hem bij het handhaven van hun neutraliteit ten aanzien van Hitlers katholieke, inquisitie-achtige regime.

Wat gebeurde er in deze storm van fascistische oorlog met de getuigen in Groot-Brittannië? Ook zij legden ijverig een strikt neutrale handelwijze aan de dag. Bij het uitbreken van de oorlog stonden Jehovah’s getuigen in Groot-Brittannië in het nieuws ten gevolge van de grote verspreiding en uitgebreide bespreking van het op 30 oktober 1939 uitgegeven Witboek (Duitsland, no. 2) getiteld „Behandeling van de Duitse burgers in Duitsland,” waardoor officieel publiekelijk werd bekendgemaakt welke verschrikkelijke ervaringen Jehovah’s getuigen in Duitsland opdeden. De in dit Witboek gepubliceerde feiten waren gebaseerd op een door de Britse ambassadeur in Berlijn, Sir Neville Henderson, opgesteld rapport van de gebeurtenissen tot op de oorlogsverklaring op 3 september 1939. Wij doen de volgende aanhaling uit dit Witboek:

„Er waren 1500 joden en 800 Ernste Bibelforscher [Internationale bijbelonderzoekers]. . . . Elk droeg een kenteken — de joden een geel kenteken met de davidster, de bijbelonderzoekers een violet, enz. . . . De joodse gevangenen schreven en ontvingen twee maal per maand brieven. De bijbelonderzoekers werd geen contact met de buitenwereld toegestaan, hun voedselrantsoenen werden daarentegen niet verkleind. Mijnheer X sprak met de grootste achting over deze mensen. Hun moed en religieuze overtuiging waren opmerkenswaardig, en zij verklaarden openlijk dat zij bereid waren het zwaarste lijden te ondergaan vanwege datgene wat zij voelden dat God hun had opgedragen. . . . De ’Bibelforscher,’ zijn een religieuze sekte welke zijn leerstellingen aan de bijbel ontleent en in alle delen des lands een aanzienlijk ledental heeft, maar die door de Gestapo verboden is omdat haar lidmaten weigeren militaire dienst te verrichten; deze ongelukkige mensen worden haast even slecht behandeld als de joden.”g

Het Londense bijkantoor van het Genootschap zag zich op 15 november 1939 genoodzaakt de volgende verklaring uit te geven welke aan alle leden van het parlement, de religieuze leiders, de plaatselijke ambtenaren en de pers werd gezonden:

„Jehovah’s getuigen zijn, waar zij ook wonen, trouw aan de wetten en gewoonten van het land, zij trachten God te dienen en zijn van goede wil jegens alle mensen. Wanneer men hen als ontrouw veroordeelt, is dit alleen het geval wanneer men zich aan menselijke wetten houdt welke menselijke instructies bevatten die in strijd zijn met de Schrift, of waardoor de getuigen de mens aanbidding zouden geven welke de Almachtige God toebehoort. Wij sluiten hierbij een brochure in waarin het in De Wachttoren gepubliceerde staat vermeld, opdat het standpunt van Jehovah’s getuigen ten aanzien van de gegeven gebeurtenissen duidelijk moge zijn. Terzelfder tijd zal hierdoor duidelijk worden waarom de NEUTRALITEIT in alle gevallen gehandhaafd moet worden, en waarom zij niet kunnen deelnemen aan iets wat met het militaire apparaat uitstaande heeft. Ten behoeve van de duizenden getuigen van Jehovah in Groot-Brittannië willen wij dit standpunt duidelijk maken. Als dienstknechten van de Allerhoogste God komt ons standpunt overeen met dat van onze Duitse broeders en zusters, namelijk een van strikte NEUTRALITEIT. Onze toewijding, dienst en loyaliteit gaan uit naar Jehovah’s THEOCRATISCHE REGERING, en volgens Johannes 17:16 ’zijn zij niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben.’”h

In de verklaring werd ook verwezen naar het Witboek van de Britse regering waarin werd erkend dat de Duitse getuigen eveneens werden vervolgd omdat zij weigerden militaire dienst te verrichten.

(Wordt vervolgd)

[Voetnoten]

a The World Almanac, 1953, blz. 248.

b Zie voor uitgebreide berichten De Wachttoren van 1945, blz. 201; The Watchtower van 1945, blz. 268; Consolation van 2 januari 1946, de bladzijden 3-14; 16 januari 1946, de bladzijden 3-14.

c Yearbook van 1942, de bladzijden 167, 168.

d Consolation van 12 september 1945, blz. 7.

e Yearbook van 1946, blz. 137.

f Yearbook van 1946, blz. 135.

g Het Witboek (Duitsland, no 2) van 30 oktober 1939, Cmd. 6120, de bladzijden 10, 35, dat door de Britse regering werd gepubliceerd.

h Yearbook van 1941, de bladzijden 103-106.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen