Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w56 15/10 blz. 460-462
  • Luther strijdt maar schippert later

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Luther strijdt maar schippert later
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • LUTHERS OORSPRONKELIJKE LEERSTELLIGE STANDPUNT
  • DE WAARHEID OP HET ALTAAR VAN HET COMPROMIS GEOFFERD
  • Verwijzingen
  • Maarten Luther — De man en zijn erfgoed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • Luther — Een nieuwe verenigende kracht?
    Ontwaakt! 1985
  • Een blik op Maarten Luther
    Ontwaakt! 1972
  • De Reformatie — Een wending in de speurtocht
    De mens op zoek naar God
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
w56 15/10 blz. 460-462

Luther strijdt maar schippert later

MAARTEN LUTHER is niet alleen bekend als de man die de bijbel voor het eerst in het Duits heeft vertaald, maar eveneens als de persoon die de almachtige heerser-paus te Rome met succes en moedig trotseerde. Alhoewel hij zich daarvan niet bewust was, wierp hij hiermede ten slotte de lont in het kruitvat van groeiende oppositie tegen het katholicisme.

Maarten Luther werd in 1483 te Eisleben in Pruisisch Saksen geboren. Na een stormachtige carrière als geestelijke stierf hij op 18 februari 1546 een natuurlijke dood, veilig voor Rome’s moordenaarshanden. Als zoon van een mijnwerker kreeg hij een strenge opvoeding. Zijn vader kon het zich financieel veroorloven hem in 1501 naar de welbekende universiteit van Erfurt te sturen en in 1505 werd hij magister artium. Op aandrang van zijn vader die enigszins antiklerikaal was, liet hij zich in mei 1505 voor de studie in de rechten in Erfurt inschrijven. Twee maanden later verzaakte hij plotseling de wereld en deed hij zijn intrede in het augustijnenklooster te Erfurt.

In 1507 ontving bij de rooms-katholieke priesterwijding, en hij werd later als docent aan de universiteit van Wittenberg verbonden. In 1510 maakte hij als augustijner monnik en priester een bedevaart naar Rome. De corruptie, de ongodsdienstigheid en de verdorvenheid welke Luther onder de Romeinse priesters zag, verontrustten hem. Jaren later zeide hij dat hij het „voor geen honderdduizend florijnen had willen missen Rome te hebben gezien, want ik zou enige vrees hebben kunnen koesteren de paus onrecht te hebben aangedaan; maar uit aanschouwen spreken wij.”1

Nadat hij uit Rome in Duitsland was teruggekeerd, hervatte hij zijn studies in de hem ter beschikking staande latijnse bijbel en ging eveneens weer theologie doceren aan de Wittenbergse universiteit. In de winter van 1512-1513 voerde hij innerlijk zo’n zielestrijd dat hij een begin maakte met een onafhankelijke studie van de fundamentele katholieke leerstellingen. Ten slotte spijkerde hij op 31 oktober 1517, in zijn woede over de aflaathandel der katholieke kerk, welke verkoop van vergeving der zonden hij als een poging tot omkoperij van God beschouwde, zijn thans beroemde 95 stellingen op de kerkdeur te Wittenberg. Hiermede beet hij de spits af van wat bekend kwam te staan als de protestantse Hervorming. Zijn vele enthousiaste vrienden, grepen snel de pas uitgevonden drukkunst aan om zijn bezielende protest te verveelvuldigen en op grote schaal te verspreiden, zodat geheel Duitsland er binnen twee weken mee op de hoogte was en de rechtvaardige mensen verontwaardigd tegen deze aflaathandel in opstand kwamen. Ten slotte was er dan iemand met genoeg moed om „de kat de bel aan te binden,” hetgeen in dit geval inhield de op prooi beluste, gevaarlijke, op een kat gelijkende pauselijke hiërarchie aan de schandpaal te zetten.2

Eindelijk vaardigde de roomse paus, geschokt door deze opstand in Duitsland, in 1520 een excommunicatiebul tegen Luther uit, waardoor deze uit de Katholieke Kerk werd gestoten. Luther negeerde deze handeling van de paus en bleef als priester prediken en onderwijzen. Op 10 december 1520 verbrandde hij dit door de paus geschreven decreet in het openbaar. Tevens publiceerde hij zijn grote hervormingsverhandelingen Aan de christelijke adel der Duitse natie, Over de Babylonische gevangenschap der Kerk en Over de vrijheid des Christens, voor verbreiding op grote schaal.3

Het daaropvolgende jaar 1521, riep de roomse keizer Karel V in de stad Worms een vergadering bijeen van hoge kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders en Duitse vorsten, om te horen wat Luther ter verdediging tegen de pauselijke bevelen had aan te voeren. Nadat hij zijn twee uur lange verdediging in het Duits en daarna evenzolang in het latijn had gehouden, besloot Luther met: „Tenzij ik door getuigenissen der Heilige Schrift en de evidente rede overtuigd word (want ik kan de autoriteit van pausen en concilies niet aanvaarden, omdat ze elkaar zo vaak hebben tegengesproken) blijft mijn geweten gevangen in het Woord van God. Ik kan en wil niet herroepen omdat het niet goed en geraden is iets tegen het geweten te doen. God helpe mij. Amen.”4

Terloops zij vermeld dat er in april 1523 negen nonnen wegliepen uit het klooster te Nimbschen bij Grimma, naar Wittenberg vluchtten en Luther om bescherming smeekten. Een hunner was Katharina von Bora, met wie Luther in 1525 huwde, hetgeen een verder verzet was tegen de Katholieke Kerk. Zij kregen zes kinderen, drie zoons en drie dochters.5

LUTHERS OORSPRONKELIJKE LEERSTELLIGE STANDPUNT

In de daaropvolgende jaren vertaalde Luther als eerste de gehele bijbel in het Duits. Ook maakte hij grote vorderingen in zijn studie van de Schrift, waarbij hij in enkele punten zeer nauwkeurig de bijbelse waarheid herstelde. Lees de volgende aanhalingen uit Luthers vroege werken eens, welke werden gedrukt en wijd en zijd in omloop gebracht.

JEHOVAH: In een toelichting op Jeremia 23:1-8 zegt Luther: „. . . doch deze naam Jehovah behoort exclusief aan de ware God toe.” — Uit Ein Epistel aus dem Propheten Jeremia, von Christus reich und Christlichen freyheit, gepredigt durch Mar. Luther, Wittenberg 1527.

DE STERFELIJKE ZIEL: „Ik sta de Paus toe voor zich zelf en zijn getrouwen geloofsartikelen te maken — zoals ’de ziel is de substantiële vorm van het menselijke lichaam,’ en ’dat de ziel onsterfelijk is,’ met al die monsterachtige denkbeelden welke op de Roomse mesthoop van decreten worden gevonden.” — Uit Assertio Omnium Articulorum M. Lutheri, per Bullam Leonis, X (Luthers werken, deel 2, folio 107, Wittenberg 1562), welke het eerst in 1520 werd gepubliceerd. Zie ook Zion’s Watch Tower van 1905, blz. 228.

DEFINITIE VAN DE DOOD: „In de Schrift wordt de dood daarom een slaap genoemd. Want wanneer men inslaapt, weet men de volgende ochtend bij het ontwaken in het geheel niet hoe men is ingeslapen, noch iets omtrent de slaap zelf of over het ontwaken; evenzo zullen wij op de laatste dag haastig opwaken en niet weten hoe wij dood zijn gegaan, noch wat de dood was.” — Kyrkopost, 1ste deel, no. 29, par. 9, sid. 259.6 Zie ook de herdruk van de Watch Tower, deel 1, blz. 408.

OPSTANDING: „Hieruit moeten wij concluderen dat zij die in het graf liggen en onder de grond slapen, niet in zo’n diepe slaap zijn verzonken als wij op ons bed. Want het kan gebeuren dat u zo diep slaapt dat u tien maal geroepen moet worden eer u het hoort. De doden zullen Christus’ eerste roep reeds horen en ontwaken, zoals wij hier zien bij deze jonge man en Lazarus.” — Evang. Luk. 7. 11-17, par. 8.6

TOESTAND TUSSEN DOOD EN OPSTANDING: „Dat dit voor u een uitstekende alchemie is en een meesterwerk, waarbij uw koper niet in goud wordt veranderd, maar waarbij dood in slaap overgaat en uw graf in een vertrek waar men een zoete rust kan genieten, en al de tijd welke er tussen Abels dood en de laatste dag is verlopen, in een korte wijle. Overal in de Schrift wordt deze vertroosting aangetroffen.” — Kyrkopost, 1: a deel, no. 109, par. 39-47, sid. 434-436.6

DE WAARHEID OP HET ALTAAR VAN HET COMPROMIS GEOFFERD

Luther noch zijn hedendaagse bewonderaars hebben zich gehouden aan deze en vele andere oorspronkelijke schriftuurlijke leerstellingen welke door Luther werden voorgestaan. Het valt te betreuren dat zijn volgelingen water bij de wijn hebben gedaan en compromissen zijn aangegaan.

Zo wist Luthers vriend Melanchthon, een graecus, hem er in 1530 toe te bewegen zijn steun te geven aan de indiening van de confessie van Augsburg. Melanchthon schreef dit veel op een geloofsbelijdenis gelijkende document en bood het keizer Karel V op een te Augsburg gehouden vergadering waar deze met zijn wereldlijke en kerkelijke mederegeerders bijeenkwam, aan, in een poging een verzoening te bewerkstelligen tussen het grote aantal volgelingen van Luther en de Rooms-Katholieke Kerk. Melanchthon en Luther hoopten op deze wijze een innerlijke reiniging der pauselijke kerk te bewerkstelligen, doordat ze er toe gebracht zou kunnen worden enkele van haar handelwijzen te hervormen. De vergadering wees zijn voorstel echter ten enenmale van de hand. Luthers medestanders gingen met een zak vol compromissen, vol halve waarheden en herroepingen van Luthers vroegere juiste standpunt, naar huis.

De Augsburgse confessie zegt ten dele over de drieëenheid en de zielen der goddelozen die eeuwig moeten lijden: „Eerstelijk wordt eendrachtig geleerd en gehouden, naar het besluit der kerkvergadering te Nicea, dat er een eenig Goddelijk Wezen zij; en dat er toch drie personen in hetzelve eenig Goddelijk Wezen zijn, gelijk machtig, gelijk eeuwig, God Vader, God Zoon, God Heilige Geest . . . Ook wordt geleerd, dat onze Heer Jezus Christus ten jongsten dage komen zal, om te oordelen, en dat Hij alle dooden opwekken, en den geloovigen en uitverkorenen het eeuwige leven en de eeuwige vreugde geven, maar de goddelooze menschen en duivelen ter helle en ter eeuwige straffe verdoemen zal.” — Artikelen I en XVII.7

Op grond van dit offer op het altaar van het compromis, de Augsburgse confessie, werden vele hedendaagse Lutherse afscheidingen en sekten gevormd. Luthers heroïsche strijd voor de waarheid werd dus wel in zeer vele opzichten ongedaan gemaakt door onschriftuurlijke compromissen.

Verwijzingen

1 History of the Christian Church door Schaff, deel VI, de bladzijden 105, 109, 111, 112, 125, 126, 130.

2 Idem, de bladzijden 135, 156.

3 Idem, de bladzijden 206, 213, 220, 227, 247.

4 Winkler Prins Encyclopaedie, Deel 13, blz. 146.

5 History of the Christian Church door Schaff, Deel VI, de bladzijden 456, 462.

6 Luther and The Final Reformation door J. Lee, de bladzijden 30, 31.

7 The Making and Meaning of the Augsburg Confession door C. Bergendoff, 1930, de bladzijden 33, 76.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen