De strijd voor de vrijheid om in de gehele wereld te prediken
’De koning stond de Joden toe hun leven te verdedigen.’ — Esther 8:11, NBG.
1. Welke profetieën geven te kennen dat er een strijd gevoerd moet worden voor de vrijheid om in de gehele wereld te prediken?
JEHOVAH God gebiedt dat dit goede nieuws in de gehele wereld gepredikt zal worden (Matth. 24:14). Jezus waarschuwde: „Gij zult wegens mijn naam door alle natiën worden gehaat” (Matth. 24:9, NW). David verklaarde: „Waarom woeden de [natiën], . . . en de vorsten beraadslagen te zamen tegen [Jehovah], en tegen Zijn Gezalfde, zeggende: Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen” (Ps. 2:1-3, AS). Dit betekent dat er een strijd gevoerd moet worden om in de gehele wereld te prediken.
2. Welke parallel vindt onze strijd voor de vrijheid om te prediken, in de oudheid?
2 Deze wereldomvattende strijd van tegenwoordig vindt een parallel in de oudheid. In de vijfde eeuw v. Chr. was het Perzische rijk de wereldmacht. Het werd geregeerd door Ahasveros, die in de geschiedenis algemeen bekendstaat als Xerxes. Gods volk verkeerde in gevangenschap en was over die gehele wereld verstrooid. De goddeloze eerste minister, Haman, trachtte allen die tot Gods volk behoorden, in het gehele rijk te vernietigen (Esther 3:6). Door een list bracht hij de koning er toe een onveranderlijk besluit te ondertekenen dat de dood van alle Joden bepaalde. Jehovah gebruikte toen de nieuwe vrouw van de koning, Esther. Op aandrang van Mordechai kwam zij tussenbeide. Er werd een verzoek gedaan het doodvonnis waartoe de koning opdracht had gegeven, in te trekken. De koning willigde Esthers verzoek in. Hij veranderde het besluit niet, maar hij gaf de opdracht dat alle Joden in elk van de provincies en in elke stad voor hun leven zouden opkomen en strijden (Esther 8:11, 12). Jehovah’s volk vergaderde zich in alle steden en provincies. In dat gehele rijk streden zij voor hun leven. — Esther 9:16.
3, 4. (a) Waarom is het van zulk een groot belang dat wij strijden voor de vrijheid om te prediken? (b) Wie is de voornaamste vijand van onze vrijheid om te prediken, en welke tactiek gebruikt hij?
3 Bevinden de hedendaagse getuigen van Jehovah zich niet in dezelfde positie als die dienaren van God uit de oudheid? Ja, zij bevinden zich in precies dezelfde positie! In de gehele wereld moeten wij voor ons leven strijden. Aangezien ons leven op het spel staat, strijden wij voor de vrijheid om te prediken. Jehovah heeft ons geboden het goede nieuws te prediken. Ons leven hangt er van af het getrouw te prediken! In werkelijkheid is ons allen de noodzaak opgelegd het te prediken. Wee een ieder van ons, zonder uitzondering, indien wij het goede nieuws niet in het openbaar en onbevreesd bekendmaken (1 Kor. 9:16; Ezech. 3:20). Jehovah heeft gezegd: „Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen” (Ezech. 33:8). De enige wijze waarop wij kunnen verwachten ons zelf te redden, is, het goede nieuws te prediken en tot redding van anderen bekend te maken. — 1 Tim. 4:16.
4 De Duivel is de onzichtbare heerser van dit tegenwoordige boze samenstel van dingen (2 Kor. 4:4). Kent Satan de Schrift niet? Zeer zeker kent hij die! Heeft hij er geen gedeelten uit aangehaald in zijn gesprek met Jezus? (Matth. 4:6) Hij weet dat, volgens Ezechiël 33:8, 9, de enige wijze waarop hij Jehovah’s getuigen kan vernietigen, is, ons te dwingen er mede op te houden in alle natiën te prediken zoals door Jehovah is geboden. Hij weet dat wij, indien wij er mede ophouden, de dood zullen sterven. Ten einde daarom pogingen in het werk te stellen ons er mede te doen ophouden, sticht hij in de gehele wereld onheil tegen ons op gezag der wet. Jehovah’s geopenbaarde Woord toont aan dat wij derhalve moeten strijden voor vrijheid. Laten wij deze strijd noemen: „De strijd voor de vrijheid om in de gehele wereld te prediken”!
5, 6. (a) Wie is de Auteur van vrijheid en wie wordt door hem gebruikt om ons vrij te maken? (b) Hoe alleen kunnen wij vrij blijven, en welk voorbeeld heeft Jezus ons in dit opzicht gegeven?
5 Waar komt onze vrijheid vandaan? Is ze afkomstig van de natiën dezer wereld en hun heersers? Neen! Jehovah God is de auteur van vrijheid. Bij ons is vrijheid. Zoals in 2 Korinthe 3:17 (NW) staat geschreven: „Jehovah nu is de geest; en waar de geest van Jehovah is, is vrijheid.” Wij zijn vrijgemaakt door de Zoon van God, Jezus Christus. „Indien gij in mijn woord blijft, zijt gij werkelijk mijn discipelen, en gij zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. Indien daarom de Zoon u vrijmaakt, zult gij werkelijk vrij zijn” (Joh. 8:31, 32, 36, NW). Wij zijn met die zeer op prijs gestelde vrijheid gezegend. Maar wij moeten strijden om ze te behouden. Wij blijven vrij door een nauwkeurige kennis van de waarheid te hebben en er over te spreken.
6 Wie was de eerste die deze vrijheid bezat? Jezus was de eerste die er aanspraak op maakte. Hij werd vervolgd. Hij moest strijden voor zijn recht om te prediken. Hij deed dit door voort te gaan zonder enige bescherming van de Romeinse regering te genieten. Hij maakte het door God gegeven recht om te prediken, bekend. Hij gaf deze vrijheid aan anderen (Gal. 5:1). Maakte hij aanspraak op enige waarborg als burger? Neen, hij bezat geen Romeins burgerschap. Zijn burgerschap was in de hemel. Hij maakte aanspraak op de fundamentele door God gegeven vrijheid om te prediken. Was hij bevreesd omdat hij geen enkele bescherming van Caesars regering genoot? Neen! Hij maakte zijn vrijheid bekend met een vrijmoedigheid die vreesaanjagend was. Hij gaf blijk van zijn vertrouwen in de macht van Jehovah, de Gever van vrijheid. Hij zeide: „En wordt niet bevreesd voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden; doch vreest veeleer hem die zowel ziel als lichaam in Gehenna kan vernietigen.” — Matth. 10:28, NW.
7, 8. Waarom dient vervolging ons niet te verwonderen? Welke invloed dient ze daarentegen op ons te hebben?
7 Wordt ons hierdoor niet getoond dat Jezus verwachtte door de regeerders vervolgd te worden, omdat hij aanspraak maakte op de vrijheid die door Jehovah God was gegeven? Ja! En Jezus wist ook dat de vervolging niet tegen hem uitgewoed zou zijn of met zijn dood zou eindigen. Hij wist dat een ieder van zijn volgelingen evenals hij vervolgd zou worden. Heeft hij te kennen gegeven dat de vervolging slechts tot enkele natiën beperkt zou zijn? Neen! Hij toonde aan dat wij door allen, door elke natie vervolgd zouden worden! Hij vermeldde de reden. Wij zouden worden vervolgd omdat wij zijn naam dragen. Jezus zeide: „Indien zij mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen; . . . Doch zij zullen al deze dingen tegen u doen wegens mijn naam.” — Joh. 15:20, 21, NW; Matth. 24:9.
8 De slechte behandeling die wij ontvangen, verwondert ons niet. Ze komt niet als iets onverwachts (1 Petr. 4:12). Worden wij er door ontmoedigd? Neen, wij worden er in werkelijkheid door aangemoedigd. Het is voor ons een bewijs dat wij degenen zijn die het waardig zijn, zijn naam te dragen. Jezus noemde onze vervolging ook als een teken van het naderende einde van dit goddeloze samenstel van dingen. Daarom heffen wij ons hoofd op en verheugen ons. Vervolging is een zeker teken dat onze volledige bevrijding van het tegenwoordige boze samenstel van dingen snel naderbijkomt. „Maar wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u rechtop en heft uw hoofd op, omdat uw bevrijding naderbijkomt” (Luk. 21:28, NW). Dit geeft ons moed om verder te gaan in „de strijd voor de vrijheid om in de gehele wereld te prediken.”
STRIJDEN ZONDER WAARBORG TEGEN VERVOLGING
9, 10. (a) Welke handelwijze volgden de apostelen in weerwil van vervolging en ondanks het feit dat zij geen wettelijke waarborgen hadden? (b) Wat was hun houding ten opzichte van het recht om te prediken?
9 Gaven de vroege volgelingen, zoals de apostelen en discipelen, de strijd om in de gehele wereld het evangelie te prediken, op omdat zij geen vergunning of geen waarborg tegen vervolging hadden van de zijde van Caesar? Slechts één apostel was een Romeins burger. Dat was Paulus. De anderen waren Joden, die onder de militaire bezetting van Rome leefden zonder enige rechten van Romeins burgerschap. Evenals Jezus bleven zij allen vrijmoedig prediken, ook al werden hun rechten niet door Caesar gewaarborgd. Paulus’ rechten als Romeins burger maakten geen einde aan zijn vervolging. Hij werd blijkbaar meer dan enigen van de andere apostelen vervolgd. Zij allen moesten strijden voor de vrijheid om te prediken. De apostelen konden niet tot staan worden gebracht doordat zij geen vergunning of waarborg hadden van Caesar. Zij gingen voort met prediken. Velen gaven zelfs hun leven voor het goede nieuws.
10 Zij streden voor de vrijheid om het Woord van God te prediken. Omdat de vroege apostelen aanspraak maakten op de door Jehovah gegeven vrijheid, werden zij door het gepeupel aangevallen, gearresteerd, vervolgd, in de gevangenis geworpen en gegeseld (Hand. 4:3; 5:17-27). De valse-religie-aanhangers konden het niet verdragen hun grievende en snijdende boodschap te horen. De apostelen werden er van beschuldigd dat zij de wereld in beroering brachten (Hand. 17:6). Hun werd door de hogepriester bevolen niet meer in de naam van Jezus te prediken. Petrus en de apostelen maakten hun statuut van rechten, hun door God geschonken vrijheid, bekend! Zij zeiden: „Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen” (Hand. 5:29, NW). De haat tegen hun prediking en vrijheid hield niet op in de gerechtshoven. Wanneer zij hun zaken voor de rechters hadden gewonnen en werden vrijgesproken, werden zij gevolgd door het gepeupel dat het verhoor had bijgewoond. Hun vervolgers sloegen hen (Hand. 5:40). Werd de vijand niet woedend gemaakt doordat er in de gerechtshoven recht werd gesproken?
11, 12. (a) Wie leden, en op welke wijze, omdat zij streden voor de vrijheid om te prediken? (b) Van welk wettelijk instrument maakte Paulus gebruik bij zijn strijd voor de vrijheid om te prediken?
11 Wat gebeurde er nog meer vanwege de vrijmoedige strijd van de vroege kerk om hun vrijheid te handhaven? Het is algemeen bekend dat, na Jezus, Stefanus de eerste Christelijke martelaar was. Hij werd met geweld door het gepeupel naar het Sanhedrin gebracht. Daar gaf hij een welsprekend openbaar getuigenis. Hij werd door het gepeupel gegrepen. Zij sleurden hem vervolgens naar de rand van de stad. Zij wierpen hem uit de stad! Daar werd hij buiten de grenzen van de stad doodgestenigd. Saulus (die later de apostel Paulus zou worden) was hierbij aanwezig en spande samen met hen die Stefanus doodden (Hand. 6:11–8:1). Vergeet ook niet dat koning Herodus Jakobus met het zwaard liet onthoofden. — Hand. 12:2.
12 De apostel Paulus zelf werd gestenigd. Hij werd door het gepeupel aangevallen en buiten de stadsgrenzen van Lystre gesleurd. Daar lieten zij hem achter, denkend dat zij hem hadden gedood (Hand. 14:8-19). De voorspoed van het zendingswerk van Paulus en Silas zette een ander gepeupel van valse-religie-aanhangers in Filippi aan. Het gepeupel viel hen aan, liet hen arresteren, in de gevangenis werpen en in het blok sluiten. Een aardbeving midden in de nacht bevrijdde hen (Hand. 16:16-26). De bevreesde autoriteiten wilden dat die getuigen van Jehovah de stad in het geheim zouden verlaten. Aanvaardden Paulus en Silas het compromis? Neen! Zij dwongen hen er toe de zaak in het openbaar af te wikkelen. Paulus maakte aanspraak op zijn Romeinse burgerschap. Dit verbaasde zijn beschuldigers. Zijn vrijmoedigheid van spreken joeg hen schrik aan (Hand. 16:37, 38). Gebruikte Paulus zijn burgerschap niet ten einde er voor te strijden dat hij kon prediken? Toen hij voor Festus stond, deed hij zonder te aarzelen een beroep op Caesar, een recht dat de Joden niet hadden (Hand. 25:10-12). Indien Paulus geen Romeins burger was geweest, zou hij bij Caesar geen hoger beroep hebben kunnen aantekenen en niet naar Rome hebben kunnen gaan voor een verhoor.
13, 14. Wat was Paulus’ verslag als een strijder voor de vrijheid om te prediken, en welke raad liet hij na opdat wij die konden opvolgen?
13 Paulus streed voor de vrijheid om het goede nieuws in de gehele wereld te prediken. Hij stond altijd klaar met een antwoord. Hij was altijd waakzaam wat betreft het strijden voor de vrijheid om in de gehele wereld te prediken. Hij schreef: „Het is geheel en al juist voor mij dit betreffende u aller te denken, omdat ik u in mijn hart heb, daar gij allen tezamen met mij deelhebbers zijt in de onverdiende goedgunstigheid, zowel in mijn gevangenisbanden als in het verdedigen en het wettelijk bevestigen van het goede nieuws” (Fil. 1:7, NW). Hij streed voor het recht om met vrijmoedigheid te prediken, zelfs toen hij in ketenen was (Ef. 6:19, 20). Zelfs toen Paulus een gevangene in Rome was en afwachtte voor Caesar verhoord te worden, bleef hij niet in gebreke te prediken. Terwijl hij gedurende twee jaar in Rome onder voortdurende bewaking van een soldaat stond, predikte hij het goede nieuws. Hij predikte tot grote aantallen mensen die hem kwamen opzoeken en hij deed dit „met de grootste vrijheid van spreken, zonder belemmering.” — Hand. 28:30, 31, NW.
14 Paulus is waarschijnlijk vaker dan enige andere apostel in de gevangenis geweest. Hij werd bovenmatig gegeseld en dikwijls zo dat hij bijna dood was. Liet hij ooit toe dat een van deze dingen hem deden omkeren? Neen! Hij kwam deze en vele andere gevaren tegen en overwon ze in zijn strijd voor de vrijheid om in de gehele wereld te prediken (2 Kor. 11:21-27). Heeft hij enige raad nagelaten die wij kunnen opvolgen? Neem nota van zijn woorden aan Timotheüs. Door middel van deze woorden vertelt hij ons allen, strijders te zijn voor de vrijheid om te prediken: „Wedijver voor de overwinning in de juiste wedstrijd des geloofs.” — 1 Tim. 6:12, NW.
15. Wie zijn onze werkelijke vijanden, en wat is ons enige aanvalswapen?
15 Paulus heeft onze werkelijke vijanden definitief geïdentificeerd. Werd er van hen gezegd dat zij vlees en bloed waren? Neen! Hij toonde aan dat zij niet bereikt kunnen worden met de vleselijke wapens van deze boze wereld. Wie zijn zij? Zij zijn de onzichtbare demonen die tezamen met hun leider, de Duivel, toezicht uitoefenen over deze oude wereld en haar beheersen (Joh. 14:30; 2 Kor. 4:4; Ef. 6:12). Wij worden daarom niet opgewonden of bevreesd wanneer wij zien dat de horden van de vervreemde mensheid tegen ons gekeerd zijn. Wij zien duidelijk in dat de oorlogswapens van deze oude wereld geen nut afwerpen in de wereldomvattende strijd voor de vrijheid om te prediken. Het enige wapen dat wij in de strijd kunnen gebruiken, is het tweesnijdende zwaard van de geest, namelijk, het Woord Gods. Is het niet machtig zodat het de vestingen van dwaling en macht in deze wereld kan omverwerpen? Het is het krachtigste van alle oorlogswapens (Ef. 6:17). De apostel Paulus schreef: „Want het woord Gods is levend en oefent kracht uit en is scherper dan enig tweesnijdend zwaard en dringt zelfs zover door dat het de ziel en de geest, en de gewrichten en hun merg scheidt, en het kan de gedachten en de bedoelingen van het hart onderscheiden” (Hebr. 4:12, NW). Dit is een feit! Vergeet het nooit!
GEÏDENTIFICEERD DOOR VERVOLGING
16. In welk opzicht zullen wij, door Jezus te volgen, gelijk hem zijn, en op welke wijze?
16 Welk bewijs hebben wij dat Jehovah God ons gebruikt om de profetieën te vervullen welke door Jezus zijn geuit? Het niet te weerspreken bewijs is, dat wij net zoals Jezus worden vervolgd, en om dezelfde reden! Hij gebruikt onze vervolging om de tijd waarin wij ons thans bevinden, definitief te identificeren (Matth. 24:9). Hij identificeerde zijn werk toen hij voor Pilatus stond: „Hiertoe ben ik geboren en hiertoe ben ik in de wereld gekomen, dat ik van de waarheid getuigenis zou afleggen” (Joh. 18:37, NW). Wij volgen in zijn voetstappen met dezelfde toewijzing van Jehovah, namelijk, getuigenis af te leggen van de waarheid! Ten gevolge hiervan worden wij in de gehele wereld vervolgd. Wij worden in de gehele wereld gehaat ter wille van zijn naam.
17, 18. (a) Welk verslag hebben Jehovah’s getuigen van 1933 tot 1945 opgesteld in de strijd voor de vrijheid om te prediken? (b) Wat is sindsdien hun ondervinding geweest in landen die onder communistische heerschappij staan?
17 De geschiedenis van de strijd welke Jehovah’s getuigen van 1933 tot 1945 hebben gestreden voor de vrijheid om in landen die onder Nazistische en Fascistische heerschappij stonden, te prediken, is algemeen bekend. Duizenden werden in de concentratiekampen geworpen. Velen werden gemarteld en gedood. Tallozen stierven vanwege hun loyaliteit aan Jehovah God. Zij hadden kunnen leven indien zij hadden verkozen de naam van Jehovah God te verloochenen. Iedere welingelichte persoon is op de hoogte met de intense vervolging welke Jehovah’s getuigen gedurende 1933 tot 1945 in de Verenigde Staten en Canada te verduren hebben gehad. Hiervan getuigen de duizenden rechtszaken en de honderden aanvallen door het gepeupel! Meer dan zeventig landen hebben op een of andere tijd gedurende de afgelopen veertig jaren beperkende verordeningen gemaakt en hebben Jehovah’s getuigen vervolgd.
18 Kwam er door de val van Nazi-Duitsland en Fascistisch Italië en Japan aan het einde van de 2de Wereldoorlog een einde aan onze vervolging? Neen! In landen die in Oost-Europa door de communistische heersers zijn overgenomen, is ons werk verboden omdat wij weigeren met prediken op te houden. Jehovah’s getuigen zijn bij de duizenden in kerkers en concentratiekampen geworpen. Zie eens naar wat er in Oost-Duitsland, Polen, Tsjecho-Slowakije en andere landen is gebeurd. Duizenden bevinden zich in de gevangenis en in kampen voor dwangarbeid! Tegenwoordig worden in alle communistische landen Jehovah’s getuigen gelijk wilde beesten door jagers, de geheime politie, beslopen en achtervolgd. Beperkende verbodsbepalingen worden opgelegd ten einde de prediking van het evangelie in die communistische landen volledig te verbieden. Onze broeders daar zijn in de gevangenis geworpen en er worden hun schijnverhoren afgenomen. Velen zijn gedood.
19. In welk opzicht verschillen de arrestaties van Jehovah’s getuigen van die der geestelijken?
19 Geen andere religieuze organisatie op aarde is vervolgd ter wille van de naam van Jehovah God, welke naam ook wordt vertegenwoordigd in de naam Jezus. Het is waar dat sommige religieuze geestelijken in deze communistische landen in de gevangenis zijn geworpen. Maar dit is hun niet overkomen ter wille van rechtvaardigheid (1 Petr. 3:4). Zij werden om politieke redenen in de gevangenis geworpen. Zij werden niet gevangengenomen omdat zij getuigenis aflegden omtrent Jehovah God of omdat zij de naam van Jezus droegen. Tegenwoordig zijn de Katholieke en Protestantse kerken nog steeds vrij om in zulke plaatsen als Polen, Tsjecho-Slowakije, Oost-Duitsland en in andere communistische landen open kerkdiensten te houden. In deze landen kunnen Jehovah’s getuigen God niet openlijk aanbidden.
20. (a) In welke andere landen in het bijzonder hebben Jehovah’s getuigen gedurende de afgelopen twee jaren hevige vervolging te verduren gehad? (b) Wat hebben de Jaarboek-berichten van de afgelopen negen jaar aangetoond?
20 Ook in andere landen duurt de vervolging voort. Weet gij dat kort geleden, in januari 1954 door de wetgevende macht van Quebec, Canada, een verbodsbepaling werd uitgevaardigd welke tegen Jehovah’s getuigen was gericht? Hierdoor kan aan getuigen van Jehovah net zo’n behandeling worden gegeven als die waartoe Adolf Hitler in Nazi-Duitsland opdracht had gegeven. Dit werd gedaan op aandrang van de Katholieke Eerste minister van Quebec, Duplessis. Vergeet niet dat de verbodsbepalingen welke in de Dominikaanse Republiek, in Argentinië en in andere landen tegen Jehovah’s getuigen werden uitgevaardigd, nog steeds van kracht zijn. Laten wij ons de aanvallen door het gepeupel en het vanuit een hinderlaag beschieten van onze broeders op vergaderingen in de Filippijnen te binnen roepen, hetgeen gedurende de laatste twee jaar is geschied. Beschouw de talloze andere gevallen van wereldomvattende vervolging die gedurende de afgelopen negen jaar in de berichten in elk Jaarboek van Jehovah’s getuigen (Engels) zijn verschenen. Zie naar de democratische landen van Europa: Italië, Frankrijk, Zwitserland en de Scandinavische landen! In feite is in elk deel van de wereld, Afrika, Azië en de eilanden der zee, een onvermoeide en goede strijd gestreden voor de vrijheid om te prediken. Met Jehovah’s hulp zullen wij in de gehele wereld aan deze vrijheid vasthouden. Hoewel er in vele gerechtshoven van het land een strijd wordt gevoerd en het voor Jehovah’s getrouwe dienstknechten vervolging betekent, houden wij vast aan deze glorierijke schat des dienstes, terwijl wij in de gehele wereld prediken.
21. Welke Christelijke groep alleen vervult Mattheüs 24:9, en hoe staan zij er tegenover?
21 Dit getuigenis uit vele landen, dat zo hoog als de bergen staat, bewijst ten stelligste dat de vervolging voortduurt. Welke Christelijke groep wordt door de hedendaagse wereldomvattende vervulling van de woorden van Jezus geïdentificeerd? Hier is het bewijs zo duidelijk als het enigszins kan worden gegeven. De feiten spreken voor zichzelf. Het is niet noodzakelijk dat er nog meer wordt gezegd om het te bewijzen. Het is onweerlegbaar. Wie is deze groep? Gij, de getrouwe getuigen van Jehovah. Gij zijt degenen die door Jezus werdt geïdentificeerd. Gij zijt degenen die in alle natiën ter wille van rechtvaardigheid wordt vervolgd (Matth. 24:9; 2 Kor. 1:7; Kol. 1:24). Zijt gij bedroefd? Neen! Gij zijt gelukkig dat gij zulk een begunstigd volk zijt! (Jak. 1:12) Petrus zeide: „Ja, wie is de man die u kwaad zal doen indien gij ijverig wordt voor hetgeen goed is? Maar ook al zoudt gij lijden ter wille van rechtvaardigheid, gij zijt gelukkig.” — 1 Petr. 3:13, 14, NW.
22. Wat doen wij in onze wereldomvattende strijd voor de vrijheid om te prediken, zoals door de omstandigheden wordt aangetoond?
22 Deze wereldomvattende vervolging onderwerpt ons aan een verscheidenheid van beproevingen. Wij worden er door gedwongen in de strijd voor de vrijheid om in de gehele wereld te prediken, elke mogelijke methode te gebruiken. Onze methode van strijden, moet in verschillende landen noodzakelijkerwijs variëren. Dit is zo omdat onze strijd wettelijk moet zijn. De door wetten vastgelegde procedure, om in alle natiën der wereld wettelijk te strijden, is verschillend. Het is onmogelijk dat alle procedures overal hetzelfde zijn.
23, 24. (a) Hoe wordt de strijd voor de vrijheid om te prediken, gevoerd in zulke democratische landen als de Verenigde Staten en het Britse rijk? (b) Hoe wordt deze strijd gevoerd in landen waar zulk een toevlucht niet genomen kan worden?
23 Democratische landen zoals de Verenigde Staten, het Britse rijk en sommige landen van Europa, zijn liberaal en voorzien in een procedure overeenkomstig welke wij kunnen strijden. Ze staan ons toe een beroep te doen op „Caesar” doordat wij ons in de gerechtshoven kunnen verdedigen. Maken wij in zulke landen gebruik van de gerechtshoven? Ja! Vrijuit en zonder te aarzelen, doen wij een beroep op de gerechtshoven ten einde het recht om te prediken, te verdedigen. Jehovah heeft de rechters gebruikt om ons te helpen het goede nieuws wettelijk te bevestigen. Zij hebben zeer vele overwinningen opgestapeld. Deze staan gelijk een bastion overeind. Honderden en duizenden gevallen zijn in de wereldomvattende strijd voor de vrijheid om te prediken, zo hoog als een berg opgestapeld. Ze staan als een machtig bolwerk.
24 Andere natiën staan niet toe dat wij ons beroepen op de gerechtshoven ten einde onze prediking te beschermen. Wij moeten een beroep doen op „Caesar,” namelijk, op het hoofd van de staat, zoals de eerste minister, de president of de premier. Dat doen wij. Wij maken aanspraak op onze rechten en voeren bewijsgronden aan, die wij hun voorleggen, evenals Mozes dit voor het aangezicht van Farao heeft gedaan. Wanneer „Caesar” aan enkele staats-, provinciale, stads- of plaatselijke ambtenaren de autoriteit heeft gegeven het recht om te prediken, te beschermen en te verdedigen, doen wij vrijuit een beroep op zulke ambtenaren. Wij verzoeken hen allen voorschriften te maken waarin onze rechten om ons werk te doen, worden beschermd. Hebben wij niet telkens weer een beroep gedaan op de autoriteiten opdat zij in enkele landen de verbodsbepalingen zouden opheffen? Denk aan de stapel telegrammen die naar Adolf Hitler werden gezonden! Sla acht op de verzoekschriften waarin werd gevraagd de verbodsbepaling in Canada op te heffen en een Statuut van rechten op te stellen! Brengt u zich de grote verzoekschriften aan het Congres nog eens voor de geest, die waren gericht tegen de Rooms-Katholieke boycot van radiostations in de Verenigde Staten welke programma’s van Jehovah’s getuigen uitzonden. Wij hebben verzoekschriften gericht aan de autoriteiten, en gevraagd of zij voorschriften wilden maken waardoor de invoer van lectuur zou worden toegestaan. In vele landen hebben wij een beroep gedaan op de autoriteiten opdat zij zouden toestaan dat zendelingen die door het hoofdbureau van het Genootschap werden uitgezonden, het land konden binnenkomen en daar konden prediken. Wij hebben nimmer ook maar een gelegenheid veronachtzaamd die wij konden gebruiken om wettelijk te strijden voor het wereldomvattende recht om te prediken.
[Illustratie op blz. 56]
GEVANGENIS
GEPEUPEL
VERBODSBEPALINGEN